Pijn bij kanker: pijnbestrijding via het wervelkanaal
Jouw regiebehandelaar van de pijngeneeskunde heeft met je afgesproken dat je gaat starten met spinale pijnbestrijding. In deze folder lees je hoe deze behandeling in Bernhoven verloopt en over andere zaken die hierbij van belang zijn.
Algemeen
Pijnklachten zijn meestal goed te bestrijden met pijnstilling. Soms helpen de voorgeschreven pijnstillers niet meer of hebben ze te veel bijwerkingen. Ook kan het slikken van veel pijnstillers te belastend zijn. Dan kan (spinale) pijnbestrijding via het ruggenmerg een volgende stap zijn.
Wat is pijnbestrijding via het ruggenmerg?
Het is een vorm van pijnbestrijding, waarbij je een dun slangetje (in medische termen katheter genoemd) ingebracht krijgt in het wervelkanaal ofwel 'spinale kanaal'. Dit wordt operatief gedaan door een pijnarts. De katheter ligt in de ruggenmergvloeistof en treed in je zij uit de uit. Aan de katheter wordt een pompje aangesloten voor pijnmedicatie De pijnstilling druppelt hierdoor gelijkmatig in het ruggenmergkanaal.

Het belangrijkste voordeel van deze pijnbestrijding is dat morfine rechtstreeks terechtkomt op de plaats waar het medicijn moet werken. Op die manier kan met een lage dosis morfine de pijn effectiever worden bestreden. Daardoor zijn bijwerkingen zoals misselijkheid, moeilijke stoelgang en sufheid minder hevig.
Behandeling
De pijnarts brengt via een ruggenprik een slangetje (katheter) in je wervelkanaal. De arts schuift de katheter onder je huid een stukje naar je buik of schouder. Het uiteinde van de katheter gaat door een opening in je huid naar buiten. De arts sluit de katheter aan op een draagbaar pompje. De arts stelt de hoeveelheid pijnstilling in. Het pompje spuit steeds een kleine hoeveelheid pijnstillers door de katheter. Je kunt jezelf ook meer geven als je dat nodig hebt. Maar er wordt een maximum ingesteld. Je hoeft niet bang te zijn dat je jezelf een overdosis geeft.
Voor het inbrengen van de katheter en het instellen is een opname nodig. Meestal moet je een paar dagen tot een week in het ziekenhuis blijven.
Mogelijke bijwerkingen en complicaties
Pijnbestrijding via een katheter in je ruggenmerg kan bijwerkingen en complicaties geven. De arts bespreekt dit met je. Bijwerkingen zijn afhankelijk van het medicijn dat wordt toegediend. Meestal lukt het prima om een balans te vinden tussen goede pijnstilling en zo min mogelijk bijwerkingen. Je kunt last krijgen van jeuk, sufheid, misselijkheid, minder aandrang om te plassen en een doof gevoel in je benen. Meestal zijn deze bijwerkingen tijdelijk.
- Problemen met plassen. De eerste uren na de behandeling kun je misschien niet plassen. Soms is een tijdelijk slangetje in de blaas (blaaskatheter) nodig om je plas (urine) op te vangen.
- Lekkage van ruggenmergvloeistof. Soms lekt er ruggenmergvloeistof (liquor) langs de katheter. Je krijgt dan last van hoofdpijn en duizeligheid, vooral als je gaat zitten. Meestal gaat dit na een aantal dagen over. Als je klachten blijft houden, is soms een behandeling nodig.
- Infectie. Ondanks de zorgvuldige verzorging van de katheter, bestaat er een kans dat de katheter infecteert. In dat geval zal de arts er meestal voor kiezen om de katheter te verwijderen om te voorkomen dat er een ontsteking ontstaat. Daarnaast krijg je antibiotica voorgeschreven.
Nazorg
De eerste dagen na de behandeling wordt de medicatie ingesteld door het pijnteam. Soms worden aan morfine nog andere pijnstillende medicijnen toegevoegd. Tegelijkertijd worden de pijnstillers die je eerst gebruikte langzaam vermindert. Zodra de juiste dosering is gevonden, kun je met de pomp naar huis.
De hiervoor opgeleide verpleegkundigen (van het specialistische team van de thuiszorg) nemen samen met je huisarts de zorg rondom pomp en katheter over. De ziekenhuispomp wordt omgeruild voor een handzaam pompje dat je in een heuptasje mee kunt dragen.
De katheter en de draagbare apparatuur belemmeren je weinig in je bewegingen. Wat je wel en niet kunt doen zal dus vooral afhangen van hoe je je voelt.
Mocht je vragen of problemen hebben als je thuis bent, neem dan contact op met je huisarts of met een verpleegkundige van het specialistisch team van de thuiszorg. Zij zijn dag en nacht bereikbaar en kunnen - als dat nodig is - contact opnemen met de dienstdoende pijnarts van het ziekenhuis.
Let op:
- Informeer je regiebehandelaar over medicijnen die je gebruikt en of je allergisch bent voor andere medicijnen als contrastvloeistof, verdovingsmiddel, jodium, een antibioticum of pijnstillers.
- Als je een stoornis van de bloedstolling hebt of bloedverdunners gebruikt, waarvoor controle bij de trombosedienst noodzakelijk is, moet je in nader overleg met je regiebehandelaar tijdelijk stoppen met het gebruik van deze middelen. Op de behandeldag is dan controle van de stolling van het bloed noodzakelijk (INR waarde).
- Indien je bloedverdunners gebruikt buiten de trombosedienst om kan het zijn dat je hiermee moet stoppen. Dit zal je regiebehandelaar met je bespreken.
- Na de behandeling kun je de medicijnen voor de bloedverdunning weer innemen, zo nodig in overleg met de trombosedienst of met je regiebehandelaar.
Overzicht medicijnen
Neem een actueel medicatieoverzicht (AMO) mee. Dit overzicht haal je op bij je apotheek en mag maximaal 3 maanden oud zijn. Dit overzicht van medicijnen die je gebruikt is belangrijk, zodat wij weten welke medicijnen we zo nodig al dan niet kunnen voorschrijven in combinatie met wat je al gebruikt.
Vragen
Als je na het lezen van deze folder nog vragen hebt, aarzel dan niet om deze te stellen aan je behandelend arts. Je kunt ook contact opnemen met het Regionaal Pijn Centrum, telefoonnummer: 0413 - 40 19 87