Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën kunnen betekenen dat je baby te vroeg geboren wordt. In deze folder lees je hoe je vroegtijdige weeën herkent, welke onderzoeken je kunt krijgen en welke behandelingen mogelijk zijn. Ook lees je wat er gebeurt als de bevalling wel of niet doorzet.
Wat zijn vroegtijdige weeën?
Een zwangerschap duurt gemiddeld veertig weken. Een zwangerschapsduur van 37 tot 42 weken is normaal.
Vroegtijdige weeën zijn weeën die vóór 37 weken zwangerschap beginnen. Ze kunnen leiden tot een vroeggeboorte. De medische naam hiervoor is een preterme bevalling.
Een baby die vóór 37 weken wordt geboren, is nog niet volledig ontwikkeld. Zo’n baby noemen we een premature baby. De baby heeft na de geboorte vaak extra medische zorg nodig.
De behandeling van vroegtijdige weeën heeft twee doelen:
- de bevalling zo lang mogelijk uitstellen
- zorgen dat de baby onder de best mogelijke omstandigheden wordt geboren
Hoe herken je vroegtijdige weeën?
Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder. Ze zorgen ervoor dat de baarmoedermond opengaat. Dit noemen we ontsluiting.
Beginnen de weeën meer dan drie weken vóór de uitgerekende datum? Dan kunnen dit vroegtijdige weeën zijn.
Vroegtijdige weeën voelen meestal hetzelfde als weeën rond de uitgerekende datum. Echte weeën:
- zijn vaak pijnlijk
- komen regelmatig terug
- kunnen steeds sterker worden
Je kunt ook bloed, slijm of vruchtwater verliezen.
Wat zijn harde buiken?
Harde buiken zijn normale samentrekkingen van de baarmoeder. Het zijn geen echte weeën.
Harde buiken:
- komen meestal onregelmatig
- zijn verspreid over de dag aanwezig
- voelen vaak ongemakkelijk, maar zijn meestal niet pijnlijk
- zorgen niet voor ontsluiting
Wat zijn te vroeg gebroken vliezen?
Soms begint een vroeggeboorte doordat de vliezen breken. Je verliest dan vocht.
We onderzoeken of dit vocht vruchtwater is. Het kan namelijk ook urine of vaginale afscheiding zijn.
Bij te vroeg gebroken vliezen kan de bevalling beginnen. Ook is er meer kans op een infectie. Bacteriën kunnen via de vagina naar de baarmoeder en de baby gaan. Hierdoor kunnen jij en je baby ziek worden.
Daarom controleren we regelmatig:
- je temperatuur
- de hartslag van je baby
Soms krijg je antibiotica om een infectie te voorkomen of te behandelen. Deze medicijnen komen via de placenta ook bij je baby.
Wanneer heb je meer kans op een vroeggeboorte?
In Nederland wordt zeven tot acht procent van de baby’s te vroeg geboren. Vaak is niet duidelijk waardoor vroegtijdige weeën of een vroeggeboorte ontstaan.
Je hebt meer kans op een vroeggeboorte als je eerder te vroeg bent bevallen.
Ook de volgende situaties kunnen de kans vergroten:
- een operatie waarbij de baarmoedermond korter is gemaakt, zoals een grote conisatie
- een verkorte baarmoedermond bij dochters van vrouwen die vroeger het hormoon DES gebruikten
- een zwangerschap van twee of meer baby’s
- te veel vruchtwater
- een ontsteking of infectie
- bloedverlies tijdens de zwangerschap
- te vroeg gebroken vliezen
- een slappe baarmoedermond
- ziekte van de moeder, vooral een infectieziekte
Welke onderzoeken krijg je?
Bij vroegtijdige weeën onderzoekt de gynaecoloog of er sprake is van een dreigende vroeggeboorte.
Onderzoek van de baarmoedermond
De gynaecoloog controleert of de baarmoedermond al opengaat. Dit kan met:
- een inwendig onderzoek met de vingers
- een vaginale echo
Dit onderzoek gebeurt meestal alleen als de vliezen niet zijn gebroken.
Zijn de vliezen wel gebroken? Dan kan de arts een steriel instrument gebruiken om in de vagina te kijken. Dit instrument heet een speculum of eendenbek. Dit onderzoek gebeurt niet standaard.
