Spring naar de content

Persoonlijk Informatiedossier voor patiënten met een plotselinge aandoening aan het hart

U bent opgenomen op de afdeling Coronair Care Unit (CCU) of op de afdeling cardiologie van Bernhoven. Coronair Care is de Engelse benaming voor hartbewaking. U bent in Bernhoven omdat u plotseling problemen heeft gekregen met uw hart, in medische termen spreken we over een acuut coronair syndroom.

Wat is doel van dit boekje?

We willen u zo goed mogelijk begeleiden bij hetgeen u is overkomen: van opname tot ontslag en  de revalidatieperiode thuis. Daarom krijgt u dit Persoonlijk Informatie Dossier. In dit boekje staat alles wat voor u belangrijk is. Bewaar het boekje goed, want u neemt het ook mee als u naar het ziekenhuis komt voor controle. U kunt hier in ook uw eigen persoonlijke gegevens noteren. Dit boekje is dus uw persoonlijk eigendom.

Wat staat er in het Persoonlijk Informatie Dossier?

1.    Algemene informatie over de afdeling cardiologie
2.    Algemene informatie over een plotseling coronair syndroom:
2.1  Klachten
2.2  Onderzoek
2.3  Behandeling
3.    Wat gebeurt er tijdens en na uw opname
4.    Hartrevalidatie
4.1  De FIT-module
4.2  Voorlichtingsmodule met DVD-presentatie
4.3  De voorlichtingsmodule (INFO-module)
5.    Veel gestelde vragen
6.    Voeding bij hart- en vaatziekten
7.    En hoe zit het nu bij u?
8.    Adviezen voor thuis
9.    Medicijngebruik
10.  Controles
11.  Controleafspraken
12.  Vragen
13.  Waar vindt u meer informatie?

1. Algemene informatie afdeling en polikliniek cardiologie

Afdeling

De verpleegafdeling cardiologie vindt u op B1 oost.
Van opname tot ontslag bespreekt de cardioloog of de zaalarts tijdens de dagelijkse visite zijn/haar bevindingen en het medisch beleid met u.
De verpleegkundige geeft uitleg tijdens uw opname in het ziekenhuis. 
De verpleegkundige bespreekt met de patiënten die een bypassoperatie / klepoperatie of een infarct hebben gehad of deelname aan de poliklinische voorlichtingsfilm wenselijk is.

Polikliniek

De polikliniek cardiologie is bereikbaar op telefoonnummer 0413 - 40 19 23, routenummer 120,
maandag t/m vrijdag 8.30-12.30 uur / 13.30-17.00 uur.

Het adres van Bernhoven is: Nistelrodeseweg 10, 5406 PT Uden.

De cardiologen houden ook spreekuur op de polikliniek in Oss. Het telefoonnummer is hetzelfde: 0413 - 40 19 23.
De polikliniek Oss is gevestigd in Plein Zwanenberg, Gezondheidslaan 1a in Oss..

Welke cardiologen werken op de afdeling cardiologie?

  • R. T. A. van den Bosch
  • M. J. W. Grosfeld
  • A. Günal
  • N. A. Haenen
  • W. Keuper
  • A. Scheepmaker
  • F. Smeets
  • R. M. A. van de Wal
  • A. M. de Vos
  • A. Yilmaz

2. Algemene informatie over plotseling coronair syndroom

Wat is een plotseling coronair syndroom?

Een plotseling of acuut coronair syndroom (ACS) is een aandoening van de bloedvaten rond het hart. Het gaat dan om de kransslagaders die ook wel coronairvaten worden genoemd. U kunt een kransslagader het beste vergelijken met een benzineleiding die zuurstofrijk bloed (de benzine) naar het hart (de motor) brengt waardoor het hart zijn pompwerking kan doen. De wand van de kransslagaders bestaat uit meerdere laagjes,  vergelijk het maar met bladerdeeg. Bij een acuut coronair syndroom scheurt plotseling een van die laagjes. Daardoor ontstaat op de plek van het scheurtje een bloedstolseltje. Door dat stolsel raakt het bloedvat verstopt. Die verstopping kan kort duren, enkele minuten, maar kan ook langer aanhouden, wel een aantal uren lang.

Wat gebeurt er bij een verstopping?

Bij een verstopping krijgen de spiercellen van het hart even geen bloed en geen zuurstof meer. Duurt dit te lang dan gaan de hartspiercellen kapot. Dat is een hartinfarct of hartaanval. Of er bij een acuut coronair syndroom schade aan het hart ontstaat is van verschillende factoren afhankelijk:

  • Waar zit de verstopping?
  • Hoe lang heeft de verstopping geduurd?
  • Is het een klein hartinfarct, of juist groot of zit het er tussenin?

Soms duurt een verstopping zó kort, dat er helemaal géén hartinfarct heeft plaatsgevonden.

Hartinfarct

Of er wel of geen hartinfarct heeft plaatsgevonden, hoe groot het infarct is geweest en daardoor ook hoe groot de schade aan het hart is, kan worden ingeschat met

  • Hartfilmpjes, het zogenoemde electrocardiogram (ECG)
  • Bloedonderzoek
  • Geluidsonderzoek van het hart, een echocardiogram

Niet ieder hartinfarct is dus even groot. Daarom kan de behandeling per patiënt verschillen. Ook de gevolgen van een infarct kunnen voor iedereen weer anders zijn. Maar in het algemeen geldt dat hoe groter het infarct geweest is, hoe meer last u ervan kunt hebben. Want bij zo'n hartinfarct gaan de hartspiercellen kapot en die kunnen niet meer gerepareerd worden. Als er veel hartspiercellen kapot zijn, wordt het hart minder krachtig. Dat kan op den duur problemen geven, het zogenoemde hartfalen. Daarom is het belangrijk dat we ervoor zorgen dat de schade aan het hart zo klein mogelijk blijft. We proberen ook zo goed mogelijk te voorkomen dat u in de toekomst nog een keer een hartinfarct krijgt.

Dotteren

Als uw klachten en het hartfilmpje erop wijzen dat het bloedvat door de verstopping nog steeds is afgesloten, dan is het belangrijk ervoor te zorgen dat het bloedvat snel weer open gaat. Daarmee beperken we de schade aan het hart. Dit doen we met een spoed dotterbehandeling. Verderop in dit boekje leest u meer over de dotterbehandeling.

2.1  Welke klachten kunt u krijgen?

Bij een plotseling coronair syndroom klaagt de patiënt meestal over pijn of druk op de borst, soms straalt de pijn uit naar de kaken, armen of de rug. De klachten kunnen voorbij gaan, maar ze kunnen ook een tijd aanhouden. Maar het kan ook gebeuren dat u een infarct heeft gehad en niets heeft gevoeld. Ook is het zo dat niet alle pijn of druk meteen met een hartinfarct te maken heeft. De slokdarm, de maag of hyperventilatie kunnen ook klachten geven die lijken op klachten van het hart.

