Algemeen

Afscheid orthopedisch chirurg Kees Scheepstra na 26 jaar Bernhoven

vrijdag 26 maart 2010
Afscheid orthopedisch chirurg Kees Scheepstra na 26 jaar Bernhoven

‘Contact met patiënten en personeel ga ik missen’

Orthopedisch chirurg Kees Scheepstra (63) neemt op 25 maart na 26 jaar afscheid van ziekenhuis Bernhoven. Hij werkte vooral in Veghel, maar ook in Oss. Een gesprek over zijn loopbaan, over de ontwikkelingen in de orthopedie, zijn passie voor het vak en zijn ‘lovebaby’ traumatologie.

“Ik heb iets met alles wat leeft en groeit.” Dat plus zijn interesse in mechanica, leidt er toe dat hij na zijn studie medicijnen voor de orthopedie kiest. “Het is een technisch vak. Knutselen met boutjes en moertjes.”

Later ‘ontdekt’ hij rugpijn en dan vooral in de lage rug. “Daar heb ik mij in ontwikkeld. Ik heb ook altijd een rugspreekuur gehad in Veghel. Chronische lage rugpijn is het grootste maatschappelijke probleem vanuit de orthopedie gezien. Ook financieel door de kosten wegens arbeidsongeschiktheid. Het is een zware belasting voor de gezondheidszorg.”

“Het heeft een generatie geduurd voor dat duidelijk werd dat je lage rugpijnproblemen anders moet aanpakken dan met de standaard orthopedische aanpak. Voorheen werd vaak de lage rug vastgezet en hechtten we te veel geloof aan de wonderen van het mes.”

“Als je jong bent, heb je de neiging om meer te opereren. Als je ouder wordt, ga je minder opereren omdat je ziet dat er ook nadelen aan verbonden zijn en het vaak niet helpt. De vraag is ook of klacht en afwijking wel samenhangen. Het letsel herstelt, maar de pijn blijft.”

Tegenwoordig is er de multidisciplinaire aanpak in een pijnteam met anesthesist, fysiotherapeut, orthopeed en psycholoog. “Psycholoog en fysiotherapeut kunnen veel patiënten helpen. Er moeten wel specialisten blijven om het medisch te bekijken.”

Rugpatiënten worden nu ook in de eerste lijn behandeld, waardoor de gang naar het ziekenhuis minder is geworden. “Huisartsen en fysiotherapeuten hebben nu veel meer kennis van lage rugpijn.”

Zijn ‘lovebaby’ noemt hij de traumatologie (ongevallenchirurgie) waar hij vanaf 1980 mee bezig is geweest. “Ik ben daar als orthopeed in Bernhoven mee begonnen, naast de algemene chirurg, om samen met een chirurg slachtoffers van een ongeval te helpen. Ik had primair traumadienst in Veghel.”

“In het nieuwe ziekenhuis Bernhoven in Uden zal de orthopeed samen met de algemene chirurg aan de poort staan voor de opvang van traumapatiënten. De behandeling van trauma’s en rugpijn zijn de twee pijlers waar ik op gestaan heb tijdens mijn loopbaan.”

Een andere belangrijke ontwikkeling in de orthopedie is het gebruik van kunstgewrichten: knie-, heup- en schouderprotheses. “Orthopedie is niet levensreddend, maar verhoogt wel de kwaliteit van leven. Heel direct kan orthopedisch ingrijpen het langer zelfstandig functioneren van de oudere mens bevorderen.”

Wat gaat hij missen? “Het dagelijks contact met patiënt en personeel en het geven van advies. Dat mis ik nu al. Orthopedie is iets van lange adem. Als je kinderen opereert, zie je ze vaak later terug. Dat schept een bepaalde band. Het maakt het zo ongelooflijk de moeite waard. Ik zou het zo weer doen.”

Datum gewijzigd: dinsdag 23 november 2010

Zoeken