Spring naar de content

Verwijderen van de keelamandelen (tonsillectomie)

1.  Inleiding

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten dat uw keelamandelen worden verwijderd. Deze operatie wordt in medische termen tonsillectomie genoemd. In deze brochure leest u alles over de gang van zaken rond deze ingreep.
U wordt geïnformeerd over de voorbereiding, de verdoving, de operatie en de nazorg. Bewaar deze informatie daarom goed. 

Keelamandelen

Amandelen zijn lymfeklieren die in de keelholte zitten. Ieder mens heeft twee keelamandelen, een neusamandel en een tongamandel. De keelamandelen zijn zichtbaar als knobbels links en rechts achter in de keel. Amandelen zijn nuttig, ze vergroten de weerstand tegen ziektes. Amandelen werken als een soort van uitkijkpost voor het afweersysteem. Soms raken de amandelen zelf geïnfecteerd, ze worden dik en pijnlijk (keelpijn, pijn bij het slikken, koorts). Wanneer de keelamandelen regelmatig zijn ontstoken, de luchtwegen blokkeren of wanneer er sprake is van abcesvorming, is het raadzaam om de amandelen te verwijderen.

2.  Voorbereiding

Voor het verwijderen van de keelamandelen wordt u opgenomen op het ambulant centrum op de afdeling Dagbehandeling. Routenummer 140.

Opnamedatum

Opname planning informeert u over:

  • de datum en het tijdstip waarop u op het PPO (Preoperatief Poliklinisch Onderzoek) wordt verwacht;
  • de datum waarop u wordt opgenomen;
  • Voor het precieze tijdstip van uw opname verzoeken wij u één werkdag vóór de opnamedatum te bellen naar het ziekenhuis. Telefoonnummer:0413 - 40 19 17.

2.1   Preoperatief Poliklinisch Onderzoek

Kort voordat u geopereerd wordt, brengt u een bezoek aan het Preoperatief Poliklinisch Onderzoek (PPO). De afspraak voor het spreekuur PPO wordt telefonisch aan u meegedeeld. Daar heeft u een gesprek met een doktersassistente, een verpleegkundige en met de anesthesisoloog (= de specialist die voor de verdoving zorgt). Eventuele vragen over de verdoving kunt u op het PPO met de anesthesisioloog bespreken. In totaal duurt dit spreekuur ongeveer één uur.

Verpleegkundige

Tijdens het PPO-gesprek met de verpleegkundige krijgt u uitleg over de gang van zaken rondom de opname. Ook als u nog vragen heeft over de operatie, de voorbereiding en de nazorg kunt u dit aan de verpleegkundige kenbaar maken. De verpleegkundige bespreekt in ieder geval met u:

  • Waar u moet zijn, wat u mee moet nemen;
  • Welke voorbereidingen u thuis moet treffen;
  • Gang van zaken tijdens de opname;
  • Waar u na de operatie rekening mee moet houden;
  • Wie en wanneer u kunt bellen als u komende weken nog vragen heeft over de opname.

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

 


2.2  Verdoving

Het verwijderen van de keelmandelen gebeurt onder algehele verdoving (narcose).

Bij een algehele verdoving wordt het bewustzijn en de pijngewaarwording in het hele lichaam uitgeschakeld. U merkt absoluut niet wat er met u gebeurt. De anesthesioloog stelt voor u een ‘narcose op maat’ samen. Hierbij maakt hij gebruik van de vele middelen die mogelijk zijn, rekeninghoudend met uw conditie, de grootte en de duur van de operatie. Tijdens de operatie onder narcose krijgt u zuurstof toegediend. Dit gebeurt via een buisje dat via de mond en de keelholte in de luchtpijp wordt geplaatst.

Hoe verloopt de verdoving?

Op de voorbereidingskamer van het operatiecomplex krijgt u een holle naald in de onderarm of handrug. Hierop wordt een slangetje (infuus) aangesloten om medicijnen toe te dienen. Ook krijgt u enkele elektrodes op uw borst geplakt. Deze elektrodes registreren het hartritme tijdens de operatie. Met een bloeddrukband wordt tijdens de operatie de bloeddruk gecontroleerd en met een soort knijpertje op uw vinger wordt het zuurstofgehalte in het bloed in de gaten gehouden. Een algehele verdoving wordt toegediend op de operatiekamer.

