Spring naar de content

Snurkoperatie

Algemeen

In overleg met uw arts heeft u besloten dat u wordt geopereerd omdat u snurkt tijdens uw slaap. In deze folder leest u hoe deze operatie in Bernhoven wordt uitgevoerd.

Snurken

Snurken is het maken van een zagend, ruisend of brommend keelgeluid tijdens de slaap.

Snurkoperatie

  1. Zijaanzicht van de neusholte
  2. Mondholte
  3. Tong
  4. Harde gehemelte
  5. Zachte gehemelte met in het midden daarvan de huig
  6. Keelholte
  7. Stembanden
  8. Luchtpijp
  9. Slokdarm
  10. Adamsappel

Wanneer u ademhaalt komt er lucht door de ruimte tussen het zachte  gehemelte (zie tekening) en de achterkant van de tong. Als u ligt, komen het gehemelte en de achterkant van de tong dicht bij elkaar. De luchtweg is dan versmald. De lucht zorgt ervoor dat het weefsel van het gehemelte en de achterkant van de tong trillen, waardoor het snurkende geluid ontstaat.

Voordat een snurkoperatie wordt verricht, is het in sommige gevallen nodig om door middel van een kijkoperatie (= slaapendoscopie) na te gaan waar het snurken precies vandaan komt. Bij een slaapendoscopie wordt u door middel van een slaapmiddel in slaap gebracht. Vervolgens wordt tijdens het slapen (en snurken) met een endoscoop (een dun buisje) naar de neus en keel gekeken en beoordeeld waar het snurken precies vandaan komt.

Voorbereiding

Opname

Voor de snurkoperatie wordt u één dag opgenomen op het ambulant centrum op de afdeling Dagbehandeling. Routenummer 140.

Opname Planning informeert u over de datum waarop u wordt opgenomen. Ook wordt met u een afspraak gemaakt voor het spreekuur PPO (Preoperatief Poliklinisch Onderzoek). Op dit spreekuur heeft u een gesprek met een dokterassistente, een verpleegkundige en met de anesthesioloog (= de specialist die voor de verdoving zorgt).

Denk aan uw Actueel Medicijn Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

De operatie

Verdoving

Een snurkoperatie wordt uitgevoerd onder een algehele verdoving (= narcose). Eventuele vragen over de verdoving kunt u op het spreekuur PPO met de anesthesioloog bespreken.

Het verloop van de operatie

Op de afdeling krijgt u een pijnstiller en een medicijn om wat rustiger te worden (ter voorbereiding op de verdoving). Tevens krijgt u operatiekleding aan. Dit is nodig in verband met de steriliteit op de operatiekamer. Vervolgens brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. Hier krijgt u een infuus in uw arm waardoor de anesthesioloog de verdoving toedient. Hierna valt u in slaap.

Afhankelijk van de plaats waar het snurken vandaan komt, kan de KNO-arts de snurkoperatie op verschillende manieren uitvoeren:

1. Coblatie behandeling

Hierbij wordt het gehemelte door middel van een naald verwarmd. Hierbij ontstaat geen echte brandwond, maar er treedt verlittekening op in het zachte gehemelte. Littekenweefsel is stijver dan normaal weefsel, zodat het gehemelte minder makkelijk kan trillen en het snurken minder  gemakkelijk optreedt.

2. CUPP (Coblatie Uvulo Palato Plastiek) 

Bij deze ingreep wordt de huig korter gemaakt en het zachte gehemelte aan de zijkanten van de huig ingesneden. Hierdoor wordt de overgang van de neus naar de keel ruimer, waardoor het snurken meestal verdwijnt.

3. UPPP (Uvulo Palato Faryngo Plastiek)

Hierbij wordt een groot gedeelte van de huig en het zachte gehemelte verwijderd. Zo nodig worden ook de keelamandelen verwijderd. De wond die hierbij ontstaat, wordt met oplosbare hechtingen gehecht. Door deze operatie wordt de overgang van de neus naar de keel ruimer,  waardoor het snurken meestal verdwijnt.

Duur

De operatie duurt ongeveer 5 tot 30 minuten. Dit is afhankelijk van de wijze waarop de operatie wordt uitgevoerd.

Na de operatie

Na de operatie blijft u in de uitslaapruim­te tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de afdeling u weer op.

