Skip to Content

Hartkatheterisatie

De cardioloog heeft met jou besproken dat je binnenkort wordt opgenomen voor het ondergaan van een hartkatheterisatie. (CAG Coronair angiografie). In deze folder kun je nog eens rustig nalezen wat je kunt verwachten bij dit onderzoek.

Het onderzoek vindt plaats op:

..............................................................................................20.................................

Op de dag van het onderzoek graag melden om:...........................................uur op route 140 van Bernhoven, Uden.

  • Word je op de dag van het onderzoek zelf opgenomen omdat je een infuus krijgt, dan graag melden om ...................................uur op het Ambulant Centrum, route 140.

  • Ben je onder controle bij de Trombosedienst dan wordt de INR waarde vooraf geprikt op het Ambulant Centrum route 140.

  • Gebruik je NOAC's (antistollingsmedicatie):....................................................................stop dan ..............................................................dag(en) vóór de hartkatheterisatie met het gebruik ervan. Je mag ........................................dag(en)/uur na de ingreep de medicatie weer gaan innemen.

Heb je vragen, stel deze dan aan je arts op de polikliniek of verpleegkundige bij de opname.

Waarom krijg je een hartkatheterisatie?

Met een hartkatheterisatie (CAG) onderzoekt de cardioloog of er vernauwingen of afsluitingen zijn in de kransslagaders. Dit zijn de bloedvaten die het hart van zuurstof en voedingsstoffen voorzien.

Je kunt dit onderzoek krijgen als je bijvoorbeeld:

  • pijn op de borst hebt;
  • een probleem met een hartklep hebt;
  • een hartinfarct hebt gehad.

Tijdens het onderzoek maakt de cardioloog röntgenbeelden van de kransslagaders. Hiervoor wordt contrastvloeistof gebruikt.

Voorbereiding

Op de dag van het onderzoek

  • Je mag normaal ontbijten of lunchen.
  • Gebruik je medicijnen zoals je gewend bent, tenzij je arts iets anders heeft afgesproken.
  • Neem je medicijnen mee naar het ziekenhuis.
  • Heb je diabetes? Neem dan ook je glucosemeter mee.
  • Gebruik je plastabletten? Neem deze ook in, tenzij je arts iets anders heeft afgesproken.
  • Gebruik je metformine? Je arts vertelt of je hiermee moet stoppen op de dag van het onderzoek en de twee dagen erna. Dit hangt af van de uitslag van je bloedonderzoek.
  • Neem nachtkleding en toiletspullen mee. Meestal ga je dezelfde dag naar huis, maar soms blijf je een nacht in het ziekenhuis.

Belangrijk

Na het onderzoek mag je niet zelf autorijden. Regel vooraf dat iemand je naar huis brengt.

Kleding

Draag comfortabele kleding die gemakkelijk aan en uit kan, zoals:

  • een sport- of pyjamabroek;
  • een T-shirt met korte mouwen.

Verder geldt:

  • draag schone kleding;
  • draag geen bh;
  • draag geen sieraden of piercings;
  • draag geen kleding met metaal, zoals een riem of metalen knopen.

Actueel medicatieoverzicht (AMO)

Neem een actueel medicatieoverzicht (AMO). Lees op deze pagina de veelgestelde vragen over het AMO. Hierop staan alle medicijnen die je gebruikt. Je kunt dit overzicht ophalen bij je apotheek.

Opname

Op de afgesproken dag meld je je bij het Ambulant Centrum (route 140).

De verpleegkundige:

  • controleert je bloeddruk en hartslag;
  • geeft je een operatiejasje;
  • brengt een infuus in.

Het exacte tijdstip van het onderzoek is niet altijd bekend. Soms verandert de planning doordat er spoedgevallen zijn. We proberen je altijd binnen het afgesproken dagdeel te helpen.

Het onderzoek

Je wordt in je bed naar de hartkatheterisatiekamer gebracht.

Tijdens het onderzoek:

  • lig je op een onderzoekstafel;
  • krijg je steriele doeken over je heen;
  • wordt je hartritme bewaakt;
  • wordt je pols of lies plaatselijk verdoofd.

Via een klein buisje (hulsje) brengt de cardioloog een katheter in een slagader. Deze schuift door naar de kransslagaders.

