Spring naar de content

Operatie aan de neusbijholten

Let op, bij opname meebrengen: Xylometazoline HCL neusspray 1,0 mg/ml.

Inleiding

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten dat bij u een operatie aan de neusbijholten wordt verricht. Deze operatie wordt ook wel infundibulotomie of bij uitgebreidere operatie,endonasale etmoidectomie genoemd. In deze folder leest u hoe deze operatie in Bernhoven verloopt.

Neusbijholten

Boven, naast en achter de neus bevinden zich holle ruimten in het hoofd, de zogenaamde `neusbijholten', die in directe verbinding staan met de neus. De neusbijholten bestaan uit:

  • 2 voorhoofdsholten (gelegen boven de ogen)
  • 2 kaakholten (gelegen achter de wangen)
  • 2 zeefbeenholten (deze bestaan uit een groot aantal kleine holten en bevinden zich tussen de neus en de ogen)
  • 2 wiggebeensholten (gelegen ver achter boven in de neus).

Een operatie aan de neusbijholten vindt plaats wanneer een ontsteking aan de neusbijholten, ondanks behandeling met medicijnen of spoelingen, niet geneest. Bij een dergelijke chronische ontsteking kan slechts één bijholte ontstoken zijn, maar er kunnen ook meerdere bijholten tegelijk ontstoken zijn. Een operatie aan de neusbijholten kan ook nodig zijn om poliepen te verwijderen. Poliepen zijn goedaardige zwellingen van het slijmvlies van de neus en de bijholten. Tijdens de operatie worden de neusbijholten schoongemaakt en wordt de doorgang van de bijholten naar de neus hersteld.

Voorbereiding

Opname

Voor een operatie aan de neusbijholten wordt u één dag opgenomen op afdeling Ambulant Centrum. Route 140.  In enkele gevallen moet u  één nacht blijven. Dat is afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep en uw medische geschiedenis en hierover wordt u door uw arts geïnformeerd. U krijgt telefonisch bericht van de opname planning zodra de datum van de operatie bekend is. Dit is meestal twee weken voor de operatie.

Preoperatief Poliklinisch Onderzoek (PPO)

De afdeling Opname maakt voor u een afspraak voor het preoperatief poliklinisch onderzoek (PPO). Tijdens dit spreekuur heeft u een gesprek met een doktersassistente, een verpleegkundige en met de anesthesioloog, deze specialist  geeft u uitleg over  de verdoving.

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

Dag van de operatie

Melden

U meldt zich op de afgesproken dag bij de balie van afdeling Ambulant Centrum. Route 140. Een verpleegkundige ontvangt u en geeft u uitleg. Op de afdeling krijgt u operatiekleding aan. De verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de operatie-afdeling.

Verdoving

De operatie vindt plaats onder algehele narcose (verdoving). Als voorbereiding op de verdoving krijgt u op de afdeling waar u bent opgenomen een rustgevend medicijn en pijnmedicatie. Op de  operatie-afdeling krijgt u via een infuus in uw arm de narcose toegediend. Eventuele vragen over de verdoving kunt u op het spreekuur PPO met de anesthesioloog bespreken.

De operatie

Bij deze operatie maakt de KNO-arts gebruik van een endoscoop. Een endoscoop is een klein buisje met een lens, waardoor de arts de bijholten kan bekijken. Met behulp van de endoscoop worden instrumenten ingebracht waarmee de bijholten worden schoongemaakt en de doorgang naar de neus wordt hersteld. De endoscoop wordt via de neusopening ingebracht, waardoor er uitwendig geen littekens ontstaan. In sommige gevallen wordt na de operatie een tampon in de neus achtergelaten.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals nabloeding en wondinfectie. Gelukkig komen deze zeer weinig voor. Daarnaast zijn er meer specifieke ingreepgebonden complicaties mogelijk:

  • het is mogelijk dat er, later dan de operatiedag,neusbloedingen op treden;
  • complicaties bij het oog: bloeduitstorting in de oogkas, lucht in de oogkas door snuiten; direct na de operatie (hierbij is het oog dik en u hoort een knisperend geluid bij het drukken);
  • heel zelden kan er via de neus lekkage van het hersenvocht optreden.

Na de operatie

Na de operatie komt u op de uitslaapkamer. Zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, wordt u opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling. Na de operatie kunt u pijn aan uw neus hebben. Hiervoor geeft de verpleegkundige van de afdeling u regelmatig pijnstilling.

