Thoraxdrainage
Tijdens je ziekenhuisopname wordt lucht of vocht tussen je longvliezen verwijderd. Deze behandeling heet thoraxdrainage. In deze folder lees je hoe deze behandeling in Bernhoven verloopt.
Waarom krijg je een thoraxdrain?
Bij jou zit lucht of een grotere hoeveelheid vocht tussen de longvliezen. Normaal hoort daar alleen een dun laagje vocht te zitten.
- Zit er lucht tussen de longvliezen? Dan heet dit een pneumothorax of klaplong.
- Zit er vocht tussen de longvliezen? Dan heet dit pleuravocht.
- Na een ongeval kan er ook bloed tussen de longvliezen zitten.
Als er lucht of te veel vocht tussen de longvliezen zit, verdwijnt het vacuüm tussen de longvliezen. Daardoor valt de elastische long gedeeltelijk of helemaal samen. De long kan dan niet goed meer meedoen met de ademhaling. Hierdoor kun je benauwd worden en wordt ademhalen moeilijker.
Met een thoraxdrain wordt de lucht of het vocht tussen de longvliezen weggevoerd. Een thoraxdrain is een kunststof slang (drain). Hierdoor kan de long zich weer ontplooien en normaal meedoen met de ademhaling.
Hoe wordt de thoraxdrain ingebracht?
Een thoraxdrain is een flexibele slang. De drain wordt ingebracht op de functieafdeling of op de Spoedeisende Hulp.
De huid wordt eerst schoongemaakt met een desinfecterend middel. Daarna krijg je een plaatselijke verdoving met een injectie. Hierdoor is de behandeling minder pijnlijk.
De longarts maakt een klein sneetje in de huid en brengt de drain via de borstkas, tussen de ribben door, op de juiste plek bij de longen. De drain wordt zo nodig met een hechting vastgezet en afgeplakt, zodat deze niet kan verschuiven.
De behandeling duurt ongeveer 10 tot 20 minuten.
Heb je vocht tussen de longvliezen? Dan neemt de longarts bij het plaatsen van de drain meestal ook een beetje vocht af voor onderzoek.
Na het plaatsen van de drain wordt dezelfde dag of de volgende dag een röntgenfoto van de longen gemaakt. Zo controleert de arts of de drain goed ligt en of de long zich weer heeft ontplooid.
Je hoeft voor het plaatsen én verwijderen van de drain niet nuchter te zijn.
Medicijnen
Gebruik je bloedverdunners? Vertel dit aan de arts of verpleegkundige.
Bijna alle bloedverdunners moeten één of meerdere dagen vóór de behandeling worden gestopt. Een uitzondering is acetylsalicylzuur. Je arts bespreekt met je wat in jouw situatie nodig is.
De behandeling met de thoraxdrain
Via de drain worden lucht of vocht afgevoerd naar een opvangreservoir naast je bed.
Soms wordt ook zuigdrainage gebruikt. Hierbij wordt de lucht of het vocht actief weggezogen.
Je mag met de drain wandelen:
- op je kamer;
- op de afdeling;
- naar de lounge.
Bij zuigdrainage heb je minder bewegingsvrijheid.
De verpleegkundige verzorgt en controleert de thoraxdrain regelmatig. Ook controleert de verpleegkundige iedere dag:
- of de pleisters nog goed vastzitten;
- of de insteekopening goed is afgedekt;
- of lucht of vocht goed wordt afgevoerd.
De drain kan vooral in het begin pijnlijk zijn. Als dat nodig is, krijg je pijnstillers. Het is belangrijk dat je deze inneemt.
Het is ook belangrijk dat je regelmatig diep ademhaalt en slijm ophoest. Dit helpt de long om zich goed te ontplooien en bevordert het herstel.
Tijdens de behandeling worden regelmatig nieuwe röntgenfoto's gemaakt. Zo ziet de arts hoeveel lucht of vocht nog tussen de longvliezen zit. Op basis van deze foto's bepaalt de arts hoe lang de drain moet blijven zitten.
Krijg je meer pijn of word je benauwder? Vertel dit dan direct aan de verpleegkundige.
Hoe wordt de thoraxdrain verwijderd?
