Spring naar de content

Informatie over de suprapubische katheter

Wat is een katheter?

Een katheter is een holle, soepele buis waarmee urine uit de blaas wordt afgevoerd.
Aan het uiteinde van de katheter zit een ballonnetje. Om te voorkomen dat de katheter uit de blaas valt wordt het ballonnetje gevuld met water.
De urine wordt in de blaas opgeslagen. U kunt de blaas ledigen door middel van het katheterventiel.( zie folder katheterventiel) In overleg met uw arts kan het ook zo zijn dat de urine afgevoerd wordt naar een opvangzak

Deze folder informeert u over het gebruik van de suprapubische katheter. Blijf niet met vragen zitten. Ook als u na het lezen van de folder nog vragen heeft, stel deze dan gerust aan de verpleegkundige. Zij helpt u graag.

Wat is een suprapubische katheter?

Een suprapubische katheter is een katheter die via een kleine incisie (sneetje) via de buikwand, net boven het schaambeen in de blaas wordt gebracht. Voor deze ingreep is het meestal noodzakelijk dat u voor een dag wordt opgenomen in het ziekenhuis. De suprapubische katheter wordt door een arts geplaatst.

Waarom een suprapubische katheter?

Er zijn verschillende redenen waarom een suprapubische katheter geschikter is dan een katheter via de plasbuis. Het is aangenamer en is gemakkelijker te verzorgen. Wanneer u seksueel actief  bent is een suprapubische katheter gemakkelijker met vrijen. De uroloog bespreekt met u de reden waarom u een suprapubische katheter krijgt.

Suprapubische katheter vervangen

Een suprapubische katheter wordt meestal om de zeven weken vervangen. Soms zijn er redenen om de katheter eerder te vervangen. De eerste keer wordt de katheter in het ziekenhuis vervangen. Nadien kan de huisarts of thuiszorg dit doen, hetzij thuis of in de praktijk van uw huisarts.

Verzorgen van de suprapubische katheter

Een suprapubische katheter geeft meestal geen problemen.
Om de kans op infecties te verkleinen kunt u de volgende eenvoudige regels toepassen:

  • Was dagelijks de huid rondom de incisie waar de katheter is ingebracht met water.
  • Droog u hierna zorgvuldig af.
  • Gebruik nooit talkpoeder of créme.
  • Was de handen vóór en na het loskoppelen of vervangen van een opvangzak en ook na elke stoelgang.
  • Probeer elke dag een douche te nemen. (hierbij kunt u uw beenzak aanhouden)
  • Rondom het steekgaatje hoeft geen verband te worden aangebracht tenzij er wondvocht uit lekt.

Het steekgaatje rondom de katheter kan rood, soms gezwollen zijn. Dit is normaal en is meestal geen ontsteking. Plak de katheter vast op de buik. Let erop dat er geen trekkracht op de katheter komt en niet afknikt.

Drink veel !!
Voor een goede afvloeiing van urine via de katheter dient u minstens anderhalve liter per dag te drinken. Bij voorkeur water of vruchtensap.

Beweging
Wandelen of een andere vorm van regelmatige dagelijkse beweging bevordert de werking van de darmen. Let op: een volle darm kan de afvoer van de urine bemoeilijken

Kan ik nog seksueel actief zijn?
Met een suprapubische katheter kunt u nog seksueel actief zijn. Het hoeft dus geen probleem te zijn. De katheter kan op uw buik vast geplakt worden. Indien uw katheter u hindert tijdens het vrijen, kunt u dit bespreekbaar maken met u arts of verpleegkundige.

Urine lekkage
Af en toe kan er urine lekken via de plasbuis waardoor u normaal plast. Waarschijnlijk hebt u dan last van blaaskrampen. Ga steeds na of er geen knik in de katheter zit en of deze niet verstopt is ( indien dit het geval is bevat de opvangzak geen urine). Zorg ervoor dat de slang tussen de katheter en de opvangzak goed zit en let erop dat de opvangzak zich lager dan uw blaas bevindt. Indien er urine via de incisie lekt, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

Soorten opvangzakken

Er zijn twee soorten opvangzakken: een beenzak en een nachtzak.
De beenzak draagt u overdag onder uw kleding. 's Nachts koppelt u de nachtzak ( met een veel grotere inhoud ) aan uw beenzak om alle urine uit de blaas op te vangen, zonder dat u op hoeft te staan om de beenzak leeg te maken. De katheter en de beenzak vormen een gesloten afvoersysteem. Dit gesloten systeem voorkomt dat bacteriën in de katheter of in de beenzak terechtkomen. Het behoud van dit gesloten systeem is belangrijk om infecties te voorkomen. De beenzak mag alleen van de katheter losgekoppeld worden als u deze wilt vervangen. Sommige patiënten kunnen een katheterventiel gebruiken. Uw verpleegkundige of arts kan u hierover meer informatie geven.