Daar merk je meestal niets van, omdat bloedvaten geen pijnzenuwen hebben.

Via de katheter spuit de cardioloog contrastvloeistof in. Daarna worden vanuit verschillende richtingen röntgenfoto's gemaakt.

Tijdens het onderzoek vragen we je soms om:

  • diep in te ademen;
  • je adem even vast te houden;
  • daarna weer rustig uit te ademen.

Na het onderzoek

Of je via je pols of lies bent behandeld, bepaalt hoe het herstel verloopt.

Via de pols

  • Je krijgt een speciaal drukbandje om je pols.
  • Dit blijft ongeveer vier uur zitten.
  • Je hoeft geen bedrust te houden.
  • Je draagt de eerste 24 uur een mitella om je arm rust te geven.
  • Meestal mag je ongeveer vijf uur na het onderzoek naar huis.

Via de lies

Meestal sluit de cardioloog het prikgaatje af met een plugje.

  • Daarna heb je ongeveer één uur bedrust.
  • Je mag het aangeprikte been zo min mogelijk bewegen.
  • Daarna mag je onder begeleiding weer uit bed.
  • Meestal kun je ongeveer twee uur later naar huis.

Je krijgt een kaartje van het plugje mee. Bewaar dit gedurende 90 dagen.

Als een plugje niet mogelijk is

Soms krijgt je een drukverband.

Dan geldt:

  • zes uur bedrust;
  • de eerste vier uur plat liggen;
  • het aangeprikte been zo min mogelijk bewegen.

Soms moet je hierdoor een nacht in het ziekenhuis blijven.

Eten en drinken

Na het onderzoek mag je weer gewoon eten en drinken.

Drink extra water. Zo raak je de contrastvloeistof sneller kwijt.

Uitslag

Na het onderzoek bespreekt de cardioloog de eerste uitslag met je.

Afhankelijk van de uitkomst zijn verschillende behandelingen mogelijk:

  • geen behandeling;
  • behandeling met medicijnen;
  • dotteren (PCI);
  • een bypassoperatie (CABG).

Als een bypassoperatie nodig is, bespreekt een gespecialiseerd hartteam van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven (CZE) en het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) jouw situatie.

Na ongeveer twee tot drie weken kom je terug op de polikliniek Cardiologie. Dan bespreekt de cardioloog de definitieve uitslag en controleert zo nodig de aanprikplaats.

Adviezen voor thuis

Om een bloeding te voorkomen:

  • til de eerste dagen niet zwaar;
  • fiets, sport en rijd geen auto;
  • douche wel, maar ga de eerste drie tot vier dagen niet in bad.

De pleister op je pols of lies mag je na twee dagen verwijderen.

Een blauwe plek, lichte zwelling of gevoeligheid is normaal.

Heb je een mitella gekregen? Draag deze dan de eerste 24 uur.

Mogelijke complicaties

Een hartkatheterisatie verloopt meestal zonder problemen.

Mogelijke, meestal tijdelijke complicaties zijn:

  • een bloeduitstorting op de aanprikplaats;
  • hartritmestoornissen;
  • een allergische reactie op de contrastvloeistof;
  • een tijdelijke verkramping van een kransslagader.

Ernstige complicaties zijn zeer zeldzaam, zoals:

  • een hartinfarct of beroerte door een bloedstolsel;
  • overbelasting van de bloedsomloop door de contrastvloeistof;
  • beschadiging van een bloedvat met een inwendige bloeding.

De cardioloog weegt deze kleine risico's altijd af tegen de voordelen van het onderzoek.

Wanneer neem je contact op?

Neem contact op met de polikliniek Cardiologie als je:

  • een nabloeding of flinke zwelling krijgt;
  • veel pijn of een doof gevoel in je arm of been hebt;
  • koorts boven de 38,5 °C krijgt;
  • je zorgen maakt over je herstel.

Polikliniek Cardiologie
0413 - 40 19 23 (tijdens kantooruren)

Buiten kantooruren en in het weekend
Bel de receptie van Bernhoven: 0413 - 40 40 40.

Heb je nog vragen?

Heb je na het lezen van deze folder nog vragen? Stel ze gerust aan je cardioloog of aan een medewerker van de polikliniek Cardiologie.