Spring naar de content

Voedingsadviezen bij eiwitverlies in de urine (proteïnurie) en hoge bloeddruk (hypertensie)

Proteïnurie betekent dat er een te grote hoeveelheid eiwit in de urine zit. Eiwitten horen niet in de urine thuis. Gewoonlijk zorgen de nieren er voor dat eiwitten in het bloed blijven. Maar bij nierschade kunnen deze eiwitten weglekken via de urine. Het verlies van eiwit wordt ook gezien als een maat voor de ernst van de nierschade. Hoe meer eiwit in de urine zit, hoe slechter de nierfilters werken en hoe groter de kans op nierfalen of hart- en vaatziekten.

De dieetbehandeling bij proteïnurie bestaat uit een zoutbeperking (ofwel natriumbeperking) om de proteïnurie te verminderen en de bloeddruk te verbeteren. Ook is het belangrijk om niet te veel eiwitten binnen te krijgen, met name als de nieren al minder goed werken. Verder is het belangrijk om een gezond gewicht na te streven voor het behoud van de nierfunctie.

Zout - Natrium

Natrium is een onderdeel van keukenzout. De scheikundige naam voor keukenzout is natriumchloride (NaCl). 1 gram natriumchloride bevat 400 mg natrium. Als u het advies krijgt minder zout te gebruiken, wordt eigenlijk bedoeld dat uw voeding minder natrium moet bevatten. Vroeger werd dan gesproken over een zoutloos of zoutarm dieet. Een betere naam is echter een zoutbeperkt of een natriumbeperkt dieet.

Het lichaam heeft een klein beetje zout nodig, het kan niet worden gemist. Eén van de functies van natrium is het regelen van de vochtbalans van het lichaam. Te veel zout is echter schadelijk voor de nieren en kan de bloeddruk verhogen omdat het lichaam meer vocht gaat vasthouden.

Bij nierziekten kan een zoutbeperking verdere nierschade verminderen. Ook is bekend dat bepaalde bloeddrukverlagende medicijnen beter werken als u minder zout eet. Zo hebt u wellicht minder pillen nodig. De meeste nierpatiënten krijgen bovendien plaspillen voorgeschreven. Hoe meer natrium er in het lichaam komt, hoe meer plaspillen nodig zijn om natrium en vocht te verwijderen. Te veel plaspillen kunnen leiden tot kramp, dorst, jicht en een verminderde werking van de nieren. Door minder zout te eten verkleint u bovendien de kans op hart- en vaatziekten en botontkalking. Genoeg redenen dus om uw zoutinname te verlagen.

Hoeveel zout of natrium hebt u per dag nodig?

Bij eiwitverlies in de urine en een hoge bloeddruk wordt meestal een zoutbeperking van 5-6 gram zout per dag voorgeschreven (ofwel 2000-2400 mg natrium per dag).

Meer dan 85 procent van de Nederlandse bevolking krijgt meer zout binnen dan de aanbevolen 5 tot 6 gram per dag. Volwassen mannen eten gemiddeld 9,9 gram zout per dag en vrouwen gemiddeld 7,5 gram zout per dag. Maar uw lichaam heeft per dag aan ruim 1 gram zout (500 mg natrium) voldoende. 1 gram zout, krijgt u al binnen als u alle voedingsmiddelen zonder zout eet, dus een warme maaltijd zonder zout, maar ook brood en beleg zonder zout.

In welke voedingsmiddelen komt natrium voor?

Vrijwel alle voedingsmiddelen bevatten van nature natrium. Zo bevat groente die zonder toevoeging van zout gekookt wordt, toch een geringe hoeveelheid natrium. Natrium wordt door bijna iedereen in de vorm van keukenzout gebruikt om eten op smaak te brengen, dit is ca. 20% van het zout dat we binnenkrijgen. Het meeste natrium krijgt u binnen door het gebruik van voedingsmiddelen waaraan door de fabrikant zout toegevoegd wordt, dit is ca. 80% van de hoeveelheid zout dat we binnenkrijgen op een dag. Dit is vaak vanwege de smaak, maar zout heeft ook een conserverende werking.

Voedingsmiddelen die veel zout bevatten zijn o.a. kant-en-klare sausen en soepen, kant-en-klaar maaltijden, bouillonblokjes, gehakt- en vleeskruiden, ketjap, sambal, strooiaroma, vloeibare aroma, mosterd, vleeswaren (zoals rauwe ham en rookvlees), kant- en klare vleesproducten zoals rookworst, hamburgers, saucijzen en gepaneerd vlees, kaas, haring, ansjovis, gerookte zalm, zoutjes, borrelnoten en snacks (zoals bamiballen, frikadellen), groente- en tomatensap.

Basisregels voor een natriumbeperkte voeding

De diëtist bespreekt met u uw individuele dieet. Wanneer dat afwijkt van de richtlijnen in deze brochure, hebben de adviezen van de diëtist voorrang. Hier geven we alleen algemene uitgangspunten voor een natriumbeperkt dieet.

De basisregels om de hoeveelheid natrium in uw voeding te beperken zijn:

  • Gebruik ongezouten (dieet-)halvarine of (dieet-)margarine op het brood.
  • Gebruik maximaal 2 broodbeleggingen lichtgezouten vleeswaren of kaas per dag.
  • Voeg geen keukenzout of zeezout toe aan de maaltijden.
  • Per dag kunt u maximaal 1 bord lichtgezouten bouillon of soep eten d.w.z. bouillon of soep bereid van 1 bouillontablet of 2 bouillonblokjes op 1 liter

Gebruikt u geen soep of uitsluitend ongezouten soep? Dan kunt u het vlees of vervanging bij de warme maaltijd licht zouten. De jus hiervan kunt u dan ook gebruiken mits u er geen zout of juspoeder extra aan toevoegt.

