Spring naar de content

Punctie van de buik met behulp van CT

Naar aanleiding van een eerder CT-onderzoek van de buik krijgt u dit onderzoek. De radioloog heeft op de foto’s afwijkend weefsel gezien. Uw behandelend specialist heeft met u besproken dat het afwijkende weefsel in het laboratorium nader onderzocht moet worden. Tijdens dit onderzoek wordt daarom een stukje van het afwijkende weefsel weggehaald met behulp van CT-onderzoek van de buik.
Voor dit onderzoek wordt u opgenomen op de afdeling ambulant centrum / dagbehandeling. Als u al opgenomen bent, wordt het onderzoek begeleid vanuit de afdeling waar u ligt.

De informatie in deze folder is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat het onderzoek is beschreven zoals dit meestal verloopt. Het kan zijn dat de radioloog een andere methode kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Ook risico's en bijwerkingen zijn in algemene zin beschreven. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog (gespecialiseerd arts) en een radiologisch laborant.

Wat is een CT–onderzoek?

CT staat voor Computer Tomografie. Bij een CT–onderzoek wordt er met behulp van röntgenstralen doorsnede foto's gemaakt. Deze foto's geven informatie over de vorm, structuur en ligging van de inwendige organen of weefsels in het te onderzoeken lichaamsgebied. Om een goede afbeelding van de buik te krijgen is contrastmiddelen nodig, deze moet thuis al ingenomen worden in verband met de inwerktijd. Het onderzoek is volkomen pijnloos. Het CT–apparaat maakt wel geluid en ziet eruit als een grote kast met een ronde opening.

Risico's en complicaties

De hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto's is zo weinig dat de kans op schadelijke effecten heel klein is, ook als u meerdere onderzoeken heeft ondergaan.
Ook bestaat een kans dat er door het prikken een bloeding of infectie in de buik komt. Wanneer er bij de darmen geprikt wordt, bestaat de kans dat er een gaatje in de darm geprikt wordt. In de meeste gevallen is deze complicatie gemakkelijk te herstellen.

De hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto's is zo weinig dat de kans op schadelijke effecten heel klein is, ook als u meerdere onderzoeken heeft ondergaan.
Het kan soms voorkomen dat u voorafgaand aan de punctie nog een kleine hoeveelheid contrastmiddel krijgt toegediend om nog een keer de afwijking goed in beeld te krijgen. Het contrastmiddel dat in uw arm gespoten wordt kan in een zeer zeldzaam geval een allergische reactie geven.

Contrastmiddel

  • Voor een betere beoordeling van de beelden, die gemaakt worden tijdens het onderzoek, is het soms nodig om een contrastmiddel via een infuus in uw bloedbaan te spuiten.
  • Moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilige middelen, waarbij slechts zelden bijwerkingen worden gezien.
  • Wanneer bij eerder onderzoek is gebleken dat u overgevoelig bent voor jodiumhoudend contrastvloeistof, moet u dit doorgeven aan uw behandelend arts en de laborant die u ophaalt voor het onderzoek.
  • Bij zwangerschap of het geven van borstvoeding geeft het toedienen van het contrastmiddel geen problemen.
  • Het contrastmiddel dat u krijgt tijdens dit onderzoek heeft invloed op eventuele bloeduitslagen. Wanneer u nog bloed moet laten prikken kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 24 uur na het onderzoek. Lukt dit niet, vertel dan bij het laboratorium dat u een onderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.
  • De contrastvloeistof, die u tijdens het onderzoek krijgt toegediend via het infuus, heeft mogelijk ook invloed op uitslagen van urineonderzoek. Wanneer u urine bij het laboratorium moet inleveren, kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 3x 24 uur ná het onderzoek. Lukt dit niet, vertel dan bij het laboratorium dat u een onderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.
  • Soms kan de kleine hoeveelheid vrij jodium in de contrastvloeistof een versnelde werking van de schildklier uitlokken. Dat kan vooral als uw schildklier al te snel werkt of als u hiervoor behandeld wordt. Het is niet aangetoond dat er geneesmiddelen zijn die dit kunnen voorkómen. Meldt u zich bij tekenen van versnelde schildklierwerking (zoals vermoeidheid, gewichtsverlies, niet verdragen van warmte, transpireren, nerveusheid, hartkloppingen) bij uw internist of huisarts.

