Spring naar de content

Baarmoeder-Verwijderen van de baarmoeder

In het kort

Bij menstruatieklachten, vleesbomen of een verzakking kan het nodig zijn de baarmoeder te verwijderen. Een andere naam hiervoor is uterusextirpatie of hysterectomie. De grootte van de baarmoeder, de mate van verzakking van de baarmoeder en de reden waarom de baarmoeder verwijderd wordt, zijn bepalend voor de manier waarop de operatie plaatsvindt: een buikoperatie, een kijkoperatie of via de schede. De eierstokken en eileiders blijven meestal zitten.

Waarom wordt de baarmoeder verwijderd?

Er bestaan verschillende redenen voor een baarmoederverwijdering:

  • menstruatieklachten (zie Hevig bloedverlies bij de menstruatie)
  • myomen (vleesbomen) (zie Myomen)
  • endometriose en/of adenomyose
  • pijn in de onderbuik
  • afwijkende cellen of kanker van de baarmoeder
  • verzakking

Menstruatieklachten

Het optreden van hevige, langdurige en onregelmatige menstruaties of bloedverlies tussen de menstruaties door kan een reden zijn om de baarmoeder te verwijderen.
Deze menstruatieklachten kunnen een gevolg zijn van afwijkingen van de baarmoeder zelf, zoals bijvoorbeeld vleesbomen in de baarmoeder (myomen). Het is ook mogelijk dat het slijmvlies van de baarmoeder afwijkingen vertoont (baarmoederslijmvlieskanker of poliepen). Menstruatieklachten kunnen ook veroorzaakt worden door een onregelmatige aanmaak van hormonen.
Eventueel kunnen deze klachten op een andere manier behandeld worden (zie Hevig bloedverlies bij de menstruatie), maar als deze behandelingen onvoldoende resultaat hebben, als u er niet voor in aanmerking komt of als u een definitieve oplossing wilt, kan een baarmoederverwijdering een goede behandeling zijn.

Myomen (vleesbomen)

Myomen zijn goedaardige verdikkingen (spierknobbels) van de spierlaag van de baarmoeder. Ze kunnen sterk wisselen in aantal en grootte. Meestal geven ze geen klachten, maar soms leiden ze tot frequent bloedverlies of buikpijn, met name tijdens de menstruatie. Een hoogst enkele keer is de vruchtbaarheid verminderd.
Een baarmoederverwijdering is alleen nodig als de klachten niet op een andere manier te behandelen zijn. Welke behandeling het beste is, hangt af van uw leeftijd, het aantal, de grootte en de plaats van de vleesbomen. Soms is het mogelijk om alleen de vleesbomen te verwijderen en de baarmoeder te behouden. U kunt het beste de mogelijkheden met uw gynaecoloog bespreken (zie Myomen).

Endometriose en adenomyose

Endometriose is de aanwezigheid van baarmoederslijmvlies buiten de holte van de baarmoeder. Baarmoederslijmvlies diep in de wand van de baarmoeder noemt men ook wel adenomyose. Behandeling van endometriose en adenomyose is alleen nodig bij klachten. Bij endometriose is het maar zelden nodig de baarmoeder te verwijderen; dit gebeurt alleen als andere behandelingen geen resultaat hebben gegeven. Als u met de gynaecoloog besluit tot een baarmoederverwijdering, kan het verstandig zijn de eierstokken ook te verwijderen. Deze maken hormonen (oestrogenen) aan die na de operatie endometriose kunnen blijven veroorzaken.

Pijn in de onderbuik

Chronische pijn in de onderbuik is maar zelden een gevolg van gynaecologische afwijkingen. Als er geen afwijking aan de inwendige geslachtsorganen bestaat, nemen de pijnklachten meestal wel af na verwijdering van de baarmoeder, maar na een paar maanden keren ze vaak weer terug. Dit komt omdat aan de achterliggende problemen niets is veranderd. Bij buikpijnklachten is een baarmoederverwijdering dan ook maar zeer zelden de beste oplossing.

Verzakking

Klachten die passen bij een verzakking van de blaas, van de baarmoeder en/of de endeldarm kunnen een reden zijn om de baarmoeder te verwijderen. Soms wordt eerst geprobeerd of een andere behandeling voldoende resultaat geeft. Als de baarmoeder naar buiten zakt, is het meestal ook noodzakelijk deze te verwijderen. Bij sommige operaties voor verzakkingen is het mogelijk om de baarmoeder te laten zitten.

