Adviezen voor een goede nachtrust
Goed slapen is belangrijk voor je gezondheid. Als je goed slaapt, krijgt je lichaam de kans om uit te rusten en te herstellen. Soms lukt het niet om goed in slaap te vallen of slaap je slecht door. Met een aantal eenvoudige aanpassingen kun je je slaap verbeteren. In deze folder lees je wat je zelf kunt doen om beter te slapen.
Zorg voor een vast slaapritme
Een regelmatig slaapritme helpt je lichaam om op de juiste momenten moe te worden en wakker te zijn.
Ga zoveel mogelijk op vaste tijden naar bed. Probeer dit ook in het weekend te doen.
Ga naar bed als je slaperig bent. Wacht niet te lang als je merkt dat je moe wordt.
Gebruik je bed vooral om te slapen. Kijk liever geen televisie en lees bij voorkeur niet in bed.
Blijf niet te lang wakker liggen. Kun je niet slapen? Sta dan even op en ga naar een andere kamer. Doe iets rustigs, zoals lezen of naar rustige muziek luisteren. Ga weer naar bed als je slaperig wordt.
Sta iedere ochtend rond dezelfde tijd op. Doe dit ook in het weekend en als je slecht hebt geslapen.
Vermijd dutjes aan het einde van de dag. Probeer in ieder geval de laatste 3 uur voor het slapengaan niet meer te slapen.
Neem de tijd om te ontspannen. Doe vlak voor het slapengaan geen drukke of spannende activiteiten. Neem bijvoorbeeld een warm bad, lees een boek of luister naar rustige muziek.
Zorg voor een fijne slaapomgeving
Een rustige en comfortabele slaapkamer helpt om beter te slapen.
Zorg voor een goed matras en een prettig hoofdkussen.
Houd je slaapkamer rustig, donker en goed geventileerd.
Zorg voor een aangename temperatuur. Een iets koelere slaapkamer slaapt vaak prettiger.
Probeer stress en zorgen zoveel mogelijk te verminderen. Heb je veel aan je hoofd? Schrijf je gedachten dan bijvoorbeeld voor het slapengaan op.
Kijk 's nachts niet steeds op de klok. Dit kan onrust geven. Draai je wekker om of leg je telefoon uit het zicht.
Let op wat je eet en drinkt
Wat je eet en drinkt, kan invloed hebben op je slaap.
Eet niet te laat en niet te veel. Een volle maag kan het slapen moeilijker maken.
Vermijd cafeïne in de laatste 6 uur voor het slapengaan. Cafeïne zit bijvoorbeeld in koffie, zwarte en groene thee, cola en sommige chocoladedranken.
Rook niet. Nicotine kan ervoor zorgen dat je moeilijker in slaap valt en minder goed slaapt.
Drink geen alcohol om beter te slapen. Door alcohol val je misschien sneller in slaap, maar je slaapt vaak minder goed door.
Blijf voldoende bewegen
Regelmatig bewegen helpt om spanning en stress te verminderen. Dit kan zorgen voor een betere nachtrust.
Beweeg regelmatig. Probeer bijvoorbeeld 3 tot 5 keer per week een kwartier tot een uur te bewegen. Denk aan wandelen, fietsen of sporten.
Sport niet te intensief vlak voor het slapengaan. Hierdoor kan je lichaam te actief blijven en wordt inslapen moeilijker.
Sporten aan het begin van de avond kan juist helpen om beter te slapen.