Skip to Content

Leefregels na een schouderprothese operatie

Je bent geopereerd aan je schouder en hebt een schouderprothese gekregen. Door zo snel mogelijk te starten met oefenen, kun je je schouder weer beter gebruiken. In deze folder lees je hoe je dit veilig doet en waar je rekening mee moet houden tijdens je herstel.

Fysiotherapie

Je start op de eerste dag na de operatie met oefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Het is belangrijk dat de schouder zo snel mogelijk weer bewogen wordt. In het begin beweegt de fysiotherapeut je schouder en oefen je samen. Daarnaast voer je de oefeningen meerdere keren per dag zelfstandig uit volgens het oefenprogramma.

Na ontslag ga je door met dit oefenprogramma. Dit kan bij een fysiotherapeut bij jou in de buurt of op de afdeling fysiotherapie van Bernhoven. Het is verstandig om vóór de operatie al een afspraak te maken met een fysiotherapeut, zodat je direct na ontslag kunt starten.

Ontslag

Je mag het ziekenhuis verlaten als je zelfstandig in en uit bed kunt komen, zelf naar het toilet kunt gaan en er geen medische bezwaren meer zijn.

Medicijnen en pijnbestrijding

Je gebruikt standaard vier keer per dag twee tabletten paracetamol van 500 mg. Heb je van de arts een recept voor extra pijnstilling gekregen, dan gebruik je deze medicijnen volgens voorschrift.

Leefregels en adviezen

  • Je krijgt na de operatie een immobiliser. Deze geeft steun aan de schouder en voorkomt ongewenste bewegingen.
  • Je draagt de immobiliser tijdens het lopen en slapen.
  • Overdag, als je in bed of in een stoel zit, mag de immobiliser af. Je kunt je arm dan ondersteunen met een kussen. Na twee weken mag je het gebruik van de draagband afbouwen.
  • Vanaf de tweede dag na de operatie mag je jezelf wassen aan de wastafel of douchen.
  • De eerste twee weken na de operatie mag je niet in bad, omdat de wond dan week kan worden.
  • Het naar buiten draaien van de schouder vermijd je de eerste twee weken.
  • Gedurende zes weken vermijd je trekken, duwen, tillen en andere zware activiteiten.
  • Zwaar huishoudelijk werk doe je de eerste zes weken niet.
  • De eerste zes weken mag je niet (brom)fietsen, autorijden of sporten.
  • De eerste drie maanden slaap je niet op de geopereerde zijde.

Oefenprogramma

Het oefenprogramma bespreekt de fysiotherapeut met je. Dit bestaat uit:

  • Bewegen van pols en hand.
  • Buigen en strekken van de elleboog.
  • Bewegen van nek en schoudergordel.
  • Zwaai- en slingeroefeningen.
  • Schuifoefeningen over been, tafel of muur.
  • Geleid actief bewegen naar voren en omhoog, ondersteund door de andere arm.

De eerste twee weken ligt de nadruk op het verbeteren van de beweeglijkheid van de schouder. In overleg met de fysiotherapeut kunnen hulpmiddelen worden gebruikt, zoals een katrol of stok. Na twee tot drie weken mag je, in overleg met de fysiotherapeut, geleidelijk meer aandacht besteden aan het versterken van de spieren rondom de schouder.

Oefeningen na de operatie

De eerste week is het belangrijk om minstens zes keer per dag oefeningen uit te voeren.
De fysiotherapeut zal aangeven welke oefeningen en hoeveel herhalingen.

De meest gebruikte oefeningen zijn:

Zwaai- en slingeroefeningen (afbeelding 1):

Ga voorovergebogen staan en laat de geopereerde arm ontspannen naar beneden hangen.

  • Slinger rustig de arm:
    • Voorwaarts/achterwaarts.
    • Binnen/buiten.
    • Rondjes maken.

In zit (afbeelding 2):

  • Hand rustig over het bovenbeen schuiven.
  • Handen in elkaar rustig over de tafel schuiven.
  • Hand van de geopereerde schouder over tafel schuiven.

In ruglig:

  • Handen in elkaar rustig:
    • Omhoog bewegen.
    • Naar achteren bewegen.

In stand (afbeelding 3):

  • Handen in elkaar rustig de armen een stukje omhoog bewegen.
  • Met vingertoppen tegen de muur rustig omhoog “lopen”.

Let er op dat de schouder laag blijft.

Afb. 1

Afb. 2

Afb. 3

Problemen of complicaties

Neem contact op met het ziekenhuis als je één van de volgende klachten krijgt:

  • Je krijgt koorts hoger dan 38,5 °C.
  • De schouder of arm wordt veel dikker of gaat bloeden.
  • De pijn vermindert niet na het innemen van pijnstillers.

Controleafspraak

Je krijgt op de afdeling een kaartje mee waarop staat door welke arts je bent geopereerd en over hoeveel dagen of weken je terugkomt voor controle. Zodra je thuis bent, kun je zelf de polikliniek bellen om de afspraak te maken.

Vragen of problemen

Heb je vragen, problemen of klachten na de operatie? Neem dan contact op:

Tijdens kantooruren (tussen 8.30 en 17.00 uur):

  • Poli Orthopedie: 0413 – 40 19 71

Na 17.00 uur en in het weekend:

  • Bel het centrale nummer van Bernhoven: 0413 – 40 40 40
    De verpleegkundige bekijkt of overleg met een arts nodig is.