Welke operatiemethoden zijn er voor een baarmoederverwijdering?

Een baarmoeder kan op verschillende manieren worden verwijderd:

  • via de schede (vaginaal)
  • via de buikwand door middel van een snede (abdominaal)
  • via de buikwand door middel van een kijkbuisoperatie (laparoscopisch)
    Bij de baarmoederverwijdering via de schede en door middel van een kijkbuisoperatie is er altijd een
    kleine kans dat de gynaecoloog tijdens de ingreep alsnog moet overgaan op een buikoperatie.


 
Figuur 1a + 1b.
1a; horizontale lijn, meest gebruikte snede, bikinisnede
1b; verticale lijn, snede bij een grote baarmoeder of bij baarmoederkanker

Als de baarmoeder wordt verwijderd worden meestal ook de baarmoederhals en baarmoedermond weggehaald. De gynaecoloog zal met u bespreken of ook de eileiders en/of de eierstokken verwijderd moeten worden.

Verwijdering van de baarmoeder via de schede (vaginale uterusextirpatie)

De gynaecoloog past deze methode toe als de baarmoeder niet te groot is en vanzelf al iets in de schede naar beneden komt. Bij deze operatie moet de baarmoedermond mee verwijderd worden. Bij een verzakking van de blaas en/of endeldarm kan deze manier van opereren worden gecombineerd met een operatie aan de voor- of achterwand van de schede. Het voordeel van deze manier van opereren is dat u alleen een (onzichtbaar) litteken boven in de schede krijgt en dus geen buiklitteken. Meestal herstelt u weer snel.

Verwijdering van de baarmoeder via de buikwand (abdominale uterusextirpatie)

Als verwijdering via de vagina niet mogelijk is of als u wilt dat de baarmoedermond behouden blijft, vindt de operatie plaats via de buikwand. De snede wordt iets boven het schaambeen gemaakt, meestal horizontaal, en is ongeveer 10-15 cm lang (bikinisnede). Bij een grote baarmoeder of bij baarmoederkanker is het soms nodig om meer ruimte te scheppen door een verticale snede van de navel omlaag naar het schaambeen te maken (mediane onderbuikincisie) (zie figuur  1a en 1b).

Verwijdering van de baarmoeder via de buikwand per laparoscoop (kijkbuisoperatie)

Soms is de baarmoeder niet te groot maar wel te weinig verzakt om via de vagina verwijderd te kunnen worden. Dan kan een kijkbuisoperatie plaatsvinden. Bij deze techniek maakt de gynaecoloog twee tot vier sneetjes in de buikwand (zie figuur 2). Via een snee net onder de navel wordt een kijkbuis (laparoscoop) in de buik gebracht; via de andere sneetjes brengt men instrumenten in de buikholte
waarmee de baarmoeder wordt losgemaakt. Aan het einde van de operatie wordt de baarmoeder via de schede of (in kleine stukken) door de kijkbuis weggehaald. Om de baarmoeder in stukjes te snijden wordt gebruik gemaakt van een soort boor. Soms, maar niet altijd, is het mogelijk de baarmoederhals te behouden.

 


Figuur 2. Littekens na een baarmoederverwijdering door middel van een kijkbuisoperatie

Kunt u zelf kiezen?

Bij goedaardige aandoeningen hoeft de baarmoeder niet meteen verwijderd te worden. Neem dus de tijd om na te denken en de voor- en nadelen goed te overwegen. Bespreek met de gynaecoloog de mogelijkheden van eventuele alternatieve behandelingen. Kiest u voor een baarmoederverwijdering, bespreek dan welke operatiemethode voor u het beste lijkt. Vooral bij vrouwen die niet of nauwelijks zelf over de operatie hebben kunnen beslissen, kunnen emotionele klachten voorkomen. Bedenk daarom dat ú degene bent die beslist over al dan niet opereren, zeker wanneer het een goedaardige afwijking betreft.


Figuur 3a. De baarmoederverwijdering zelf

Welke methode?