Om zeker te weten of uw klachten met uw hart te maken hebben, onderzoeken we u verder. We doen bloedonderzoek en maken een hartfilmpje (ECG). We vragen u meerdere keren om precies te vertellen wat uw klachten zijn. Want uw klachten vormen voor ons een belangrijke aanwijzing of zij met het hart te maken hebben of toch met iets anders.

Hoe ontstaat plotseling coronair syndroom?

Een plotseling coronair syndroom ontstaat door aderverkalking (atherosclerose) in de binnenwand van de kransslagaders. Door verschillende oorzaken kan zich vettig materiaal afzetten op de binnenlaag van de kransslagaders. Dit heet atherosclerotische plaques. Deze afzettingen bedekken niet de hele binnenlaag van de slagaderwand, maar bevinden zich wel op verschillende plekken.

Het proces van aderverkalking wordt in gang gezet en in stand gehouden door de vetten in het bloed. Witte bloedcellen dringen de binnenlaag van de slagaderwand binnen en nemen vetten uit het bloed op. Als de cellen afsterven, komt hun inhoud in de binnenwand van de slagader terecht. Dat is het begin van atherosclerotische plaque.

Zo'n plaque vult zich langzaam met vetachtig materiaal. Een omhulsel van bindweefsel houdt de plaque afgescheiden van de binnenwand van de slagader. Maar in dat bindweefsel kan een scheurtje ontstaan. Als dat gebeurt komen stoffen vrij die de bloedstolling bevorderen. Zo kan een stolsel ontstaan die het bloedvat helemaal kan afsluiten.

Er zijn een aantal zaken die het ontstaan van atherosclerotische plaque bevorderen: het hebben van een hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, suikerziekte, roken, overgewicht, te weinig beweging, reumatische aandoeningen of wanneer het in de familie voorkomt.

2.2 Onderzoek

Het onderzoek begint met het luisteren naar uw klacht. De cardioloog stelt u hier vragen over. Ook onderzoekt de cardioloog u lichamelijk en we meten uw bloeddruk.

ECG

Op het hartfilmpje, het electrocardiogram (ECG) kunnen we soms al direct zien of er sprake is van een acuut coronair syndroom. Soms zien we ook of er een echt hartinfarct is geweest. Maar het kan ook zo zijn dat het op de ECG niet meteen duidelijk is. We maken vaker een ECG om te zien of er veranderingen zijn opgetreden.

□ Bloedonderzoek

We nemen bloed bij u af om het te onderzoeken op tekenen van schade aan het hart. Dat kan op verschillende manieren. Als er hartspiercellen kapot gaan, komen bepaalde stoffen in het bloed, dit noemen we troponine en CK.

Het duurt een aantal uren voordat de schade aan het hart in het bloed te zien is. Daarom wordt het bloedonderzoek regelmatig herhaald.

Ook wordt via het bloed het cholesterolgehalte onderzocht en wordt gekeken of er sprake is van suikerziekte.

□ Hartkatheterisatie

Soms blijkt dat uw hart nog steeds niet genoeg zuurstof krijgt. Dat kunnen we afleiden uit uw klachten, uit het hartfilmpje en het bloedonderzoek. Als dat zo is, kan de cardioloog samen met u een keuze maken om een hartkatheterisatie.

Bij een hartkatheterisatie brengen we de kransslagaders in beeld. De arts schuift via de lies of de pols een slangetje in de slagaders naar uw hart. Daarna spuit de arts contrastmiddel in het slangetje tot in de kransslagaders. Met een röntgenapparaat brengen we de kransslagaders in beeld. Door de contrastvloeistof zien we dan of er een verstopping of vernauwing in een van de kransslagaders zit. U krijgt voorafgaand aan de katheterisatie een plaatselijke verdoving in de lies of de pols. Dit kan pijnlijk zijn. Daarna doet het onderzoek vrijwel geen pijn meer omdat de binnenkant van de vaatwand geen zenuwen bevat. Wel kunt u een warm gevoel ervaren als de contrastvloeistof wordt ingespoten. U bent tijdens het onderzoek bij kennis. Zo kan de arts de uitslag meteen met u bespreken.

□ CT van het hart

Met behulp van röntgenstralen worden afbeeldingen van het hart gemaakt. Op deze afbeeldingen worden eventuele afwijkingen of stoornissen zichtbaar.

□ Echo van het hart

Met een echocardiografie brengen we het hart in beeld met behulp van niet hoorbare geluidsgolven. Met een apparaatje en gelei beweegt de laborant over de borstkas. Dit onderzoek laat ons zien hoe sterk de pompkracht van het hart is en of het hele hart goed beweegt. Als er zuurstoftekort is of er is een hartinfarct dan beweegt een deel van het hart namelijk niet meer goed. En wel het deel waar het verstopte bloedvat naar toe gaat. Ook kunnen we met dit onderzoek zien of de hartkleppen goed werken. De kransslagaders kunnen we met een echo niet zien.

□ Fietstest

Bij een fietstest moet uw hart zich inspannen. Als het hart zich inspant, heeft het meer zuurstof nodig. Is er een vernauwing in een van de kransslagaders, dan krijgt het hart niet genoeg zuurstof. Dan treden er klachten op of het hartfilmpje laat afwijkingen zien. De fietstest geeft ons informatie of het hart na behandeling (medicijnen, dotter) nog te weinig zuurstof krijgt. Met deze test kunnen we ook bepalen hoe uw lichamelijke conditie is.

□ Nucleaire scan

Met een nucleaire scan kunnen we zien of alle delen van het hart genoeg bloed krijgen. Dit onderzoek wordt gedaan met een heel klein beetje radioactief materiaal. Dit spuiten we in de  bloedvaten van de arm, waarna het zijn weg zoekt naar het hart. Aan de buitenkant maken we dan foto's die aantonen of uw hart wel of niet genoeg zuurstof krijgt. Het onderzoek kan aantonen of de kransslagaders goed open zijn. Ook helpt het ons om te beoordelen of een dotterbehandeling of een bypassoperatie zinvol is. Dit nucleair onderzoek wordt uitgevoerd op de nucleaire afdeling van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch.

Dit zijn de meest voorkomende onderzoeken bij mensen met een acuut coronair syndroom. Soms kiezen we voor een ander onderzoek. Als dat nodig is, leggen we dat aan u uit.

2.3 Behandeling

De behandeling bij plotseling coronair syndroom is voor iedereen verschillend. Dat hangt van veel factoren af, bijvoorbeeld:

  • Zien we afwijkingen op het ECG, en zo ja, welke?
  • Treden de klachten ook nog op in het ziekenhuis of niet?
  • Hoe zijn de bloeduitslagen precies?
  • Heeft u vroeger ook al hartklachten gehad?

