Voedingsadviezen bij dumpingklachten
Met dumpingklachten worden de klachten bedoeld die ontstaan na een te snelle maagontlediging. Deze klachten ontstaan vrijwel altijd als gevolg van een operatie, waarbij (een deel van) de maag is verwijderd.
Dumping na een maagoperatie
Wat is dumping?
Als een deel van je maag is verwijderd, komt eten sneller in je dunne darm. Ook worden sommige voedingsstoffen sneller opgenomen in je bloed. Hierdoor kun je klachten krijgen. Bijvoorbeeld:
- misselijkheid
- hartkloppingen
- duizeligheid of het gevoel dat je flauwvalt
- veel zweten
- trillen
- een sterk hongergevoel
Er zijn twee soorten dumping: vroege dumping en late dumping.
Wat is vroege dumping?
Vroege dumping ontstaat meestal binnen een half uur na het eten.
Het eten komt dan in één keer in grote hoeveelheden in de dunne darm. Hierdoor trekt de voeding veel vocht aan. Dat vocht komt uit de bloedvaten.
Je kunt hierdoor last krijgen van:
- een vol gevoel
- buikpijn
- darmkrampen
- diarree
Doordat er minder vocht in de bloedvaten zit, kan je bloeddruk dalen. Je kunt dan ook last krijgen van:
- hartkloppingen
- duizeligheid
- een slap gevoel
- sufheid
Wat is late dumping?
Late dumping ontstaat meestal anderhalf tot twee uur na het eten.
Na een maagoperatie komt eten sneller in de dunne darm. Hierdoor zijn de stijging van de bloedsuiker en de aanmaak van insuline niet meer goed op elkaar afgestemd.
Suikers worden snel opgenomen. Je lichaam maakt daarna insuline aan. Dat gebeurt iets later. Daardoor is er soms nog veel insuline in je bloed, terwijl de bloedsuiker alweer is gedaald.
Je kunt dan last krijgen van:
- koud zweet
- een onrustig gevoel
- trillen
- duizeligheid
- een sterk hongergevoel
- hartkloppingen
- soms flauwvallen
Wat kun je zelf doen?
De klachten verschillen per persoon. Probeer zelf uit welke voeding en hoeveelheden voor jou goed werken. De volgende adviezen kunnen helpen om klachten te verminderen of te voorkomen.
Voedingsadviezen
- Eet rustig en kauw je eten goed. Je maag kneedt het eten niet meer zoals vroeger. Goed kauwen is daarom extra belangrijk.
- Eet zes tot acht kleine maaltijden per dag.
- Drink weinig tijdens de maaltijd. Drink niet meer dan één kopje. Drink wel genoeg verspreid over de dag: ongeveer 1,5 liter.
- Drink tussen de maaltijden. Neem daarbij bijvoorbeeld een cracker of biscuit.
- Eet zo min mogelijk snelle suikers. Deze zitten onder andere in frisdrank, limonade, vruchtensap, cake, koek, gebak en zoet beleg.
- Kies voor vezelrijke producten, zoals volkorenbrood, groente en fruit. Vezels zorgen ervoor dat het eten minder snel door de darm gaat.
- Let op met melkproducten. Zoete melkproducten, zoals melk, vla en pap, kunnen winderigheid of diarree geven. Zure melkproducten, zoals yoghurt, kwark en karnemelk, worden vaak beter verdragen. Neem hiervan kleine porties, verdeeld over de dag.
- Kauw taaie of vezelige producten extra goed. Denk aan citrusfruit, asperges, bleekselderij, zuurkool en gedroogd fruit.
- Rust na het eten. Even liggen kan helpen om het eten minder snel naar de darmen te laten gaan.
- Eet niet door als je een vol gevoel hebt. Zo kun je buikpijn en krampen helpen voorkomen.
Heb je nog vragen?
Kijk voor meer informatie op de website van de Maag Lever Darm Stichting of neem contact op.
Maag Lever Darm Stichting
Telefoon: 030 - 60 55 881
E-mail: info@mlds.nl
Website: www.mlds.nl