Skip to Content

Voedingsadviezen bij een verhoogd kalium

Wat is kalium en waarom moet je rekening houden met kalium in de voeding?

Kalium is een mineraal dat in vrijwel alle voedingsmiddelen voorkomt. Kalium komt in het lichaam voornamelijk voor in de spiercellen. Het heeft een belangrijke functie bij de geleiding van zenuwprikkels. Verder speelt het, samen met natrium, een rol bij het regelen van een goede waterhuishouding in het lichaam. Als de nieren normaal functioneren, plas je het teveel aan kalium dat je met de voeding binnenkrijgt, weer uit. Bij een verminderde nierfunctie blijft er te veel kalium in het lichaam achter, zeker in combinatie met bepaalde medicijnen voor de bloeddruk. Een hoog kaliumgehalte kan ook voorkomen als er geen nierproblemen zijn. Een hoog kaliumgehalte in het bloed kan tot hartklachten (bijvoorbeeld ritmestoornissen) en spierkrampen leiden.

Hoeveel kalium heb je per dag nodig?

Er is geen minimumhoeveelheid kalium aan te geven die een gezond persoon per dag nodig heeft. Gemiddeld gebruikt de Nederlander 4 - 6 gram kalium (= 4000 - 6000 mg) per dag. Bij chronische nierschade kan het kaliumgehalte van het bloed te hoog worden. Dan moet je de inname van kalium in de voeding beperken. Hoeveel kalium je nog kunt gebruiken hangt dus af van de bloedwaarden. Het zal meestal uitkomen op een beperking van 2000 - 3000 mg per dag. De diëtist vertelt hoeveel kalium jij per dag kunt gebruiken. Het is niet de bedoeling dat je alle voedingsmiddelen die kalium bevatten weglaat uit de voeding. Je hebt kalium nodig en de kaliumbevattende voedingsmiddelen leveren ook andere belangrijke voedingsstoffen zoals, vezels, vitaminen en mineralen. Als het kalium met behulp van dieetmaatregelen niet voldoende zakt, kan de arts (tijdelijk) kaliumbindende medicijnen voorschrijven.

In welke voedingsmiddelen komt kalium voor?

In vrijwel alle voedingsmiddelen zit kalium. Bij een kaliumbeperking zijn geen voedingsmiddelen verboden. Sommige voedingsmiddelen bevatten wel meer kalium dan andere. Verder heeft de manier van bereiden invloed op de hoeveelheid kalium in de voeding. Het gaat om de totale hoeveelheid kalium die je per dag binnen krijgt. Een kaliumrijke maaltijd kan dus wel, maar daar moeten dan een aantal kaliumarme voedingsmiddelen of kaliumarme maaltijd tegenover staan.

Veel kalium: aardappelen, groenten, fruit, vruchtensap, gedroogde vruchten, koffie, tomaat, melkproducten, appelstroop, cacao, noten, pinda’s, peulvruchten (zoals witte/bruine bonen, kapucijners en linzen), dieetzout en mineralenzout (hierin is natrium vervangen door kalium).

Weinig kalium: thee, rijst, deegwaren (zoals macaroni, spaghetti), frisdank, kaas, (dieet)margarine, roomboter, olie, jam, suiker, honing.

Fruit

Fruit hoort thuis in het dagmenu van een nierpatiënt, ook al is het een kaliumrijk voedingsmiddel. Wissel de fruitsoorten af. De ene soort bevat andere vitamines en mineralen dan de andere.

  • Kaliumrijke fruitsoorten zijn: suikermeloen, banaan, kersen, avocado, kiwi, abrikozen en rode bessen. Eet hier dus een kleinere portie van.
  • Ook gedroogd fruit is erg kaliumrijk.
  • Eén glas vruchtensap bevat evenveel kalium als één stuk fruit. Als het woord ‘sap’ op een pak staat, betekent dit dat er geperst fruit in zit.
  • Vruchtendrank of dubbeldrank bestaan voor een deel uit vruchtensap, verder is het aangevuld met water en suiker. Hier zit dus ook kalium in.

