Spring naar de content

Hartkatheterisatie

U mag zich melden op……….dag   …………… om  ……………. uur, op route 140.

Uw cardioloog heeft met u besproken dat u binnenkort wordt opgenomen voor het ondergaan van een hartkatheterisatie. (CAG Coronair angiografie). In deze folder kunt u nog eens rustig nalezen wat u kunt verwachten bij dit onderzoek.

Waarom krijgt u een hartkatheterisatie?

Er kan een aantal redenen zijn waarom u een hartkatheterisatie krijgt:

  • U heeft pijn op de borst (Angina Pectoris).
  • U heeft een probleem met uw hartklep.
  • U heeft een hartinfarct doorgemaakt.

Hoe bereidt u zich voor?

Als u een bloedverdunner gebruikt zoals acenocoumarol of fenprocoumon, krijgt u van uw cardioloog het advies om dit te melden bij de trombosedienst zodat uw INR waarde op de dag van de ingreep niet hoger dan 2,5 is. Als u andere medicijnen gebruikt, blijft u deze innemen. Ook als u diabetes heeft, kunt u gewoon uw medicatie gebruiken en eten volgens uw dieet, tenzij de arts anders voorschrijft. Vergeet niet uw plastabletten in te nemen als u deze gebruikt, tenzij de arts het anders heeft aangegeven. Indien uw nieren extra voorbereid dienen te worden vanwege een gestoorde nierfunctie, zult u een dag eerder opgenomen worden en zal via een infuus extra vocht toegediend worden. U mag normaal ontbijten of lunchen op de dag van de ingreep. Heeft u vragen, stel deze dan aan de behandelend arts op de polikliniek of verpleegkundige bij de opname.

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u, als dat in uw gevalk nodig is een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt is.

Opname

Op de afgesproken dag en tijdstip meldt u zich op het ambulant centrum van het ziekenhuis, volg daarvoor route 140.
Na kennismaking met de verpleegkundige wordt bloeddruk en pols gecontroleerd. U krijgt een OK-jasje aan en er wordt een infuusnaaldje geprikt. Dit doen we voor de zekerheid om ervoor te zorgen dat er altijd een ingang is om medicijnen toe te dienen als de cardioloog dat nodig vindt.

Het exacte tijdstip van het onderzoek kan u nog niet worden verteld, omdat het regelmatig gebeurt dat de planning moet worden aangepast of dat er iemand met spoed tussenkomt. Wel wordt geprobeerd u te helpen op het afgesproken dagdeel.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek - hartkatheterisatie - is het vaststellen of er vernauwingen of afsluitingen in de kransslagader(en) zijn. Kransslagaderen zijn de bloedvaten die rondom het hart lopen en het hart van voeding en zuurstof voorzien. Bij het onderzoek worden filmopnamen gemaakt met behulp van röntgenstralen en contrastvloeistof. Deze vloeistof zorgt er voor dat de kransslagaders zichtbaar zijn op de film.

Verloop van het onderzoek:

  • U wordt in uw bed naar de hartkatheterisatiekamer gebracht.
  • Hier gaat u op een smalle behandeltafel liggen en daarna wordt u toegedekt met steriele doeken.
  • Boven deze tafel hangt röntgenapparatuur.
  • Om uw hartritme tijdens het onderzoek te bewaken wordt u aangesloten aan de monitor.
  • De plaats in de lies of pols waar het hulsje in de slagader wordt gebracht, wordt eerst geschoren en gedesinfecteerd en daarna verdoofd. Dan wordt het hulsje geplaatst. Door dit hulsje krijgt u medicijnen toegediend die het bloed verdunnen.
  • Vervolgens wordt door het hulsje, via de grote lichaamsslagader, een katheter geschoven tot aan het begin van de kransslagader. Van het opvoeren van de katheters voelt u niets. Dit komt omdat de bloedvaten zelf gevoelloos zijn, er zitten geen zenuwen in. Indien u wel pijn voelt moet u dat direct melden aan de cardioloog of aan zijn/haar assistent(e).
  • Als de katheter de kransslagader heeft bereikt, wordt er contrastvloeistof ingespoten.
  • Vervolgens worden er filmopnamen gemaakt. Deze opnamen vinden telkens onder een andere hoek plaats om zo nauwkeurig mogelijk eventuele vernauwing / afsluiting vast te kunnen leggen.
  • De röntgenapparatuur boven u beweegt hierbij, terwijl u rustig blijft liggen.
  • Tijdens het onderzoek wordt regelmatig aan u gevraagd in te ademen, vervolgens de adem vast te houden en na enkele seconden weer uit te ademen.
  • Als er een film van de linkerhartkamer wordt gemaakt wordt er in korte tijd veel contrastvloeistof ingespoten. Hierdoor kunt u het erg warm krijgen en kunt u het gevoel krijgen dat u moet plassen. Dit gevoel duurt tien tot vijftien seconden.

