Spring naar de content

Veelgestelde vragen Reumatologie

‘Reuma’ is een verzamelnaam voor allerlei aandoeningen van het bewegingsapparaat die niet door een ongeval worden veroorzaakt.

Zie ook: Aandoeningen en behandelingen

Reumafactoren zijn antistoffen tegen menselijke eiwitten. Ze worden vooral gevonden in het bloed van mensen met reumatoïde artritis (RA). Daarnaast kunnen ze echter ook bij andere ziektebeelden worden gevonden. Ze komen soms zelfs voor bij gezonde mensen. Ongeveer 70 % van de patiënten met reumatoïde artritis heeft reumafactoren. In 30 % van de patiënten met RA worden geen reumafactoren gevonden. Ongeveer 2-5 % van de gezonde mensen heeft reumafactoren zonder dat er sprake is van een reumatische ziekte. Het hebben van 'reuma' in het bloed betekent dus lang niet altijd dat er sprake is van een reumatische ziekte.

Dit is afhankelijk van de aard van de reumatische aandoening en van de agressiviteit van de ziekte. Nadat eerst de juiste medicijnen worden gezocht om de ziekte goed onder controle te krijgen,  wordt daarna bekeken of in een rustige fase van de ziekte de medicatie kan worden verminderd of zelfs helemaal gestopt kan worden. Medicijnen worden natuurlijk ook gestopt als ze niet aanslaan of als ze te veel bijwerkingen geven. Bij een gedeelte van de patiënten  met gewrichts- of spierreuma zal blijken dat de ziekte weer actief wordt en blijft men dus van medicijnen afhankelijk. Een gedeelte van de patiënten kan  definitief stoppen. Tot slot keert bij een deel van de patiënten de ziekteactiviteit in een later stadium (soms wel pas jaren na het stoppen van de medicijnen) terug waarna hervatting van medicatie noodzakelijk kan zijn.

Optimale voeding is voor iedereen van belang, zowel voor gezonde als voor zieke mensen.
Voor het merendeel van de reumatische aandoeningen hebben specifieke diëten geen effect op het ziekteproces. Slechts voor enkele aandoeningen zijn dieetadviezen wel zinvol.
Jicht is hier een voorbeeld van. Jicht is een aandoening die gekenmerkt wordt door aanvallen van gewrichtsontstekingen, veroorzaakt door een te hoog urinezuurgehalte in het bloed. Door het verlagen van de urinezuurspiegel in het bloed kunnen aanvallen voorkomen worden. Specifieke dieetaanpassingen met als doel het verlagen van de urinezuurspiegel kunnen een gering effect hebben alhoewel meestal toch nog medicijnen nodig zijn om het urinezuurgehalte te normaliseren. Voedingsmiddelen die het urinezuur in het bloed doen toenemen zijn o.a. alcohol, vette vissoorten zoals haring en makreel, ansjovis, orgaanvlees en peulvruchten.
 
Ook bij osteoporose (botontkalking) is voeding belangrijk.
Voor de kwaliteit van de botten is het van belang om te zorgen voor voldoende zuivelinname. Om de botten zo sterk mogelijk te houden, is ±1000 - 1200 mg calcium per dag nodig. Dit kan gehaald worden door voldoende zuivelproducten te gebruiken zoals melk, vla en kaas. Ook voldoende vitamine D is van belang (halvarine/zonlicht)
In het algemeen kan geadviseerd worden te zorgen voor voldoende afwisseling in de dagelijkse voeding, zoals goed is voor een gezond lichaam in het algemeen.

Soms hoor je in het nieuws dat er nieuwe goedwerkende reumamedicijnen zijn. Kan ik die als reumapatiënt ook meteen krijgen?

Dit moet u navragen bij uw behandelend reumatoloog. De laatste jaren zijn er vele ontwikkelingen op het gebied van medicijnen tegen ontstekingsreuma. De nieuwe medicijnen zijn niet altijd beter dan de al bestaande medicijnen. Ook zijn niet alle medicijnen voor alle vormen van reuma of voor alle patiënten geschikt. Uw reumatoloog kan samen met u kijken of deze medicijnen voor u geschikt zijn.