Afhankelijk van de grootte van de baarmoeder, de mate van verzakking van de baarmoeder in de schede en de reden van de baarmoederverwijdering zal de gynaecoloog u de operatie voorstellen waarbij de minste risico's zullen bestaan en de operatie en uw herstel optimaal zullen verlopen. Bij de keuze van de methode is het van belang of ook de baarmoederhals en/of de eierstokken verwijderd moeten worden.

Wel of niet verwijderen van de baarmoederhals

Bij een baarmoederverwijdering wordt de baarmoederhals in principe ook altijd verwijderd. Alleen bij een operatie via de buik is het mogelijk de baarmoederhals te laten zitten (zie figuur 3b). Er zijn kleine voor- en nadelen verbonden aan het wel of niet verwijderen van de baarmoederhals.

Voordelen van het verwijderen van de baarmoederhals: 

  • er kan geen baarmoederhalskanker meer ontstaan en u hoeft dus geen uitstrijkjes meer te laten maken.

Nadelen van het verwijderen van de baarmoederhals: 

  • er is een kleine kans op beschadiging van de ureter (de urineleider van   de nier die naar de blaas loopt, vlak naast de baarmoederhals).

Mogelijk voordeel van het laten zitten van de baarmoederhals: 

  • de operatie kan misschien iets korter duren.

Mogelijk nadeel van het laten zitten van de baarmoederhals: 

  • er bestaat een kans van ongeveer tien procent dat, op het moment  waarop de menstruatie zou plaatsvinden, (licht) bloedverlies blijft optreden, omdat er nog baarmoederslijmvlies in de baarmoederhals is achtergebleven.

 

Figuur 3b. Supravaginale baarmoederverwijdering: behoud van de baarmoederhals

Voor het vrijen en het plassen lijkt er geen verschil te bestaan of de baarmoederhals nu wel of niet verwijderd wordt. Wetenschappelijk onderzoek heeft hierin geen verschil aangetoond. Soms blijkt tijdens de operatie dat het verstandiger is de baarmoedermond alsnog te laten zitten. Dit kan bijvoorbeeld als er een vleesboom in de weg zit of als er verklevingen zijn in de onderkant van de
buikholte.

Wel of niet verwijderen van de eierstokken

Als u nog niet in de overgang bent, is er geen reden om met de baarmoeder ook de eierstokken te verwijderen (zie figuur 3c). Het wegnemen van de eierstokken betekent immers dat u direct na de operatie in de overgang komt.
Over wat verstandig is na de overgang, verschillen de meningen. De meeste
gynaecologen adviseren dan ook de eierstokken te laten zitten, omdat ze nog kleine
hoeveelheden hormoon (testosteron) maken, die onder andere bijdragen aan het zin hebben in vrijen. Andere gynaecologen stellen voor om de eierstokken te verwijderen om zo de kans op kanker ervan te verminderen. Als eierstokkanker en/of borstkanker meer dan gemiddeld in uw familie voorkomt kan de kans op eierstokkanker groter zijn. Bespreek dit voor de operatie met de gynaecoloog. Een enkele keer komen pas tijdens de operatie afwijkingen aan één of beide eierstokken aan het licht. Bij één afwijkende eierstok neemt de gynaecoloog alleen deze eierstok weg. Bij afwijkingen aan beide eierstokken zal de  gynaecoloog zoveel mogelijk proberen een eierstok behouden om zo een voortijdige overgang te voorkomen.

Figuur 3c. Baarmoederverwijdering met verwijdering van de eierstok(ken) en eileider(s)

De eierstokken kunnen zowel via de schede als via de buikwand worden verwijderd, maar als de baarmoederverwijdering via de schede plaatsvindt, is het lastig om zo ook de eierstokken weg te halen.

Figuur 4. Situatie na de baarmoederverwijdering

Voorbereiding

Opname en opnamedatum

Voor een baarmoederoperatie wordt u één tot twee dagen in het ziekenhuis opgenomen. Op de polikliniek Gynaecologie maakt u een afspraak voor de operatie en eventuele voorbereidende onderzoeken. Bij Opname Planning laat u zich vervolgens inschrijven voor de ziekenhuisopname en krijgt u een afspraak voor het spreekuur PPO (Preoperatief Poliklinisch Onderzoek). 
Opname Planning informeert u, ongeveer een week van tevoren, over de dag en tijdstip waarop u wordt opgenomen. Afhankelijk van het tijdstip waarop de operatie plaatsvindt, wordt u op de dag zelf of de dag ervoor opgenomen. Enkele dagen voor uw opname wordt u nog een keer verwacht op de polikliniek Gynaecologie voor een laatste uitleg.

