Spring naar de content

Standsafwijking oog (scheelzien) operatie bij kinderen

Binnenkort komt uw kind naar het ziekenhuis voor een oogoperatie in verband met een standsafwijking aan het oog (scheelzien). Scheelzien wordt in medische termen ‘strabismus’ genoemd. In deze folder leest u meer informatie over scheelzien, de operatie en de nazorg. Algemene informatie over de opname leest u in de folder Kinderdagbehandeling, één dagje naar het ziekenhuis voor een operatie.

Wat is scheelzien?

Scheelzien is een afwijking van de stand van de ogen, beide ogen kijken niet naar hetzelfde punt. Een oog kan naar buiten of binnen gedraaid staan. Soms staat het oog, in een bepaalde richting kijkend, hoger of juist lager.

Hoe ontstaat scheelzien?

Scheelzien ontstaat meestal voor het zesde levensjaar en is vaak erfelijk. Wanneer het ene oog minder scherp ziet dan het andere oog, kan dat leiden tot scheelzien. Ook kan de oorzaak van het scheelzien liggen in het niet goed functioneren van de oogspieren of van bepaalde delen van de hersenen. Bij 3 tot 5% van de bevolking komt scheelzien voor.

Wat zijn de gevolgen van scheelzien?

Een kind dat constant scheel kijkt, ziet geen diepte. Hierdoor kan het kind moeite hebben met afstanden en dieptes inschatten.
Jonge kinderen zien meestal niet dubbel, doordat het beeld van het afwijkende oog uitgeschakeld wordt. Het nadeel hiervan is dat de gezichtsscherpte van dat oog achteruitgaat, het oog wordt ‘lui’.

Waarom een operatie?

De operatie heeft als doel de ogen recht te zetten. In de meeste gevallen wordt een operatie uitgevoerd om cosmetische redenen; het levert een ‘mooier’ gezicht op. Soms wordt een operatie voorgesteld om klachten als dubbelzien, vermoeide ogen, hoofdpijn, verminderd diepte zien of een schuine hoofdstand te verhelpen. De orthoptist bepaalt samen met u als ouders en in overleg met de oogarts of een operatie nodig is.

Wat gebeurt er bij de operatie?

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Bij de operatie worden oogspieren verplaatst of ingekort. Deze oogspieren zitten onder het bindvlies aan de buitenkant van het oog. Het vlies wordt opengemaakt en de spieren worden ingekort of verplaatst. Daarna wordt het vlies weer gesloten met behulp van hechtingen. Op deze manier wordt de stand van het oog weer recht gezet. Het oog wordt er dus nooit uitgehaald. Het is geen grote operatie. Hoelang de operatie duurt is afhankelijk van de hoeveelheid spiertjes die geopereerd worden, per spier ongeveer een kwartier.

Wat is het resultaat van de operatie?

Het resultaat van de operatie kan pas na enkele maanden beoordeeld worden. Na de operatie heeft het oog tijd nodig om te herstellen (wondgenezing en afname van zwelling). Tijdens deze periode zijn er nog veranderingen in de oogstand mogelijk. Meestal is één operatie voldoende om het gewenste resultaat te bereiken. Door de operatie verandert de gezichtsscherpte of de sterkte van de brillenglazen niet. De operatie verandert alleen de oogstand. Soms moet uw kind na de operatie een oog weer afplakken, omdat het gevaar voor een lui oog tot ongeveer het 8e jaar aanwezig
is.

Na de operatie

Algemeen

Na de operatie kan uw kind wat last hebben van hoofdpijn en/of misselijkheid. Deze klachten kunnen optreden door de slaapmedicatie die is toegediend, de klachten verdwijnen vrij snel (binnen enkele uren tot soms enkele dagen). Een paar keer overgeven is niet verontrustend. Ook kan uw kind last hebben van wat keelpijn, dit is van de tube die tijdens de operatie is ingebracht in de keel van uw kind.

Specifiek

Na de operatie is het oog of zijn de ogen van uw kind rood, plakkerig en tranen (het oog / de ogen zijn na de operatie niet afgedekt met een pleister). U kunt op het oog wat paarse puntjes zien, dit zijn de hechtingen. Deze lossen vanzelf op. Het oog voelt beurs aan en het bewegen van de ogen voelt pijnlijk aan. Het kind heeft vaak het gevoel dat er zand in het oog zit (dit komt door de hechtingen).
Ook zal uw kind last hebben van fel licht en kan uw kind wat dubbelzien. Deze verschijnselen zijn normaal en gaan vanzelf over, meestal binnen twee tot vier weken. Over het algemeen zijn de pijnklachten gering.

Wat zijn de risico’s?

Complicaties komen bij deze ingreep bijna nooit voor. Wel is er, zoals bij elke operatieve ingreep, een kleine kans op een bloeding of infectie (dik en rood worden van het wondgebied).

