Verstopping bij kinderen
Verstopping komt vaak voor bij kinderen. Je kind kan dan moeilijk poepen of pijn hebben bij het poepen. Soms ontstaan ook buikpijn, winderigheid of poepvegen in de onderbroek. In deze folder lees je hoe verstopping ontstaat en wat je kind zelf kan doen. Ook lees je wat je als ouder kunt doen om je kind te helpen.
Als poepen moeilijk gaat
Als poep te lang in je darm blijft, wordt de poep hard. Het wordt dan moeilijker om te poepen. Dit heet verstopping. Een moeilijk woord voor verstopping is obstipatie.
Hoe vaak je moet poepen, verschilt per persoon.
Wat is poep?
Je lichaam verwerkt alles wat je eet en drinkt. Het maakt daar kleine deeltjes en voedingsstoffen van. Je lichaam heeft deze voedingsstoffen nodig om te groeien, gezond te blijven en energie te krijgen.
Wat je lichaam niet nodig heeft, wordt poep. Poep bestaat uit:
- resten van eten die je lichaam niet nodig heeft
- darmbacteriën
- water
Meestal is je poep bruin. Soms heeft je poep een andere kleur. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als je rode bieten of spinazie hebt gegeten. Ook bepaalde medicijnen kunnen de kleur veranderen.
Meestal is je poep niet hard. De poep glijdt dan gemakkelijk naar buiten als je op de wc zit.
Hoe voel je dat je moet poepen?
Je darmen maken knijpbewegingen. Door deze bewegingen gaat de poep naar je endeldarm. De endeldarm is het laatste stukje van je darm. Hier zit ook je poepgaatje, waardoor de poep naar buiten komt.
In je endeldarm zitten zenuwcellen. Deze kun je zien als een soort antennes. Ze geven een seintje als je endeldarm vol zit.
Door dit seintje weten je hersenen dat je moet poepen. Dit heet aandranggevoel.

illustratie: Belinda Jordens ©
Hoe krijg je verstopping?
Als je poep te lang ophoudt, herken je de seintjes om te poepen steeds minder goed. Je voelt dan pas dat je moet poepen als je darm erg vol zit.
Het laatste deel van je endeldarm loopt dan vol met poep. De poep wordt hard en droog. Daardoor raakt de uitgang verstopt. Dit noemen we verstopping.
Soms zit er dunne poep achter de harde poep. Deze dunne poep kan langs de harde poep naar buiten komen. Je krijgt dan poepvegen in je onderbroek. Dit heet overloopontlasting.
Je kunt ook last hebben van:
- windjes laten, dit heet ook winderigheid
- zeurende of krampende buikpijn
- weinig zin om te eten
Wanneer is je ontlasting niet normaal?
Je ontlasting is niet normaal als:
- je minder dan twee keer per week poept
- je harde keutels of grote, harde ballen poept
- poepen pijn doet
Wat kun je zelf doen?
Je kunt zelf een aantal dingen doen om de verstopping te laten overgaan.
Wat kun je eten en drinken?
Het is belangrijk om genoeg te drinken. Drink zes tot zeven bekers per dag. Als je te weinig drinkt, wordt je poep hard.
Het is ook belangrijk om genoeg vezels te eten. Vezels zijn heel kleine deeltjes van planten. Ze zitten bijvoorbeeld in fruit en groente. Ook zitten ze in rogge en koren, waarvan brood wordt gemaakt.
Vezels helpen om je poep zacht te houden. Eet daarom genoeg groente en fruit. Kies bruin brood in plaats van wit brood. In wit brood zitten geen vezels.
Waarom is bewegen belangrijk?
Veel bewegen is goed voor je darmen. Buiten spelen en sporten helpen om je darmen actief te houden. Te veel zitten maakt je darmen lui.
Hoe oefen je met poepen?
Goed poepen kun je leren. Toilettraining helpt als je last hebt van verstopping.
Je voelt soms niet goed of pas laat dat je moet poepen. Daarom is het belangrijk om op vaste momenten naar de wc te gaan.
Ga na iedere maaltijd vijf minuten op de wc zitten.
Hoe zit je goed op de wc?
Het is belangrijk dat je goed op de wc zit. In een goede houding ontspannen je buik, billen en bekkenbodemspieren. Zo kun je je darm goed leegmaken.
Blijf rustig vijf minuten zitten. Pers een aantal keren zachtjes mee. Is het gelukt om te poepen? Dan mag je eerder van de wc af.
Een wekkertje kan helpen om de tijd bij te houden.
Als je gaat poepen:
- zit je ontspannen met een beetje een bolle rug
- houd je je buik en billen ontspannen
- zet je je voeten plat op de grond, zo nodig op een voetenbankje
- houd je je knieën iets hoger dan je billen
- houd je je benen uit elkaar en je broek en onderbroek op je enkels
- houd je je armen ontspannen en je handen losjes op je schoot
- ontspan je je billen en poepgaatje
Neem rustig de tijd en let goed op het poepen. Neem geen boekje of spelletje mee.