Spreekuur PPO

De verdoving voor uw operatie wordt toegediend door de anesthesioloog (specialist die voor de verdoving zorgt). Voordat een operatie onder anesthesie (verdoving of narcose) kan plaatsvinden zijn enkele voorbereidingen noodzakelijk. Deze voorbereidingen vinden plaats tijdens het spreekuur Preoperatief Poliklinisch Onderzoek, afgekort PPO. Op het spreekuur PPO spreekt u achtereenvolgend een doktersassistente, verpleegkundige en anesthesioloog.

Denk aan uw Actueel Medicijn Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt.
Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht(AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij.
We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar een apotheek.
U krijgt dan uw nieuwe medicijnen mee.

Anesthesioloog en verdoving
De verdoving wordt afgestemd op uw gezondheid, conditie en de operatie die u ondergaat. De anesthesioloog schat in welke risico's in uw geval aan de operatie en de verdoving verbonden zijn en laat zonodig aanvullend onderzoek doen, bijvoorbeeld bloedonderzoek, röntgenfoto of een consult van een andere specialist. Bij medische ingrepen zijn vaak verschillende vormen van verdoving mogelijk. Hoewel u mee kunt beslissen en in veel gevallen zelfs een keuze heeft, is het voor u en degene die opereert niet altijd mogelijk alle consequenties daarvan te overzien. De uiteindelijke vorm van verdoving wordt daarom altijd door de anesthesioloog bepaald. De anesthesioloog die aanwezig is tijdens uw operatie, kan een andere anesthesioloog zijn dan degene die u spreekt op het spreekuur PPO.

Verpleegkundige en persoonlijke instructie

Tijdens het gesprek met de verpleegkundige krijgt u uitleg over de gang van zaken rondom de opname. Persoonlijke instructies (over medicijnen, nuchter zijn, ontharen) die u voor de opname moet opvolgen, krijgt u na het gesprek op papier mee naar huis.

Hulp thuis

Als u na uw opname thuiskomt, bent u nog niet tot veel in staat. De eerste tijd heeft u daarom iemand nodig die u bij de dagelijkse bezigheden hulp kan bieden. Als u buitenshuis werkt moet u rekening houden met tenminste zes weken afwezigheid. Afhankelijk van uw thuissituatie is het soms aan te raden om vóór de operatie gezinszorg aan te vragen. U kunt hiervoor contact opnemen met de Stichting Thuiszorg.

Operatie

Melden

Op de afgesproken dag en tijdstip meldt u zich op de verpleegafdeling gynaecologie, B2 west, tel. 0413 - 40 32 16.

Voorbereidingen operatie

Voor u naar de operatiekamer gaat krijgt u van de verpleegkundige:

  • een kalmerend medicijn;
  • een pijnstiller om na de operatie minder pijn te hebben.

Operatie

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. In de voorbereidingsruimte van de operatie-afdeling krijgt u in de onderarm of handrug een infuus. Via het infuus kan tijdens en na de operatie eventuele medicijnen en vocht toegediend worden. Een plaatselijke verdoving wordt op de voorbereidingskamer toegediend, een algehele verdoving (narcose) op de operatiekamer. Als u aan de beurt bent, wordt u naar de operatiekamer gereden. Tijdens de operatie ligt u op een harde tafel. De volgende dagen kunt u daarvan spierpijn hebben. Afhankelijk van de reden waarom u geopereerd wordt en de bevindingen tijdens de operatie, worden mogelijk ook één of beide eierstokken weggehaald. U wordt wakker in de zogenaamde uitslaapkamer, samen met andere patiënten die net geopereerd zijn. Als u goed wakker bent, haalt de verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.

Na de operatie

De verdoving werkt nog enige tijd na. Hierdoor heeft u de eerste uren na de operatie weinig pijnklachten. Als u toch pijn voelt, vraag dan gerust om pijnstillers. Meestal voelt men zich de eerste twee dagen na de operatie niet zo lekker. De wond kan pijn doen, hiervoor krijgt u pijnstillende injecties, zetpillen of tabletten. Ook spelen de darmen meestal wat op waardoor de buik wat opgezet is en u darmkrampen voelt. Zodra u weer winden kunt laten, gaan deze klachten snel over. Iedere vrouw heeft haar eigen tempo van herstellen, maar de meeste patiënten voelen zich na een dag of vijf weer een stuk beter.

