Skip to Content

Hoortoestel

Uit onderzoek blijkt dat je in een bepaalde mate slechthorend bent. Je behandelend arts heeft met je gesproken over een hoortoestel. Daarna ben je doorverwezen naar een audicien. Een audicien is deskundig op het gebied van hoortoestellen. In deze folder lees je meer over gehoorverlies en verschillende soorten hoortoestellen. Ook lees je hoe de proefperiode verloopt en welke vergoeding je kunt krijgen.

Hoe werkt je oor?

Geluid bestaat uit trillingen. Je oorschelp vangt deze trillingen op en geeft ze door aan je gehoorgang.

Aan het einde van de gehoorgang zit het trommelvlies. Dit gaat trillen en geeft het geluid door aan het middenoor. In het middenoor zitten drie gehoorbeentjes:

  • hamer
  • aambeeld
  • stijgbeugel

Deze gehoorbeentjes komen in beweging en geven de trillingen door aan het binnenoor.

Het binnenoor bestaat uit het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan. Het slakkenhuis is een opgerold buisje met vloeistof. Door de beweging van de stijgbeugel gaat deze vloeistof trillen.

Hierdoor worden de haarcellen in de wand van het slakkenhuis geprikkeld. Deze haarcellen prikkelen vervolgens de gehoorzenuw. De gehoorzenuw geeft signalen door aan de hersenen. Daar worden geluid en spraak verwerkt.

 

Wat is slechthorendheid?

Slechthorendheid betekent niet alleen dat je geluiden minder hard hoort. Je kunt ook andere klachten hebben:

  • geluiden kunnen vervormd klinken. Sommige geluiden klinken doffer en andere juist scherper
  • je kunt gevoeliger worden voor harde geluiden. Deze kunnen pijnlijk zijn
  • je kunt meer last hebben van geluiden om je heen, bijvoorbeeld op een feestje, tijdens een vergadering of bij achtergrondmuziek
  • je kunt moeilijker bepalen waar een geluid vandaan komt

Welke soorten slechthorendheid zijn er?

Er zijn drie soorten gehoorverlies.

Geleidingsverlies

Bij geleidingsverlies zit de afwijking in het uitwendige oor of het middenoor. Geluiden worden daardoor niet goed doorgegeven aan het slakkenhuis. De geluiden klinken zachter.

Perceptieverlies

Bij perceptieverlies zit de afwijking in het slakkenhuis of de gehoorzenuw. Geluiden klinken niet alleen zachter, maar kunnen ook vervormd klinken. Harde geluiden kunnen hierdoor pijnlijk of onaangenaam zijn.

Gemengd verlies

Bij gemengd verlies heb je zowel geleidingsverlies als perceptieverlies.

Welke gevolgen kan slechthorendheid hebben?

Gehoorverlies kun je aan de buitenkant niet zien. Daardoor begrijpen andere mensen niet altijd wat slechthorendheid voor iemand betekent.

Het kan hierdoor moeilijker zijn om contact met andere mensen of collega’s te onderhouden. Mensen met gehoorverlies kunnen zich onzeker, geïsoleerd of gefrustreerd voelen.

Andere mensen kunnen geïrriteerd raken als zij vaak moeten herhalen wat ze zeggen.

Hoe wordt gehoorverlies onderzocht en behandeld?

Met een gehooronderzoek wordt bepaald welk gehoorverlies je hebt. Dit onderzoek bestaat uit toon- en spraakaudiometrie.

De arts onderzoekt hoe ernstig je gehoorverlies is en bij welke toonhoogtes je klachten hebt.

Daarna bespreekt de KNO-arts met je welke behandeling voor jou het meest geschikt is. In sommige gevallen adviseert de KNO-arts om één of twee hoortoestellen te proberen.

Hoe werkt een hoortoestel?

Een hoortoestel is een hulpmiddel dat geluid versterkt. Het geeft het versterkte geluid door aan het oor dat niet meer goed werkt.

Er zijn verschillende soorten en gradaties van gehoorverlies. Sommige mensen horen lage tonen minder goed. Andere mensen horen juist hoge tonen minder goed. Daarom bestaan er verschillende soorten hoortoestellen.

Een hoortoestel bestaat in principe uit:

  • een microfoon die geluid opvangt
  • een versterker die het geluid versterkt
  • een telefoon (luidspreker) die het geluid doorgeeft

Welke soorten hoortoestellen zijn er?

Hoortoestellen hebben verschillende eigenschappen. Sommige toestellen versterken vooral hoge tonen. Andere versterken vooral lage tonen.

Ook verschilt hoeveel geluid een toestel kan versterken. Een hoortoestel met weinig versterking is alleen geschikt bij licht gehoorverlies. Een toestel dat veel kan versterken, is geschikt bij groter gehoorverlies.

Er zijn onder andere deze typen:

In het oor (IHO)

Dit hoortoestel zit in het oor. Het is geschikt bij lichte tot middelmatige slechthorendheid. Er moet voldoende ruimte in de gehoorgang zijn.

Achter het oor (AHO)

Dit hoortoestel zit achter het oor. Het is geschikt voor alle soorten slechthorendheid.