 

Één portie fruit komt overeen met:

Gebruik maximaal ____ portie(s) fruit of vruchtensap per dag.

 

Groenten

Groenten zijn ook kaliumrijk. Toch heb je dagelijks een portie groenten nodig. Wissel de groentesoorten af. Op die manier krijg je van de verschillende vitamines en mineralen voldoende binnen.

Het kaliumgehalte van groente kan per soort erg variëren:

  • Veel kalium: spinazie, postelein, zeewier, koolrabi, spruitjes, broccoli, tuinbonen, paddenstoelen en tomaat.
  • Minder kalium: alle gekookte groenten.
  • Rauwe groenten bevatten meer kalium dan gekookte groente. De portiegrootte van de rauwe groenten is vaak kleiner dan de gekookte groenten en daardoor is de hoeveelheid kalium per portie vergelijkbaar. Eet je een extra portie rauwkost, laat dan een deel van de gekookte groenten staan en eet rijst of pasta bij deze maaltijd in plaats van aardappelen of aardappelgerechten.
  • Als je kaliumrijke groente eet, neem rijst of pasta bij deze maaltijd in plaats van aardappelen of aardappelgerechten.
  • Voor de bereiding van groente wordt aanbevolen deze te koken. Ook blancheren verlaagt het kaliumgehalte, maar dit effect is kleiner.
  • Wanneer je groenten roerbakt/wokt is het advies om ze vooraf te blancheren.

 

Gebruik maximaal ____ gram groenten per dag.

 

Aardappelen en aardappelvervanging

  • Veel kalium: aardappelen, stamppot, aardappelpuree, friet en aardappelschijfjes.
  • Weinig kalium: rijst, pasta (zoals spaghetti en macaroni, couscous, bulgur, mie en mihoen.
  • Kook de aardappelen bij voorkeur in ruim water en giet dit water weg.
  • Gebakken aardappelen zijn kaliumrijker dan gekookte aardappelen. Voor gebakken aardappelen is het advies om ze vooraf te koken in ruim water.
  • Stamppot is een kaliumrijke maaltijd, omdat je daarvoor meer aardappelen schilt dan voor een gewone maaltijd. Je lost dit op door die dag andere kaliumrijke voedingsmiddelen, zoals koffie en fruit, te beperken.

Ook voor aardappelpuree gebruik je meer aardappelen; ook dan geldt dat je de inname van kalium die dag kunt compenseren door andere kaliumrijke voedingsmiddelen te minderen.

  • Friet is veel kaliumrijker dan gekookte aardappelen. Dit komt door de bereidingswijze. Door friet voor het frituren (of bereiding in de Airfryer) te weken in water en daarna goed te drogen vermindert de hoeveelheid kalium aanzienlijk.

 

Gebruik niet vaker dan ____ keer per week aardappelen of aardappelgerechten.

 

Peulvruchten

  • Dit zijn onder andere bruine bonen, witte bonen, kapucijners, sojabonen, linzen, kikkererwten, gedroogde (split)erwten. Deze peulvruchten zijn kaliumrijker dan groenten. Eet er dus bij voorkeur geen aardappelen bij. Peulvruchten zijn goed te combineren met (zilvervlies)rijst.
  • Gebruik bij voorkeur peulvruchten uit blik (zonder toegevoegd zout) in plaats van gedroogde peulvruchten omdat het kaliumgehalte in ingeblikte peulvruchten vele malen lager ligt. Spoel de peulvruchten voor gebruik goed af.

 

Gebruik peulvruchten niet vaker dan ____ keer per maand.

 

In peulvruchten zitten ook veel eiwitten. Als je ook een eiwitbeperkt dieet heeft, gebruik dan geen vlees, vis of kip bij deze maaltijd.

 

Bereidingswijzen

Voor meer tips en adviezen over de invloed van bereidingswijzen op kalium lees je de folder: ‘Kalium verlagen door bereidingstechnieken’.

 

Melkproducten

Alle melkproducten bevatten veel kalium. Onder melkproducten worden verstaan: melk, karnemelk, chocolademelk, vla, yoghurt, kwark, pap, pudding, etc.

