Spring naar de content

MRI-onderzoek dunne darm

Uw behandelend arts heeft voor u een MRI–onderzoek van de dunne darm aangevraagd. Met de MRI worden doorsnedefoto's gemaakt. Hierop kunnen we zien of er afwijkingen in het te onderzoeken gebied zijn. Het onderzoek wordt gedaan door een radiologisch laborant en een radioloog (gespecialiseerd arts).

In deze folder vertellen we u hoe het onderzoek over het algemeen verloopt. Het kan zijn dat de radioloog een andere manier kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Het is niet mogelijk in deze folder alle mogelijkheden te vermelden. Ook risico's en bijwerkingen zijn in algemene zin beschreven.

Een eventuele begeleider kan niet aanwezig zijn in de onderzoeksruimte tijdens het uitvoeren van het onderzoek. Alleen in bijzondere situaties is dit eventueel mogelijk. Helpen met omkleden is vanzelfsprekend altijd toegestaan.

!Let op: bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn? Overleg dan met de arts, want als u zwanger bent mag u geen MRI onderzoek ondergaan, en/of mag u niet in de onderzoeksruimte aanwezig zijn.

Wat is een MRI–onderzoek?

MRI staat voor magnetisch resonantie imaging. Bij een MRI–onderzoek worden er doorsnede foto’s van het te onderzoeken lichaamsdeel gemaakt. Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een sterke magneet en radiogolven. Het zijn dus geen röntgenstralen. Met behulp van de magneet en de radiogolven worden in het lichaam bepaalde signalen opgewekt. Een antenne ontvangt deze signalen en een computer zet de signalen om in beelden. De beelden laten de doorsneden van het te onderzoeken lichaamsdeel zien.
Het onderzoek doet geen pijn, is ongevaarlijk en kan in sommige gevallen meer informatie opleveren dan röntgenfoto’s. 

Belangrijk

Een MRI van de dunne darm kan niet plaatsvinden binnen 2 dagen voor of na een coloscopie. Dit heeft te maken met de voorbereidingen die voor beide onderzoeken anders zijn. Is dit wel het geval, neem dan even contact op met de desbetreffende afdeling.

Een MRI–onderzoek kan in de volgende gevallen niet plaatsvinden:

  • u heeft (resten van) metaalsplinters in het oog.
  • u heeft metalen implantaten/prothese korter dan zes weken geplaatst

Een MRI–onderzoek kan soms niet plaatsvinden in deze situaties:

  • u heeft een binnenoor implantaat (cochleair implantaat);
  • u heeft een pacemaker. De pacemaker kan door het magneetveld ontregeld raken. Steeds meer pacemakers kunnen in de MRI. De afspraak wordt dan in samenspraak met de pacemakertechnicus gepland. 
  • u heeft een metalen kunsthartklep;
  • u heeft aneurysmaclips in het hoofd;
  • u heeft een neuro-stimulator;
  • u heeft een niet te verwijderen insuline- of andere geneesmiddelenpomp;
  • u kunt niet langdurig stil en/of plat liggen;
  • u heeft angst om in een gesloten ruimte te verblijven (claustrofobie);
  • u bent zwaarder dan 150 kg;
  • u bent zwanger.

Overleg in bovenstaande situaties met uw behandelend arts.

Screeningsformulier

Bij het inplannen van de MRI-scan dient er een screeningsformulier door u te zijn ingevuld. Is dit nog niet gebeurd dan kunt u deze vinden via www.bernhoven.nl/mri-scan. Deze graag invullen en retourneren naar afdeling Radiologie.

Zijn er risico’s en complicaties?

Een MRI-onderzoek is een onderzoek zonder nadelige effecten of bijwerkingen.
Als u contrastmiddel heeft gehad kan dit in een zeer zeldzaam geval een allergische reactie geven.

U kunt niet komen, wat dan?

Wanneer u onverwacht niet naar de afspraak kunt komen, geef dit dan op tijd door aan de afdeling radiologie. Een ander kan dan in uw plaats worden geholpen.
Telefoonnummer afdeling radiologie: 0413 - 40 19 62

Hoe bereidt u zich voor?

  • Voor een MRI-onderzoek van de dunne darm is het belangrijk dat u nuchter bent. Dit wil zeggen dat als u het onderzoek in de ochtend krijgt u vanaf  's avonds twaalf uur de dag voor het onderzoek niet meer mag eten, drinken en roken tot na het onderzoek.

  • Vindt het onderzoek plaats NA 13.00 uur in de middag, dan mag u om acht uur 's ochtends nog een kop thee met een dun belegde beschuit nuttigen. Verder mag u niets meer eten, drinken en roken tot na het onderzoek.

  • Als u suikerziekte heeft, overleg dan met uw arts of uw diabeteseverpleegkundige over het eventueel aanpassen van uw medicijnen, insuline of eten.