Tijdens de operatie

Tijdens de operatie is de anesthesioloog of een anesthesiemedewerker de hele tijd bij u. Zij controleren uw bloedsomloop en ademhaling en stellen zo nodig de verdoving bij. Het kan zijn dat u op de operatiekamer een andere anesthesioloog treft dan de anesthesioloog die u tijdens het PPO spreekuur heeft gesproken.

Wakker worden

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. De anesthesioloog beoordeelt wanneer u weer terug kunt naar de eigen verpleegafdeling. Als de verdoving is uitgewerkt kunt u pijn krijgen in het operatiegebied. Het is echter niet nodig dat u na de operatie veel pijn lijdt. Niet alleen uit het oogpunt van comfort maar ook in verband met een spoedig herstel is het wenselijk om de pijn goed te bestrijden. Meestal is de pijn direct na de operatie het hevigst en neemt dan geleidelijk af. Om deze reden wordt vaak al voor de operatie met de pijnstilling gestart. Na de operatie kunt u ook misselijk zijn. Als dit het geval is, krijgt u hiertegen een medicijn.

Pijnmeting

Ondanks de pijnstillers die u krijgt, kunt u toch nog pijn hebben. Om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid pijn, is het van belang om de pijn te meten. Dit meten van de pijn gebeurt door vast te leggen ‘in welke mate’ u de pijn ervaart. De verpleegkundige komt minimaal vier keer per dag bij u, om naar uw pijnbeleving te vragen. Op deze manier kan de arts of verpleegkundige een redelijk goede indruk krijgen van uw pijnbeleving en eventueel medicijnen geven, die de pijn verminderen tot een aanvaardbaar niveau.

Bijwerkingen na algehele narcose

Na een narcose kan misschien misselijkheid, braken en keelpijn optreden. Deze verschijnselen verdwijnen meestal binnen enkele dagen. Voor de misselijkheid kunt u medicijnen krijgen. U kunt een zwaar of kriebelig gevoel achter in uw keel hebben. Dit komt van het buisje dat tijdens de operatie in uw keel zat. De irritatie verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

Complicaties

Ondanks alle zorgvuldigheid zijn complicaties niet altijd te voorkomen. Het kan gebeuren dat een allergische reactie optreedt op bepaalde narcose­medicijnen. Bij het inbrengen van het beademingsbuisje kan uw lip, of in uitzonderlijke gevallen uw gebit worden beschadigd.
Ernstige complicatie door anesthesie hangt in de meeste gevallen samen met uw gezondheidstoestand. Bespreek altijd met de anesthesioloog tijdens het spreekuur PPO of uw geval bijzondere risico’s met zich meebrengt.

Ingreep

Bij het verwijderen van de keelamandelen bestaat er een kleine kans op een nabloeding. Een normale bloedstolling na de operatie is van groot belang, daarom mag u voor de operatie geen bloedverdunnende medicijnen gebruiken. Deze medicijnen zorgen ervoor dat het bloed minder goed stolt. Het gaat hierbij met name om pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Acetosal, Ascal, etc.). Wanneer u onder controle staat van de trombosedienst en dus bloedverdunners gebruikt, moet u dit voor de operatie doorgeven aan uw behandelend arts. Als u moet stoppen met het gebruik van bloedverdunners krijgt u dit te horen op het PPO-spreekuur.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico’s op complicaties van een operatie, zoals nabloeding en wondinfectie. Gelukkig komen deze weinig voor.

3.  Dag van de operatie

Melden

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de balie van het ambulant centrum op de afdeling Dagbehandeling. Routenummer  140.

Verdoving

De operatie vindt plaats onder algehele narcose (verdoving). Als voorbereiding op de verdoving krijgt u een rustgevend medicijn. Op de operatie­afdeling krijgt u via een infuus in uw arm de narcose toegediend. (zie verder 2.2)

De operatie

De KNO-arts maakt een kleine snede in het slijmvlies van de voorste keelboog, waardoor de amandel kan worden “los gepeld” uit de holte waarin deze zich bevindt. Hierbij ontstaat een wond in het slijmvlies.

