Spring naar de content

Slijtage van de schouder

1. Inleiding

De schouder bestaat uit drie gewrichten; Het gewricht tussen het sleutelbeen en het schouderdak, het gewricht tussen het schouderblad en de borstkas en de kop en de kom van de schouder. De bewegelijkheid van de schouder komt grotendeels af van de Rotatorcuff (pees corset)

             

Slijtage in de schouder is een kwaal die veel voorkomt, vooral als mensen ouder worden. Het kraakbeen is niet glad meer, maar ruw geworden. Op sommige plekken kan zelfs al het kraakbeen verdwenen zijn. Daarnaast kunnen de pezen door slijtage dunner worden en zelfs doorscheuren.

2. Wat zijn de klachten bij slijtage?

Als het kraakbeen slechter wordt, dan beweegt de kop niet meer soepel in de kom. Dit kan pijn, stijfheid en kraken veroorzaken. Door slijtage van de pezen is het moeilijker of onmogelijk om de schouder te heffen/ te belasten. De pijn zit rondom de schouder en kan doortrekken naar de nek of arm.

3. Onderzoek

Om zeker te weten dat er slijtage van de schouder is, moet de orthopedisch chirurg eerst uw schouder onderzoeken en een röntgenfoto of een echo maken. Soms wordt een injectie met een pijnstiller in de schouder geplaatst. Deze injectie kan de pijn voor een poosje minder maken.

       

links een röntgenfoto van een schouder zonder slijtage; rechts een röntgenfoto van een schouder met slijtage

4. Behandeling

In het begin is opereren vaak niet meteen nodig. Er zijn meerdere manieren om met succes de pijn te verminderen. Hierbij kunt u denken aan fysiotherapie, aanpassen van uw belasting, pijnstilling of een zenuwblokkade. Helaas is het niet mogelijk om de schade die er is te herstellen.

Fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan u helpen de spieren bij schouder sterker te maken. Zij hebben hier speciale programma’s voor. Door training komt er minder druk op het gewricht, waardoor de pijn minder wordt en de schouder wat soepeler kan worden. Het is heel belangrijk om te blijven bewegen. De fysiotherapeut kan u tips geven om beter te bewegen. Het duurt wel enkele weken en het kost enige inspanning voordat u effect merkt. U kunt het beste contact opnemen met een gespecialiseerde schouderfysiotherapeut (www.schouderfysiotherapie.nl, www.snzon.nl )

Aanpassen belasting

Door uw belasting aan te passen of beter te verdelen over de dag kunt u er voor zorgen dat uw schouder niet overbelast raakt. Door de slijtage functioneert uw schouder namelijk niet meer op 100 procent van wat het vroeger was. .

Pijnstillers

Eerst wordt paracetamol aangeraden. Als dat niet genoeg werkt, kan er een ander middel worden gegeven. Bijvoorbeeld Naproxen of ibuprofen (in overleg met de arts want niet iedereen mag deze medicijnen gebruiken, soms zijn er ook maagbeschermers nodig). Vooral als u ’s nachts wakker wordt van de pijn, zijn dit goede middelen.

Pijnblokkade

Bij aanhoudende klachten terwijl u niet voor een operatie kiest, kan een pijnblokkade helpen.. Dan wordt een zenuw ter hoogte van de schouder verdoofd waardoor u de pijn niet meer goed voelt, de schouder kunt u blijven bewegen.

Injecties in de schouder

Er kan een injectie in de schouder worden gegeven. Dit kan in het schoudergewricht of in de slijmbeurs. Daarvoor wordt een middel gebruikt dat de pijn minder maakt (corticosteroïd). Na ongeveer één week wordt de pijn minder. De injectie kan enkele weken tot maanden effect hebben.

Als het onderdrukken van de pijn en de fysiotherapie niet meer helpen, kan de orthopedisch chirurg u aanraden om een prothese van de schouder te laten plaatsen.

Het is mogelijk dat bij u een operatie (nog) uitgevoerd kan worden. Dat hangt af van:

  • Uw gezondheid en andere ziektes die u heeft.
  • Uw leeftijd (als u nog jong bent: een prothese kan niet heel vaak vervangen worden).
  • Andere oorzaken in overleg met uw arts.

5. Schouderprothese

Bij het plaatsen van een ‘nieuwe schouder’ worden de kom en de kop volledig vervangen. De kop wordt vervangen door een metalen kop en steel en de kom door een plastic kommetje. Er zijn een paar technieken om een schouder prothese te plaatsen. De orthopedisch chirurg zal samen met u beslissen wat voor u de beste keuze is.  

Er zijn verschillende technieken om de prothese in het bot vast te zetten: gecementeerd, ongecementeerd

Gecementeerd betekent dat de kom en de steel allebei in het bot worden vastgezet door middel van cement. (soort lijm)

Bij een ongecementeerde prothese wordt er geen cement gebruikt, maar groeit de prothese direct vast aan het bot. De prothese heeft een ruw oppervlak en er zit een speciaal laagje omheen waardoor het goed aan het bot kan vastgroeien. 

