Spring naar de content

Inbrengen getunnelde centrale veneuze lijn

In deze folder leest u hoe deze behandeling in Bernhoven verloopt. De informatie in deze folder is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat de behandeling beschreven is zoals deze meestal verloopt.

Wat is een centraal veneuze lijn (CVL)?

Bij hemodialyse worden met behulp van een kunstnier, afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd uit het bloed. Om voldoende bloed naar de kunstnier te leiden is een toegang tot de bloedbaan nodig. Dit kan zijn: een shunt of een katheter in een groot bloedvat. Een katheter in een groot bloedvat wordt een centraal veneuze lijn (cvl) genoemd. Deze lijn zit in de halsader of in de liesader, is gemaakt van kunststof en gaat 15 tot 20 cm de betreffende ader in.

Hoe ziet de CVL eruit?

Wat u ziet is dat de lijn uit uw lichaam komt en zich splitst in twee slangetjes die op uw borst hangen. Deze slangetjes noemen we polen. Elke pool heeft een klemmetje en een dopje. Dit is om alles goed af te sluiten: er kan geen bloed uit en er kunnen geen bacteriën naar binnen.

De centraal veneuze lijn kan getunneld of ongetunneld zijn. In deze informatie staat alleen informatie over de getunnelde centraal veneuze lijn.

De getunnelde CVL

De getunnelde centraal veneuze lijn heeft als voordeel dat deze katheter lang kan blijven zitten (vaak langer dan drie maanden). De lijn wordt, nadat het in het bloedvat zit, onder de huid getunneld (zie afbeelding). Na het inbrengen is de lijn op twee plaatsen vastgehecht: hechtingen in de hals en op de plaats waar de lijn het lichaam uitkomt. De hechtingen in de hals mogen na drie weken worden verwijderd en de hechtingen waar de lijn uit het lichaam komt na vier weken. Na die vier weken is de katheter vastgegroeid.

Zijn er risico's of complicaties?

De mogelijke hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto's is zo gering dat de kans op schadelijke effecten heel klein is, ook als u meerdere onderzoeken heeft ondergaan.

Meestal is het inbrengen van een centraal veneuze lijn een veilige behandelingsmethode. Toch kunnen er, zoals bij iedere behandeling, complicaties optreden.

  • Er kan een pneumothorax (klaplong) ontstaan.
  • Er kan een infectie onstaan op de insteekplaats.
  • In een klein aantal gevallen ontstaat een ernstiger infectie welke uitmondt in een sepsis (bloedvergiftiging door bacteriën).
  • Er kan een bloeding optreden op de plaats waar de huid is aangeprikt. Hierbij ontstaat vaak een blauwe plek.
  • Er kan inwendig een bloeding optreden.

Hoe bereidt u zich voor?

Als u zwanger bent

Als u zwanger bent of daar een vermoeden van heeft, neem dan voor nader overleg telefonisch contact op met de afdeling Radiologie.

Medicijnen 

Uw aanvragend arts heeft bij het aanvragen van het onderzoek aangegeven of en hoe u dient te stoppen met eventuele bloedverdunnende medicijnen. Is dit voor u niet duidelijk, overleg dan met deze arts. Indien u bij de trombosedienst bekend bent, geef dan tijdig bij hen aan dat en wanneer u dit onderzoek ondergaat.

Op de verpleegafdeling

De verpleegkundige van deze afdeling geeft u uitleg over de gang van zaken. Voor u naar de afdeling Radiologie gaat voor het inbrengen van de drain, krijgt u medicijnen die u helpen te ontspannen tijdens het onderzoek. Ook krijgt u een infuus in uw arm. Dit is nodig om bij eventuele complicaties direct medicijnen te kunnen toedienen.

Hoe wordt de drain ingebracht?

Een drain is een flexibele slang. Het inbrengen van de drain vindt plaats op de afdeling radiologie. Hier komt u op de rug op een tafel te liggen. U wordt gevraagd uw hoofd weg te draaien in dit gedurende de gehele procedure zo te laten liggen.
Met de echo wordt bekeken waar de drain ingebracht wordt. Dan wordt de huid gedesinfecteerd (schoongemaakt) en op twee plaatsen verdoofd met een injectie met verdovende vloeistof. Door deze verdoving is de ingreep minder pijnlijk.
Het inbrengen wordt steriel uitgevoerd, daarom komt u onder de steriele doeken te liggen. Er worden twee kleine sneetjes gemaakt.
Het uiteinde van de drain komt in de bovenste holle ader te liggen. Een gedeelte van de drain ligt onder de huid.
Er wordt een controle foto gemaakt om te kijken of er geen pneumothorax (klaplong) is onstaan. De drain wordt vastgehecht aan de huid en afgeplakt om te voorkomen dat deze verschuift. De gehele procedure duurt ongeveer één uur.

Na het onderzoek

De verpleegkundige komt u na het onderzoek weer ophalen en gaat u mee terug naar de verpleegafdeling.
Als u met bepaalde medicatie bent gestopt, bepaalt uw behandelend arts wanneer u hier weer mee kunt starten. Als er geen complicaties zijn opgetreden, mag u na één tot twee uur naar huis.

Vervoer naar huis

U kunt niet zelf naar huis rijden vanwege de medicijnen die u gehad heeft. Zorg er daarom voor dat iemand u komt ophalen na het onderzoek.  

Voor de verzorging van de CVL:

http://www.bernhoven.nl/patientenfolders/folders-nefrologie/richtlijnen-voor-patienten-met-een-getunnelde-centraal-veneuze-lijn/

Heeft u nog vragen?

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie 

  • Telefoon: 0413-401962