3.1   Na de operatie

Na de operatie komt u op de uitslaapkamer. Zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, wordt u opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling. Na het verwijderen van de amandelen heeft u pijn in de keel en moeite met slikken. De pijn kan ook uitstralen naar de oren. Wanneer u na de operatie pijn heeft, geeft u dit dan aan bij de verpleegkundige. Van hem / haar kunt u medicijnen tegen de pijn krijgen.

Probeer de keel ook niet te schrapen. De pijn is meestal een week na de operatie verdwenen.  Na de operatie komt er meestal wat vers bloed uit de keel. Het is ook mogelijk dat u een beetje donker bloed opgeeft. Dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag is gekomen.

Enkele uren na de operatie mag u ijswater drinken. Het is belangrijk dat u na de operatie veel koude dranken drinkt. Dit voorkomt infectie in de keel, verzacht de pijn en vermindert de kans op nabloeden. .

De dag van de operatie mag u in overleg met de verpleegkundige uit bed om naar het toilet te gaan. Het infuus gaat eruit voor u naar huis gaat. U krijgt koude vloeibare voeding.

4.  Naar huis

Wanneer?

Normaal gesproken mag u zes uur na de operatie naar huis. U heeft al bij de PPO-afspraak een recept voor pijnstillers meegekregen. .

4.1   Leefregels na een operatie waarbij de keelamandelen zijn verwijderd

U heeft een operatie gehad waarbij de keelamandelen zijn verwijderd. Hieronder volgen een aantal adviezen, die de genezing van de keel ten goede komen en de kans op het ontstaan van complicaties verminderen.

Adviezen voor thuis

  • De eerste dagen na de operatie moet u het rustig aan doen. De eerste dag mag u niet persen, bukken of een warm bad nemen.
  • De eerste nacht moet u om de paar uur gewekt worden om te drinken.
  • Blijf veel koude dranken drinken tot de keel is genezen. Het is beter geen ‘prikkelende’ dranken, zoals sinaasappelsap en koolzuurhoudende dranken te drinken.
  • U mag nu zacht voedsel eten, niet te heet en niet te scherp dus ook brood zonder korst.
  • Geleidelijk aan mag u weer alles eten. Het is belangrijk dat u hierbij alles goed kauwt.
  • U mag thuis 4 x 2 tabletten of zetpillen paracetamol á 500 mg nemen tegen de pijn. U moet er rekening mee houden dat u tot ongeveer twee weken na de ingreep een pijnlijke keel kan hebben. U krijgt ook nog een recept mee voor evt. aanvullende pijnstillers.
  • Op de plaats waar de amandelen hebben gezeten, ontstaat een grijswitte korst die geleidelijk verdwijnt. Uw adem kan hierdoor wat weeïg ruiken. Bovendien kunt u gedurende een aantal dagen een metaalachtige smaak in de mond hebben. Deze verschijnselen verdwijnen weer vanzelf.
  • Tussen de 6e en 9e dag na de operatie laat de korst in de keel los, waardoor een kans op bloeden bestaat.
  • U mag u douchen en baden als het water niet te warm is.  
  • U mag anderhalve week na de ingreep uw werk hervatten.
  • Twee weken na de ingreep mag u weer sporten.

4.2  Problemen thuis

  • Bij een eventuele flinke nabloeding, bij hoge koorts of bij andere vragen die u heeft kunt u contact opnemen met de polikliniek KNO telefoonnummer:0413 - 40 19 47.  
  • Buiten kantooruren belt u naar de spoedeisende hulp, telefoonnummer: 0413 - 40 10 00.
  • Moet u onverhoopt naar de spoedeisende hulp of de huisartsenpost in Bernhoven? Volg bij het ziekenhuis dan de borden 'Spoedpost'.
  • U kunt ook de dienstdoende huisarts bellen.
    Als de pijnstillende medicijnen onvoldoende werken, neemt u contact op met uw huisarts.

5.  Vragen

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de polikliniek KNO-heelkunde.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 47. Routenummer 020.

Meer informatie

Voor meer algemene informatie zie ook: www.kno.nl