Wat kunt u verder na de operatie verwachten?

  • De eerste dag na de operatie heeft u een infuus in de arm. Dit is een plastic slangetje dat gebruikt wordt voor het toedienen van medicijnen, vocht en eventueel een bloedtransfusie.
  • Na de operatie wordt uw urine uit de blaas afgevoerd via een slangetje (katheter). De urine komt via het slangetje in een zakje dat opzij van uw bed hangt. Dit is nodig omdat het plassen vlak na de operatie vaak moeilijk gaat. Uw blaas blijft leeg en u voelt geen aandrang om te plassen. De katheter wordt op de eerste of tweede dag verwijderd.
  • Na een vaginale operatie blijft er soms een tampon in de vagina achter. Deze tampon wordt de eerste of tweede dag na de operatie weer verwijderd. Dit is niet pijnlijk.
  • Soms is een plastic slangetje (drain) in de wond bevestigd om wondvocht weg te zuigen. Dit slangetje wordt meestal na 1-2 dagen verwijderd.
  • De eerste weken na de operatie kunt u nog wat vaginale afscheiding opmerken. Vooral de eerste dagen na de operatie kan dit bloederig zijn.
  • Na enkele weken lossen de hechtingen op. U zult wellicht zien dat u draadjes verliest.

De dagen na de operatie

Eten en drinken

De eerste dag begint u voorzichtig met eten en drinken. De dagen erna mag u weer normaal eten en drinken. Winden laten is een positief teken: de darmen komen weer op gang. Het infuus in uw arm blijft één of twee dagen zitten. Het infuus wordt verwijderd als u niet meer misselijk bent, u zelf voldoende kunt drinken en als u `windjes' begint te laten.

Bewegen

Na de operatie is het belangrijk dat u snel weer in beweging komt, dit bevordert uw herstel. Zo mag u de eerste dag al uit bed en op uw stoel zitten. Het zitten is de eerste keren vaak nog pijnlijk. De volgende dagen gaat u geleidelijk aan steeds meer bewegen. Eventueel komt de fysiotherapeut bij u langs om met u ademhalingoefeningen te doen. Immers een goede buikademhaling is na een operatie belangrijk om complicaties als een longontsteking te voorkomen.

Dagelijkse verzorging

De eerste dagen na de operatie helpt de verpleegkundige u bij de dagelijkse verzorging. Wanneer u weer een beetje mobiel bent, mag u douchen.

De hechtingen

Eventuele hechtingen in de buik lossen meestal vanzelf op. Vooral bij een horizontaal litteken zal het litteken geruime tijd hard aanvoelen en de huid om het litteken kan gevoelloos zijn.

Naar huis

Adviezen voor thuis

  • In het algemeen is een periode van zes weken na thuiskomst nodig voor volledig herstel. In die periode is het raadzaam toe te geven aan vermoeidheid, in ieder geval méér dan men voorheen gewend was. Ook is het verstandig om de wond niet teveel op de proef te stellen. Dat wil zeggen: niet werken, niet sporten, geen zware dingen tillen (wasmanden, stofzuigers, vuilniszakken, zware tassen etc) en geen seksuele gemeenschap hebben. Kleine huishoudelijke werkzaamheden (koken, afwassen, strijken etc.) en activiteiten ondernemen (wandelen, boodschappen doen, op bezoek gaan etc.) kunt u gerust doen.
  • Het is verstandig de eerste 4-6 weken niet zelf een auto te besturen. Dit is omdat door de narcose uw concentratievermogen (tijdelijk) is verminderd.
  • Als uw baarmoeder verwijderd is als onderdeel van een verzakkingsoperatie, krijgt u het advies om ook thuis met de bekkenbodemoefeningen van de fysiotherapeut door te gaan.
  • Het maken van een uitstrijkje om baarmoederhalskanker in een vroeg stadium op te sporen is niet meer nodig, tenzij de baarmoedermond is blijven zitten.
  • Geslachtsgemeenschap is de eerste 6 weken niet toegestaan.

Problemen thuis

Mochten er thuis toch nog problemen ontstaan, neem dan gerust contact op met het ziekenhuis of uw huisarts. U kunt bellen naar de afdeling gynaecologie: 0413 - 40 32 16.

