Als je baby naar huis mag (Couveuse afdeling)
Binnenkort mag je baby mee naar huis. Dat is fijn nieuws. Het kan ook spannend zijn. Misschien heb je vragen over de verzorging thuis. In deze folder lees je praktische tips voor thuis.
Iedere baby is anders. Twijfel je ergens over? Neem dan contact op met je huisarts, de jeugdverpleegkundige of Bernhoven.
Krijg je couveusenazorg? Dan kun je de eerste dagen je vragen stellen aan de gespecialiseerde kraamverzorgende.
Wennen aan elkaar
Je hebt misschien lang naar dit moment uitgekeken. Nu komt je baby thuis en ga je zelf voor je baby zorgen.
Het is normaal als je je onzeker voelt. Jij en je baby moeten wennen aan de nieuwe situatie. Thuis leer je je baby steeds beter kennen.
Waarom kan je baby onrustig zijn?
De eerste periode thuis is niet altijd ontspannen. Je baby kan onrustig zijn of veel huilen.
Dit komt vaak voor bij baby’s die in de couveuse hebben gelegen. Je baby moet wennen aan:
- nieuwe geluiden
- nieuwe geuren
- een ander ritme
- meer rust of juist meer prikkels
Ook na ontwikkelingsgerichte zorg in Bernhoven moet je baby thuis opnieuw ritme opbouwen.
Wat kun je doen als je baby veel huilt?
Huilt je baby vooral in de avond? Dan kun je proberen om rust te geven.
Dit kan helpen:
- zet een zacht muziekje aan
- gebruik een nachtlampje
- praat zachtjes tegen je baby
- zing voor je baby
- geef je baby een warm bad
- geef eventueel wat extra voeding
- draag je baby tegen je aan in een draagdoek of draagzak
Je kunt ook naast het bedje gaan zitten. Leg één hand op het hoofd en één hand op de buik van je baby. Praat of zing zachtjes.
Hoe groeit en ontwikkelt je baby?
Je baby heeft al veel meegemaakt. Toch kijk je bij de ontwikkeling naar de gecorrigeerde leeftijd.
Dat betekent dat je het aantal weken dat je baby te vroeg is geboren aftrekt van de leeftijd na de geboorte.
Voorbeeld:
Je baby is zestien weken oud. Je baby is negen weken te vroeg geboren. Dan is de gecorrigeerde leeftijd zeven weken.
Vergelijk je baby daarom niet met een baby die op tijd is geboren.
Je baby ontwikkelt zich in eigen tempo
Iedere baby ontwikkelt zich op zijn eigen manier.
Laat je niet ontmoedigen als anderen zeggen dat je baby achterloopt. Te vroeg geboren baby’s halen hun achterstand vaak snel in.
Maak je je zorgen? Bespreek dit dan met de kinderarts of de arts van het consultatiebureau.
Hoe vind je samen een ritme?
Je baby wil soms meer dan hij lichamelijk aankan. Daardoor kan hij onrustig worden.
Kijk goed naar je baby. Zo leer je herkennen wanneer je baby aandacht wil of juist rust nodig heeft.
Forceer niets. Geef jezelf en je baby tijd om aan elkaar te wennen.
Geluidjes en schrikken
Te vroeg geboren baby’s maken soms kreunende geluidjes. Dit is normaal en verdwijnt vanzelf.
Je baby kan ook snel schrikken van geluiden. Soms maakt hij zichzelf wakker door onverwachte bewegingen met de armen.
Inbakeren kan dan helpen. Doe dit alleen als je uitleg hebt gehad en als je baby onder toezicht is. De wijkverpleegkundige kan je hierover meer vertellen.
Huilen: wat kun je doen?
Baby’s huilen gemiddeld één tot drie uur per dag.
Probeer eerst te ontdekken waarom je baby huilt. Je baby kan huilen omdat:
- hij contact zoekt
- hij niet lekker ligt
- hij moet wennen aan thuis
- hij een vieze luier heeft
- de luier te strak zit
- hij honger heeft
- hij buikkrampjes heeft
- hij wil zuigen
- er een boertje dwars zit
- hij te warm of te koud is
- hij een verstopte neus heeft
Baby’s kunnen zichzelf nog niet goed geruststellen. Pak je baby op, houd hem vast en praat rustig tegen hem. Zo voelt je baby zich veilig.

Buikkrampjes
Bij buikkrampjes huilt je baby hard. Vaak strekt hij zijn beentjes en trekt hij ze daarna weer op.
Dit kan helpen:
- masseer de onderbuik met de klok mee
- wieg je baby met de buik op je onderarm
- geef je baby een warm bad
- leg je warme hand op de buik van je baby

Bewegen en houding
De bewegingen van couveusekinderen kunnen in het begin anders zijn.
Sommige baby’s voelen slap aan. Andere baby’s zijn juist erg gespannen. Ze kunnen een holle rug maken als je ze optilt.
Soms zijn oefeningen nodig. Dit gebeurt dan onder begeleiding van een fysiotherapeut.
Heeft je baby de neiging om zich te overstrekken? Leg dan bijvoorbeeld een hand op de buik tijdens het verschonen. Dit kan rust geven.

