Spring naar de content

Herniaspreekuur

In overleg met uw huisarts is er een afspraak gemaakt op de polikliniek Neurologie van  Bernhoven, omdat uw huisarts denkt dat u een hernia in de rug heeft. In medische taal heet dit Hernia Nuclei Pulposi, afgekort als HNP.

Tijdens deze afspraak vindt er een MRI onderzoek plaats, heeft u een gesprek met de neuroloog en wordt u op de hoogte gebracht van de uitslag van het onderzoek. Wanneer dat nodig is krijgt u ook een gesprek met de neurochirurg.

Het is ook mogelijk dat er gekozen wordt voor een behandeling in het Regionaal Pijncentrum (RPC) van Bernhoven. In dat geval krijgt u hiervoor binnen één week een afspraak met het RPC.
Deze folder informeert u over wat een HNP is, het MRI onderzoek en het bezoek op onze polikliniek.

Wat is een HNP?

De wervelkolom bestaat uit wervels van bot die met elkaar verbonden zijn door spieren, pezen en stevige banden. Tussen elke twee wervels bevindt zich een tussenwervelschijf. Een tussenwervelschijf bestaat uit een zachte kern die is omgeven door een vezelring. De tussenwervelschijf werkt als een soort schokdemper en zorgt ervoor dat de wervels kunnen bewegen. Bij elke wervel komen twee zenuwenwortels naar buiten. Deze zorgen voor het gevoel en de beweging in een deel van het linker- of rechterbeen.
Als er een scheur ontstaat in de vezelring van de tussenwervelschijf wordt een deel van de kern naar buiten gedrukt. Zo'n scheur ontstaat meestal op de zwakste plaats van de tussenwervelschijf, heel dicht bij een zenuwwortel.
 
De zenuw kan hierbij bekneld raken, waarbij ernstige pijn kan ontstaan doordat de uitpuilende kern tegen de zenuwwortel aandrukt. De zenuwfuncties kunnen zelfs uitvallen, daardoor kunnen ook de spieren minder goed werken (bijvoorbeeld onvermogen de voet naar de scheen toe te trekken) of een 'doof' gevoel.

 

 

Wat zijn de verschijnselen?

De meest voorkomende klacht bij een hernia is pijn in het been, eventueel samen met een dof of prikkelend gevoel.
Veel mensen met een hernia hebben ook rugpijn. Rugpijn is geen gevolg van de hernia, maar gaat er vaak mee samen of aan vooraf.
U kunt last krijgen van verlammingsverschijnselen van een of meer spieren in uw been. Als u hoest, niest of perst komt er meer druk op de zenuw en nemen de verschijnselen toe. Verder kunt u problemen krijgen met plassen of met de stoelgang. De urine of ontlasting is dan moeilijk op te houden, of u krijgt juist moeite met uitplassen.

Is er een oorzaak bekend?

Bij het ontstaan van een HNP moet al sprake zijn van lichte ‘ouderdomsveranderingen’ of een in aanleg wat zwakke plek in de tussenwervelschijf. Door een korte overbelasting of verdraaiing (tillen, plotseling draaien, niezen) kan een hernia ontstaan.
Zwaar werk met veel bukken en tillen kan wel meer rugklachten geven, maar het ontstaan van een hernia wordt er niet door veroorzaakt. Een HNP komt even vaak voor bij mensen die licht werk doen als bij mensen die zwaar werk doen.

Gang van zaken herniaspreekuur

Als u een afspraak heeft voor het herniaspreekuur, stuurt de doktersassistente u een afspraakkaartje toe met de tijden waarop u wordt verwacht voor:

  • Het MRI onderzoek
  • Röntgenfoto van de onderrug
  • Bezoek aan de neuroloog op de polikliniek neurologie
  • Bezoek aan neurochirurg op de polikliniek  neurologie (afhankelijk van MRI uitslag)

MRI onderzoek

U meldt zich 20 minuten voor het MRI onderzoek op afdeling radiologie. Route 040.
Uitleg van het MRI onderzoek is bijgevoegd.

