Skip to Content

Operatie bij aneurysma van de buikslagader via de buik

Een aneurysma is een verwijding (uitstulping) van de buikslagader. Dit ontstaat vaak door aderverkalking. Daarbij wordt de wand van het bloedvat zwakker. Door de druk van het bloed kan er een soort ‘ballonnetje’ ontstaan in de slagader.

Een aneurysma geeft meestal lange tijd geen klachten. Toch kan het gevaarlijk zijn. Het kan bijvoorbeeld scheuren (een bloeding) of er kan een bloedstolsel ontstaan dat een bloedvat afsluit.

We controleren de groei van het aneurysma regelmatig met een echo. We opereren alleen als de kans op een scheur groot is, meestal als de uitstulping groter is dan 5,5 cm. Bij deze operatie is er een kans op grote complicaties en soms zelfs overlijden. Daarom wegen we altijd goed af of een operatie nodig is. 

Een aneurysma van de buikslagader kunnen we op 2 manieren behandelen: 

  • een ‘open’ operatie via de buik;
  • een operatie via de slagaders in de liezen (EVAR).

Deze informatie gaat over de open operatie via de buik. 

Voorbereiding op de operatie

Het is belangrijk dat je je goed voorbereidt op de operatie. Daarom krijg je van tevoren een afspraak met afdeling PreOperatieve Screening (POS). De arts controleert je gezondheid en bespreekt de voorbereidingen en risico's.

Wat je zelf moet doen:

Je opname

Voor deze operatie wordt je 5 tot 14 dagen opgenomen in het ziekenhuis. 

De operatie

De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose), in combinatie met een ruggenprik voor pijnstilling na de operatie. De operatie duurt ongeveer 2 tot 3 uur. 

Tijdens de operatie maakt de chirurg een snede in je buik. Het verwijdde deel van de buikslagader wordt vervangen door een kunststof bloedvat (vaatprothese).

  • Soms is dit een rechte buis (buisprothese).
  • Soms een prothese met 2 takken naar de benen (broekprothese). 

Het nieuwe bloedvat wordt vastgemaakt aan je eigen bloedvaten. Hierdoor stroomt het bloed weer normaal en staat er geen druk meer op de zwakke plek.

Registratie van je implantaat

De gegevens van je implantaat leggen wij vast in je dossier en in een landelijk register. Dit is verplicht. In dit register staan geen persoonlijke gegevens.

Na de operatie

Na de operatie ga je eerst naar de uitslaapkamer of Intensive Care voor extra controle.
Je hebt na de operatie eerst nog verschillende slangetjes, zoals:

  • 1 of 2 infusen voor het toedienen van vocht en medicijnen;
  • een slangetje in een slagader voor bewaking van de bloeddruk;
  • een slangetje in de rug voor pijnstilling;
  • een maagsonde (via de neus) voor het wegnemen van overtollig maagsap;
  • een blaaskatheter.

Deze slangetjes worden verwijderd zodra je voldoende bent hersteld. 

De eerste dagen:

  • krijg je pijnstilling;
  • kun je weer steeds beter eten en drinken. Hier is geen vast schema voor.  
  • komt een fysiotherapeut langs voor ademhalingsoefeningen;
  • is het belangrijk dat je snel weer uit bed komt. 

Risico’s

Bij elke operatie is er kans op complicaties, zoals een wondinfectie, bloeding, trombose,  longontsteking. 

Na een operatie aan de buikslagader kunnen er specifieke complicaties zijn, zoals:

  • Een nabloeding - die kan ontstaan door een lekkage van de verbinding tussen de stent (het kunststof bloedvat) en het eigen bloedvat. Dit komt bijna nooit voor. Als deze complicatie optreedt, is er meestal een nieuwe operatie nodig.  
  • Een afsluiting van het kunststof bloedvat - ook dan kan een nieuwe operatie nodig zijn, maar ook dit komt zelden voor.
  • Een afsluiting van bloedvaten in de benen;
  • Een verminderde nierfunctie;
  • Een beschadiging van darmen of zenuwen;
  • Een littekenbreuk;
  • Bij mannen: een tijdelijke of blijvende verstoring van de erectie en/of de zaadlozing.

Soms is in verband met een complicatie een nieuwe operatie nodig. 

De kans op complicaties hangt onder andere af van je leeftijd en gezondheid. Goede voeding en de juiste medicijnen verlagen de kans op complicaties.  

Herstel thuis

Als je je  goed voelt, mag je naar huis. Na de operatie kun je nog moe zijn en minder eetlust hebben. Dit wordt meestal langzaam beter. Vaak ben je na 2 tot 3 maanden weer op je oude niveau, soms duurt dit langer. 

Leefregels en adviezen voor thuis

  • Je mag de eerste 2 weken niet sporten of fietsen. Wandelen mag wel.
  • Voorkom infecties. Een infectie kan het nieuwe bloedvat aantasten. Neem daarom contact op met de huisarts als je last krijgt van ontstekingen, zoals keel-, blaas-, of longontsteking of bij pussende wonden, steenpuisten en dergelijke.
  • De bedrijfsarts beoordeelt wanneer je weer kunt gaan werken. Het is goed om je bedrijfsarts al vóór de operatie te informeren, of in ieder geval zo snel mogelijk daarna. Dat maakt het gemakkelijker om goede afspraken over je werk met de bedrijfsarts te maken.
  • Zorg er voor dat de aderverkalking zo min mogelijk toeneemt. Dit doe je door zo gezond mogelijk te leven: niet roken, voldoende bewegen en gezond gewicht houden.
  • Zorg dat ziektes zoals hoge bloeddruk, suikerziekte en hoog cholesterol goed behandeld worden.

Wat doe je bij problemen thuis?

Neem contact op met het ziekenhuis als je klachten krijgt zoals:

  • Meer of aanhoudende pijn;
  • Plotselinge hevige pijn;
  • Een rode, warme of gezwollen huid rondom de wond;
  • Koude rillingen of koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.

Tijdens kantoortijden bel je naar de polikliniek chirurgie van Bernhoven, telefoonnummer: 0413-401959 (tijdens kantooruren) of met de receptie van Bernhoven 0413- 40 40 40 (buiten kantooruren). 

Vragen?

Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kun je bellen naar de polikliniek chirurgie van Bernhoven, telefoonnummer: 0413-40 19 59 (tijdens kantooruren).