Onderzoek naar een infectie
Met een wattenstokje kan de zorgverlener wat materiaal afnemen van:
- de baarmoedermond
- de ingang van de vagina
- de anus
Dit materiaal wordt onderzocht op mogelijke infecties.
CTG
Met een CTG controleren we:
- de hartslag van je baby
- de weeënactiviteit
- hoe je baby op de weeën reageert
CTG is de afkorting van cardiotocogram.
Echo
Met een echo bekijkt de gynaecoloog:
- de ligging van je baby
- de conditie van je baby
- de hoeveelheid vruchtwater
- de plaats van de placenta
- de lengte van de baarmoedermond
Andere controles
Ook kunnen we je bloed en urine onderzoeken. Hiermee zoeken we naar tekenen van een infectie, zoals een blaasontsteking.
We controleren regelmatig je bloeddruk en temperatuur. Als dat nodig is, luistert de arts ook naar je hart en longen.
Hoe behandelen we een dreigende vroeggeboorte?
De behandeling hangt af van:
- hoe lang je zwanger bent
- jouw conditie
- de conditie van je baby
- hoeveel ontsluiting je hebt
Rust en de behandeling van een mogelijke blaasontsteking of andere infectie kunnen de weeën verminderen.
Je kunt medicijnen krijgen om de weeën af te remmen. Deze medicijnen noemen we weeënremmers.
Heb je al veel ontsluiting, bijvoorbeeld meer dan vijf centimeter? Dan is de kans klein dat we de bevalling nog enkele dagen kunnen uitstellen.
Soms krijg je antibiotica om een infectie te voorkomen.
Ben je minder dan 33 tot 34 weken zwanger? Dan krijg je bijna altijd corticosteroïden. Deze medicijnen helpen de longen en andere organen van je baby sneller rijpen.
Weeënremming vóór 26 weken en na 34 weken zwangerschap is niet effectief.
Soms is het beter om de bevalling niet tegen te houden. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij:
- ernstige hoge bloeddruk
- een groeiachterstand van de baby
- een infectie in de baarmoeder
Dit kan ook vóór 33 tot 34 weken nodig zijn.
Wanneer ga je naar een gespecialiseerd centrum?
Baby’s die vóór dertig tot 32 weken worden geboren, komen meestal in een gespecialiseerd centrum ter wereld.
Zo’n centrum heeft een neonatale intensive care, afgekort NICU. Hier kunnen te vroeg geboren baby’s intensieve zorg krijgen. Soms is bijvoorbeeld beademing nodig.
Kunnen we de weeën bij een korte zwangerschapsduur niet afremmen? Dan is overplaatsing naar een gespecialiseerd centrum meestal het beste.
Wat zijn corticosteroïden?
Corticosteroïden zijn hormonen die het lichaam zelf aanmaakt bij stress. Ze kunnen ook via een injectie aan jou worden gegeven.
Bij een te vroeg geboren baby zijn de longen en andere organen vaak nog niet volledig ontwikkeld. Corticosteroïden helpen deze organen sneller rijpen.
Baby’s die vóór 33 tot 34 weken worden geboren, hebben hierdoor een betere kans op een goed herstel.
Het effect is na twaalf uur meetbaar. Het beste effect ontstaat na 24 tot 28 uur. De werking duurt minimaal één week.
Voorbeelden van corticosteroïden zijn:
- betamethason
- dexamethason
De bijwerkingen voor jou zijn meestal gering.
Je baby kan tijdelijk wat minder bewegen. Ook kan de hartslag op het CTG wat rustiger zijn. Tot nu toe zijn geen nadelige effecten aangetoond.
Welke medicijnen remmen de weeën?
Als dat nodig is, krijg je medicijnen om de bevalling uit te stellen.
Vaak gebruiken we nifedipine, ook bekend als Adalat. Je neemt dit medicijn onder de tong in.
Bij een zeer vroege dreigende vroeggeboorte, vóór dertig weken, kan soms indometacine worden gebruikt. Dit medicijn heet ook Indocid en wordt als zetpil gegeven.
Adalat en Indocid zijn niet officieel geregistreerd als weeënremmers.
Weeënremmers kunnen de weeën verminderen of stoppen. Meestal stellen ze de bevalling enkele uren tot dagen uit.
Die extra tijd is belangrijk. Hierdoor kunnen we:
- corticosteroïden geven
- je overplaatsen naar een centrum met een NICU
Welke bijwerkingen hebben weeënremmers?