Wat is een MRI–onderzoek?

MRI staat voor Magnetisch Resonantie Imaging. Bij een MRI–onderzoek worden er doorsnede foto’s van het te onderzoeken lichaamsdeel gemaakt. Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een sterke magneet en radiogolven. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van röntgenstralen. Met behulp van de magneet en de radiogolven worden in het lichaam bepaalde signalen opgewekt. Een antenne ontvangt deze signalen en een computer zet de signalen om in beelden. De beelden laten de doorsneden van het te onderzoeken lichaamsdeel zien.
Meer informatie over de gang van zaken tijdens een MRI vindt u in de folder ‘MRI-onderzoek Lumbale wervelkolm’.

In tegenstelling tot een MRI wordt er bij het maken van de foto wél gebruik gemaakt van röntgenstralen.

Polikliniek neurologie

  • Na het MRI onderzoek gaat u naar polikliniek Neurologie route 150.
  • U meldt zich aan de balie.
  • De neuroloog heeft een gesprek en doet lichamelijk onderzoek, tevens krijgt u de uitslag van de MRI.
  • Als de uitslag uitwijst dat u een HNP heeft die mogelijk geopereerd moet worden, vindt er aansluitend een gesprek plaats met de neurochirurg.
  • De neurochirurg bespreekt met u de opties van de HNP, dit kan bestaan uit: fysiotherapie, operatie die in principe binnen circa drie weken plaatsvindt of pijnbestrijding binnen één week.

Preoperatief Poliklinisch Onderzoek(PPO)

Als besloten is dat u geopereerd moet worden wordt voor u een afspraak gemaakt voor het spreekuur Preoperatief Onderzoek. Behalve de anesthesioloog ontmoet u dan ook een dokterassistente en een verpleegkundige.

De doktersassistente registreert uw bezoek. Daarna meet zij uw bloeddruk, hartslag, lengte en gewicht.

De verpleegkundige bespreekt in ieder geval met u:

  • Waar u moet zijn, wat neemt u mee;
  • Welke voorbereidingen u thuis moet treffen;
  • Gang van zaken tijdens de opname;
  • Waar u na de operatie rekening mee moet houden;
  • Wie en wanneer u kunt bellen als u komende weken nog vragen heeft over de opname!
  • Persoonlijke instructies die u voor de opname moet opvolgen, krijgt u na het gesprek op papier mee naar huis.

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

Anesthesioloog

De anesthesioloog is de arts die zich heeft gespecialiseerd in de verschillende vormen van anesthesie(=verdoving), pijnbestrijding en de intensieve zorg rondom de operatie. De verdoving die de anesthesioloog zal toedienen is afgestemd op uw gezondheid, conditie en de operatie die u ondergaat. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. De anesthesioloog bespreekt met u uw algehele gezondheidstoestand, luistert met een stethoscoop naar uw hart en longen en laat zonodig aanvullend onderzoek doen zoals; bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG), een röntgenfoto van de longen (thoraxfoto) of een consult bij een andere specialist.
Bij medische ingrepen zijn vaak verschillende vormen van verdoving mogelijk. Hoewel u mee kunt beslissen en in veel gevallen zelfs een keuze heeft is het voor u en degene die opereert niet altijd mogelijk alle consequenties daarvan te overzien. De uiteindelijke vorm van verdoving wordt daarom altijd door de anesthesioloog bepaald. Tijdens het gesprek verneemt u welke vorm van anesthesie in uw situatie het beste toegepast kan worden, welke bijwerkingen mogelijk zijn en welke voorbereidingen u moet doen bijvoorbeeld; nuchter zijn en medicijngebruik.
(Meer informatie over het spreekuur vindt u in de folder Algemene informatie rondom anesthesie).

Vragen

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met de polikliniek neurologie.

  • Telefoonnummer polikliniek neurologie: 0413 - 40 19 53