Adviezen bij overstrekken
Sommige baby’s strekken zich vaak helemaal uit. Dit kan leiden tot veel huilen.
Deze houdingen kunnen helpen:
- pak je baby op via de zij
- draag je baby met de buik tegen je aan
- leg je baby frontaal op schoot
- laat je baby dwars op het aankleedkussen liggen
- laat je baby gesteund in de kuil van je benen zitten
- gebruik eventueel een zitzak, maar laat je baby nooit alleen liggen
Oppakken met rotatie

- Rol de baby eerst op de zij
- Ga met je arm achter de schouders langs
- Pak de baby met de ene hand vast bij de bovenarm
- Met de andere hand bij het bovenbeen
- Draai de baby zo naar je toe
Dragen in buikligging tegen je aan
- Het hoofd ligt op je onderarm
- Een arm steunt de borst
- De andere arm tussen de benen door steunt de buik

Kind frontaal op schoot
- Dit is een goede houding om contactspelletjes te doen
- Massagehouding
- Eventueel kunt je rustig wiegen met de benen
- Het geven van flesvoeding is op deze manier ook mogelijk

Dwars liggen op kleedkussen
- Het kussen gebruik je bij baden en verschonen
- Het is ook te gebruiken in de box
- Het kind ligt wat stabieler doordat het hoofd en billen iets omhoog liggen
- Dit is een goede houding om contact te maken

Kind zit op ‘schoot’
- Het kind zit in de kuil van jouw benen
- De benen van het kind liggen wat hoger
- Schouders en hoofd van het kind zijn gesteund

Liggen in de ‘zitzak’
- Goede gebogen houding
- Veilig omsloten (daartoe mag de zitzak niet te zwaar gevuld zijn)
- Gemakkelijk te instaleren in box of kamer
- Laat het kind niet alleen en kijk regelmatig of het nog goed ligt