 

Gebruik melkproducten niet vaker dan ____ per dag.

 

Koffie

  • Koffie is een kaliumrijke drank. Dit geldt voor alle koffiesoorten: filterkoffie (met de hand gezet of uit het koffiezetapparaat), Senseo-koffie, koffie uit een luxe koffiemachine, cafeïnevrije koffie en bamboekoffie. Ook de zakjes oploskoffie en cappuccino bevatten kalium.
  • Thee bevat daarentegen nauwelijks kalium. Dit geldt voor alle theesoorten.
  • Chocolademelk in plaats van koffie levert driemaal zoveel kalium dan koffie.

 

Gebruik maximaal ____ kopjes koffie per dag.

 

Brood

In wit brood zit minder kalium dan bruin brood. Het is echter niet wenselijk over te stappen op wit brood. Het kalium in bruin brood zit voor een groot deel verpakt in de vezels van het brood. Het kalium wat in de vezels zit wordt nauwelijks opgenomen in het bloed. Daarnaast zijn de vezels in bruin brood belangrijk voor een goede darmwerking.

 

Broodbeleg

  • Veel kalium: alle chocoladeproducten zoals hagelslag, vlokken en chocoladepasta, appelstroop, perenstroop, huishoudstroop en pindakaas.
  • Weinig kalium: jam, honing, kokosbrood, vruchtenhagel, anijshagel, gestampte muisjes, geboortemuisjes, bruine suiker en suikerstroop.

 

Gebruik geen broodbeleg waar veel kalium in zit. Als je wel kaliumrijk broodbeleg kiest, laat die dag een kopje koffie of een portie fruit staan.

 

Hartige en zoete snacks

  • Veel kalium: chocolade (ook witte chocolade), candybar, noten, pinda’s, studentenhaver, gedroogde vruchten en rozijnen.
  • Weinig kalium: zoete popcorn, rijstwafels en (2 handjes) Japanse mix.

 

Als er een schaaltje (ongezouten) noten of pinda’s op tafel staat is het vaak lastig om er maar een klein handje van te eten, je blijft er makkelijk van dooreten. Ben je hiervan bewust.

 

Dieetzout en mineralenzout

Er komen steeds meer voedingsmiddelen op de markt waarin een deel van het zout vervangen is door kaliumzout (ook wel, dieetzout, kaliumchloride of E508). Voor mensen zonder chronische nierschade is de combinatie minderen met zout en extra kalium beter voor de bloeddruk. Dat is de reden dat fabrikanten extra kalium toevoegen aan voedingsmiddelen met een lager zoutgehalte. Voor mensen met een te hoog kalium worden deze producten juist afgeraden. Als nierpatiënt is het dus verstandig de verpakking nauwkeurig te lezen.

Kalium en medicatie

Het kan zijn dat, ondanks aanpassingen in het eetpatroon, het kalium niet voldoende daalt in het bloed. Jouw arts kan dan (tijdelijk) kaliumbindende medicijnen voorschrijven (merknaam: Resonium®, Sorbisterit®, Lokelma® of Veltassa®.

 

Deze folder is opgesteld met informatie uit: Eten met Plezier, Dieetboek voor nierpatiënten, uitgave van de Nierstichting, april 2019.

Meer informatie

  • Platform voor nierpatiënten en hun naasten; betrouwbare informatie over leven met nierschade, waaronder ook recepten op nieren.nl
    • Hier vind je ook een analysetabel. De analysetabel voedingsmiddelen helpt bij het kiezen en variëren van voedingsmiddelen. In de tabel staat hoeveel eiwit, zout, kalium en fosfaat er in een portie zit.
    • Daarnaast staat er een informatieve animatievideo over te hoog kalium bij nierpatiënten.
  • Wanneer je kaliumbindende medicatie gebruikt kan het prettig zijn om deze medicatie te verwerken in (zoutarme) recepten. Informatie hierover vind je in het boek ‘Een beetje minder kalium & zout’