De opname

Uw kind wordt voor deze ingreep enkele uren opgenomen. De afdeling Opnameplanning informeert u per brief, ongeveer een week van te voren, over de dag en het tijdstip dat uw kind in Bernhoven wordt verwacht. Voor deze ingreep kan de wachttijd sterk variëren.

Op de dag van de operatie mag u bij uw kind blijven, ook bij de inleiding van de operatie (niet bij de operatie zelf). Na de operatie worden geen complicaties verwacht zodat uw kind thuis kan herstellen. 

  • Zorg dat u de oogdruppels voor na de operatie en pijnstilling (paracetamol) in huis heeft voordat de operatie plaats vindt.
  • Neem naast de algemene spulletjes ook een zonnebril voor uw kind mee aangezien uw kind na de operatie last kan hebben van fel licht.

Naar huis en dan?

Als alles goed verloopt, kan uw kind na enkele uren na de operatie naar huis. Voor het ontslag komt de oogarts niet meer bij uw kind langs.
Voordat u met uw kind naar huis gaat, geeft de verpleegkundige uitleg wat u thuis kunt doen om uw kind te helpen zo spoedig mogelijk te herstellen.
In verband met eventuele misselijkheid en kans op spugen, is het voor uw kind prettiger met eigen vervoer of de taxi naar huis te gaan en niet met het openbaar vervoer. Het is handig om een spuugbakje in de auto te hebben.

Adviezen en instructies voor thuis

Laat uw kind de dag van de operatie thuis bedrust houden en de eerste dagen rustig aan doen.

Eten en drinken

Bij thuiskomst mag uw kind normaal eten en drinken, al zal uw kind op de dag van de operatie nog weinig eetlust hebben. Is uw kind nog misselijk? Breidt dan langzaam uit naar normaal eten.

Temperatuur

Het is mogelijk dat uw kind de eerste dagen na de ingreep wat verhoging of koorts heeft. Dit is een normaal verschijnsel.

Pijnstilling

Geef uw kind de eerste 24 uur na de operatie standaard paracetamol (iedere 6 à 8 uur). De hoeveelheid paracetamol die uw kind per keer mag, hangt af van het gewicht van uw kind. De verpleegkundige informeert u hierover.

Oogdruppels

Start de dag na de operatie met het druppelen van de ogen met de voorgeschreven oogdruppels Gebruik de oogdruppels volgens instructie op het recept. Meestal moeten de ogen van uw kind enkele weken gedruppeld worden, houdt u zich hieraan ook als uw kind dit niet prettig vindt.

Plassen

Als uw kind na de operatie in het ziekenhuis nog niet geplast heeft, moet u thuis in de gaten houden dat uw kind wel binnen 24 uur na de operatie geplast heeft.

Douchen en (wond)verzorging

  • Uw kind mag onder de douche of in bad, als er maar geen zeep of shampoo in de ogen komt. 
  • Er wordt gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen. De hechtingen hoeven dus niet meer verwijderd te worden (deze lossen vanzelf op).

Wanneer weer naar school?

Meestal kan uw kind na enkele dagen weer naar school als hij/zij zich goed voelt en pijnvrij is. Kinderen geven over het algemeen prima zelf aan wat ze wel en niet kunnen.

Naar buiten, sporten en zwemmen

  • De eerste weken mag er geen stof of zand in de ogen komen in verband met infectiegevaar
  • Uw kind mag de eerste twee weken na de operatie niet sporten of wilde spelletjes doen.
  • Uw kind mag de eerste drie weken na de operatie niet zwemmen.

Overige aandachtspunten / leefregels

  • Laat uw kind een zonnebril dragen tegen het felle licht. 
  • Uw kind mag absoluut niet (hard) in de ogen wrijven (in verband met de hechtingen). Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. 
  • Als uw kind een ‘lui’ oog heeft, dan is het soms nodig dat de behandeling van het luie oog na de operatie gewoon verder gaat.
  • Soms krijgt uw kind oogoefeningen. Dit is om bewegingsbeperkingen van het oog te voorkomen als gevolg van vergroeiingen. Als dit nodig is, krijgt u hiervoor aparte instructies.

Controle afspraak

  • De dag na de ingreep (uitgezonderd op vrijdag, dan wordt het maandag) wordt u verwacht bij de orthoptist.
  • Ook ontvangt u een afspraak voor twee weken na de operatie, uw kind wordt dan gezien door de oogarts en orthoptist.

Wat te doen bij problemen?

  • Bel bij acute problemen (extreme zwelling of een nabloeding) de spoedeisende hulp van Bernhoven (0413 - 40 10 00).
  • Bel bij problemen (aanhoudend braken, veel pijn en onvoldoende baat bij pijnstillers, nog niet geplast hebben na de operatie) die ontstaan binnen 24 uur na de operatie binnen kantooruren de polikliniek oogheelkunde (0413 - 40 19 44) en buiten kantooruren de spoedeisende hulp.
  • Bel bij problemen (veel pijn en onvoldoende baat bij pijnstillers, na drie dagen nog koorts) die ontstaan na 24 uur na de operatie de polikliniek oogheelkunde of uw huisarts.