  • U mag niet snuiten en bij niezen de neus niet dichtknijpen!
  • In uw arm zit een infuus. Als u niet misselijk bent, u heeft wat gedronken, en geplast, verwijdert de verpleegkundige het infuus.
  • De dag van de operatie houdt u bedrust. U mag wel in overleg met de verpleegkundige uit bed om naar het toilet te gaan.
  • Na de operatie kan er vers bloed of bloederig slijm uit de neus komen. Dit is normaal. Van de verpleegkundige krijgt u uitleg en instructies over het spoelen van de neus. Dit spoelen is nodig om te voorkomen dat er korsten in de neus ontstaan.
  • U mag enkele uren na de ingreep gewoon eten en drinken.
  • Wanneer er na de operatie tampons in uw neus zijn gebracht, kunt u hiervan een drukkend gevoel in de neus en hoofdpijn krijgen. U kunt niet door de neus ademen en u krijgt daardoor een droge mond. Ook is het mogelijk dat uw ogen gaan tranen. De onderkant van de neus is bedekt met een gaasje. De neus bloedt soms een beetje na. Het gaasje wordt regelmatig door de verpleegkundige  verschoond. De tampons worden meestal enkele uren na de operatie verwijderd door de KNO-arts of de verpleegkundige. Soms blijven de tampons op advies van de KNO arts 1à 2 dagen zitten. Zorg dat u voor de eerste dagen gaasjes van 5 bij 5 cm. in huis heeft. 

Naar huis

Wanneer?

Tenzij anders met u is afgesproken, mag u de dag van de operatie naar huis. Het wordt aanbevolen om de eerste 24 uur na de ingreep opvang geregeld te hebben, zodat u niet alleen bent en zonodig geholpen kunt worden. Van de verpleegkundige krijgt u instructie en spullen voor het spoelen van de neus mee.U krijgt van de verpleegafdeling een instructie mee voor thuis, daarop staat de termijn vermeld wanneer u weer op controle moet komen. U maakt hiervoor zelf de afspraak bij polikliniek KNO, route 020, telefoonnummer: 0413 - 40 19 47.

Adviezen voor thuis

Uw neus heeft tijd nodig om te genezen. Onderstaande adviezen bevorderen de genezing en verminderen de kans op het ontstaan van complicaties:

  • Gedurende de dag dat u thuiskomt doet u het rustig aan, dus niet zwaar tillen, bukken en persen op de ontlasting.
  • Spoel uw neus zes maal daags met een zoutoplossing (een halve afgestreken theelepel zout oplossen in een beker lauw warm water, en deze vloeistof met behulp van een spuitje de neus spoelen). Naarmate de neus schoner wordt, kunt u het aantal keren spoelen afbouwen.
  • Snuit uw neus de eerste dagen na de operatie niet. Het is beter de neus op te halen.
  • De tweede dag na de operatie kunt u lichte werkzaamheden hervatten. Wanneer uw normale werkzaamheden bestaan uit het verrichten van zware lichamelijke handelingen, wacht u met het hervatten hiervan tot zeven dagen na de ingreep. Overleg bij twijfel met uw behandelend arts of de verpleegkundige.
  • Spray uw neus gedurende 10 dagen,1- 3 maal daags met neusspray. Hierbij sprayt u in beide neusgaten één pufje met xylometazoline 1,0 mg/ml, dit is om uw neus open te houden. Negeer de opmerking in de bijsluiter over het niet gebruiken na een neusoperatie.  

Problemen thuis

Bij problemen na de operatie neemt u tijdens kantooruren contact op met de polikliniek KNO-heelkunde Telefoonnummer: 0413 - ­40 19 47

 Buiten kantooruren en in het weekend neemt u contact op met de Spoedeisende Hulp. Telefoonnummer: 0413 - 40 10 00. Mocht het nodig zijn dat u naar de spoedeisende hulp komt buiten kantooruren, volg bij het ziekenhuis dan de borden 'Spoedpost'.

U moet bellen wanneer:

  • Uw neus verstopt raakt en u krijgt deze met spoelen en sprayen niet open.
  • U koorts krijgt boven de 38.5º C.
  • U een kloppende pijn voelt in uw neus.
  • Uw neus flink gaat bloeden en de bloeding stopt niet binnen 15 minuten.
  • U een blauw oog krijgt of dubbel gaat zien.
  • U uit één neusgat helder vocht verliest bij voorover buigen.

Vragen

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de Polikliniek KNO-heelkunde.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47. Route 020

Meer informatie

Voor meer algemene informatie zie ook: www.kno.nl