Spring naar de content

Laparoscopische pelviene lymfeklierdissectie (plkd)

Uw behandelend uroloog heeft met u gesproken over deze kijkoperatie (laparoscopische ingreep). In deze folder kunt u de informatie over deze ingreep nog eens rustig nalezen. Het is niet de bedoeling dat deze schriftelijke informatie de persoonlijke gesprekken met uw uroloog vervangt. Met problemen of vragen kunt u altijd terecht bij uw uroloog. U kunt ook een afspraak maken bij één van de casemanagers van de polikliniek urologie.

Waarom een laparoscopische lymfeklierdissectie?

Bij u is prostaatkanker ontdekt. De arts moet bepalen welke behandeling voor u de beste is. Daarvoor is het belangrijk om te weten of er uitzaaiingen aanwezig zijn in de lymfeklieren rondom de prostaat. Deze lymfeklieren liggen in het bekken onder in de buik. Om zekerheid te krijgen over uitzaaiingen moeten de lymfeklieren onderzocht worden door de patholoog. Daarom worden de lymfeklieren in het gebied van de prostaat verwijderd en onderzocht.

Deze laparoscopische ingreep wordt vaak toegepast als:

  • de PSA-waarde aan de hoge kant is
  • er uit de biopsie van de prostaat gebleken is dat u een wat agressievere soort prostaatkanker heeft.
  • er uit de mri geen duidelijk beeld komt of er lymfeklieren zijn, waarin zich kankercellen bevinden. Hierdoor is er een wat grotere kans dat er lymfeklieren aangetast zouden kunnen zijn.

Hoe verloopt de operatie?

Bij een kijkoperatie wordt eigenlijk hetzelfde gedaan als bij een ‘gewone’ operatie. Bij deze ingreep worden de lymfeklieren rondom de prostaat weggenomen. Maar nu zonder daarvoor een grote snee/wond in de buik te hoeven maken. Eerst wordt de buik opgeblazen met koolzuurgas (CO2). Dit is een onschadelijk gas. Het opblazen van de buik is nodig om ruimte te maken tussen de verschillende organen, waardoor het mogelijk is om veilig te kunnen opereren. Daarna wordt een aantal (meestal drie tot vijf) buisjes van zo’n 0,5 of 1 cm dik in de buik gebracht. De wondjes in de buikwand worden dus maar 0,5 en 1 cm! Door één van de buisjes wordt een camera ingebracht zodat de uroloog op een beeldscherm de buikinhoud kan zien. Door de andere buisjes worden instrumenten ingebracht waarmee wordt geopereerd, zoals bijvoorbeeld schaartjes en een pincetje. De uroloog kijkt de hele operatie op het beeldscherm wat er in de buik gebeurt. Daarom heet de operatie een kijkoperatie. Soms lukt het niet om de lymfeklieren door een sneetje van 1 cm naar buiten te brengen. Dan is het nodig één van de sneetjes iets groter te maken. Aan het einde van de ingreep wordt al het koolzuurgas verwijderd.Daarna worden de wondjes gesloten.

Waarom een kijkoperatie?

Een kijkoperatie heeft voor de patiënt verschillende voordelen ten opzichte van een ‘open’ operatie. De pijn zal veel minder zijn, omdat u geen grote buikwond heeft. Meestal kunt u snel weer eten en drinken en uit bed komen. U herstelt sneller en mag meestal eerder naar huis. Voor deze ingreep blijft u gemiddeld drie dagen in het ziekenhuis. De tijd tot volledig herstel (het moment waarop u alles weer kunt (dat u voor de ingreep ook kon) is veel korter.

Hoe wordt u voorbereid?

  • Op de dag van de operatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Urologie.
  • U krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige.
  • Er wordt bloed geprikt.
  • Het operatiegebied wordt onthaard. Dit gebeurt op de operatieafdeling.
  • Voor de operatie moet u nuchter zijn.
  • U krijgt uit voorzorg eenmaal daags een injectie om trombose te voorkomen. Er worden ook speciale kousen aangemeten die u de eerste twee weken 24 uur per dag moet dragen om trombose te voorkomen. Daarna draagt u de kousen tot dat u weer net zo mobiel bent als voor de operatie.

Lukt het altijd via een kijkoperatie?

Het antwoord hierop is nee. Soms blijkt bij de kijkoperatie dat toch een ‘open’ operatie nodig is. Hiervoor kunnen allerlei redenen zijn. Het kan zijn dat de uroloog niet goed de lymfeklieren in beeld kan krijgen. Dit komt bijvoorbeeld doordat er veel verklevingen zijn door eerdere operaties. Het belangrijkste is dat de operatie goed en veilig gebeurt, met zo weinig mogelijk risico’s. Wanneer de uroloog niet 100% zeker weet hoe de ‘vork in de steel’ zit, zal hij niet verder gaan met de kijkoperatie. In dat geval zal hij meteen overgaan tot een open operatie en zult u dus toch een grotere wond krijgen dan de bedoeling was. De uroloog heeft dit voor de ingreep met u besproken.

