Spring naar de content

Lui oog (Amblyopie)

Wat is een lui oog?

Een lui oog is een oog wat minder goed ziet doordat het zicht op jonge leeftijd niet goed heeft kunnen ontwikkelen. Meestal is één van de ogen lui, maar soms kunnen ook beide ogen lui zijn. Een lui oog kan alleen tijdens de kinderjaren worden behandeld. Daarom is het van belang dat deze afwijking vroeg ontdekt wordt.

Oorzaken

Er zijn drie hoofdoorzaken van een lui oog:

  1. Scheelzien

    Het beeld van het oog dat scheel kijkt, wordt in de hersenen “genegeerd” om dubbelzien te voorkomen. Op den duur verleert het oog om te kijken en wordt het lui. Het kind kijkt alleen nog maar met het oog dat recht staat.

  2. Brilsterkte verschil tussen beide ogen (anisometropie).

    Wanneer er een sterkteverschil tussen beide ogen is, is er kans dat de hersenen alleen gaan kijken met het oog met de minste sterkte. Dit geeft immers het scherpste beeld door. Hierdoor is er kans dat het oog met de meeste sterkte (en het minst scherpe beeld) minder goed ontwikkelt en hierdoor lui wordt.

  3. Anatomische afwijkingen

    Bij sommige oogaandoeningen komt het beeld niet goed aan op het netvlies en kan het dus ook niet scherp worden doorgegeven aan de hersenen. Dit kan komen door een ooglid wat tot over de pupil hangt (ptosis) of wanneer kinderen een oogaandoening hebben zoals staar (cataract). Hierdoor leert het oog niet goed zien en is er kans op een lui oog.

Behandeling

De behandeling van een lui oog begint met het aanpakken van de oorzaak.

  • Bij een groot brilsterkte verschil zal er eerst een bril voorgeschreven worden. Soms zorgt het goed dragen van de bril ervoor dat het zien (met de bril) goed wordt. Er is dan naast het dragen van een bril geen andere behandeling nodig.

  • Bij een hangend ooglid waarbij de pupil bedekt wordt zal dit eerst operatief verholpen worden.

  • Echter bij scheelzien werkt het anders. Wanneer een lui oog door scheelzien wordt veroorzaakt is dit niet te verhelpen door een scheelziensoperatie. Een scheelziensoperatie zorgt er wel voor dat de oogstand cosmetisch mooier wordt, maar niet dat het oog een scherper beeld op het netvlies krijgt. Wanneer er een oog scheel naar binnen wegdraait is er vaak ook een bril nodig.

Hoe lang duurt de behandeling?

De behandelduur verschilt per kind. Hierin speelt met name de leeftijd, de oorzaak en het zicht van het luie oog een rol. Hoe jonger het kind, hoe sneller er resultaat te verwachten is. Over het algemeen geldt ook dat hoe slechter het zicht van het luie oog is, hoe langer de behandeling duurt. De behandeling kan maanden tot jaren in beslag nemen. Meestal wordt er tot het 10e jaar gecontroleerd of het zien stabiel blijft.

Behandelmiddelen

Om een ‘lui oog’ te trainen moeten de hersenen worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. Het meest gebruikte middel hiervoor is de oogpleister (occlusiepleister). De oogpleister wordt op het goede oog geplakt zodat het luie oog getraind wordt om beter te leren kijken. Wanneer de oogpleisters niet goed verdragen worden kan ervoor gekozen worden om oogdruppels te geven in het goede oog. Hierdoor gaat het goede oog tijdelijk wazig zien op korte afstand, veraf kijken gaat nog goed. Het luie oog wordt dan alleen getraind bij nabijwerk.

Extra informatie

Het afplakken met een oogpleister zorgt er niet voor dat de oogstand beter wordt of dat de brilsterkte afneemt. Het zorgt er alleen voor dat de hersenen ook scherp leren kijken met het luie oog.

Wat u ook nog moet weten

Voor een succesvolle behandeling spelen de ouders een belangrijke rol. Zij moeten ervoor zorgen dat een kind de pleister (ver)draagt en dat deze lang genoeg opgehouden wordt.

Dit vergt soms wat doorzettingsvermogen, toch is het belangrijk om het vol te houden. Een lui oog kan immers alleen op kinderleeftijd behandeld worden. Na deze leeftijd zijn er geen behandelingsmogelijkheden meer. Een lui oog gaat dan niet beter zien door een sterker brillenglas, een staaroperatie of refractiechirurgie.

Voor meer informatie zie:   https://www.orthoptisten.info/

Heeft u nog vragen?

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.

Telefoonnummers

Polikliniek oogheelkunde: 0413 - 40 19 56, route 020