In het algemeen geldt, dat op een goede manier in beweging blijven van groot belang is. Zowel te zware inspanning (overbelasting) als weinig activiteiten (onderbelasting) heeft nadelige effecten op de kwaliteit en conditie van onze spieren, gewrichten en botten. Bij de reumapatiënt zal de intensiteit van werk en sport zonodig moeten worden aangepast aan de ernst en activiteit van de reuma-aandoening. In fases met actieve gewrichtsontstekingen moeten de betreffende gewrichten niet zwaar belast worden. Welke adviezen nodig zijn in iedere individuele situatie zal per patiënt moeten worden bekeken. Algemene adviezen voor de mate van lichamelijke belasting worden gegeven door de reumatoloog en paramedici (zoals de reumaconsulent, fysiotherapeut, ergotherapeut). Een bedrijfsarts en/of keuringsarts neemt uiteindelijk de beslissing of een reumapatiënt wel of niet zijn werk mag blijven doen, of geschikt wordt geacht om vervangend werk te doen.

Bij een aantal vormen van reuma speelt erfelijkheid een rol, echter bij heel veel vormen niet. Daarnaast zijn er nog andere factoren van belang bij het ontstaan van de ziekte. Er zijn géén betrouwbare testen beschikbaar waarmee je kunt voorspellen of een kind later eenzelfde vorm van reuma zal krijgen als zijn moeder of vader. Testen van kinderen is dus niet zinvol. Daarnaast is er geen bewijs beschikbaar waaruit blijkt dat behandeling met medicijnen vóórdat verschijnselen van de ziekte zich openbaren zinvol is. Dat betekent dus, dat behandeling voor chronische reumatologische  aandoeningen pas start, op het moment dat een patiënt klachten krijgt van de ziekte. Dus al zou betrouwbare screening op aanleg voor ontwikkeling van reuma in de toekomst mogelijk zijn dan heeft het nog geen meerwaarde.

De reumaconsulent is een verpleegkundige die speciaal is opgeleid om patiënten met een reumatische aandoening te begeleiden en van adviezen te voorzien. De consulenten zijn als het ware een verlengstuk van de reumatoloog bij de begeleiding van patiënten met reuma. Zo inventariseren zij leef- en werkomstandigheden om een indruk te krijgen over de lichamelijke en geestelijke belasting die een reumatische aandoening met zich mee kan brengen. Door die inventarisatie kunnen zij per patiënt toegespitste adviezen geven over aanpassing van activiteiten. Zij kunnen informatie verstrekken over welke wegen moeten worden bewandeld om in aanmerking te komen voor vergoedingen van aanpassingen en dergelijke. Ook kunnen zij aanvullende uitleg geven over de medicatie die is ingesteld via de reumatoloog en over het nut van andere vormen van behandeling zoals fysiotherapie, houdingstherapie en ergotherapie.

Ik heb reumamedicijnen en wil een reis gaan maken waarvoor ik vaccinatie nodig heb. Mogen die vaccinaties worden gegeven?

De medicijnen die worden gebruikt bij reumatische ontstekingsziekten zoals prednison, specifieke antireumatica (bijvoorbeeld Methotrexaat en sulfasalazine) en biologicals (TNF-blokkers, anti-B-cel therapie) werken afweeronderdrukkend. Dat betekent dat de eigen afweer van de patiënt wordt geremd en dat men daarom gevoeliger wordt voor het krijgen van infecties. Het is daarom goed om optimale bescherming te hebben tegen infecties die u kunt oplopen. De meeste vaccinaties kunnen tijdens het gebruik van bovengenoemde medicijnen worden gegeven: dit geldt voor de zogenaamde niet-levende vaccins. Als het echter een levend vaccin betreft, mag dit in het algemeen NIET worden gegeven. Als u reumamedicatie gebruikt overleg dan altijd eerst even met uw reumatoloog en GGD-arts vóórdat u een vaccin laat toedienen.

Extra opmerking: omdat de genoemde reumamedicijnen de afweer verminderen, kan het zijn dat de vaccins minder effectief zijn dan bij mensen met een normale afweer. U bent dus na vaccinatie niet zondermeer maximaal beschermd en moet rekening blijven houden met goede hygiëne.

