Algemeen

Voorlichting darmkanker: Tijd in het voordeel van succesvolle behandeling

vrijdag 1 april 2011

De voorlichtingsavond over preventie, diagnose en behandeling van darmkanker in ziekenhuis Bernhoven is door circa 130 gasten bezocht. Zij hebben de heldere uitleg van de MDL-artsen dr. Van Balkom en dr. Gisbertz en van chirurg R. Strobel zeer gewaardeerd. Kernboodschap van de avond was: ‘Wees op tijd bij klachten want darmkanker is, zeker bij tijdige diagnose, goed behandelbaar’.

Dr. Gisbertz opent de avond met een uitleg over ontstaan en risicofactoren bij darmkanker. Darmkanker is een vorm van kanker die bij vijf procent van de mannen en bij vier procent van de vrouwen in ons land voorkomt. Binnen de totale sterfte aan kanker komt dikke darm kanker op de tweede plaats. In ons land overlijden per jaar ongeveer 4400 mensen aan dikke darm kanker. De kans op darmkanker stijgt met het vorderen van de leeftijd. De kans op darmkanker groeit na het 50 ste levensjaar. Darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit poliepen die jarenlang rustig kunnen zijn voordat ze ontaarden in een kwaadaardige tumor. Er zijn twee soorten poliepen. De poliep op een steeltje, als een soort paddenstoel en een vlakke poliep die zich als het ware breed aanhecht op de darmwand.
Een poliep kan uit twee soorten weefsel bestaan. De hyperplastische poliep wordt nooit kwaadaardig en hoeft eigenlijk niet te worden verwijderd. De adenomateuze poliep kan in één op de vijf gevallen kwaadaardig worden. Bij deze poliep geldt altijd het beleid om de poliep te verwijderen. Een verwijderde poliep groeit niet meer aan.

Erfelijke en omgevingsfactoren
Bij het ontstaan van kanker spelen erfelijke en omgevingsfactoren een rol. Bij de erfelijke oorzaken worden twee vormen van erfelijke darmkanker onderscheiden: de familiaire adenomateuze polyposis (FAP) en het Lynch syndroom. Wanneer familiaire aanleg bekend is dan is het advies om bij klachten niet te wachten, maar op tijd naar de huisarts te gaan zodat er door verwezen kan worden naar de MDL-arts voor nader onderzoek en wanneer nodig een adequate behandeling.

Bij de omgevingsfactoren spelen onder meer mee: te weinig lichamelijke activiteit, overgewicht, meer dan drie tot vier glazen alcohol per dag en roken. Veel groenten en fruit eten kan beschermend werken. Andere factoren die een rol kunnen spelen maar die (nog) onvoldoende bewezen zijn aldus dr. Gisbertz: veel rood vlees eten verhoogt het risico, weinig vet gebruiken zou beschermend werken, veel gebruik van vezels en calcium zou ook beschermend kunnen werken.

Poliepen kunnen worden opgespoord via een colonscopie. Bij een colonscopie bekijkt de arts de binnenkant van de dikke darm met een endoscoop, een buigzame slang met een lampje. Het verwijderen van een poliep gebeurt door middel van een poliepectomie. Om het steeltje van de poliep wordt een lus gelegd die langzaam wordt aangetrokken en de bloedtoevoer afsluit. Daarna wordt de poliep ‘weggeknipt’.

Preventie
Kun je zelf iets doen om te voorkomen dat dikke darmkanker ontstaat? Veel bewegen is in ieder geval goed, ook goede voeding kan een rol spelen zoals vezelrijke voeding, niet teveel vet gebruiken, eet voldoende fruit en groente, zorg voor genoeg calcium en foliumzuur. Een bevolkingsonderzoek zoals we dat ook kennen voor borstkanker is nog onderwerp van discussie. In ieder geval is vroegtijdig opsporen van dikke darmkanker belangrijk want hoe vroeger dit wordt ontdekt, hoe beter de vooruitzichten op een succesvolle behandeling zijn. De MDL-artsen zijn het er wel over eens dat dikke darmkanker een goede kandidaat voor een bevolkingsonderzoek na het vijftigste levensjaar kan zijn. Over hoe dat precies moet vindt nog onderzoek plaats. Het beste advies op dit moment is om bij klachten, zeker als dikke darmkanker in de familie bekend is, niet te lang te wachten om een scopie te laten doen.

Klachten
MDL-arts Bas van Balkom nuanceert vervolgens wel dat dikke darmkanker moeilijk voorspelbaar blijft. Hij heeft 1500 endoscopieën onderzocht. Daaruit bleek bij 4,5 procent dikke darmkanker gevonden te zijn. Klachten waar je alert op moet letten zijn: bloed bij de ontlasting, een veranderd ontlastingpatroon. De ontlasting is dan dunner of juist dikker dan normaal, je moet vaker of juist veel minder dan normaal naar het toilet, buikpijn en vermoeidheid (vaak als gevolg van bloedverlies). Maar het gebeurt ook dat een patiënt geen of weinig klachten heeft maar wél naaste familie met darmkanker heeft.