Medicijnen

De volgende medicijnen mag u op de dag vóór en de dag van het onderzoek niet innemen:

  • NSAID’s (tegen pijn en om ontstekingen te remmen. voorbeelden: diclofenac, ibuprofen, naproxen en etoricoxib)

Heeft u nog vragen hierover, bespreek die dan met de dokter die dit onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Risicogroep

Het contrastmiddel kan bij bepaalde patiëntengroepen een verhoogd risico geven op een allergische reactie of nierschade. Als u in de risicogroep valt, kan het nodig zijn dat extra maatregelen getroffen worden ter voorbereiding op het onderzoek. Hierover wordt u apart geïnformeerd door de aanvrager van het onderzoek en via de folder: 'Allergische reactie bij contrastonderzoeken voorkomen' en/of ‘Contrastmiddel en extra voorzorgsmaatregelen.

Hoe bereidt u zich voor?

Als u zwanger bent

Als u zwanger bent of denkt zwanger te zijn, neem dan voor overleg telefonisch contact op met de afdeling radiologie.

Medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, heeft uw aanvragend arts aangegeven of en hoe u dient te stoppen met bloedverdunnende medicijnen. Is dit voor u niet duidelijk, overleg dan met deze arts. Als u bij de trombosedienst bekend bent, geef dan tijdig bij hen aan dat en wanneer u dit onderzoek ondergaat.

Vervoer naar huis

Als er geen complicaties zijn opgetreden, mag u na één tot twee uur naar huis. Omdat u medicijnen heeft gehad, kunt u niet zelf naar huis. Zorg er daarom voor dat iemand u komt ophalen na het onderzoek.

Onderzoek

Waar meldt u zich?

Op de afgesproken dag en tijd (één uur en 15 minuten vóórdat het onderzoek plaatsvindt) meldt u zich op de afdeling Ambulant Centrum / Dagbehandeling, routenummer 140. De verpleegkundige van deze afdeling geeft u uitleg over de gang van zaken. Voor u naar de afdeling Radiologie gaat voor de punctie, krijgt u medicijnen die u helpen te ontspannen tijdens het onderzoek. Ook krijgt u een infuus in uw arm. Dit is nodig om bij eventuele complicaties direct medicijnen te kunnen toedienen.

Hoe verloopt het CT–onderzoek?

Wanneer u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige u naar de CT-kamer van de afdeling radiologie.

Tijdens het onderzoek ligt u op een verschuifbare tafel. Het te onderzoeken gedeelte van uw lichaam wordt in de ronde opening van het CT-apparaat geschoven. In het CT-apparaat zit een röntgenbuis die om u heen draait en meerdere opnamen maakt uit steeds een andere hoek. U hoort hierbij een zoemend geluid van het apparaat. Tijdens het onderzoek moet u ontspannen en stil blijven liggen. De foto's kunnen mislukken als u zich beweegt.

Wanneer de radioloog de precieze plaats heeft gevonden van het afwijkende weefsel, wordt deze plaats gemarkeerd met een metalen rastertje. Het rastertje wordt op de huid geplakt en is dan zichtbaar op de foto. De plaats waar de radioloog gaat prikken, wordt nauwkeurig aangegeven, met een stift, op de huid. Hierna wordt de huid plaatselijk verdoofd met een injectie.  Daarna prikt de radioloog met een dunne holle naald op de juiste plek. Deze prik in de buik is van korte duur maar pijnlijk. Verdoven is helaas niet mogelijk. Als de holle naald er weer uitgehaald wordt, wordt er vanzelf een stukje weefsel meegenomen door de vorm van deze naald. De holle naald wordt meerdere keren ingebracht, zodat er meerdere stukjes weefsel uitgehaald worden voor nader onderzoek. Het weefsel wordt nader onderzocht in een medisch laboratorium. Hierna worden nog enkele controle foto’s gemaakt. Op het prikgaatje wordt een pleister geplakt en het onderzoek is klaar.

Hoe lang duurt het onderzoek?

Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

Na het onderzoek

De verpleegkundigen van de afdeling komen u na het onderzoek weer ophalen. Als het onderzoek zonder problemen verlopen is, mag u na één tot twee uur weer naar huis. Vanwege de medicijnen mag u NIET zelf autorijden.

Uitslag

De uitslag van het onderzochte weefsel wordt naar uw behandelend arts gestuurd. Deze arts bespreekt  de uitslag met u.

Heeft u nog vragen?

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie.

Telefoon 0413 - 40 19 62