Grofweg bestaan er twee soorten schouderprothese:

5.1 Anatomische schouderprothese

Als de spieren intact zijn en alleen het gewricht versleten is, wordt vaak een metalen steel en kop in de bovenarm geplaatst. De kunststof kom wordt in het schouderblad geplaatst. Bij jonge mensen wordt de kom soms weggelaten. Deze kan namelijk bij veel activiteit eerder loslaten. In dat geval wordt een zogenoemde hemischouderprothese (hemi = half) geplaatst.

5.2. Reversed schouderprothese

Als de spieren en pezen van het schoudergewricht onherstelbaar beschadigd zijn, kan een ‘omgekeerde’ prothese worden geplaatst. Op de plaats van de kom wordt dan de kop van de prothese geplaatst, in de bovenarm komt de kom te zitten. Dit is de meest geplaatste prothese in Nederland.

5.3 Resultaten

De resultaten van een schouder prothese zijn zeer goed, meer dan 80-90 procent is tevreden.  Een nieuwe schouder gaat ongeveer vijftien jaar mee. Dit is een gemiddelde. Bij sommige mensen gaat hij langer mee, en bij enkelen minder lang. Dat betekent dat het voorkomt dat de prothese vervangen moet worden na een aantal jaren (vooral jongere mensen). Elk jaar worden er in Nederland ongeveer 3300 protheses van de schouder geplaatst. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 66 jaar voor een anatomische prothese en 73 voor een reversed schouderprothese.

6. Problemen tijdens en na de operatie

Bloeding

Bij elke operatie is er een kans op een nabloeding. Soms is het nodig opnieuw een operatie te doen om het bloeden te stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt (zoals Ascal, Plavix, Persantin of Sintrom), vertel dit dan aan de orthopedisch chirurg en de anesthesioloog. Zij zullen dan beoordelen of u met de bloedverdunners moet stoppen, ermee door moet gaan of dat u vervangende medicatie gaat krijgen.

Infectie

Na de operatie is er een kans op een wondinfectie. Bij een schouder is dit risico zeer laag (minder dan 1 procent). Om dat te voorkomen, krijgt u voor, tijdens en na de operatie antibiotica. Een infectie kan soms tot op de prothese terechtkomen. Als dit gebeurt, moet er opnieuw geopereerd  worden. Dan wordt de schouder schoongemaakt.

Luxatie (uit de kom schieten)

De kop van de prothese kan uit de kom schieten, de medische term is luxeren. De kans dat dit gebeurt is zeer klein (minder dan 1 procent)

Zenuwbeschadiging

Tijdens de operatie kan een zenuw beschadigd worden. Daardoor kan een gedeeltelijke verlamming van de arm ontstaan. De kans dat dit gebeurt is zeer klein (minder dan 1 procent)

Loslating

Loslaten van de prothese op de langere termijn, dit betekent dat de schouderprothese op een of andere manier kan loskomen van het omringende bot. De prothese kan dan eventueel vervangen worden (revisieoperatie), waarbij het resultaat dan meestal minder goed is dan na de eerste heupprothese.

Roken is extra risico

Roken vergroot de kans op problemen bij de operatie en bij het herstel. Wie tijdelijk stopt (van minimaal vier weken voor de operatie tot minstens vier weken na de operatie), halveert die kans. Meer informatie hierover leest u in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015. Uw orthopedisch chirurg kan u ook meer informatie geven: https://issuu.com/issuu.comnov/docs/00-jaarmagazine-bladertotaal/0

7. Voorkómen van complicaties

Uw orthopedisch chirurg doet alles om het risico op complicaties te verkleinen. U krijgt al voor de operatie antibiotica om het risico op infectie te verminderen. Het is belangrijk te weten dat bepaalde patiënten meer risico's lopen dan andere.

Er is een verhoogd risico bij:

  • patiënten die roken;
  • patiënten met een overgewicht;
  • patiënten met een chronische gebitsontsteking.
  • patiënten met suikerziekte (diabetes mellitus);
  • patiënten die met bepaalde medicijnen behandeld worden die het afweersysteem beïnvloeden zoals sommige reuma medicijnen;
  • patiënten met een verminderde afweer voor infecties;

Op de eerste drie risicofactoren heeft u zelf ook invloed:

  • Dat roken niet goed is voor de gezondheid is geen nieuws. Stoppen met roken is moeilijk, maar absoluut beter voor uw gezondheid. Wist u dat u bij onze longverpleegkundige terechtkunt als u hulp nodig heeft om te stoppen met roken?
  • Overgewicht is een probleem waar je soms zelf ook invloed op kunt hebben. In Bernhoven werken diëtisten die u kunnen adviseren en begeleiden als u dat wilt.
  • Het is bekend dat de staat van uw gebit van invloed is op uw gezondheid. Mocht u om welke reden dan ook problemen hebben met uw gebit dan adviseren we u om bij uw tandarts een afspraak te maken voor hulp.

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen nog vragen, aarzel dan niet en bespreek uw vragen met uw dokter.

Schouderspreekuur Bernhoven
Polikliniek orthopedie / route 041
Tel: 0413 - 40 19 71