Spring naar de content

Allergie: immunotherapie voor hooikoorts bij volwassenen

Uw arts heeft u immunotherapie aangeraden. Dit betekent dat u regelmatig naar de polikliniek KNO - heelkunde (route 20) komt voor injecties. In deze folder vindt u informatie over immunotherapie voor hooikoorts.

Wat is immunotherapie?

Veel mensen hebben klachten van allergische ziekten. Dit kan veroorzaakt worden door inademing van stuifmeel (bijvoorbeeld pollen van grassen of bomen), stof (uitwerpselen van huisstofmijt) of huidschilfers van huisdieren. Deze stoffen kunnen klachten geven die lijken op verkoudheidsklachten zoals een loopneus, een verstopte neus, niezen, jeuk en/of tranende ogen en benauwdheid.

Immunotherapie is een behandeling waarbij door het inspuiten via een injectie of door het slikken van een tablet van datgene waar u allergisch voor bent, u minder heftig reageert op een allergische stof. Om dit te bereiken moet de behandeling enige jaren (3 - 5 jaar) worden gegeven. Bij een ernstige allergie voor insecten (zoals wesp of bij) kan ook immunotherapie worden geadviseerd door de arts. Ook hierbij duurt de injectiekuur 3 tot 5 jaar.

De behandeling is niet geschikt wanneer u onder andere ernstig en/of instabiel astma heeft, andere ziekten die het immuunsysteem betreffen of bepaalde hartmedicijnen slikt.

De behandeling

De behandeling van een allergie veroorzaakt door pollen of huisstofmijt bestaat uit drie stappen:

  1. het zoveel mogelijk vermijden van de stof die allergische klachten veroorzaakt (bijvoorbeeld schoonmaken/aanpassen maken van de slaapkamer);
  2. het onderdrukken van de allergische klachten met medicijnen;
  3. het volgen van immunotherapie. Dit kan met injectiekuur met de stof die de allergische klachten veroorzaakt. Of door het slikken van tabletten tegen bijvoorbeeld een graspollen of huisstofmijt allergie (zie verder).

Hoe gaat immunotherapie met behulp van injecties in zijn werk?

De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoorts patiënten voor het pollenseizoen. De injectiekuur bestaat uit twee fasen:

1. Instelfase

In de instelfase worden er elke week één of meerdere onderhuidse injecties gegeven (in bovenarm of bovenbeen), afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. Bij sommige patiënten wordt gekozen voor een snelle instelfase, waarbij op één dag meerdere injecties worden gegeven. De hoeveelheid wordt in de instelfase iedere week opgehoogd totdat na ongeveer drie maanden de hoogste hoeveelheid is bereikt. Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase. Na iedere injectie moet u altijd minstens30 minuten wachten in de buurt van de arts om te zien of er een allergische reactie optreedt (zie ook bijwerkingen). De eerste uren na de injectie mag er geen zware lichamelijke inspanning worden verricht

2. Onderhoudsfase

Als de instelfase goed is doorlopen wordt de onderhoudsfase  in principe bij uw huisarts gedaan.

In de onderhoudsfase wordt gedurende 3 -5 jaar iedere maand een injectie gegeven. Bij ieder bezoek worden van te voren de reactie op de vorige injectie en de algemene conditie besproken. De injectie kan niet worden gegeven als u ziek of grieperig bent. Ook is het belangrijk om veranderingen in medicijnen en recente of geplande vaccinaties door te geven. De week voor en na een vaccinatie mag geen injectie voor immunotherapie worden gegeven. Net als tijdens de instelfase moet na de injectie altijd minimaal 30 minuten gewacht worden in de buurt van de arts om te zien of er een allergische reactie optreedt (zie ook bijwerkingen). De eerste uren na de injectie mag er geen zware lichamelijke inspanning worden verricht.

Wat is het effect?

Vaak merkt u in het eerste seizoen na het starten van de immunotherapie al een vermindering van klachten. In het 2e en 3e jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid (anti-allergische) medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas is er ook een kleine groep mensen bij wie immunotherapie helemaal niet helpt.

Wat zijn de bijwerkingen?

De meest voorkomende bijwerkingen zijn zwelling, jeuk of roodheid op de plaats van de injectie. Hiertegen helpt meestal een zalf of anti-allergietablet (antihistaminicum). In zeldzame gevallen treedt een ernstige reactie op met benauwdheid en/of bloeddrukdaling. Dit komt gelukkig zelden voor, maar hierom moet u na de injectie altijd minimaal een half uur in het ziekenhuis (of bij uw huisarts) blijven. Deze reactie treedt namelijk bijna altijd binnen 30 minuten op. Zodra u zich niet lekker gaat voelen of klachten krijgt van huid, neus, ogen, keel of longen moet u dit meteen zeggen tegen de arts of de verpleegkundige. Er worden dan snel medicijnen gegeven om de allergische reactie tegen te gaan. Het komt zelden voor dat er een paar uur na de injectie klachten ontstaan. Mocht dit toch het geval zijn, dan moet u meteen contact op te nemen met de behandelend arts.

Hoe gaat immunotherapie met behulp van tabletten in zijn werk (grasallergie en / of huisstofmijtallergie).

Er is een immunotherapie in de vorm van tabletten voor de behandeling van graspollenallergie en huisstofmijtallergie. De behandeling is bedoeld om de allergische klachten tegen graspollen / huisstofmijt te verminderen. Door steeds een kleine hoeveelheid allergeen in te nemen raakt het immuunsysteem hopelijk meer gewend aan de grasppollen / huisstofmijt

Hoe werkt het?

De tablettenkuur wordt bij voorkeur ruim voor het graspollen seizoen gestart en u gaat er tijdens het seizoen het hele jaar mee door. De eerste tablet wordt onder toezicht van een arts ingenomen. Voor het eten neemt u de tablet onder de tong, tegen de tanden aan waarna de tablet uit elkaar valt (smelt). Na het innemen van de tablet mag u één minuut niet slikken en vijf minuten niet eten en/of drinken.

Wat is het effect?

Vaak merkt u in het eerste seizoen na het starten van de immunotherapie al dat uw klachten  minder worden. In het tweede en derde jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid anti-allergsiche medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie immunotherapie helemaal niet helpt.

Zijn er bijwerkingen?

Het merendeel van de bijwerkingen is plaatselijk, niet zo heel erg en gaan meestalk weer voorbij. De meest voorkomende bijwerking van tabletten is jeuk in de mond. Dit is een tijdelijke bijwerking die komt door het innemen van een tablet. Dit gevoel kan enkele minuten tot enkele uren duren. Andere bijwerkingen kunnen zijn: jeuk in het oor, niezen, keelirritatie en zwelling in de mond. Niet iedereen krijgt last van bijwerkingen. Wanneer dit wel zo is dan gebeurt dat meestal in de eerste behandelweek en je kunt ze vergelijken met niet al te erge hooikoortsklachten.

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek KNO-heelkunde op telefoonnummer: 0413 - 40 16 04. Mogelijk vindt u uw antwoorden op een van de volgende websites:

  • www.pollennieuws.nl
  • www.astmafonds.nl