Veilig slapen
Maak het bedje altijd kort op. Dit betekent:
- leg de voeten van je baby dicht bij het voeteneinde
- laat de deken tot de schouders komen
- zorg dat het hoofd vrij blijft
Gebruik de eerste twee jaar geen dekbed. Een dekbed kan te warm zijn. Je baby kan er ook onder terechtkomen.
Leg knuffels en doekjes niet binnen handbereik van je baby. Zo voorkom je dat ze op het gezicht komen.
De beste slaaphouding is op de rug. Wissel de ligging van het hoofd af naar links en rechts.
Leg je baby niet op de buik of zij om te slapen. Als je baby wakker is, mag hij onder toezicht wel op de buik of zij liggen.
Waak- en slaapritme
Rond de gecorrigeerde leeftijd van twee tot vier maanden gaat je baby de omgeving bewuster ontdekken.
Je baby slaapt dan vaak korter en wil meer aandacht.
Na de voeding kun je je baby gerust even in de box leggen. Daar heeft je baby meer ruimte dan in een maxi-cosi of wipstoeltje.
Hoeveel slaap een baby nodig heeft, verschilt per kind.
Verzorging van je baby
Je baby hoeft niet elke dag in bad. Meestal is twee tot drie keer per week genoeg.
Zorg dat de kamer warm genoeg is. Het badwater moet 38 graden zijn.
Je kunt je baby dagelijks opfrissen. Een droge huid kun je insmeren met huidolie of bodylotion.
Kleine verzorgingsproblemen
Bij een vieze navel:
maak de navel schoon met alcohol
Bij een vies oog:
maak het oog schoon met een gaasje met kraanwater. Veeg van de buitenkant van het oog naar de neus. Gebruik voor elk oog een schoon gaasje
Bij een vieze neus:
maak een wattenpuntje nat met water. Rol dit voorzichtig door het neusgat
Bij een verstopte neus:
geef voor de voeding en voor de nacht één zoutdruppel in elk neusgat
Bij rode billen:
maak de billen schoon en droog. Smeer de billen in met Vaseline cetomacrogol crème en Calendulancrème. Verschoon de luier eventueel vaker
Bij kapotte billen:
verschoon de luier vaker. Gebruik eventueel een nat washandje in plaats van luierdoekjes. Neem contact op met je huisarts
Temperatuur van je baby
Als je baby naar huis mag, kan hij zichzelf goed op temperatuur houden.
Je hoeft je huis niet extra warm te maken. De verwarming op de slaapkamer mag uit. Zorg wel dat je baby niet op de tocht ligt.
Meet de eerste twee dagen thuis twee keer per dag de temperatuur. Gaat dit goed? Dan is meten daarna alleen nodig als je baby ziek is of als je twijfelt.
Een normale temperatuur ligt tussen 36,8 en 37,4 graden.
Handjes en voetjes voelen vaak koud aan. Dit zegt weinig over de temperatuur. Voel liever aan de buik of hals van je baby.
Wat doe je bij een lage temperatuur?
Is je baby te koud? Dan kun je:
- een extra dekentje geven
- extra kleertjes aantrekken
- eventueel het bedje voorverwarmen met een kruik
- de verwarming aanzetten
- na een uur opnieuw meten
Leg een kruik nooit tegen je baby aan. Haal de kruik uit bed voordat je je baby in bed legt.
Blijft de temperatuur lager dan 36,5 graden? Neem dan contact op met je huisarts.
Is je baby ziek en heeft hij een lage temperatuur? Neem dan eerder contact op.
Wat doe je bij een hoge temperatuur?
Is je baby te warm? Dan kun je:
- een dekentje weghalen
- minder kleertjes aantrekken
- de kamer koeler maken
- na een uur opnieuw meten
Blijft de temperatuur hoger dan 38,0 graden? Neem dan contact op met je huisarts.
Is je baby ziek en heeft hij een hoge temperatuur? Neem dan eerder contact op.
Voeding
Als je baby naar huis gaat, krijgt hij meestal zeven voedingen per dag.
Bij ontslag bespreek je met de kinderarts hoeveel voeding je baby nodig heeft. Deze hoeveelheid geldt in ieder geval tot de eerste controle.
Je kunt thuis de voedingstijden van Bernhoven aanhouden. Je mag deze ook langzaam aanpassen aan je eigen dagritme.
Bij zeven voedingen:
06.00, 09.00, 12.00, 15.00, 18.00, 21.00 uur en een nachtvoeding tussen 00.00 en 01.00 uur
Bij zes voedingen:
06.00, 10.00, 14.00, 17.00, 20.00 en 24.00 uur
Krijgt je baby zeven voedingen? Dan mag er niet meer dan zes uur tussen de laatste avondvoeding en de eerste ochtendvoeding zitten.
Borstvoeding
Je baby drinkt naar behoefte.
Je baby krijgt genoeg voeding als:
- hij zes natte luiers per dag heeft
- hij groeit
- hij tussen voedingen niet steeds hongerig lijkt
Soms krijgt je baby afwisselend borst- en flesvoeding. De verpleegkundige legt dit uit.
Voeden op verzoek
Voeden op verzoek betekent dat je je baby voedt als hij daarom vraagt.
Vaak is één borst per voeding genoeg. De voedzame achtermelk komt pas na een tijdje. Laat je baby daarom de eerste borst goed leegdrinken.
Je mag de tweede borst altijd aanbieden.
Een voeding duurt meestal tien tot 45 minuten.
Wil je controleren of je baby goed groeit? Dan kun je je baby één keer per week laten wegen bij het consultatiebureau.
Tepelproblemen voorkomen
Goed aanleggen helpt om tepelproblemen te voorkomen.
Je baby moet de tepel en een groot deel van de tepelhof in de mond nemen.
Gevoelige tepels zijn in het begin normaal. Dit wordt meestal vanzelf beter.
Te vroeg geboren baby’s laten soms de tepel los. Ze moeten nog leren om zuigen, slikken en ademhalen goed te combineren.
Afkolven