Onderzoek
Wanneer een scopie wordt uitgevoerd moeten de darmen schoon zijn. Ter voorbereiding krijgt de patiënt Moviprep mee naar huis. Dit is een drankje om de darmen te laxeren en dat moet gebeuren op de avond voor het onderzoek en de ochtend waarop het onderzoek plaats gaat vinden. Het inbrengen van de endoscoop wordt door veel patiënten als vervelende ervaren. Een roesje kan helpen om een beetje te ontspannen, eventueel kan extra pijnstilling worden toegediend. Het onderzoek duurt ongeveer vijftien minuten tot een half uur. Via een beeldscherm is de binnenkant van de darm direct zichtbaar.

Als er een tumor wordt gevonden word een stukje weefsel weggenomen (biopsie). In principe is dit niet pijnlijk. Deze stukjes tumor worden door de patholoog-anatoom onderzocht. Afhankelijk van wat er gevonden wordt en eventueel andere klachten vinden nog andere onderzoeken plaats. Zo wordt bloedonderzoek verricht, een longfoto gemaakt en een CT-scan van de buik en eventueel een MRI-scan van de onderbuik. Het bloed wordt onderzocht op het ijzergehalte, de functies van lever en nieren en tumormarker, een stofje dat verhoogd aanwezig kan zijn bij darmkanker. Op de longfoto, CT-scan en MRI-scan wordt gekeken naar eventuele uitzaaiingen.

Ziekenhuis Bernhoven streeft ernaar de onderzoeken binnen twee weken uit te voeren zodat twee weken na de diagnose met de behandeling kan worden gestart. Soms duurt dat iets langer, dat is afhankelijk van eventueel bijkomende klachten en de conditie. Wanneer nodig volgen er dan afspraken met onder meer de diëtist, de longarts, de cardioloog en/of de fysiotherapeut.
Wanneer er geen uitzaaiingen zijn volgt een operatie. Is er sprake van uitzaaiingen dan wordt de operatie gevolgd door chemotherapie.

De operatie wordt niet door de MDL-arts uitgevoerd maar door de chirurg. Als chemotherapie nodig is komt de patiënt bij de internist-oncoloog. Deze doet ook de nacontrole. Als chemotherapie niet nodig is wordt de nacontrole uitgevoerd door de MDL-arts en gedurende de hele behandeling wordt de patiënt begeleid door de coloncareverpleegkundige.

Er wordt gesproken over een alternatief voor het endoscopisch onderzoek. Dat heet een CT-colongrafie waarbij via de CT-scan in rug en buikligging opnames van de darm worden gemaakt die vervolgens als een drie dimensionaal beeld worden samengevoegd. Het voordeel is dat de patiënt niet met een slang in de darm hoeft te worden onderzocht. Nadeel is echter de relatief hoge röntgenstraling. Bovendien kan eventueel nog aanwezige ontlasting voor een tumor worden aangezien. Bovendien is bij afwijkingen alsnog een endoscopie nodig en dat betekent dat de patiënt twee maal moet laxeren. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is via een videocapsule met ingebouwde camera beelden van de darm te maken. De videocapsule is zo groot als een pil. Ook dan is er geen endoscopie nodig maar moet er wel extra worden gelaxeerd. Blijken er afwijkingen te zijn dan is alsnog een endoscopie nodig.

Operatie
Chirurg René Strobel legt vervolgens het chirurgische onderdeel uit van de dikke darmkanker  behandeling. Hoe de operatie wordt uitgevoerd is afhankelijk van de plaats waar de tumor zich bevindt. Wel wordt uit zijn uitleg duidelijk dat het niet slechts een kwestie van een stukje darm weghalen is. In dit gebied moet de chirurg rekening houden met de bloedvaten die zich vanuit de grote lichaamsslagader vertakken. De plaats waar een stuk darm wordt door genomen en hoeveel wordt niet alleen bepaald door het gezwel, maar ook door de aanvoer van vers bloed via intacte bloedvaatjes. Een veel gestelde vraag aan de chirurg is of de patiënt nu met een stoma, een kunstmatige uitgang voor de ontlasting moet leven. In meer dan 95 procent van de gevallen hoeft dat niet. De chirurg kan volstaan met het aanleggen van een tijdelijk stoma. Dat zorgt ervoor dat de darm na de operatie voldoende tijd krijgt voor herstel waarna het stoma weer verwijderd kan worden en de darm zijn normale functie kan hervatten.

Moeilijker is het laatste stukje darm, de zogenoemde endeldarm. De chirurg neemt niet alleen het stukje darm weg waar de tumor zich bevindt. Hij verwijderd ook een stukje gezond weefsel om er zeker van te zijn dat alle kwaadaardige cellen verwijderd zijn waarna de darm weer aan elkaar wordt gezet. In principe kan een mens ongeveer dertig centimeter van de darm missen zonder dat dit na de operatie problemen oplevert. Bij de endeldarm is dit anders. Hier opereren is moeilijker vanwege de ligging en de andere organen in de buurt. Bovendien is dit laatste stukje darm relatief kort en zal in geval van een tumor hier meestal wel een permanent stoma moeten worden geplaatst.

Datum gewijzigd: dinsdag 5 april 2011

Zoeken