In dit boekje vertellen we in het algemeen over de behandelingen bij plotseling coronair syndroom.

Als in de acute fase aanwijzingen zijn dat de kransslagader plotseling en helemaal is afgesloten, dan voeren we met spoed een dotterbehandeling uit.

In alle andere gevallen doen we eerst extra onderzoek. Als na een hartkatheterisatie blijkt dat een of meer kransslagaders zijn vernauwd dan overleggen we binnen het hartteam. Dit team bestaat uit een interventiecardioloog (de cardioloog die de dotterbehandeling uitvoert) en een hartchirurg van het betreffende ziekenhuis. Dit hartteam doet daarna een voorstel voor een behandeling met medicijnen, dotter of een hartoperatie.

Dotterbehandeling (PCI)

Bij dotteren is het doel om het bloedvat weer te openen. In medische termen noemen we dit een Percutane Coronair Interventie, (PCI). Door het bloedvat te openen willen we de schade aan het hart beperken. Via de lies of pols brengen we een klein ballonnetje via de ballonkatheter door de slagader naar uw hart. Op de plek van de vernauwing blazen we het ballonnetje op waardoor de vernauwing weggedrukt wordt. Vaak plaatsen we op die plek dan een stent. Dat is een soort balpenveertje en deze stent verstevigt op die plek de vaatwand.

Bypassoperatie

Als blijkt dat er één of meerdere vernauwingen zijn die niet verholpen kunnen worden met een dotterbehandeling, kan een bypassoperatie een oplossing zijn. Dan leggen we omleidingen aan rond de vernauwing(en). Deze operatie duurt vier tot zes uur en wordt uitgevoerd door een cardiothoracaal chirurg.Tijdens de operatie opent de chirurg het borstbeen om bij het hart te kunnen komen. Vaak wordt gebruik gemaakt van een slagader uit de linker borstspier om een eerste omleiding aan te leggen. Voor andere of meerdere omleidingen wordt vaak een ader uit het been genomen. De vernauwing wordt simpelweg gepasseerd en wordt niet weggehaald. Er komt dus een omleiding omheen. Het herstel van een bypassoperatie duurt gemiddeld drie tot zes maanden en is mede afhankelijk van leeftijd en conditie.

Medicijnen

Bloedverdunners

Uw problemen worden veroorzaakt door bloedstolseltjes, daarom krijgt u bloedverdunners. Die zorgen ervoor dat er geen nieuwe bloedstolsels ontstaan. Bloedverdunners is eigenlijk geen juiste naam, ze verdunnen namelijk niet het bloed. Wel zorgen ze ervoor dat het bloed minder snel stolt. Er zijn verschillende soorten:

  • Plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes die ervoor zorgen dat het bloed klontert, hun werk minder goed kunnen doen. Daardoor treedt minder snel een stolling op zoals trombose of embolie. Plaatjesremmers zijn aspirine (acetylsalicylzuur), ook wel kinderaspirine genoemd, clopidrogel (=Plavix, Grepid), prasugrel (=Efient) of ticagrelor (=Brilique)
  • Antistollingsmiddelen zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt, waardoor minder gemakkelijk bloedpropjes ontstaan. Dit wordt met name gebruikt als als er naast problemen met de kransslagaders, ook sprake is van ritmestoornissen of als iemand een kunstklep heeft. De dosering wordt in de thuissituatie begeleid door de trombosedienst. (-sintrom/acenocomarol, fenprocoumon)

Beta-blokkers

Verder zijn er medicijnen die ervoor kunnen zorgen dat het hart minder zuurstof nodig heeft. Bijvoorbeeld beta-blokkers zoals bisoprolol (=Emcor) of metoprolol (=Selokeen). Deze middelen zorgen ervoor dat de hartslag wat langzamer wordt en de  bloeddruk lager. Ze maken het functioneren van het hart daarmee wat gemakkelijker.

Nitraten - bloedvatverwijders

Medicijnen die de bloeddruk verlagen of de bloedvaten verwijden, kunnen ook helpen. Veel gebruikt is nitroglycerine. Dit kunnen we onder de tong spuiten voor kortdurend effect (Nitrospray). Voor een langer effect kan het als tablet (Promocard of Monocedocard) of via een infuus gegeven worden.

ACE-remmers

Deze medicijnen verlagen de bloeddruk. Ze hebben daarnaast ook een gunstig effect op de binnenwand van de slagaders. Veel gebruikte medicijnen zijn bijvoorbeeld  perindropil (=Coversyl), enalapril (=Renitect) of captorpirl (=Capoten).

Cholesterolverlagers

Deze medicijnen verlagen het cholesterolgehalte in het bloed, bijvoorbeeld simvastine (=Zocor), atorvastatine (=Lipitor), rosuvastatine (=Crestor) of pravastine (=Selektine). Patiënten met een acuut coronair syndroom krijgen vaak meteen een cholesterolverlager, omdat we weten dat dit de kans op problemen kan verminderen. Dus ook wanneer het cholesterolgehalte nog niet gemeten is, of zelfs niet echt te hoog is.

Bijwerkingen

Elk medicijn heeft een effect. Voordat een medicijn op de markt komt, is het jarenlang uitvoerig onderzocht. Maar alle medicijnen kennen helaas ook bijwerkingen. Die worden vaak minder als het lichaam beter op de medicijnen ingesteld raakt. Bij oudere patiënten blijven de medicijnen vaak iets langer in het lichaam omdat de nieren minder goed werken.

Bijwerkingen? Stop nooit zelf!

Heeft u last van bijwerkingen? Bespreek dit dan met uw cardioloog. U kunt contact opnemen met de polikliniek cardiologie.

  • Stop nooit zelf met de medicijnen, maar overleg dit met de cardioloog of uw huisarts.
  • Neem de medicijnen in volgens de aanwijzingen op het etiket
  • Houdt u zich aan de voorgeschreven dosis

Om bijwerkingen te verminderen of te verhelpen, hebben de volgende maatregelen vaak al effect:

  • verlagen van de dosis
  • overstappen op een ander medicijn met een vergelijkbare werking
  • als uw medicijnen op zijn, kunt u een herhaalrecept halen bij uw huisarts

3. Wat gebeurt er tijdens uw opname?

Tijdens de opname in het ziekenhuis wordt duidelijk of er wel of niet sprake is van een plotseling coronair syndroom, en of er schade is aan het hart. We stellen een behandelplan op en beoordelen of klachten wel of niet blijven bestaan. Hoe lang u opgenomen blijft, hangt af van uw klachten, de grootte van de schade aan het hart en van het behandelplan. Een heel team is betrokken bij uw begeleiding. Naast de verpleegkundigen zijn dit de artsen. Zij houden in de gaten hoe het met u gaat, informeren u en beantwoorden uw vragen. Iedere dag komt er iemand bij u langs. Vaak betrekken we ook de fysiotherapeut bij de behandeling en soms de diëtiste.

