Spring naar de content

Tranende ogen

Kleine klieren van het slijmvlies en van de ooglidranden produceren traanbestanddelen. Deze zorgen ervoor dat het oog steeds 'gesmeerd' is. De traanklier, gelegen onder het bovenooglid, reageert bij emotie of oogirritatie en produceert dan meer traanvocht. De geproduceerde tranen worden afgevoerd door de twee traanpunten. Het traanvocht wordt als het ware door de oogleden hier ingepompt. Van de traanpunt gaan de tranen via een klein kanaaltje naar de traanzak en daarna via het neustraankanaal naar de neus (dit verklaart waarom men moet snuiten na huilen). Naast het 'smeren' hebben de tranen een afweerfunctie en ook voeren ze viezigheid af. Bij een verstopt systeem gaat dit niet en kunnen ziektekiemen een ontsteking veroorzaken. Er zijn eigenlijk twee soorten tranen: reactie tranen als reactie op een vuiltje of emotie en verzorgende tranen: tranen die het oog gesmeerd houden. De reactietranen smeren het oog dus niet of niet afdoende.

Oorzaken van tranende ogen

Er is altijd sprake van een gebrekkig evenwicht tussen aanmaak en afvoer.
Teveel aanmaak komt o.a. door:

  1. Een bron van irritatie, bijvoorbeeld een vuiltje in het oog, een haartje dat tegen het oog schuurt.
  2. Droge ogen kunnen versterkt tranen oproepen: het oog is niet lekker gesmeerd. Dit geeft aanleiding tot irritatie en de traanklier gaat meer tranen maken. Deze tranen dragen echter niet bij aan het smeren en de irritatie blijft dus. Kunsttranen kunnen deze kringloop doorbreken.

Veranderde afvoer komt o.a. door:

  1. De traanpunten zitten niet op de juiste plaats of zijn verstopt.
  2. Slapte van het ooglid, dit komt met name bij oudere mensen voor. Door de slapte gaat het ooglid afstaan. De traanpunt en de ooglidrand liggen dan niet goed tegen het oog
    en de tranen kunnen niet goed de traanpunten binnen gaan. Ook een aangezichtsverlamming kan een afstaand ooglid veroorzaken
  3. Verstopping van het traankanaaltje, de traanzak en/of traanneuskanaal door een ontsteking, ongeval of zonder duidelijke oorzaak.
  4. Een probleem in de neus waar het traanneuskanaal uitkomt kan ook een verstopping veroorzaken.

Bij kinderen in het eerste levensjaar komt versterkt tranen vrij vaak voor. In dat geval is de ingang van het traanneuskanaal naar de neus nog niet geopend. Het betreffende oog traant en is ook vaak vies.

Onderzoek

Is er irritatie? De arts doet een kleurstrookje langs het oog en kijkt waar de irritatie zit, en of de traanfilm stabiel is.

Zijn de traanpunten open en liggen ze op de goede plaats? Om te bepalen of de traanpunten open zijn, wordt er met een stompe canule water in de traanpuntjes gespoten. Soms is dit niet voldoende en wordt er contrastvloeistof in de traanwegen gespoten waarna er een röntgen foto wordt gemaakt dit laatste onderzoek vindt plaats op de afdeling radiologie.

Behandeling

  • Bron van irritatie behandelen, b.v. haartjes verwijderen.
  • Een ooglidoperatie kan worden gedaan wanneer de traanpunten en/of het ooglid niet goed aanliggen. De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving. Bloedverdunnende medicijnen dienen tevoren te worden gestopt.
    Wanneer het traankanaaltje dichtzit kan er eventueel een traanwegoperatie gedaan worden.
  • Bij kinderen gaat de stop voor de neusingang vaak spontaan in de eerste negen maanden tot een jaar open. In de tussentijd kan bij een ontsteking antibiotica worden gegeven. Ook kan masseren van de traanzak helpen. Wanneer het probleem toch aanhoudt, is sonderen in verreweg de meeste gevallen een afdoende oplossing. Sondage bij kinderen gebeurt onder algehele anaesthesie.

Alternatief

Als alternatief voor een verstopping in het traansysteem wordt er wel eens gedotterd:
een klein ballonnetje wordt op de plaats van de verstopping opgeblazen met de bedoeling om de verstopping op te rekken.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts.

  • Polikliniek oogheelkunde: 0413 - 40 19 56, route 020

 

Deze folder is tot stand gekomen onder redactie van de commissie Patiëntenvoorlichting van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)2009 (www.oogheelkunde.org)