Beenzak

Dragen van een beenzak

De beenzak wordt bevestigd aan het boven of onderbeen met behulp van beenbandjes. U kunt de opvangzak ook in een bevestigingskous plaatsen. Maak uw katheter vast met  een pleister op u buik om trekkracht op uw katheter te voorkomen. U vermijdt tevens het afzakken van uw beenzak als deze zich vult met urine. Beenzakken zijn beschikbaar in drie verschillende inhoudsmaten: 350ml, 500ml of 750ml.
Aan de beenzak zit een verbindingsslang die u kunt vast kunt koppelen aan de katheter.
De verbindingsslang kan naar behoefte ingekort worden of in verschillende lengtes geleverd worden.

Verwisselen van de beenzak

  • Was de handen voor en na de wisseling en droog deze zorgvuldig.
  • Open de verpakking en haal de beenzak eruit.
  • Bevestig de beenbandjes door de openingen van de beenzak indien u deze gebruikt  in plaats van een bevestigingskous.
  • De non-woven kant, de antisliplaag, komt op het been.
  • Verwijder de beschermdop en leg de beenzak in de verpakking, zodat deze schoon blijft.
  • Gebruik de beschermdop om de gebruikte beenzak af te sluiten.
  • Pak met een hand de katheter vast en knik deze tussen duim en vinger, zodat er geen urine uit kan lopen.
  • Pak met de andere hand de schone beenzak en sluit deze aan op de katheter
  • Bevestig de beenzak op het been zoals u dat gewend bent.
  • Gooi de gebruikte beenzak in een daarvoor bestemde afvalbak.
  • Het beenzakje moet elke zeven dagen verwisseld worden.

Nachtzak

Doorkoppelen van beenzak naar nachtzak

  • Was de handen voor en na het aansluiten en droog deze zorgvuldig.
  • Leeg de beenzak, maar laat een beetje urine achter in de zak om vacuüm te voorkomen.
  • Verwijder het beschermdopje en duw de connector van de slang van de nachtzak aan het aftappunt van uw beenzak.
  • Zet het aftappunt in open positie wanneer deze is aangesloten op de nachtzak.
  • Het aftappunt van de nachtzak moet gesloten zijn.
  • Hang de nachtzak aan de haakjes van de bedhanger of leg de nachtzak eventueel in een emmer naast uw bed.

Plaats de opvangzakken onder het niveau van de blaas!!!

Ontkoppelen van de nachtzak

  • Sluit de aftapkraan van de beenzak, voordat u de nachtzak afkoppelt
  • Haal de nachtzak van de bedhanger en leeg deze in het toilet.
  • Spoel de nachtzak onder de kraan met lauw water door. (heeft de urine een sterke geur en  een donkere kleur, gebruik dan een mengsel van lauw water en een scheutje azijn
  • Plaats het beschermdopje terug op de connector aan de bovenkant van de slang van de nachtzak
  • De nachtzak kan een week gebruikt worden.
  • Gooi de gebruikte bedzak, na een week, in de daarvoor bestemde afvalbak.

Als u een goedkopere variant nachtzakken gebruikt kunt u ze iedere ochtend na gebruik in de daarvoor bestemde afvalbak deponeren.

Het legen van de nachtzak

  • Was de handen voor en na het legen en droog deze zorgvuldig.
  • Open de aftapkraan door de grijze hendel naar beneden te duwen.
  • Laat de urine in het toilet of opvangkan aflopen.
  • Sluit de aftapkraan door de grijze hendel naar boven te duwen.
  • Maak het flexibele slangetje schoon met lauw water.

Wanneer moet er hulp ingeroepen worden

  • Als de katheter eruit valt. Dit is een spoedgeval aangezien de katheter liefst zo snel mogelijk opnieuw ingebracht moet worden
  • Als u zich onwel voelt, pijn, koorts en buikpijn heeft.
  • Als er gedurende twee-drie uur geen urinelozing is.
  • Als er een bloeding is. (Bij het vervangen van de katheter is licht bloedverlies normaal rond de plaats waar deze ingebracht is)

Belangrijk !!!

Houd steeds een reservekatheter bij de hand. Verwijder de katheter nooit zelf. Neem contact op met uw huisarts of met de thuiszorgorganisatie indien er problemen zijn. Zij kunnen u verder helpen.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u op werkdagen contact opnemen met de polikliniek Urologie.

  • Telefoonnummer: 0413 - 40 19 68
  • Route 150