Voel je tussendoor dat je moet poepen? Ga dan natuurlijk gewoon naar de wc. Hoe vaker je uit jezelf poept, hoe sneller je naar de volgende stap mag.
Welke medicijnen kunnen helpen?
Er zijn medicijnen die het poepen makkelijker maken. Ze maken je poep zachter.
In het begin kun je merken dat:
- je vaker kleine beetjes moet poepen
- je poep heel zacht is
- je wat buikpijn hebt
- je last hebt van winderigheid
Deze klachten worden na een tijdje minder. Je darmen moeten wennen aan het medicijn.
Het is belangrijk om deze medicijnen een tijd te blijven gebruiken. Vaak is dit een aantal maanden.
Wil je meer weten over poepen? Bekijk dan de website Poeppaleis: www.poeppaleis.nl.
Adviezen voor ouders
Hoeveel moet jouw kind drinken?
Voldoende drinken is belangrijk. Als jouw kind te weinig drinkt, kan de ontlasting hard en droog worden.
De hoeveelheid drinken per dag is:
- één tot drie jaar: vijf bekers van 150 ml, in totaal 750 ml
- vier tot acht jaar: zeven bekers van 150 ml, in totaal 1000 ml
- negen tot achttien jaar: zeven tot tien bekers van 150 ml, in totaal 1000 tot 1500 ml
Waarom zijn vezels belangrijk?
Voedingsvezels zijn belangrijk voor een gezonde spijsvertering. Te weinig vezels eten kan verstopping veroorzaken. Voorbeelden van vezelarme voeding zijn witbrood, witte rijst, vruchtensap en beschuit.
Vezels stimuleren de werking van de darmen. Ook helpen ze om de ontlasting zacht en soepel te houden.
Vezels zijn plantendeeltjes die het lichaam niet verteert. Ze komen onveranderd in de dikke darm. Daar nemen ze vocht op. Hierdoor helpen ze om de ontlasting soepel te houden en goed te kunnen poepen.
Vezels zitten vooral in:
- volkorenbrood, roggebrood, havermout en muesli
- groente en fruit
- zilvervliesrijst en volkorenpasta
- aardappelen en peulvruchten
- gedroogde vruchten
- noten en pinda’s
Krijgt jouw kind meer vezels? Dan kan jouw kind in het begin last krijgen van een opgeblazen gevoel en winderigheid. Deze klachten worden minder als de darm aan de verandering gewend is.
Waar kun je bij het eten op letten?
- sla het ontbijt niet over. Een vezelrijk ontbijt helpt de darm op gang te komen en in beweging te blijven
- zorg voor voldoende vet in de voeding. Besmeer brood met zachte margarine of halvarine. Gebruik bij de warme maaltijd vloeibare margarine of olie
- laat je kind rustig eten en goed kauwen
- zorg voor voldoende rust en ontspanning tijdens het eten
Hoe help je jouw kind bij de toilettraining?
- zorg voor rust en regelmaat in het gezin
- wees begripvol en probeer niet boos te worden. Boosheid helpt niet en kan juist een averechts effect hebben
- stimuleer jouw kind om drie keer per dag na het eten vijf minuten naar de wc te gaan. Jouw kind voelt de aandrang niet goed en begrijpt daarom niet altijd waarom het weer naar de wc moet
- geef jouw kind een compliment als het probeert te poepen, ook als het niet lukt. Laat merken dat je trots bent als het wel lukt. Wees ook trots als jouw kind rustig en ontspannen op de wc heeft geoefend
- zorg dat het probleem niet de hele dag centraal staat
Welke medicijnen kunnen helpen?
Meestal zijn medicijnen nodig om verstopping te behandelen.
Laxeermiddelen maken de ontlasting zachter en de darm actief. Er zijn verschillende soorten laxeermiddelen. Het is belangrijk dat jouw kind deze medicijnen inneemt. Vaak is dit een paar maanden nodig.
De kinderarts of verpleegkundig specialist vertelt jou welke dosering nodig is en wanneer jouw kind met de medicijnen kan stoppen.
Als jouw kind net met de medicijnen is begonnen:
- kan jouw kind vaker kleine beetjes poepen
- kan de ontlasting in het begin erg dun zijn. Dit is normaal
- kan jouw kind meer ongelukjes hebben, omdat het de aandrang pas laat of niet goed voelt
De darmen moeten wennen aan de medicijnen. Na een aantal weken wordt de ontlasting weer vaster en nemen deze klachten af.
Wanneer neem je contact op?
Heeft je kind medicijnen gekregen en na drie dagen nog geen ontlasting gehad? Neem dan contact op met de kinderarts of verpleegkundig specialist.
Wat doe je als er geen controleafspraak is?
Is er geen controle afgesproken bij de kinderarts of verpleegkundig specialist? Dan kan je zelf een afspraak maken.
Bel hiervoor met de polikliniek kindergeneeskunde via 0413 - 40 19 44.
Heb je nog vragen?
Heb jij of je kind na het lezen van deze folder nog vragen? Bespreek deze dan tijdens het volgende bezoek aan de kinderarts of verpleegkundig specialist.
Polikliniek kindergeneeskunde
Telefoon: 0413 - 40 39 44
Route: 054