  • Gebruik voor de bereiding van de warme maaltijd ongezouten (dieet-)margarine, ongezouten (dieet)bak- en braadvet of olie.
  • Gebruik zo min mogelijk producten die veel zout bevatten.
  • Gebruik geen kant- en klare maaltijden, saus- of kruidenmix.

Doe de test: Zoutmeter

Om u bewust te maken van uw zoutconsumptie is er de zoutmeter. De zoutmeter laat zien hoeveel zout u per dag eet. En hoe u dat mindert door tips en alternatieven te geven. Doe de test op www.zoutmeter.com.

Eiwit

Eiwit is een belangrijke voedingsstof; het is de bouwsteen voor al onze lichaamscellen. Door natuurlijke slijtage moeten dagelijks veel lichaamscellen worden vervangen. Daarvoor is iedere dag eiwit nodig; het lichaam kan geen reservevoorraad van eiwitten aanleggen. Te veel eiwit leidt echter tot een te hoge druk in de filtertjes van de nier met als gevolg meer eiwitverlies. Het is dus belangrijk dat u voldoende eiwit binnen krijgt om bouwstoffen te leveren voor het lichaam, maar niet zoveel dat daardoor het eiwitverlies met de urine toeneemt. Naast de juiste hoeveelheid eiwit is het ook belangrijk dat u voldoende energie (calorieën) gebruikt. Alleen dan kan het eiwit ook als bouwstof voor de lichaamscellen gebruikt worden.

Hoeveel eiwit hebt u per dag nodig?                                                        

Hoeveel eiwit u per dag nodig heeft, is afhankelijk van uw lichaamsgewicht en uw lengte. Iemand met een lengte van 1.80 m en een gewicht van 75 kg heeft meer lichaamscellen, en dus meer eiwit nodig, dan iemand met een lengte van 1.65 m  en een gewicht van 60 kg. De benodigde hoeveelheid eiwit wordt daarom uitgedrukt in grammen per kilogram lichaamsgewicht. Bij overgewicht wordt hiervan afgeweken. De aanbevolen hoeveelheid eiwit voor gezonde mensen is ongeveer 0,8 gram per kilogram gewicht. Deze hoeveelheid wordt ook geadviseerd voor u. Omdat bijna iedereen per dag meer eiwit in zijn voeding gebruikt, wordt het advies van 0,8 gram per kilogram meestal als een beperking ervaren. Voor mensen van 65 jaar of ouder geldt het advies van 1 tot 1,2 gram eiwit per dag (per kilogram gezond lichaamsgewicht), mits de bloedwaarden het toelaten. Het advies voor ouderen is dus om de eiwitinname te verhogen.

Is er sprake van veel overgewicht of ondergewicht? Dan rekent de diëtist met het gezonde lichaamsgewicht: dat is het gewicht dat passend is gezien de lengte, geslacht en leeftijd.

Ook bij nierschade

Deze adviezen gelden ook voor mensen met ernstige nierschade. Bijna iedereen in Nederland is gewend om per dag meer eiwit te eten. Daarom voelt het algemene advies vaak als een beperking. 

In welke voedingsmiddelen komt eiwit voor?

Veel eiwit: vlees, vis, wild, gevogelte, vleeswaren, kaas, melk en melkproducten, eieren, noten, pinda's, sojaproducten, vleesvervangers en peulvruchten zoals witte en bruine bonen, kapucijners en linzen.

Minder eiwit: brood, beschuit, aardappelen, rijst, deegwaren, groente en fruit.

Geen eiwit: (dieet)margarine, alle oliesoorten, roomboter, bak- en braadvet, suiker, jam, honing, zuurtjes, thee, koffie, water, frisdrank, limonadesiroop.

Gezond gewicht

Overgewicht geeft een verhoogde bloedstroming door de nier, waardoor de nier overbelast wordt, wat vervolgens leidt tot nierschade. Overgewicht blijkt een onafhankelijke risicofactor voor het ontwikkelen van verlies van eiwit in de urine en het vergroot de kans op de ontwikkeling van nierfalen.

Indien er sprake is van overgewicht kan het verstandig zijn uw gewicht te verminderen naar een gezond gewicht.

Heb ik een gezond gewicht?

Of u een gezond gewicht hebt, kunt u meten met de Body Mass Index (BMI) en uw middelomtrek.

De BMI geeft de verhouding weer tussen uw gewicht en uw lengte. Sommige bevolkingsgroepen hebben een andere lichaamsbouw, bijvoorbeeld Aziaten en Hindoestanen. Voor hen gelden andere BMI-waarden.

 

Met de BMI-meter op www.voedingscentrum.nl kunt u dit bekijken. U kunt uw BMI ook zelf uitrekenen. Deel dan uw gewicht (in kilo’s) door uw lengte (in meters) in het kwadraat.

Stel: u weegt 68 kg en uw lengte is 1.73 meter. Dan is uw BMI: 68 : (1.73 x 1.73) = 22.7. Dit is een gezond gewicht.

Een BMI tussen 18,5 en 25 betekent dat u een gezond gewicht heeft.

Een BMI tussen 25 en 30 betekent dat u overgewicht heeft

Een BMI van meer dan 30 betekent dat u ernstig overgewicht heeft.

 

Naast het gewicht is het belangrijk waar het lichaamsvet zit. Vet in en rond de buik is nadelig voor de gezondheid.

Meet de middelomtrek tussen de onderkant van het onderste rib en de bovenkant van het bekken, adem uit en lees uw middelomtrek af.

Een middelomtrek > 102 cm bij mannen en > 88 cm bij vrouwen geeft een verhoogd risico.

Meer informatie