Zijn er bijwerkingen of risico’s?

Bij elke ingreep, hoe klein ook, kunnen er problemen optreden. Na een kijkoperatie kunnen, net als na een ‘gewone’ operatie, complicaties optreden zoals nabloeding of wondinfectie. Kort na de ingreep kunt u door prikkeling door het gebruikte CO2-gas pijn ter hoogte van het sleutelbeen krijgen. Bij hoge uitzondering kan het gebeuren dat er beschadigingen aan andere organen optreden.

Nazorg

U krijgt een afspraak mee voor controle bij de uroloog, voor een week na de operatie. In dit gesprek krijgt u de uitslag. Is de uitslag goed? Dan zijn er geen kwaadaardige cellen in de lymfeklieren gevonden. U krijgt dan een in opzet curatieve (genezende) behandeling voorgesteld. De uroloog bespreekt dit met u. Is de uitslag niet goed? Dan zijn er wèl kwaadaardige cellen gevonden in de lymfeklieren. U krijgt dan een palliatieve behandeling voorgesteld. Dit is een behandeling die de ziekte terugdringt, maar niet kan genezen. Dit zal de uroloog met u bespreken.

Herstel thuis

U gaat de dag na de operatie weer naar huis. In de eerste periode thuis kunt u last hebben van de volgende klachten en verschijnselen:

  • Pijn. Als u hiervan last heeft mag u pijnstillers gebruiken.
  • Vermoeidheid. Als gevolg van de operatie/verdoving kan uw conditie verminderd zijn, wat zich kan uiten in vermoeidheid. Het is belangrijk niet aan dit signaal voorbij te gaan en zorg te dragen voor een goede balans tussen activiteit en rust. Uw conditie zal weer mettertijd verbeteren.

Leefregels en adviezen voor thuis

Voor een goed herstel is het beter dat u:

  • de eerste vier tot zes weken geen zware lichamelijke arbeid verricht. Zwaar tillen, zware huishoudelijke werkzaamheden en bijvoorbeeld sporten kunt u beter niet doen.
  • de eerste weken niet fietsen. Als u zich goed voelt, is autorijden geen probleem.

Als u voor de operatie bloedverdunnende middelen gebruikte, mag u het gebruik hiervan alleen hervatten op voorschrift van de arts. Voordat u naar huis gaat wordt u verteld wanneer u de bloedverdunners weer kunt hervatten, of u hoort dit tijdens de eerste controle afspraak op de polikliniek. Het is goed om de eerste weken minstens twee tot drie liter vocht per dag te drinken. Dan herstelt u beter. Het is nodig dat u vezelrijke voeding eet (bijvoorbeeld: bruin/volkoren brood, veel fruit). Dit bevordert een regelmatige stoelgang.

Hoe verzorgt u uw wond?

Als gevolg van de laparoscopische operatie heeft u enkele kleine wondjes. Deze zijn gehecht met een oplosbare hechting, die u dus niet hoeft te laten verwijderen. Het kan ook zijn dat de wondjes dicht zijn geplakt met zwaluwstaartjes. Deze kunt u er dan het beste twee weken op laten zitten. U hoeft thuis geen pleister op de wondjes te doen, behalve als er vocht uit de wond komt. Dat er de eerste tijd een beetje roségekleurd wondvocht uit de wondjes komt, is normaal. U mag thuis gewoon douchen tenzij u van de arts en/of verpleegkundige een ander advies heeft gekregen. U kunt beter nog geen bad nemen. Dit mag weer na twee weken.

Bij problemen

Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?

  • Als u koorts boven de 38.5 °C krijgt.
  • Als u pijnklachten heeft die niet verdwijnen na het innemen van pijnstilling.
  • Als u plotseling helder rood bloed of pus verliest via de wondjes.
  • Als de wondjes rood of gezwollen zijn, terwijl dat eerder niet zo was.

Heeft u nog vragen?

Heeft u na uw ontslag uit het ziekenhuis problemen die te maken hebben met deze ingreep? Dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek urologie,

  • telefoonnummer 0413-401968, route 151.

Doen deze problemen zich voor in de avond/nachturen of in het weekend? Dan kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp,

  • telefoonnummer 0413-401000

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Bespreekt u deze dan met uw behandelend arts of met de casemanager Urologie. Telefoonnummer polikliniek Urologie: 0413-401968

Meer informatie

Meer informatie vindt u op de website www.urolog.nl