Om goed te kunnen volgen hoe het met u gaat,  vinden wij het belangrijk dat u de afdeling niet verlaat tijdens uw opname.

Telemetrie bewaking

Als u bent aangesloten aan een telemetriezender, waarbij uw hartritme continu bewaakt wordt, gelden er de volgende richtlijnen:

  • Ga zorgvuldig om met de telemetriezender, niet laten vallen of stoten.
  • Niet douchen
  • Vanwege de verbinding mag u de afdeling niet verlaten
  • Wanneer u pijn of andere klachten heeft dient u dit te melden. De zender registreert alleen uw hartritme.
  • De verpleegkundige komt naar u toe wanneer er sprake is van een storing, zoals een los kabeltje of lege batterij.
  • Niet mobiel bellen binnen een straal van 1,5 meter in verband met storing.

Wanneer uw situatie stabiel is en u mag het ziekenhuis verlaten, dan zorgen we voor afspraken ná die tijd. Dat zijn onder meer:

  • Controle op de polikliniek cardiologie
  • Afspraak voor intake hartrevalidatie bij een van de verpleegkundigen om tezamen met uw partner of familie het een en ander nog eens door te spreken.

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een overzicht van de medicijnen zoals wij die adviseren om te gebruiken. U krijgt ook een recept mee en kunt bij uw apotheek een Actueel Medicatie Overzicht (AMO) vragen.

Onderzoek cardiologie

Bernhoven kent een afdeling research (onderzoek) cardiologie die zich bezighoudt met studies en onderzoek van medicijnen en/of met pacemakers:

Medische behandelingen en gebruik van nieuwe medicijnen binnen de cardiologische geneeskunde zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Voordat een medicijn mag worden gebruikt, moet de veiligheid en de werkzaamheid van zo’n medicijn worden aangetoond. Hetzelfde geldt voor het gebruik van pacemakers, defibrillatoren en stents. Studies die binnen de cardiologische geneeskunde worden uitgevoerd, worden door de maatschap cardiologie van Bernhoven van harte ondersteund.

Om de onderzoeken goed uit te voeren werken op de afdeling en polikliniek cardiologie twee researchverpleegkundigen. Zij informeren en begeleiden de patiënten die meedoen aan wetenschappelijk onderzoek.

In opdracht van de cardiologen verzamelen, bestuderen, analyseren en verwerken de researchverpleegkundigen gegevens uit wetenschappelijke onderzoeken. Ze waken ervoor dat onderzoeken veilig en correct worden uitgevoerd .Mocht u in aanmerking komen om mee te doen aan een studie, dan bespreekt de cardioloog dit met u.

4. Hartrevalidatie

Een hartaandoening kan een ingrijpende en emotionele gebeurtenis zijn die een plaats moet krijgen in uw leven en dat van uw eventuele partner. Tijdens uw ziekenhuisopname heeft u van de cardioloog en de verpleegkundige informatie gekregen over uw hartaandoening. Maar eenmaal thuis kunnen er vragen ontstaan. Daarom kan in deze periode begeleiding belangrijk zijn.

Als u voor hartrevalidatie in aanmerking komt streven wij er naar om u niet te lang te laten wachten. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor een intakegesprek.  Mocht dit niet gebeurd zijn dan neemt de hartrevalidatie verpleegkundige contact met u op. Tijdens dit gesprek wordt duidelijk of u in aanmerking komt voor de FIT-module. Heeft u een vraag dan kunt u op donderdagochtend  tussen 9.00 - 11.00 uur telefonisch contact opnemen (0413 - 40 24 39) met de hartrevalidatieverpleegkundige. Het poliklinische revalidatieprogramma in Bernhoven bestaat uit meerdere modulen:

  • De bewegingsmodule (FIT-module)
  • Voorlichtingsbijeenkomst met behulp van een DVD presentatie
  • De voorlichtingsmodule (INFO-module)
  • De psycho-educatieve preventie module (PEP-module of leefstijlmodule)

In Bernhoven wordt geen apart ontspanningsprogramma aangeboden. Ontspanningsinastructies (kunnen) worden geïntegreerd in de bewegingsprogramma's en in de PEP-module.

Deze modules kunnen worden aangevuld met of vervangen door een vorm van individuele begeleiding door de maatschappelijk werker of de psycholoog. Wij bieden iedere patiënt een revalidatieprogramma aan op maat.

We hopen hiermee te bereiken:

  • Dat u eventuele psychische klachten beter verwerkt;
  • Dat u meer vertrouwen krijgt in de mogelijkheden van uw lichaam;
  • Dat de risicofactoren afnemen.

Intakegesprek

U krijgt een afspraak met de hartrevalidatieverpleegkundige voor een intakegesprek. Dit gesprek vindt plaats ná uw opname. Samen bespreekt u een plan van aanpak en stelt u persoonlijke doelen op. Belangrijk is om na te gaan welke risicofactoren voor u aan de orde zijn. Door deze risicofactoren aan te pakken, verkleint u de kans op nieuwe problemen aan uw hart en vaatstelsel. Risicofactoren kunnen zijn: roken, overgewicht, voedingsgewoonten, (gebrek aan) beweging, stress. Natuurlijk is er alle ruimte om tijdens dit gesprek vragen te stellen die u misschien nog heeft.

Werken aan risicofactoren en doelstellingen hartrevalidatie

Kruis de risicofactoren aan die voor u van toepassing zijn:

  • □ Roken
  • □ Ongezond eten
  • □ Teveel alcohol drinken
  • □ Weinig bewegen
  • □ Overgewicht
  • □ Teveel stress
  • □ Onzorgvuldig medicijngebruik
  • □ Te hoge bloeddruk
  • □ Te hoog cholesterolgehalte
  • □ Te hoge glucosewaarden (bij diabetes)

Doel: wat wil ik bereiken?

Stel doelen die niet te moeilijk zijn. Zorg dat uw doelen bij elkaar passen.

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

.........................................................................................................................................

Hoe ga ik dat doen?

Waarom wilt u dit doel bereiken? Wat doet u op moeilijke momenten? Probeer uw doel in te passen in uw dagelijks leven.

..........................................................................................................................................

...........................................................................................................................................

...........................................................................................................................................

Houd vol: Geef niet zomaar op. Een terugval is normaal. Gun uzelf de tijd. Vraag steun of advies: Aan uw zorgverlener, aan uw omgeving, aan organisaties die u verder kunnen helpen. Beloning: Stel uzelf een beloning in het vooruitzicht als u uw doel heeft behaald.