Nacontrole

Zes weken na ontslag uit het ziekenhuis komt u op de polikliniek gynaecologie voor nacontrole. Na deze controle mag u meestal uw gebruikelijke dagelijkse activiteiten (werk) weer gaan doen.

Gevolgen

Zonder een baarmoeder kan een vrouw niet meer zwanger worden en niet meer menstrueren. De hieronder beschreven gevolgen zijn mogelijkheden waar sommige, maar lang niet alle vrouwen, last van kunnen hebben. 

Je minder vrouwelijk voelen

Hoewel u geen kinderen meer kunt krijgen en u niet meer menstrueert, houdt dit niet in dat u geen normale vrouw meer bent. Toch kunnen vrouwen zich na een baarmoederverwijdering minder vrouw voelen. Het is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Erover praten kan helpen en opluchten.

In de overgang

Theoretisch komt een vrouw niet eerder in de overgang dan in het geval dat de baarmoeder was blijven zitten. Toch hebben veel vrouwen na verwijdering van de baarmoeder overgangsklachten zoals opvliegers. Mogelijk kunnen tijdens de operatie bloedvaten of zenuwen beschadigd raken, waardoor de werking van de overgebleven eierstok(ken) achteruit gaat of zelfs stopt. Meestal verdwijnen deze klachten binnen enkele maanden vanzelf. Zijn bij u de eierstokken verwijderd, dan komt u meteen in de overgang.

Veranderde seksualiteit

Op welke wijze de beleving van de seksualiteit na verwijdering van de baarmoeder verandert, verschilt van vrouw tot vrouw. Bij bijna iedereen verandert er wel iets. Vooral vrouwen die dankzij de operatie geen last meer hebben van pijn of bloedingen, zijn na een operatie meer tevreden met hun seksleven dan ervoor. Sommige vrouwen hebben moeite met opgewonden raken na de operatie. Voor sommige vrouwen verandert het orgasme niet, anderen merken een duidelijke verandering: het duurt langer voordat het orgasme komt, het orgasme is korter en minder intens, of komt helemaal niet. Vrouwen die voorheen al moeite hadden met seks, bijvoorbeeld door ervaringen met incest of seksueel geweld, hebben er na de operatie vaak nog meer moeite mee.
Met de geslachtsgemeenschap moet u wachten tot na de controle bij de gynaecoloog. De top van de schede is bij de operatie dichtgehecht en inmiddels genezen. Misschien is de gemeenschap in het begin wat pijnlijk, maar uiteindelijk zal ook seksueel contact bevorderen dat de weefsels van de vaginawand weer soepel en zacht worden.

Plasproblemen

Soms komen na verwijdering van de baarmoeder plasproblemen voor. Het is de vraag of de operatie daarvan de oorzaak is. Vaak blijken problemen om de plas op te houden al voor de operatie te bestaan. Het is belangrijk dat u dit voor de operatie meldt aan uw arts. Bekkenbodemoefeningen zijn dan aanbevolen. Uw huisarts of gynaecoloog kan u hier meer informatie over geven. Meestal vallen de veranderingen mee. Vaak kan de operatie een grote opluchting zijn. Toch kan het gebeuren dat het verloop of het herstel na de operatie anders is dan u had verwacht. In dat geval is het belangrijk uw vragen en zorgen met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.

Vragen

Mochten er na het lezen van deze folder nog onduidelijkheden zijn of wilt u méér weten, aarzel dan niet om dit te bespreken met uw gynaecoloog of verpleegkundige. Schrijf de vragen liefst van tevoren op. De ervaring leert dat men anders, éénmaal in de spreekkamer, diverse vragen vergeet.

Telefoon:

  • Polikliniek gynaecologie: 0413 - 40 19 38 / Route 150.
  • Verpleegafdeling gynaecologie: 0413 - 40 32 16.

Meer informatie

  • www.nvog.nl. Dit is de website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • PatiëntService Bernhoven. Dit bureau heeft aanvullende informatie over ziekte, gezondheid en gezondheidszorg in het algemeen en over de gang van zaken in het ziekenhuis in het bijzonder. U vindt PatiëntService in de centrale hal (route 030) en is geopend op werkdagen van 8.30-17.00 uur.