  • Er wordt een infuus in de arm ingebracht voor het toedienen van Buscopan (spierontspanner voor gladde spieren die o.a voorkomen in het maagdarmkanaal, de gal en de urinewegen) en van Gadolinium (contrastmiddel) tijdens het onderzoek.

  • Eén uur voor het onderzoek krijgt u op de afdeling radiologie een mannitol-wateroplossing (contrastmiddel) te drinken.
    Dit houdt in dat u ongeveer elke 5 minuten 1 beker van de mannitol-wateroplossing moet drinken, in totaal is dat ruim 1,5 liter.

  • Van dit contrastmiddel kunt u na het onderzoek diarree en/of buikkramp krijgen. Als u 'de pil' gebruikt, moet u er rekening mee houden dat deze niet meer (goed) werkt. Lees daarom de bijsluiter van uw 'pil'.

  •  Andere medicijnen die u gebruikt, kunt u gewoon innemen zoals u gewend bent, k op de dag van het onderzoek. Lees wel even de bijsluiter(s) of daarin iets gezegd wordt over de invloed van diarree op de medicijnen.

  • Tijdens het onderzoek mag u geen metalen voorwerpen bij u dragen. Waardevolle en niet noodzakelijke metalen bezittingen (zoals: munten, haarspelden, betaalpassen, creditcards, pennen, sieraden, ringen, horloge) kunt u daarom beter thuis laten. U kunt uw spullen in het kleedhokje achterlaten. Er is een kluisje aanwezig voor waardevolle spullen, vraag hier naar.

  • Draag tijdens het onderzoek geen oogmake-up en/of gekleurde lenzen omdat hier vaak ijzerhoudende deeltjes in zitten die het onderzoek kunnen beïnvloeden.

  • Het contrastmiddel dat u krijgt heeft invloed op bloeduitslagen. Dus als u ook bloed moet laten prikken kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 24 uur na het onderzoek.
    Lukt dit niet, vertel dan aan de verpleegkundige die bloed prikt dat u een onderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.

  • Heeft u een stoma, neem dan voor het onderzoek contact op met de stoma-verpleegkundige. Doordat u veel conrastvloeistof moet drinken en u hierdoor meer zult moeten poepen, zal uw stoma sneller vol zijn. Er kunnen dan voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen met het stoma te voorkomen.

Vanwege het onderzoek krijgt u een medicijn (Buscopan) ingespoten. Het kan zijn dat u daarna wazig ziet, dit gaat binnen enkele uren weer over. Maar u mag dan niet zelf autorijden. Zorg daarom voor vervoer naar huis.

Onderzoek

Melden

In verband met het drinken van de contrastvloeistof en het inbrengen van het infuus meldt u zich 1 uur en 15 minuten vóór de afgesproken tijd bij de balie van de afdeling radiologie, routenummer 040.

Hoe verloopt het onderzoek?

Lange broek, schoenen en bh moet u voor dit onderzoek uitdoen. Kleding waar géén metaal op of in zit mag u aanhouden (onderbroek, sokken, hemd of T-shirt), ook al uw sieraden (horloge, ringen, haarspeldjes e.d.) moet u af doen. Een eventueel kunstgebit/prothese zult u uit moeten doen.
In de onderzoeksruimte gaat u op een onderzoekstafel liggen en krijgt u een mat over uw buik die het signaal uit het lichaam opvangt. De tafel wordt in een tunnel geschoven. De tunnel is aan het begin en aan het einde open. Vervolgens worden de doorsnedefoto’s gemaakt. Bij het maken van de foto’s is het belangrijk dat u zo stil mogelijk blijft liggen. Tijdens het onderzoek hoort u een hard kloppend, onaangenaam geluid. Om dit geluid voor u te verminderen, krijgt u een koptelefoon met muziek op. U kunt uw eigen muziek meenemen.

Ondanks het geluid is er via een intercomsysteem en een alarmbel die u in uw hand krijgt, contact mogelijk met de laborant. Ook wordt u vanuit de bedieningsruimte via het glas in de gaten gehouden.

Duur

Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten.

Na het onderzoek

Is bij u contrastvloeistof ingespoten, dan plast u dit uit. Heeft u contrastvloeistof u gedronken, dan poept u het uit, u heeft hierdoor korte tijd last van diarree.

Geeft u uw kind borstvoeding, dan mag u na het toedienen van contrastmiddel 24 uur geen borstvoeding geven. U kunt het beste de moedermelk voor deze 24 uur afkolven. De afgekolfde melk mag u NIET gebruiken. De laborant vertelt u wanneer u naar huis kunt gaan. Na het onderzoek kunt u uw dagelijkse bezigheden weer hervatten.

Uitslag

De radioloog beoordeelt de foto’s. Hiervan stuurt de radioloog een verslag naar uw behandelend arts, die de uitslag met u bespreekt.

Heeft u nog vragen?

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 62

Bekijk de video

Wilt u zien hoe een MRI-onderzoek verloopt? Kijk dan op onze website naar deze video: http://www.bernhoven.nl/MRI-onderzoeken