Na het intakegesprek wordt er een startersgesprek gepland met de fysiotherapeut om een goed behandelplan op te stellen en word er een inspanningstest afgenomen. Eventueel zijn de gegevens uit een pas uitgevoerde fietstest te gebruiken in plaats van een eigen inspanningstest.

4.1 De FIT-module

De interventies in de bewegingsmodule richten zich vooral  op het behalen van de fysieke doelen, maar streven ook psychische doelen na.

Mogelijkheden om deze te bereiken zijn:

  • Oefenen van functionele vaardigheden
  • Trainen van het algehele uithoudingsvermogen
  • Trainen van kracht- en uithoudingsvermogen van de spieren
  • Oefenen van bewegingsactiviteiten om een actieve leefstijl te ontwikkelen en plezier in het bewegen te krijgen
  • Bewegingsactiviteiten met als doel het reduceren van onzekerheid of angst voor inspannen
  • Bewegingsactiviteiten met als doel het verminderen van risicofactoren

Doelen die voor elke patiënt individueel bepaald kunnen worden, zijn:

  • Het overwinnen van onzekerheid of angst voor inspanning
  • Het ontwikkelen van een actieve leefstijl
  • Het leren kennen/herkennen van de eigen fysieke grenzen
  • Het leren omgaan met fysieke beperkingen
  • Het optimaliseren van het inspanningsvermogen gericht op algemene conditie
  • Het optimaliseren van het inspanningsvermogen gericht op kracht- en uithoudingsvermogen
  • Het leren doseren van activiteiten
  • Herstel van het zelfvertrouwen

De trainingsmethode bestaat uit een mix van onderdelen. De fysieke training vindt plaats op ergometers en/of diverse fitnessapparatuur afgewisseld met sport- en spelactiviteiten. Deze activiteiten worden in groepsverband aangeboden onder deskundige begeleiding van twee fysiotherapeuten, waarbij naast de trainingsprikkels ook aandacht is voor de sociale- en emotionele componenten in de herstelfase van een cardiaal probleem. Het is uiteindelijk de bedoeling dat u zelfstandig na deze revalidatie verder kunt met gezond bewegen of mogelijk zelfs kunt gaan sporten. De therapeuten gaan u daarin ook adviseren.

Voor de FIT-module komen in principe alle patiënten in aanmerking, die kort geleden een hartinfarct of hartoperatie hebben doorgemaakt. Soms kan dat ook na een dotterprocedure. De cardioloog kan om medische redenen deelname aan deze module (tijdelijk) blokkeren of stoppen. De gespecialiseerde fysiotherapeut kan hierin ook een adviserende of sturende rol naar de cardioloog toe hebben.

Deze FIT-module is niet geschikt voor hartpatiënten met chronisch hartfalen. Voor deze groep is door de Nederlandse Hartstichting een aangepaste module ontwikkeld. Zij worden vooral gerevalideerd in de fysiotherapie dichtbij huis.

Aan het eind van de revalidatieperiode vindt er altijd een eindevaluatie plaats met de patiënt. Ook maken we een eindverslag dat we naar de verwijzend arts of controlerend arts sturen.

4.2 De voorlichtingsmodule met DVD-presentatie

In deze bijeenkomst gaat de aandacht vooral naar de belevingsaspecten van het hartinfarct/bypasoperatie. Patiënten en hun partner krijgen de gelegenheid om vragen te stellen over allerlei zaken waar ze in de periode na ontslag mee zijn geconfronteerd. In deze groepsbijeenkomst heeft u contact met lotgenoten. Deze bijeenkomst vindt iedere week plaats in het ziekenhuis. Ze is bedoeld voor patiënten die een hartinfarct of bypassoperatie of hartoperatie) hebben gehad. De coördinator hartrevalidatie begeleidt samen met een hartrevalidatieverpleegkundige deze bijeenkomst.

4.3 De voorlichtingsmodule (INFO-module)

De voorlichtingsmodule richt zich vooral op het informeren van de hartpatiënt (en naaste) over de medische- en paramedische behandeling en ook over de risicofactoren en de manier waarop de patiënt daar in zijn leven (beter) mee om kan gaan. U krijgt informatie, praktische tips en adviezen. En u krijgt de gelegenheid om vragen te stellen. Het programma richt zich ook op de partner en andere naasten. Ook voor hen is het belangrijk dat zij leren omgaan met de veranderde situatie. Daarom raden we u aan de informatiebijeenkomsten samen met uw partner (of een andere naaste) bij te wonen. Hierdoor krijgen ook zij meer inzicht en kunnen zij u ondersteunen.

Het programma bestaat uit vier informatiebijeenkomsten:

  • Opbouw en herstel
    Een fysiotherapeut en maatschappelijk werker gaan nader in op de risicofactoren van hartaandoeningen. Ook de lichamelijke mogelijkheden cq. reacties en adviezen over het bewegen worden besproken. Ook de sociale / psychische beperkingen van een hartaandoening (zoals: rol van de partner, angst voor het uitvoeren van alledaagse activiteiten) komen hierbij uitvoerig aan bod.
  • Hart- en vaatziekten
    Een cardioloog vertelt over hart- en vaatziekten, verschillende onderzoeken, behandelingen en medicijngebruik.
  • Gezonde en gevarieerde voeding
    Een diëtist geeft informatie over (het belang van) gezonde voeding, verandering van eetgewoontes, misverstanden over voeding en praktische tips voor het bereiden van gezonde maaltijden.
  • Hartaandoening wat doet het met u?: Een psycholoog gaat nader in op het herwinnen van zelfvertrouwen, het veranderen van gewoontes en het leren omgaan met stress.

Op advies van het hartrevalidatieteam wordt ernaar gestreefd dat u alle bijeenkomsten bijwoont.

De risicofactoren lopen als een rode draad door het hele voorlichtingsprogramma. Als u mee wilt doen kunt u zich (samen met uw partner of een andere naaste) aanmelden door het inschrijfformulier voorlichtingsbijeenkomsten in te vullen. U krijgt een inschrijfformulier als u een intakegesprek heeft met de coördinator hartrevalidatie.

Hartrevalidatieteam

Het hartrevalidatieteam bestaat uit de cardioloog, coördinator hartrevalidatie, hartrevalidatieverpleegkundige, maatschappelijk werker, diëtist, fysiotherapeut, medisch psycholoog en een verpleegkundige van afdeling cardiologie. De leden van het hartrevalidatieteam hebben regelmatig overleg met elkaar.

5. Veelgestelde vragen

Uit ervaring weten we dat de meeste vragen kort na ontslag uit het ziekenhuis opkomen. Blijf niet met uw vragen zitten, stel ze bij controles aan uw dokter of verpleegkundige. Hieronder zetten we de meestgestelde vragen op een rijtje.

