Spring naar de content

Hoe ontstaat een röntgenfoto?

Röntgenstraling wordt door het lichaam niet overal gelijkmatig doorgelaten. Je kunt dit vergelijken met licht dat op een raam schijnt dat is onderverdeeld in meerdere vakken. Het licht dringt wel door het glas, maar niet door de spijlen in het raam. Hierdoor ontstaat een schaduw in de vorm van het raam. Hoe verder je jezelf van het glas bevindt, hoe minder licht / stralen je ontvangt. Lichtstralen kun je door hulp van een spiegel af laten buigen.

Een röntgenfoto is een schaduwbeeld van het onderzochte lichaamsdeel, afhankelijk van het soort weefsel. De röntgenstralen gaan vrijwel ongestoord door de lucht in de longen, wat moeilijker door bijvoorbeeld spieren en lever, en het moeilijkst door het bot. Soms wordt er contrastvloeistof toegediend om een duidelijker beeld te krijgen van een orgaan of bloedvat. Een deel van de röntgenstraling gaat dus ongestoord door het lichaam heen en een deel wordt in het lichaam tegengehouden (geabsorbeerd). Röntgenstralen kunnen bij een ‘botsing’ afbuigen. De straling die dan ontstaat noemen we strooistraling. Hierbij geldt het zelfde als bij zonlicht, hoe verder je je van de stralingsbron bevindt, hoe minder (strooi)straling je ontvangt. Tegen deze straling bescherm je jezelf met een loodschort/schildklierbeschermer en door een zo groot mogelijke afstand te nemen.

Wat is röntgenstraling?

Röntgenstraling bestaat uit hoog energetische elektromagnetische golven en wordt ook wel ioniserende straling genoemd omdat deze straling het vermogen heeft om moleculen te ioniseren. Wanneer hier wordt gesproken over straling wordt hiermee ioniserende straling bedoeld. Er zijn zeer veel studies gedaan naar de effecten van deze straling. Door deze kennis kunnen de risico's nu goed worden ingeschat en worden vergeleken met andere risico's.

Achtergrondstraling

Iedereen staat dagelijks bloot aan straling. Het gaat dan om zeer kleine hoeveelheden achtergrondstraling die wordt uitgedrukt in millisievert (mSv). In Nederland ontvangen wij ongeveer 2 mSv per jaar door straling uit de aardbodem, uit het heelal en bijvoorbeeld ook uit bouwmaterialen als gips en beton. In hooggelegen en bergachtige oorden kan deze achtergrondstraling zelfs oplopen tot 10 mSv per jaar. De dosis van een gewone röntgenfoto van hart en longen komt overeen met de dosis die men oploopt tijdens een vliegreis naar Japan. Deze bedraagt ongeveer 0,1 mSv.

Is straling te meten?

Het is technisch niet moeilijk om te meten hoeveel straling een röntgentoestel heeft uitgezonden tijdnes een onderzoek. Het is wel moeilijk om exact vast te stellen hoeveel straling er in het lichaam is geabsorbeerd. De hoeveelheid straling die opgenomen wordt is namelijk afhankelijk van factoren als het type onderzoek, de duur ervan, de bouw van het lichaam en van het lichaamsgewicht.