Als op de röntgenfoto's te zien is dat er voldoende lucht of vocht is afgevoerd en de long weer goed is ontplooid, kan de thoraxdrain worden verwijderd.
De longvliezen 'plakken'
De longarts beslist of de longvliezen vóór het verwijderen van de drain aan elkaar moeten worden 'geplakt'. Hierdoor groeien de longvliezen aan elkaar vast. Zo kan zich in de toekomst minder snel opnieuw lucht of vocht tussen de longvliezen ophopen.
Bij pleuravocht worden de longvliezen meestal geplakt.
Bij een klaplong hangt dit af van:
- of het de eerste keer is dat je een klaplong hebt;
- of je vaker een klaplong hebt gehad;
- hoe groot de kans is dat de klaplong terugkomt.
Om de longvliezen te plakken, spuit de longarts via de drain een medicijn tussen de longvliezen. Dit medicijn zorgt ervoor dat de longvliezen aan elkaar vastgroeien.
Na het inspuiten wordt de drain een tijd afgeklemd, zodat het medicijn goed kan inwerken.
Na het inspuiten kun je pijn krijgen. Hiervoor krijg je pijnstillers.
Epidurale pijnstilling
Worden de longvliezen geplakt vanwege een klaplong? Dan krijg je altijd epidurale pijnstilling.
Dit betekent dat je pijnstillers krijgt via een katheter (een dun slangetje) tussen de vliezen van het ruggenmerg. De anesthesist brengt deze katheter in. De katheter wordt aangesloten op een pompje dat de pijnstillers gelijkmatig in het wervelkanaal geeft.
Bij het plakken van de longvliezen vanwege pleuravocht is epidurale pijnstilling meestal niet nodig.
Met een röntgenfoto controleert de arts of de longvliezen goed aan elkaar zijn geplakt.
Daarna verwijdert de longarts of zaalarts de thoraxdrain. Het insteekgaatje wordt afgeplakt.
Heb je een hechting? Dan moet deze 7 dagen later door de huisarts worden verwijderd.
Mogelijke complicaties en risico's
Een thoraxdrainage is een veilige behandeling. Zoals bij iedere behandeling zijn er risico's. Deze komen zelden voor.
Infectie tussen de longvliezen
Er kan een infectie ontstaan als bacteriën vanaf de huid via of langs de thoraxdrain tussen de longvliezen terechtkomen.
Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, werkt de arts steriel bij het plaatsen van de thoraxdrain.
Subcutaan emfyseem
Subcutaan emfyseem is een ophoping van lucht onder de huid. Dit is meestal onschuldig.
Dit ontstaat als er lucht vanuit de long via een klein gaatje onder de huid terechtkomt. Hierdoor ontstaat een zwelling onder de huid. Als je op de huid drukt, voelt dit knisperend of krakend aan.
Wanneer mag je naar huis?
Meestal mag je kort na het verwijderen van de drain naar huis.
Ben je opgenomen geweest met een pneumothorax (klaplong)? Dan krijg je van de verpleegkundige de folder 'Adviezen voor thuis na een klaplong (pneumothorax)' mee. Hierin staan adviezen om de kans op een nieuwe klaplong te verkleinen.
Hoe zijn de longen opgebouwd?
Om te begrijpen waarom een thoraxdrain nodig is, is het goed om te weten hoe de longen zijn opgebouwd.
De longen zijn omgeven door twee longvliezen. Deze worden ook wel pleurabladen genoemd.
- Het binnenste longvlies zit vast aan de long.
- Het buitenste longvlies ligt tegen de binnenkant van de borstkas.
Tussen deze twee vliezen zit normaal een dun laagje vocht. Hierdoor kunnen de vliezen soepel langs elkaar bewegen tijdens het ademhalen.
De long is een elastisch orgaan en heeft van zichzelf de neiging om samen te vallen. Tussen de longvliezen zit normaal geen lucht. De ruimte is vacuüm. Dit vacuüm zorgt ervoor dat de longen goed ontplooid blijven.

Heb je nog vragen?
Heb je na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met je behandelend arts of de functieafdeling.
- Functieafdeling
Telefoon: 0413 - 40 19 50 (binnen kantooruren) - Receptie Bernhoven
Telefoon: 0413 - 40 40 40 (buiten kantooruren)