Wat mag ik lichamelijk wel en juist niet doen?

U mag eigenlijk alles doen, maar met beleid. Ga dus niet meteen vijftig kilometer fietsen, maar begin eerst met rustige wandelingen. U staat er versteld van hoeveel uw conditie heeft geleden van de ziekenhuisopname. Bouw uw conditie weer in stapjes op. Er is geen vaste grens, maar luister naar uw lichaam. Bent u moe, doe het dan kalm aan. Heeft u nergens last van, dan kunt u gewoon doorgaan. U mag dus gewoon buiten lopen en als het kan op advies van de fysiotherapeut of cardioloog ook weer gaan fietsen. Natuurlijk maakt uw familie zich ongerust over u. Zij willen u misschien niet alleen naar buiten laten gaan. Maar het is niet nodig dat er iemand met u meegaat om op u te letten, behalve dan voor de gezelligheid.

Wanneer mag ik weer autorijden?

In de Nederlandse wet staat dat u tenminste tot vier weken na een hartinfarct niet mag autorijden. (Bij een groot hartinfarct kan de cardioloog ervoor kiezen om u zes weken niet te laten autorijden). Bij uw eerstvolgende controlebezoek bespreekt de cardioloog of de hartrevalidatieverpleegkundige met u wanneer u weer mag autorijden. Moet u naar het ziekenhuis voor hartrevalidatie, dan moet u zich de eerste tijd laten brengen door bekenden of met de taxi / openbaar vervoer komen.

Wanneer mag ik weer werken?

Dat is afhankelijk van wat er met u is gebeurd. Hoe groter de schade aan het hart is, hoe minder snel u weer aan het werk kunt. Probeer zo snel mogelijk in contact te komen met uw bedrijfsarts. Met hem maakt u samen een plan over hoe en wanneer u uw werk weer oppakt. Maar altijd geldt dat u geleidelijk aan moet opbouwen, dat is beter dan te hard van stapel lopen en daarna weer een stap terug moeten doen. Houdt u er ook rekening mee dat u mogelijk moet revalideren. In dat geval moet u uw werkzaamheden misschien uitstellen.

Beïnvloed een hartinfarct mijn seksleven?

Fysiek hoeft u zich geen zorgen te maken om het vrijen. Het kost u niet meer inspanning dan twee trappen oplopen, fietsen, tuinieren of een flinke wandeling maken. Wanneer u deze activiteiten kunt uitvoeren, kan het lichaam de seksuele activiteit aan. Het seksueel functioneren is afhankelijk van de lichamelijke en emotionele conditie. De lichamelijke conditie kan aanzienlijk verbeteren door een goede behandeling en revalidatie. Dat betekent niet dat het op seksueel gebied direct weer beter gaat. Het duurt even voor u alles weer kunt en durft. Praat met uw partner over wat u precies wilt of verwacht. Alleen dan kan uw partner weten wat u wel of juist niet wilt, kunt en durft. Hij of zij kan daarmee rekening houden.
Tot slot mogen erectie-stimulerende middelen zoals Viagra niet altijd worden gebruikt bij hartpatiënten. Als u daar wel behoefte aan heeft, bespreek dit dan altijd eerst met uw cardioloog of huisarts.

Ik heb andere medicijnen van de apotheek gekregen. Klopt dat wel?

In Nederland is het zo geregeld dat uw zorgverzekeraar mede mag bepalen welke medicijnen u vergoed krijgt. (Het preferentiebeleid). De apotheek is verplicht u de goedkoopste medicijnen te geven. Daardoor kunnen namen en/of doosjes  anders zijn dan u gewend bent of wat op uw recept staat, maar de werkzame stof in het medicijn is altijd hetzelfde. De apotheek moet hier ook goed opletten. Bij iedere controle bekijkt de cardioloog in het ziekenhuis met welke medicijnen u door moet gaan en met welke u kunt stoppen. In het algemeen moet u er op rekenen dat u cholesterolverlagers en bloedverdunners voor de rest van uw leven moet gebruiken.

Is hartrevalidatie verplicht?

Nee dat is niet verplicht, maar het helpt wel om sneller op uw oude niveau te komen. Als u opgenomen bent geweest met een hartprobleem dan kan dit zowel lichamelijk als geestelijk inwerken op uw gezondheid. Hartrevalidatie kan u bij beide aspecten helpen. Als u voor hartrevalidatie bent aangemeld, krijgt u van ons bericht.

Was het nu een schampschot of een hartinfarct?

U heeft een acuut hartprobleem gehad. Als daarbij geen tekenen van blijvende schade zijn overgebleven, spreken we van een 'schampschot'. Zijn de bloeduitslagen wel verhoogd, ook al is dat nog zo weinig, dan heeft u wel een echt hartinfarct gehad. Maar ook dan zijn er veel verschillen. Een kleine verhoging van de bloeduitslagen is toch iets anders dan een sterke verhoging. Geen enkel infarct is hetzelfde!

Wat moet ik doen als ik weer klachten krijg?

In zijn algemeenheid zien we dat wie eenmaal een infarct heeft meegemaakt, sneller iets voelt dan daarvoor. Vooral omdat u er nu beter op let. U gaat dezelfde klachten nu ook beter herkennen.

Krijgt u opnieuw klachten en herkent u die van voor uw ziekenhuisopname, duren ze langer dan twintig minuten of zijn ze heftig, neem dan contact op met uw huisarts. Oók als u 's nachts klachten heeft. De huisarts bepaalt samen met het ziekenhuis wat het beste is om te doen.

Heeft u van het ziekenhuis Isordil of nitroglycerine meegekregen, dan kunt u bij klachten een tabletje of spray nemen (zie eerder het kopje ‘Medicijnen’). Ga wel liggen als u een tabletje of spray neemt want een bijkomend effect is lage bloeddruk, u kunt dan licht worden in het hoofd.

  • Werkt de medicatie niet na tien minuten, neem dan een tweede tabletje of spray;
  • Zakken de klachten na nog eens tien minuten niet, bel dan 112;
  • Zakken de klachten wel en voelt u zich goed, maak dan wel een afspraak met uw huisarts tijdens kantooruren.

In het algemeen geldt dat u geen nieuwe klachten zou moeten krijgen, zeker niet in rust, dus wanneer u zich niet lichamelijk inspant.

Mag ik vliegen?

Bent u van plan om binnen zes weken na u opname te gaan vliegen? Bespreek dit dan met uw cardioloog.

Pijn na een reanimatie

Als u gereanimeerd bent kan het zijn dat u nog pijn heeft aan de borstkas of ribben. Als u pijn heeft kan het zijn dat u niet goed door kunt ademenen waardoor u een hogere kans heeft op een longontsteking. Om de pijn dragelijk te maken mag u 3 a 4 x per dag 1000mg paracetamol gebruiken.