Na het onderzoek:

  • Na een polsprocedure wordt het hulsje uit de pols verwijderd en komt er een speciaal bandje om uw pols dat ongeveer vier uur moet blijven zitten. Na het onderzoek hoeft u niet in bed te blijven. Vijf uur na het einde van de katheterisatie mag u weer naar huis. Om de arm volledige rust te geven, moet u uw arm 24 uur in een mitella dragen.
  • Na een liesprocedure wordt het het hulsje in de lies verwijderd  en er wordt een vascular closure device 'Angioseal'  ingebracht op de aanprikplaats. De Angioseal / 'plugje' zorgt ervoor dat het aanprikgaatje weer wordt gesloten. Het plugje wordt binnen 90 dagen door het lichaam afgebroken. Na het plaatsen van het plugje heeft u nog 1 uur bedrust, hierbij mag u het been aan de aangeprikte zijde niet bewegen. Een verpleegkundige controleert  of de verdoving voldoende is uitgewerkt, hierna mag u onder begeleiding uit bed komen en rondlopen. Meestal mag u ongeveer twee uur na het plaatsen van het plugje weer naar huis. Het 'patiëntenkaartje'  van de angioseal moet  u gedurende 90  dagen bij  u dragen.
  • Er wordt een drukverband aangelegd wanneer men geen plug heeft kunnen plaatsen, o.a. als het bloedvat meer dan één keer is aangeprikt. De aangeprikte plaats wordt dan geruime tijd dichtgedrukt  waarna het drukverband wordt aangelegd.U krijgt dan 6 uur bedrust waarvan u de eerste 4 uur plat moet blijven liggen. Hierbij mag u het been aan de aangeprikte zijde niet bewegen Meestal mag u ongeveer zeven uur na het einde van de katheterisatie weer naar huis. U mag dan nog geen autorijden. Wanneer het drukverband laat  in de middag is aangelegd, moet u een nacht in het ziekenhuis blijven.
  • Na het onderzoek kunt u gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u goed drinkt, om de contrastvloeistof uit uw lichaam te verwijderen.

Uitslag

U hoort direct na het onderzoek van de cardioloog wat zijn eerste bevindingen zijn. Uit het onderzoek blijkt of er vernauwing(en) of afsluiting(en) van de kransslagaders aanwezig zijn, of de hartkleppen goed werken en hoe de pompfunctie van het hart is. Afhankelijk van het aantal en de ernst van de vernauwingen en van eventuele andere bevindingen wordt de keuze voor een behandeling bepaald  met de volgende mogelijkheden;

  • Geen behandeling
  • Behandeling met medicijnen
  • PCI (Dotteren)
  • CABG (een openhartoperatie waarbij omleidingen worden geplaatst (ook wel bypassoperatie).
    Mogelijk wordt dit met een speciaal hartteam besproken.
  • Twee tot drie weken na de behandeling wordt u terug verwacht op de polikliniek cardiologie, waar uw behandelend arts de uitslag met u bespreekt en, indien nodig een liescontrole doet. Deze afspraak krijgt u mee wanneer u naar huis gaat.

Adviezen voor thuis

Om bloedingen te voorkomen kunt u beter de eerste dagen niet zwaar tillen, fietsen, autorijden of sporten. U mag douchen, maar u mag drie tot vier dagen niet in bad, wacht daarmee totdat de huid genezen is. De pleister aangebracht in de lies of de pols mag u na twee dagen zelf verwijderen. U kunt een kleine zwelling en/of lichte gevoeligheid in de pols of lies hebben. Een blauwe plek is niet ongewoon. Als u een mitella heeft meegekregen, draag deze dan de eerste 24 uur.

Als u problemen heeft met uw lies of arm zoals: een nabloeding of een zwelling, gevoelloosheid of pijn in het been of arm na bewegen, koorts boven 38,5 graden dan kunt u contact opnemen met uw cardioloog of polikliniek cardiologie. De telefoonnummers staan aan het eind van deze folder.

Complicaties

Bij een hartkatheterisatie kunnen kleine, maar soms ook ernstige risico’s voorkomen. Meestal verloopt het onderzoek zonder problemen.

Tijdelijke complicaties:

  • Bloeduitstorting op de aanprikplaats.
  • Afwijkingen van het hartritme.
  • Overgevoeligheidsreactie door de contrastvloeistof.
  • Kramp van de kransslagader.

Ernstige complicaties die bijna nooit voorkomen zijn:

  • Vorming van een bloedstolsel die een hartinfarct of een herseninfarct kan veroorzaken.
  • De hoeveelheid toegediende contrastvloeistof kan aanleiding geven tot overbelasting van de bloedsomloop en tot kortademigheid leiden.
  • Beschadiging van het bloedvat, hierdoor kunt u bloedingen in uw lichaam krijgen.
  • Overlijden.

In het algemeen hangt de ernst van en de kans op complicaties samen met de ernst van de hartziekte.
Het team dat het onderzoek uitvoert, is gespecialiseerd in het vroegtijdig herkennen, voorkomen en behandelen van dergelijke problemen. Door uw cardioloog wordt altijd de geringe kans op dergelijke problemen, afgewogen tegen de voordelen van de belangrijke informatie die door de hartkatheterisatie wordt verkregen.

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen, stelt u deze gerust aan uw cardioloog of
de polikliniek cardiologie, route 120.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 23 (tijdens kantooruren); Telefoonnummer na kantoortijden en in het weekend: 0413 - 40 10 00