Spring naar de content

Blaasonderzoek (Cystografie)

Uw behandelend arts heeft voor u een röntgenonderzoek van de blaas en de plasbuis (=urinebuis) aangevraagd. In medische taal noemt men dit onderzoek cystografie of mictiecystogram (MCG).
Bij dit onderzoek worden de blaas en de plasbuis met behulp van röntgenstraling en een contrastmiddel onderzocht. Er wordt gekeken naar afwijkingen (vernauwingen) in de plasbuis en of er mogelijk urine terugstroomt van de blaas naar de nieren.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog (gespecialiseerd arts) en een radiologisch laborant.

Een eventuele begeleider kan niet aanwezig zijn in de onderzoeksruimte tijdens het uitvoeren van het onderzoek. Alleen in bijzondere situaties is dit eventueel mogelijk. Helpen met omkleden is vanzelfsprekend altijd toegestaan.

Zwangerschap

Als u zwanger bent of daar een vermoeden van heeft, neem dan telefonisch contact op met de afdeling radiologie voor nader overleg.

Risico’s en bijwerkingen

De hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto’s is zo gering dat de kans op schadelijke effecten heel klein is, ook als u meerdere onderzoeken heeft ondergaan. Door het inbrengen van het slangetje (catheter) in de blaas kan soms een blaasontsteking optreden.

Voorbereiding

  • Vanaf een uur voor het onderzoek mag u niet meer naar het toilet. Voor het onderzoek is het nodig dat er een beetje urine in de blaas zit. Indien u een blaascatheter heeft is dit niet voor u van toepassing.
  • Bij menstruatie kan het onderzoek gewoon doorgaan. Als u dit zelf erg vervelend vindt, kunt u de afspraak verzetten.
  • De contrastvloeistof die u krijgt tijdens dit onderzoek heeft mogelijk ook invloed op uitslagen van urineonderzoek. Wanneer u urine bij het laboratorium moet inleveren, kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 3x 24 uur ná het onderzoek

Onderzoek

Melden

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de balie van de afdeling radiologie, routenummer 040.

Hoe verloopt het onderzoek?

De laborant komt u halen uit de wachtruimte en vertelt u wat er gaat gebeuren. In het kamertje naast de onderzoekkamer kleedt u zich uit. Uw onderlichaam moet ontbloot worden, het bovenlichaam niet.
Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoektafel. Boven de onderzoektafel hangt een apparaat, dat de foto’s maakt. De radioloog brengt via de plasbuis een dun slangetje (catheter) in de blaas. Het inbrengen van het slangetje is (in principe) niet pijnlijk. Vervolgens laat de radioloog via het slangetje contrastvloeistof in de blaas lopen. Door deze vloeistof wordt de blaas zichtbaar op de foto's. Als de blaas vol is, wordt het slangetje verwijderd en worden er röntgenfoto’s gemaakt.

Wanneer het nodig is om ook foto's van de urinebuis te maken, zal tijdens het onderzoek aan u worden gevraagd om te plassen. De foto’s worden dan gemaakt tijdens het plassen. Hiervoor wordt de tafel waar u op ligt wat rechtop gezet. Vrouwen krijgen vervolgens een soort opvangzakje tussen de benen geklemd en mannen een urinaal (fles). Na het maken van de foto's kunt u op het toilet eventueel de rest van de contrastvloeistof uitplassen. Tenslotte maakt de radioloog of laborant nog een foto van de lege blaas.

Duur

Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.

Na het onderzoek

Door het inbrengen van het slangetje (catheter) kan na afloop van het onderzoek de plasbuis geirriteerd zijn. Daarom is het belangrijk na het onderzoek een dag extra veel te drinken om de blaas goed door te spoelen. Dit is een goede manier om een blaasontsteking te voorkomen.

Uitslag

De radioloog beoordeelt de foto’s. Hiervan verstuurt de radioloog een verslag naar uw behandelend arts, die de uitslag met u bespreekt.

Heeft u nog vragen?

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 62