1. Wanneer de operatie is uitgevoerd volgens de UPPP methode

Na de operatie

  • Om een nabloeding te voorkomen is het verstandig om het rustig aan te doen.
  • U krijgt vloeibaar voedsel.  De dag na de operatie mag u weer normaal eten maar niet te warm.
  • Wanneer u na de operatie pijn in uw keel en / of oren heeft, kan de  verpleegkundige u hiervoor een pijnstiller geven.
  • Het is belangrijk dat u veel drinkt! Dit voorkomt infectie in de keel en vermindert daarmee de pijn en de kans op nabloe­den. Het is beter geen koolzuurhoudende dranken te gebruiken. Het beste kunt u extra koude dranken drinken en eventueel waterijs eten, liefst elke 30 minuten.

2.  Wanneer de operatie is uitgevoerd middels coblatie of volgens de CUPP methode

Na de operatie

  • Wanneer u na de operatie pijn in uw keel en / of oren heeft, kan de  verpleegkundige u hiervoor een pijnstiller geven.
  • Gebruik met name zacht voedsel (voedsel wat gemakkelijk geprakt en doorgeslikt kan worden).
  • Het is belangrijk dat u veel drinkt! Dit voorkomt infectie in de keel en vermindert daarmee de pijn en de kans op nabloe­den. Het is beter geen koolzuurhoudende dranken te gebruiken. Het beste kunt u extra koude dranken drinken en eventueel waterijs eten.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico’s op complicaties van een operatie, zoals een nabloeding en wondinfectie. Gelukkig komen deze weinig voor.
Wanneer de operatie is uitgevoerd volgens de CUPP of UPPP methode, kunt u zich na de operatie sneller verslikken. Soms komt dan bij het drinken de vloeistof door de neus naar buiten. Deze klacht verdwijnt na enkele dagen tot weken vanzelf. Tevens is het mogelijk dat uw stem tijdelijk verandert.

Naar huis

Wanneer

Normaal gesproken gaat u de dag van de operatie weer naar huis.

 U krijgt van de verpleegafdeling een instructie mee voor thuis, daarop staat de termijn vermeld wanneer u weer op controle moet komen. U maakt hiervoor zelf de afspraak bij polikliniek KNO, route 020, telefoonnummer: 0413 - 40 19 47.

Adviezen voor thuis

1. Wanneer de operatie is uitgevoerd volgens de UPPP methode

  • Bij pijn in de keel en / of oren kunt u een pijnstiller nemen. Meestal is de pijn na zeven dagen over.
  • Blijf tot aan het controlebezoek op de polikliniek veel drinken. Dit voorkomt infectie in de keel, verzacht de pijn en vermindert de kans op nabloeden.
  • Om verslikken te voorkomen, is het belangrijk dat u de eerste dagen na de operatie rustig slikt en drinkt.
  • Twee weken na de ingreep kunt u uw werkzaamhe­den weer hervatten. Overleg bij twijfel met uw KNO-arts.

2.  Wanneer de operatie is uitgevoerd middels coblatie of volgens de CUPP methode

  • Bij pijn in de keel en / of oren kunt u een pijnstiller nemen. 
  • Blijf tot aan het controlebezoek op de polikliniek veel drinken. Dit voorkomt infectie in de keel, verzacht de pijn en vermindert de kans op nabloeden.
  • Om verslikken te voorkomen, is het belangrijk dat u de eerste dagen na de operatie rustig slikt en drinkt.
  • Na een coblatiebehandeling kunt u twee dagen na de ingreep meestal weer uw  werkzaamheden hervatten. Na een operatie volgens de CUPP methode kunt u uw werkzaamheden vaak weer na zeven dagen hervatten.

Problemen thuis

Neem tijdens kantooruren contact op met de polikliniek KNO-heelkunde. Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47.

Buiten kantooruren en in het weekend neemt u contact op met de Spoedeisende Hulp. Telefoonnummer: 0413 - 40 10 00.

Is het onverhoopt nodig dat u zich op de spoedeisende hulp moet melden, volg bij het ziekenhuis dan de borden 'Spoedpost Bernhoven'.

Wanneer:

  • Er een nabloeding optreedt.
  • Eventuele pijn na de operatie niet minder wordt, maar juist toeneemt.
  • U koorts krijgt boven de 38,5°C.

Vragen

Wanneer u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, neemt u dan gerust contact op met de polikliniek KNO-heelkunde.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47. Route 020.

Meer informatie

Voor meer algemene informatie zie ook: www.kno.nl

Ruimte voor eventuele vragen