Verblijfsdrain in de borstholte
Een verblijfsdrain voert vocht uit de borstholte af. Hierdoor kan de druk op je long afnemen en kun je minder benauwd zijn. In deze folder lees je wat een verblijfsdrain is, hoe de drain wordt geplaatst en hoe je er thuis mee omgaat.
Belangrijk: Deze folder geeft algemene informatie. De afspraken met je arts of verpleegkundige zijn altijd leidend. Neem bij twijfel contact op met je behandelteam.
Wat is een verblijfsdrain?
Een verblijfsdrain is een dun en soepel slangetje dat langere tijd in de borstholte blijft zitten. De borstholte is de ruimte tussen de long en de borstwand.
Vocht in deze ruimte kan druk geven op de long. Daardoor kun je benauwd zijn. Via de drain wordt dit vocht afgevoerd. Hierdoor neemt de druk op de long af en kan de benauwdheid verminderen.
Een deel van de drain loopt onder de huid. Het uiteinde blijft buiten het lichaam en wordt afgesloten en afgedekt. De drain kan langere tijd blijven zitten.
Andere namen voor een verblijfsdrain zijn getunnelde drain, PleurX, Rocketdrain, IPC of indwelling pleural catheter. Welke naam wordt gebruikt, verschilt per ziekenhuis.
Waarom krijg je deze drain?
Je krijgt een verblijfsdrain als er steeds opnieuw vocht in de borstholte komt en dit klachten geeft.
Met een verblijfsdrain kan het vocht thuis worden afgevoerd. Daardoor zijn soms minder ziekenhuisbezoeken of puncties nodig.
Het plaatsen van de drain
Een longarts plaatst de verblijfsdrain op het scopiecentrum. In overleg met je arts gebeurt dit poliklinisch, via de dagopname of tijdens een opname op de verpleegafdeling.
De arts maakt eerst een echo om de juiste plaats voor het inbrengen te bepalen. Daarna wordt de huid schoongemaakt en plaatselijk verdoofd.
Via 2 kleine sneetjes brengt de arts de drain onder de huid in. Dit heet tunnelen. Daarna wordt de drain met 1 of 2 hechtingen vastgezet.
De wond wordt afgedekt met een steriel verband. Je behandelteam vertelt wanneer de hechtingen verwijderd mogen worden en wanneer je naar huis kunt.
De drain zit onder je kleding. Daardoor is deze meestal niet zichtbaar.
Vocht afvoeren thuis
Een verpleegkundige van de thuiszorg kan het vocht thuis afvoeren. Je kunt dit ook zelf leren doen of samen met een naaste.
De benodigde materialen worden bij je thuis bezorgd.
Hoe vaak je moet draineren en hoeveel vocht er per keer mag worden afgevoerd, hangt af van de hoeveelheid vocht. Je behandelaar bespreekt dit met je.
Gebruik alleen de materialen die je van je behandelteam krijgt. Volg de instructies precies op.
Tijdens het draineren
Was en droog je handen vóór en na de verzorging.
Werk op een schone en rustige plek.
Houd aansluitingen en het uiteinde van de drain schoon.
Raak steriele onderdelen niet aan.
Stop met draineren bij pijn, plotselinge benauwdheid, aanhoudend hoesten, duizeligheid of als je je onwel voelt.
Neem dan contact op volgens de afspraken die met je zijn gemaakt.
Sluit de drain na afloop af zoals je hebt geleerd.
Noteer zo nodig de hoeveelheid en het uiterlijk van het vocht.
Verzorging en leefregels
Houd de pleister schoon, droog en goed vastgeplakt.
Laat een losse, natte of vuile pleister vervangen volgens de instructies van je zorgteam.
Trek niet aan de drain en voorkom knikken in het slangetje.
Draag ruime kleding.
Zorg dat de drain nergens achter kan blijven haken.
Als de drain goed is afgedekt, kun je douchen.
Bewegen is meestal goed.
Vermijd activiteiten waarbij aan de drain kan worden getrokken.
Bespreek sporten, tillen, autorijden en reizen vooraf met je behandelteam.
Gebruik geen crèmes, poeders of ontsmettingsmiddelen rond de insteekplaats, tenzij dit is voorgeschreven.
Wanneer neem je contact op?
Neem direct contact op met je behandelteam bij:
koorts of koude rillingen;
toenemende roodheid, warmte, zwelling of pijn rond de insteekplaats;
pus of lekkage rond de insteekplaats;
een beschadigde of verschoven drain;
een aansluiting die losraakt;
onverwacht bloederig of sterk veranderd vocht;
geen vocht uit de drain terwijl je klachten toenemen.
Bel 112 bij:
ernstige of snel toenemende benauwdheid;
flauwvallen;
blauw verkleurde lippen of huid;
hevige pijn op de borst;
een andere levensbedreigende situatie.
Vragen?
Heb je vragen of ben je onzeker over de verzorging? Neem dan contact op met je longarts, verpleegkundig specialist, casemanager of thuiszorgorganisatie.
Wacht bij nieuwe of toenemende klachten niet tot de volgende afspraak.
Heb je nieuwe materialen nodig? Neem dan contact op met de casemanager.