Skip to Content

Drinken uit een open beker

Vanaf ongeveer 9 maanden (gecorrigeerde leeftijd) kunnen kinderen slokjes uit een open beker drinken. Het gaat dan niet om grote hoeveelheden, maar om een paar slokjes om het te leren. Met zo’n beker leren kinderen direct dat ze op tijd hun mond moeten sluiten als er wat vloeistof in de mond komt. Het drinken uit een open beker kan ook eerst geoefend worden met wat dikker vloeibaar drinken, zoals yoghurt of verdunde gladde fruithap.

Leren drinken uit een open beker is voor je kind een moeilijke taak. Meestal duurt het enkele weken tot maanden voordat een kind deze nieuwe vaardigheid goed beheerst. Maak je dus geen zorgen als het niet meteen lukt of veel geknoei oplevert. Belangrijk is om voor een goede houding te zorgen, zodat je kindje alle mogelijkheden heeft om deze nieuwe taak te leren.

Verschillende soorten bekers

De laatste jaren zijn er veel verschillende soorten bekers te koop, die allemaal een iets andere mondmotoriek vragen. Het drinken uit een open beker vraagt de meeste coördinatie van de mondmotoriek. De mond moet eerst licht geopend worden voor inname van het vocht, maar op tijd weer gesloten worden voor de slik. Omdat een gevarieerde motoriek van belang is in de eerste jaren, kan er gekozen worden voor verschillende manieren van drinken: open beker, rietjesbeker, tuitbeker.

Oefenbeker

De oefenbeker kan een fijne voorbereiding zijn op de overstap naar het drinken uit een gewone beker. De oefenbeker heeft een neusuitsparing, hierdoor kan je kindje goed in de beker kijken en leert het gemakkelijker drinken. De oefenbeker stimuleert de juiste drinkhouding doordat het hoofd recht blijft, in plaats van achterover buigt. Dat is vooral handig voor kinderen die zich snel verslikken.

Rietjesbeker

Het drinken uit een rietje is een motorische vaardigheid die kinderen leren tussen de 12 maanden en 2 jaar. In het begin zal het kind de vloeistof omhoog sabbelen en kunnen kinderen zich soms verslikken, omdat ze de hoeveelheid nog niet goed kunnen sturen. Door meer ervaring zal een kind leren hoe het een vacuüm kan creëren in de mond en leert het kind het zuigen en slikken goed op elkaar af te stemmen.

Tuitbeker

Tuitbekers zijn er in vele soorten. De gewone tuitbeker heeft drie gaatjes in het tuitje, waardoor de vloeistof meestal snel uit het tuitje loopt. Kinderen hoeven hier niet aan te zuigen, maar de vloeistof loopt meestal zo in hun mond. Doordat er geen antilek in het tuitje zit, kan het drinken er wel zo uitlopen. Meestal sabbelen kinderen een beetje aan deze beker. Als dit gepaard gaat met het naar buiten komen van de tong over de onderlip (onder het tuitje) is het niet zo verstandig om deze beker te gebruiken. Bij een antilek beker zit er meestal een dopje waardoor er een vacuüm ontstaat en er geen vloeistof uit het tuitje komt als er niet gezogen wordt. Bij veel antilek bekers moet echter erg hard gezogen worden wat veel kinderen (zeker in het begin) nog niet goed lukt. Ook hierbij geldt dat het niet verstandig is om deze bekers veel te gebruiken als de tong steeds onder het tuitje voorbij de lippen komt.

Samenvattend

  • Gebruik afwisselende bekers om een gevarieerde mondmotoriek te stimuleren.
  • Houd de open beker in het begin nog vast voor je kindje.
  • Doe een bodempje drinken in de open beker. Het is prima om te beginnen met kleine hoeveelheden, het gaat nog niet om de hoeveelheid vocht.
  • Oefen met kleine slokjes.
  • Je kan beginnen met het aanbieden van een dikkere consistentie zoals yoghurt, zodat de vloeistof niet te snel en niet in te grote hoeveelheden binnen komt. Verdun de consistentie steeds een beetje meer totdat je kind goed in staat is om ook vloeibare drankjes te drinken.

Heb je nog vragen?

Heb jij of je naasten na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met je logopedist of afdeling logopedie.

  • Logopedie via telefoonnummer 0413 - 40 19 35