Bijwerkingen van Adalat
Adalat geeft meestal weinig bijwerkingen. Mogelijke klachten zijn:
- hoofdpijn
- opvliegers
- misselijkheid
Adalat kan je bloeddruk verlagen. Daarom controleren we je bloeddruk regelmatig.
Ook kan de hartslag van je baby sneller worden. Dit is zichtbaar op het CTG.
Bijwerkingen van indometacine
Indometacine kan bij jou zorgen voor:
- maagklachten
- darmklachten
- duizeligheid
Het medicijn kan ook ongewenste gevolgen hebben voor je baby. Daarom krijg je het maar kort en in een lage dosis. Na dertig weken zwangerschap gebruiken we het niet meer.
Heb je ernstige bijwerkingen? Dan kan de arts de dosering verlagen, het medicijn stoppen of een ander medicijn geven.
Wat gebeurt er bij koorts?
Krijg je tijdens de weeënremming koorts? Dan kan dit wijzen op een infectie. Dit geldt vooral als je vliezen zijn gebroken.
Het is dan soms beter om:
- de weeënremming te stoppen
- antibiotica te geven
- de bevalling te laten beginnen
Kun je de kinderafdeling bezoeken?
Ben je opgenomen vanwege een dreigende vroeggeboorte? Dan kun je vaak vóór de bevalling de couveuse- of kinderafdeling bezoeken.
Je ziet dan waar je baby na de geboorte mogelijk wordt opgenomen.
Ook kun je vooraf met de kinderarts praten. De kinderarts bespreekt welke problemen direct na de geboorte en op langere termijn kunnen ontstaan.
Wat gebeurt er als de bevalling doorgaat?
Een premature baby kan via de vagina worden geboren.
Een premature baby heeft minder reserves dan een baby die op tijd wordt geboren. Daarom controleren we tijdens de bevalling de hartslag van je baby goed. Zo kunnen we snel ingrijpen als dat nodig is.
Meestal is een kinderarts aanwezig of snel beschikbaar.
Afhankelijk van de zwangerschapsduur gaat je baby na de geboorte direct in een couveuse. Dit voorkomt dat je baby te veel afkoelt.
Kan een premature baby borstvoeding krijgen?
Ook premature baby’s kunnen moedermelk krijgen.
Een te vroeg geboren baby heeft soms nog te weinig kracht om uit de borst te drinken. Ook kan de zuigreflex nog niet goed ontwikkeld zijn.
Je kunt dan melk afkolven. De baby krijgt de melk via een dun slangetje naar de maag. Dit slangetje heet een sonde.
Ligt je baby op de couveuseafdeling? Dan kun je de eerste periode na de bevalling in Bernhoven blijven.
Bij een zeer vroeg geboren baby kan het gebeuren dat jij al naar huis mag, terwijl je baby nog opgenomen blijft.
Wat gebeurt er als de bevalling niet doorgaat?
Zijn je vliezen niet gebroken en zijn de weeën afgenomen? Dan bouwen we de weeënremmers na enkele dagen af en stoppen we ermee.
Bedrust is dan niet meer nodig. Je mag steeds meer rondlopen.
Komen de weeën terug? Dan kan soms opnieuw een periode van weeënremming nodig zijn.
Blijft alles rustig? Dan mag je naar huis. Het advies is om de eerste tijd rust te houden.
Komen er geen nieuwe weeën? Dan kun je je dagelijkse activiteiten weer rustig oppakken. Je mag dan ook weer vrijen en werken.
Controle door de gynaecoloog is dan niet altijd meer nodig. Je kunt worden terugverwezen naar je verloskundige of huisarts. Dit gebeurt niet als er een andere reden is om onder controle van de gynaecoloog te blijven.
Zijn je vliezen gebroken? Dan blijf je meestal in Bernhoven tot de bevalling.
Soms is controle thuis mogelijk. Een verloskundige die aan Bernhoven verbonden is, maakt dan regelmatig bij jou thuis een CTG.
Heb je nog vragen?
Heb je na het lezen van deze folder nog vragen? Bespreek ze gerust met je arts.
Je kunt van maandag tot en met vrijdag tijdens kantooruren bellen met de polikliniek Gynaecologie.
Telefoonnummer: 0413 - 40 19 38