Hoe pak ik mijn risicofactoren aan?

De oorzaak van uw acute hartprobleem ligt in een probleem van de bloedvaten. Daardoor ontstaat meestal schade aan het hart. Artherosclerose, de ziekte van de bloedvaten is hiervan de oorzaak. Bloedvaten lopen door uw hele lichaam. Het is bekend dat het helpt als u de risicofactoren aanpakt om zo problemen in de toekomst te voorkomen.

  • Roken is écht slecht voor uw bloedvaten (en longen). Voor hulp bij stoppen met roken verwijzen wij u door naar het rookstopspreekuur. Daarnaast kan uw huisarts of de stichting STIVORO u misschien ook helpen.
  • Het is belangrijk dat uw bloeddruk zo laag mogelijk blijft. We streven naar een bovenwaarde van 135, soms lager dan 120.
  • Streef ook naar een lager cholesterolgehalte, tot een LDL-gehalte van 2,5 of lager (het 'slechte cholesterol').
  • Wees matig met alcohol, mannen mogen maximaal twee glazen per dag drinken, vrouwen maximaal een glas per dag.
  • Beweeg genoeg, minimaal een half uur per dag een wandeling in flink tempo of iets dergelijks.
  • Let op het dieet en uw gewicht.

De Nederlandse Hartstichting heeft folders voor u over gezondheid en leefstijl zoals  'Verlaag uw kans op een hart- en vaatziekte'
Zie ook www.hartstichting.nl/brochures

6. Voeding en cholesterol

Als er sprake is van hart- en vaatziekten is het belangrijk om een gezond eet- en leefpatroon na te streven. Op enkele risicofactoren heeft u zelf invloed, zoals overgewicht, hoge bloeddruk en hoog cholesterol. De basis is een gezond eetpatroon. Een gezond eetpatroon bestaat uit ruim groente, fruit en volkorenproducten, 1x per wek vis (bij voorkeur vette vis), 15 gram ongezouten noten, circa drie porties zuivel, 1-2 plakken kaas en gebruik van vloeibare/zachte smeer- en bereidingsvetten. Daarnaast is het belangrijk om matig te zijn met alcohol en zout. Tevens zijn voldoende beweging en niet roken belangrijk.

6.1 Hoog cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof in het bloed en de lichaamscellen. Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed vergroot de kans op hart- en vaatziekten. U kunt het cholesterolgehalte verlagen door weinig verzadigde vetten te gebruiken.

Wat is LDL en HDL?

Cholesterol wordt in de lever aangemaakt, maar het zit ook in voedingsmiddelen. Cholesterol in het bloed verdelen we in twee soorten: LDL en HDL.

LDL is het slechte cholesterol. Het kan blijven plakken aan beschadigingen in de vaatwand. Dit dichtslibben kan op den duur een hart- of herseninfarct veroorzaken.
HDL is goed cholesterol, het zorgt voor de afvoer van cholesterol via de ontlasting. HDL werkt cholesterolverlagend en beschermt daardoor tegen hart- en vaatziekten.

Bij een te hoog cholesterol in het bloed heeft u teveel LDL in verhouding tot HDL. Verzadigd vet in ons eten verhoogt het LDL en dus het cholesterolgehalte. Onverzadigd vet vergroot juist de hoeveelheid HDL, het goede cholesterol.

Vervang verzadigd vet door onverzadigd vet

U kunt de hoeveelheid verzadigd vet op de volgende manieren beperken:

  • Gebruik magere varianten van voedingsmiddelen als mager vlees, vleeswaren en kaas. Van melkproducten is het niet noodzakelijk om de magere variant te gebruiken, tenzij er sprake is van overgewicht. 
  • Vervang vaste bak- en braadvetten, harde margarines en hard frituurvet door halvarine, zachte margarine, vloeibaar bak- en braad of olie.
  • Wees matig met voedingsmiddelen die rijk zijn aan verzadigd vet zoals snacks, gebak, koek, chips en chocolade.
  • Onverzadigde vetten komen veel voor in alle soorten olie, noten en vette vis (bijvoorbeeld, zalm, sardines, makreel)
  • Beperk de inname van cholesterol door niet meer dan drie eieren per week en maximaal één keer per 14 dagen orgaanvlees, hom, kuit of garnalen te nuttigen.
  • Vermijd Turkse koffie, cafetièrekoffie en gekookte koffie. Deze kunnen het cholesterolgehalte verhogen.

Transvetten

Soms staat op een etiket dat in het product transvetten voorkomen. Transvetten ontstaan als olie wordt gehard om er (harde) margarines of bak- of braadvet van te maken. Transvetten zijn net zo ongunstig voor het cholesterolgehalte als verzadigde vetten.

Cholesterolverlagende producten met plantenstanolen of -sterolen

Plantensterolen kunnen toegevoegd worden aan bijvoorbeeld margarines of yoghurtdrank (bijv. Becel Pro Activ, AH bewust cholesterol verlagend). Plantensterolen verlagen de opname van cholesterol vanuit de darmen. Een dagelijkse consumptie van ongeveer 2 tot 3 gram plantensterolen leidt tot een daling van het LDL-cholesterolgehalte van gemiddeld 10% in drie weken. 2 tot 3 gram plantensterolen komt overeen met 5-8 sneeën brood besmeerd met boter waaraan plantensterolen zijn toegevoegd. Overleg met u arts of diëtist of het zinvol en veilig voor u is om plantensterolen te gebruiken. Plantensterolen zijn niet voor iedereen geschikt.

6.2 Hoge bloeddruk

Het is voor iedereen aanbevolen om matig te zijn met zout, maar in het bijzonder voor mensen met een hoge bloeddruk of andere hart-en vaatziekten. Meer dan 85procent van de Nederlandse bevolking krijgt meer zout binnen dan de aanbevolen 5 tot 6 gram per dag. De basisregels om de hoeveelheid zout in uw voeding te beperken zijn:

  • Gebruik ongezouten (dieet-) halvarine of (dieet-) margarine op het brood.
  • Gebruik maximaal 2 broodbeleggingen lichtgezouten vleeswaren of (lichtgezouten) kaas per dag.
  • Voeg geen keukenzout of zeezout toe aan de maaltijden.
  • Gebruikt per dag maximaal 1 bord lichtgezouten bouillon of soep d.w.z. bouillon of soep bereid van 1 bouillontablet of 2 bouillonblokjes op 1 liter water.
  • Indien u geen soep (of ongezouten soep) gebruikt kun u het vlees of vervanging bij de warme maaltijd licht zouten. De jus kunt u gebruiken indien er geen zout of juspoeder aan toegevoegd is.
  • Gebruik voor de bereiding van de warme maaltijd ongezouten (dieet-) margarine, ongezouten (dieet-) bak-en braadvet of olie.
  • Gebruikt geen kant- en klare maaltijden, saus- of kruidenmix.