Hoe kies je een hoortoestel?

Voor een goede keuze is het belangrijk om te weten wanneer je hulp nodig hebt bij het horen en verstaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een gesprek met één andere persoon
  • harde geluiden onderdrukken
  • zachte geluiden horen
  • gesprekken in een gezelschap verstaan

Ook andere zaken kunnen belangrijk zijn. Denk aan je eigen financiële bijdrage of je voorkeur voor een toestel in het oor of achter het oor.

Wat gebeurt er als je een hoortoestel gaat proberen?

Besluiten jij en je KNO-arts dat één of twee hoortoestellen de beste behandeling zijn? Dan vraagt de KNO-arts een proefaanpassing aan. Je krijgt een voorschrift mee voor de audicien.

De audicien:

  • legt uit welke hoortoestellen er zijn en geeft advies
  • maakt een afdruk voor het oorstukje
  • levert het hoortoestel en stelt het voor je af

Je krijgt het hoortoestel mee om uit te proberen. De audicien begeleidt je tijdens de hele proefperiode.

Hoe lang duurt de proefperiode?

De proefperiode duurt meestal twee maanden. Deze periode is nodig om het hoortoestel goed af te stemmen op jouw gehoorverlies.

Tijdens de proefperiode ga je regelmatig naar de audicien. De audicien stelt het hoortoestel bij op basis van jouw wensen en klachten.

Als dat nodig is, kan de proefperiode langer dan twee maanden duren.

Lukt het na een aantal bezoeken niet om het hoortoestel goed af te stellen? Bespreek dan met je audicien of een ander hoortoestel misschien beter bij je past. Doe dit vóór het einde van de proefperiode. Geef aan dat je graag een nieuwe proefperiode met een ander toestel wilt.

Wat kun je van een hoortoestel verwachten?

Een hoortoestel kan je helpen om geluiden beter te horen. Mogelijk kun je gesprekken daardoor ook beter verstaan.

Hoe goed dit lukt, hangt af van verschillende factoren. Je moet leren om met versterkt geluid te horen en te luisteren. Dat kost tijd en inspanning.

Je moet daarom wennen aan het gebruik van één of twee hoortoestellen.

Een hoortoestel heeft ook beperkingen. Het werkt nooit zo goed als een normaal oor. Vooral als er veel geluid om je heen is, kan het moeilijk blijven om goed te horen.

Ook moet je wennen aan de manier waarop geluiden en stemmen via een hoortoestel klinken.

Wanneer koop je het hoortoestel?

Na de proefperiode kun je besluiten om het hoortoestel te kopen. De proefaanpassing verplicht je tot niets.

Werkt het hoortoestel naar tevredenheid en wil je het kopen? Dan stuurt de audicien enkele meetgegevens en een beoordelingslijst naar je KNO-arts.

Soms moet je eerst nog naar de KNO-arts. De KNO-arts kan dan controleren hoe het hoortoestel is aangepast.

Welke vergoeding kun je krijgen?

De regels voor de vergoeding van hoortoestellen zijn de afgelopen jaren regelmatig veranderd. De meest actuele informatie vind je via de Hoorwijzer van Stichting Hoormij.

Je zorgverzekeraar betaalt maximaal 75 procent van de kosten van een hoortoestel vanuit de zorgverzekering. Hiervoor moet je een hoortoestel kiezen uit de categorie waarin je bent ingedeeld.

Je betaalt zelf 25 procent van de kosten. Dit is de wettelijke eigen bijdrage.

Afhankelijk van je verzekering kan het nodig zijn om naar een audicien te gaan waarmee je zorgverzekeraar een contract heeft. Ga je naar een andere audicien? Dan kan de vergoeding lager zijn.

Mogelijk krijg je een deel van de kosten die je zelf moet betalen vergoed vanuit je aanvullende verzekering.

Om een vergoeding vanuit de zorgverzekering te krijgen, moet het gehoorverlies aan het oor waarvoor je het hoortoestel krijgt 35 dB of meer zijn.

Bij sommige zorgverzekeraars kun je bijbetalen voor een duurdere oplossing. Je krijgt alleen de vergoeding die hoort bij een toestel uit de categorie waarin je bent ingedeeld.

Ben je 18 jaar of ouder en heb je je eigen risico nog niet helemaal gebruikt? Dan betaal je naast de eigen bijdrage van 25 procent ook het verplichte en eventueel vrijwillige eigen risico.

Heb je nog vragen?

Heb je na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met je audicien of met de polikliniek KNO-heelkunde.

Polikliniek KNO-heelkunde
0413 - 40 19 47

Waar vind je meer informatie?

Voor algemene informatie over slechthorendheid en hoortoestellen kun je terecht bij de Nederlandse Vereniging voor KNO-heelkunde:

kno.nl

Je kunt ook terecht bij Stichting Hoormij. Deze stichting geeft voorlichting, organiseert contact met andere mensen met gehoorproblemen en komt op voor hun belangen.

Stichting Hoormij
030 - 261 76 16
stichtinghoormij.nl