Wil je thuis afkolven? Dan kun je dit op dezelfde manier doen als in Bernhoven.
Direct opgevangen moedermelk is 48 uur houdbaar in de koelkast.
Steriel opgevangen en direct ingevroren moedermelk is drie maanden houdbaar in de vriezer.
Ontdooide moedermelk kun je 24 uur in de koelkast bewaren.
Verwarm moedermelk bij voorkeur in een flessenwarmer of au bain-marie. Verwarmen in de magnetron mag eventueel. Zwenk de melk dan meerdere keren om hete plekken te voorkomen.
Vitamines bij borstvoeding
Krijgt je baby borstvoeding? Geef dan extra vitamine K en vitamine D.
Vitamine K geef je vanaf dag acht tot en met twaalf weken na de geboorte.
Vitamine D geef je vanaf dag acht tot je kind vier jaar is.
Is je baby vóór 35 weken zwangerschap geboren en krijgt hij borstvoeding? Dan krijgt je baby vitamine K tot drie maanden na de termijn van 35 weken.
Vitamine D is belangrijk voor de botten.
Vitamine K is nodig voor de bloedstolling.
Ontlasting bij borstvoeding
Baby’s met borstvoeding hebben vaak zachte ontlasting.
De kleur en samenstelling kunnen verschillen. Ook het aantal keren verschilt per baby. Sommige baby’s hebben meerdere keren per dag ontlasting. Andere baby’s hebben één keer per vijf dagen tot twee weken ontlasting.
Flesvoeding
Kun je of wil je geen borstvoeding geven? Dan is flesvoeding een goed alternatief.
Let bij het klaarmaken op hygiëne.
Gebruik de aanwijzingen op de verpakking. Meestal geldt: één afgestreken schepje poeder op 30 milliliter water.
Maak de voeding per keer klaar en geef deze direct.
Gooi opgewarmde voeding weg als je baby deze niet opdrinkt.
Controleer altijd de temperatuur van de voeding. Dit kan met een druppel op de binnenkant van je pols.
Ontlasting bij flesvoeding
Bij flesvoeding moet je baby één keer per twee dagen ontlasting hebben.
Soms is de ontlasting hard. Heeft je baby hier last van? Vraag dan advies aan het consultatiebureau of je huisarts.
Flessen en spenen schoonmaken
Steriliseer flessen, onderdelen en fopspenen voor het eerste gebruik.
Daarna is afwassen in een heet sopje meestal genoeg. Spoel de fles na elke voeding goed om met koud water. Laat de fles drogen op een schone, droge doek.
Steriliseren heeft de voorkeur bij:
- baby’s met een kwetsbare gezondheid
- spruw
- advies van de kraamzorg of wijkverpleegkundige
Krijgt je baby genoeg voeding?
Als alles goed gaat, groeit je baby.
Je kunt je baby elke twee tot vier weken laten wegen bij het consultatiebureau of bij de kinderarts.
Denk je dat je baby te weinig voeding krijgt? Of vertrouw je het niet? Neem dan contact op met het consultatiebureau.
Bij borstvoeding kan je baby rond tien dagen, zes weken en drie maanden vaker om voeding vragen. Dit noemen we regeldagen. Leg je baby dan wat vaker aan. De melkproductie past zich vanzelf aan.
Medicijnen
Sommige baby’s krijgen medicijnen mee naar huis.
Geef medicijnen bij voorkeur vóór de voeding. Na de voeding kan je baby ze makkelijker uitspugen.
Doe medicijnen nooit door de voeding. Als je baby niet alles opdrinkt, krijgt hij ook niet alle medicijnen binnen.
Familie en bezoek
Denk bij bezoek eerst aan jezelf, je baby en je gezin.
Maak duidelijke afspraken over bezoektijden.
Vraag bezoekers die ziek zijn om later te komen. Dit geldt ook voor bezoekers die:
- verkouden zijn
- hoesten
- diarree hebben
- een kinderziekte hebben
Rook niet in de ruimte waar je baby is.
Naar buiten
Ga bij voorkeur pas wandelen als je baby ongeveer 2500 gram weegt en ongeveer één week thuis is.
Bij veel wind, regen of kou kun je beter niet gaan wandelen als het niet nodig is.
Ga je naar buiten? Zorg dan voor warme kleding en een goed passende muts.
In de winter kun je ook wandelen als het vriest. Leg dan een kruik in de wandelwagen. Controleer aan de buik of hals of je baby warm genoeg is.
Bescherm je baby in de zomer tegen de zon. Gebruik bijvoorbeeld een parasol, zonnehoedje en zonnebrandcrème voor baby’s.
Vervoer je baby in de auto altijd in een goedgekeurd kinderzitje.
Controle
Na ontslag kom je meestal na twee of vier weken op controle bij de kinderarts of physician assistant.
Je krijgt hiervoor een afsprakenkaart mee met de datum en tijd.
Meer informatie
Sommige ouders vinden het prettig om meer te lezen over couveusekinderen.
Voorbeelden van boeken zijn:
- Wij houden uw kindje nog even hier
- Te vroeg geboren
- Bevallen en opstaan
- Ik heb een zusje, maar ik mag alleen naar haar kijken
- De vroege ontwikkeling in handen
Patiëntenverenigingen en websites
Care4Neo geeft informatie en steun aan ouders van baby’s die na de geboorte zijn opgenomen in Bernhoven of een ander ziekenhuis.
Meer informatie vind je op:
www.care4neo.nl
Informatie over borstvoeding:
www.zorgwijzer.nl/zorgwijzers/borstvoeding
La Leche League geeft informatie en steun bij borstvoeding:
www.lalecheleague.nl
De Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen geeft informatie aan ouders van meerlingen:
www.nvom.net
Telefoonnummers
Thuiszorg Pantein:
0900 - 88 03
Voor adressen en telefoonnummers van andere patiëntenorganisaties kun je terecht bij het Patiëntenservice Bureau van Bernhoven.