Spring naar de content

Teflon interpositie (vervangen gehoorbeentje)

Vervangen van een gehoorbeentje

Algemeen

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten dat bij u een operatie aan het oor wordt verricht. Bij deze operatie vervangt de KNO-arts één van de gehoorbeentjes (de stijgbeugel) in het oor. De operatie wordt in medische termen teflon interpositie genoemd. In deze folder leest u hoe de operatie in  Bernhoven verloopt.

Het oor

Geluid bestaat uit luchttrillingen. Deze trillingen komen via de gehoorgang op het trommelvlies. Het trommelvlies en de keten van gehoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel) versterken en geleiden de trillingen naar het slakkenhuis. In het slakkenhuis bevinden zich zintuig(zenuw)cellen, die de trillingen omzetten in zenuwprikkels. De zenuwprikkels worden via de gehoorzenuw naar de hersenen gevoerd, waar zij in `horen' worden vertaald.

Waarom een operatie

Het is mogelijk dat een gehoorbeentje (meestal de stijgbeugel) is vastgegroeid aan zijn omgeving (bijvoorbeeld als gevolg van een ontsteking). Vaak kan deze oorzaak van gehoorverlies met een teflon interpositie worden verholpen. Tijdens de operatie vervangt de KNO-arts het gehoorbeentje door een kunststof gehoorbeentje en met donormateriaal van uzelf (een stukje bloedvat uit uw hand of pols) wordt het binnenoor afgesloten.

Voorbereiding

Opname

Voor deze operatie wordt u drie tot vier dagen opgenomen op de afdeling shortstay. De afdeling opname informeert u over de datum waarop u wordt opgenomen. Ook wordt met u een afspraak gemaakt voor het spreekuur PPO (Preoperatief Poliklinisch Onderzoek). Op dit spreekuur heeft u een gesprek met een dokterassistente, een verpleegkundige en met de anesthesioloog (= de specialist die voor de verdoving zorgt).

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

Verhinderd

Wanneer u bent verhinderd voor de operatie, neemt u dan tijdig contact op met bureau opname planning  om dit door te geven. Er wordt dan een nieuwe afspraak voor u gemaakt. Telefoonnummer: 0413 - 40 19 17.

Dag van de operatie

Melden

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de balie van afdeling B2-West/Shortstay. Op de afdeling krijgt u operatiekleding aan. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de operatie-afdeling.

Verdoving

De operatie vindt plaats onder algehele verdoving (= narcose). Als voorbereiding op de verdoving krijgt u een rustgevend medicijn. Op de operatie-afdeling krijgt u via een infuus in uw arm de verdoving toegediend. Eventuele vragen over de verdoving kunt u op het spreekuur PPO met de anesthesioloog bespreken.

De operatie

Bij de operatie maakt de KNO-arts gebruik van een soort trechtertje. Het trechtertje wordt via de gehoorgang ingebracht, waardoor er uitwendig geen littekens ontstaan. Met behulp van het trechtertje wordt het gehoorbeentje vervangen. Soms maakt de KNO-arts voor het uitvoeren van de operatie een kleine snede in de oorschelp / gehoorgang. Deze snede wordt na de operatie met hechtingen dicht gemaakt. De KNO-arts bespreekt vooraf met u via welke methode de operatie wordt uitgevoerd.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals nabloeding en wondinfectie. Gelukkig komen deze zeer weinig voor. Daarnaast zijn er meer specifiek ingreepgebonden complicaties mogelijk:

  • Heel zelden treedt er aan de geopereerde zijde een beschadiging op van de smaakzenuw. Dit leidt meestal tot een (tijdelijke) verandering van de smaak.
  • Tijdens de operatie is het binnenoor korte tijd geopend, waardoor u na de operatie duizelig kunt zijn.

Na de operatie

Na de operatie komt u op de uitslaapkamer. Zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, wordt u opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling.

  • In uw arm zit een infuus.
  • In het geopereerde oor is een tampon aangebracht, waardoor u minder goed kunt horen. Soms wordt ook een verband om het oor aangebracht, om wondvocht op te vangen. De verpleegkundige brengt regelmatig een nieuw verband aan.
  • De dag van de operatie houdt u bedrust.
  • Het is mogelijk dat u zich misselijk voelt en duizelig bent. Ook kan het oor pijnlijk zijn.

De eerste dag na de operatie

  • Een verpleegkundige helpt u met wassen.
  • Om duizeligheid te voorkomen is het belangrijk dat u uw hoofd stil houdt en geen plotselinge bewegingen maakt.
  • De verpleegkundige verwijdert het infuus.
  • Ook de eerste dag na de operatie houdt u bedrust. U ligt op het geopereerde oor op één kussen. Als u niet duizelig wordt, mag er in de middag een kussen bij. In de avond mag u op de rand van uw bed zitten.
  • U mag gewoon eten.

De tweede dag na de operatie

  • Als u niet duizelig wordt, mag er in de ochtend nog een kussen bij.
  • U hoeft niet meer op het geopereerde oor te liggen.
  • U mag uzelf wassen op bed.
  • U mag alleen uit bed om naar het toilet te gaan.

De derde dag na de operatie

  • U mag uzelf wassen op bed.
  • Vanaf de derde dag na de operatie mag u drie keer één uur uit bed.
  • Op de polikliniek verwijdert de KNO-arts de tampon uit het oor.

Naar huis

Wanneer

Tenzij anders met u is afgesproken, mag u de derde dag na de operatie naar huis. U krijgt van de verpleegafdeling een instructie mee voor thuis, daarop staat de termijn vermeld wanneer u weer op controle moet komen. U maakt hiervoor zelf de afspraak bij polikliniek KNO, route 20, telefoonnummer: 0413 - 40 19 47.

Adviezen voor thuis

Uw oor heeft tijd nodig om te genezen. Onderstaande adviezen bevorderen de genezing en verminderen de kans op het ontstaan van complicaties:

  • Gedurende de eerste drie weken na de operatie mag u niet de neus snuiten, tillen, bukken en persen op de ontlasting. Ook mag er geen water in het geopereerde oor komen. Wees dus voorzichtig met douchen!
  • De eerste twee weken doet u het rustig aan. Uw behandelend arts bespreekt met u op welk moment u uw normale werkzaamheden weer kunt hervatten.

Problemen thuis

Bij problemen na de operatie neemt u tijdens kantooruren contact op met de polikliniek KNO-heelkunde. Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47. Buiten kantooruren en in het weekend neemt u contact op met de spoedeisende hulp, telefoonnummer: 0413 - 40 10 00.

U moet bellen wanneer:

  • U koorts krijgt boven de 38.5º C.
  • U zich duizelig voelt.

Is het onverhoopt nodig dat u zich op de spoedeisende hulp of de huisartsenpost moet melden, volg bij het ziekenhuis dan de borden 'Spoedpost'.

Vragen

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de polikliniek KNO-heelkunde.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47. Route 020.

 

Meer informatie

Voor meer algemene informatie zie ook: www.kno.nl.