Bij klachten van het bewegingsapparaat zal in eerste instantie de huisarts bezocht worden. In de meeste gevallen zal deze een juiste diagnose kunnen stellen en adequate adviezen geven of behandeling instellen. Bij twijfel over de aard van de aandoening of onvoldoende resultaat van de behandeling kan hij een advies vragen van de reumatoloog. Meestal kan een dergelijk advies gegeven worden nadat de reumatoloog u een of tweemaal op zijn spreekuur onderzocht heeft. De behandeling kan dan door de huisarts verder overgenomen worden.
Bij bepaalde klachten zoals aanhoudende gewrichtsontstekingen of bij onbegrepen ziektebeelden kan ook verwijzing naar de reumatoloog plaatsvinden. In dergelijke gevallen zal diagnose en behandeling door de reumatoloog plaatsvinden. Bij een aantal ziektebeelden – vooral die met ontstekingen gepaard gaan zoals reumatoïde artritis e.d. – zal chronische begeleiding van de reumatoloog noodzakelijk zijn.

Jicht is een plotse ontsteking, meestal in voet, enkel of knie, die ontstaat door het neerslaan van urinezuurkristallen in en rond de gewrichten. Er zijn goede medicijnen om de aanval te bestrijden. Ook zonder behandeling gaat de pijnlijke zwelling als regel in enkele weken weer over. Meestal komt er na één aanval een andere, maar dat kan maanden tot jaren duren. Het is goed om daarop voorbereid te zijn door iets in huis te hebben om zonodig in te nemen (in overleg met de huisarts). Een aanval komt altijd op het verkeerde moment! Een verhoogd urinezuur kan vele oorzaken hebben. Wat u zelf kunt doen om het urinezuur te verlagen is te zorgen voor een ideaal lichaamsgewicht (hoe zwaarder, hoe hoger het urinezuur). Daarnaast is het van belang het alcoholgebruik te beperken. Bier (ook alcoholvrij bier!) is het meest urinezuurverhogend, sterke drank iets minder en het nadelige effect van wijn lijkt mee te vallen. Er zijn verschillende voedingsmiddelen die veel urinezuur (of bestanddelen die afgebroken worden tot urinezuur) bevatten. Die kunt u het beste met mate gebruiken ( zie ook 'zijn dieetmaatregelen zinvol voor patiënten met een vorm van reuma?')

Prednison kan veel bijwerkingen hebben. Het bevordert de eetlust, waardoor mensen vaak zwaarder worden. Ook de verdeling van het lichaamsvet verandert, waardoor het gezicht, de nek en de buik dikker kunnen worden. Bloeduitstortingen in de huid treden sneller op bij vooral oudere mensen. Het kan de bloeddruk wat verhogen en verhoogde bloedsuikers geven. Soms kan het suikerziekte uitlokken. Het kan ontwikkeling van staar versnellen. Het is niet goed voor het bot.
Deze opsomming is lang niet volledig. De bijwerkingen hangen veelal af van de dosis en de duur van de prednisonbehandeling. Langdurige behandeling met hogere dosering geeft de meeste bijwerkingen. Kortdurende behandeling met hogere doses en langer durende behandelingen met zeer lage doses zijn minder ongunstig. Daarom wordt er ook naar gestreefd de dosering zo laag mogelijk en de duur van de behandeling zo kort mogelijk te houden. Ook de wijze van toediening speelt een rol. Injecties met cortison preparaten in de spier hebben minder nadelen en injecties van corticosteroïden in gewrichten hebben nauwelijks gevolgen voor het lichaam.
Wat u zelf kunt doen is vanaf het begin uw eetlust onder controle houden. Zorg voor voldoende calcium en vitamine D in de voeding met het oog op de botten. Calcium zit met name in zuivelproducten. Eventueel kan aangevuld worden met calciumtabletten. In sommige gevallen is het verstandig meteen te starten met medicijnen tegen botontkalking (osteoporose). Goed in beweging blijven is natuurlijk ook belangrijk om sterke botten te houden.