6.3 Overgewicht

Overgewicht is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het is belangrijk om te streven naar een gezond gewicht.

6.4 Tijdens de ziekenhuisopname

De verpleegkundige geeft uw dieet door aan de keuken. De gastvrouw kan u helpen met het maken van keuzes wat betreft eten- en drinken.

6.5 Vragen

Noteer eventuele vragen voor de hartrevalidatie verpleegkundige of diëtist. U kunt deze vragen stellen tijdens de voorlichtingsmo

7. En hoe zit het nu bij u?

1.     RCA = rechter coronair arterie

  • Rechts en onderkant

2.     LCA = linker coronair arterie

  • LM=begin (hoofdstam)
  • LAD=voorkant\
  • RCX=linkerzijkant

In te vullen door de arts

1. U heeft een acuut coronair syndroom gehad hierbij is
 □ geen 
 □ wel
sprake geweest van schade aan het hart gemeten aan de bloeduitslagen.

2. Er is dus bij u
□  geen  
□  wel sprake van een hartinfarct.

3. Als er sprake is geweest van een hartinfarct, dan schatten we de mate van schade op grond van aanvullend onderzoek in als:
 □   klein  □  matig  □  groot

4. Is er bij u een hartkatheterisatie gedaan?
□  Ja 
□  Nee

5. Naar aanleiding daarvan is bij u  
□  wel 
□  geen dotter gedaan.

6. Als er wél een dotter is gedaan, kan er een stent zijn ingebracht. deze kan van een speciaal type zijn (Bare Metal Stent of Drug Eluting Stent). U heeft
□    geen stent
□    een Bare Metal Stent
□    een Drug Eluting Stent

8. Naar huis

(in te vullen door de verpleegkundige)

U wordt ontslagen op dd …………………………………………….

Bij vragen of problemen neemt u contact op met uw huisarts.
Bij klachten of pijn op de borst zie hoofdstuk 5: Veel gestelde vragen:  Wat moet ik doen als ik weer klachten krijg?

In acute situaties neemt u contact op met 112.

Na een dotter of hartkatheterisatie

Via de lies

Het is belangrijk dat u de lies vijf dagen ontziet. Volg daarom de volgende adviezen op.

U mag:

  • niet te zwaar tillen;
  • niet teveel trappenlopen;
  • niet stofzuigen en ander zwaar huishoudelijk werk doen;
  • geen lange afstanden lopen;
  • niet fietsen;
  • de eerste twee dagen na de ingreep geen auto rijden;
  • geen plotselinge bewegingen maken, zoals bukken;
  • niet sporten.
  • de eerste twee dagen na de ingreep niet douchen

Meestal wordt ervoor gekozen de lies te sluiten met een eiwitpropje. Hierbij worden twee types veel gebruikt: Angio-seal of Mynx. Van beide soorten krijgt u een kaartje mee waarop de datum van plaatsing staat. U wordt verzocht dit kaartje in uw portemonnee bij u te dragen tot het eiwitpropje is opgenomen door het lichaam. Bij een Angio-seal duurt dit 90 dagen en bij een Mynx 30 dagen.

Het is normaal dat uw lies de eerste dagen gevoelig is. Ook kan er mogelijk een bloeduitstorting ontstaan. Dat is niet erg en dit verdwijnt na een aantal dagen vanzelf.

Mocht u last blijven houden van pijn in de lies of de pijn wordt erger, dan moet u contact opnemen met de Eerste Hart Hulp van Bernhoven. Als de wond gaat bloeden, druk deze dan tien minuten stevig af en waarschuw de dienstdoende huisarts. Ook als de lies plotseling pijnlijk en dikker wordt neemt u contact op met uw huisarts.

Via de pols:

Het is belangrijk dat u uw pols drie dagen ontziet. Volg daarom de volgende adviezen op:

  • u mag niet te zwaar tillen;
  • u mag de eerste twee dagen na de ingreep geen auto rijden;
  • u mag niet sporten;
  • na de ingreep draagt u uw arm twee dagen overdag in een mitella, deze mag u ‘s nachts afdoen.

Mocht de wond gaan bloeden dan drukt u de wond tien minuten lang stevig dicht en neemt u contact op met de Eerste Hart Hulp van Bernhoven. Het is gebruikelijk dat uw arm de eerste dagen wat gevoelig is.

Bij problemen na de ingreep neemt u contact op met de polikliniek van uw behandelend arts of spoed eisende hulp. U moet bellen bij:

  • Temperatuur boven de 38,5 C
  • Bloeding in de aangeprikte pols of lies
  • Gevoeligheid of Zwelling in de aangeprikte pols of lies
  • Rode verkleuring of warmte sensaties
  • Gevoelloosheid of pijn na belasting van de aangeprikte pols of lies
  • Huiduitslag

Telefoon spoedeisende hulp: 0413 – 40 10 00

Medicatie bij ontslag

Uitleg over medicatie bij ontslag vindt u in hoofdstuk 2.3 van dit boekje onder de alinea medicijnen.
Als u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, krijgt u een medicatieoverzichtslijst mee.

Richtlijnen voor thuis

  • Neem uw ochtendmedicatie in voordat u met de dagelijkse activiteiten gaat beginnen. Dit om eventuele klachten te voorkomen.
  • Het is heel belangrijk dat u uw medicijnen iedere dag inneemt. Heeft u een herhaalrecept nodig omdat uw medicijnen (bijna) op zijn? Dan kunt u een herhaalrecept halen bij uw huisarts of uw cardioloog.
  • Niet roken
  • Eerste 4 a 6 weken niet auto rijden (te bepalen door uw cardioloog)
  • Bij klachten van pijn op de borst: zie Hoofdstuk  5 Wat moet ik doen als ik weer klachten krijg?
  • Vermeld bij uw arts en tandarts dat u bloedverdunners gebruikt
  • Medicatie overzicht lijst kunt u ophalen bij de apotheek

Controleafspraken en onderzoeken

(In te vullen door de verpleegkundige of de secretaresse)

 

Poli-afspraken  Datum / tijden     Plaats
Terugbelafspraak verpleegkundige      

Voorlichtingsmodule met DVD-presentatie (lotgenotencontact)  
   

Cardioloog, dr…………………………………..  
   
Intake hartrevalidatieverpleegkundige    

Informatie hartrevalidatie bijeenkomst 1 

   
Informatie hartrevalidatie bijeenkomst 2      
Informatie hartrevalidatie bijeenkomst 3      
Informatie hartrevalidatie bijeenkomst 4      
Fysieke training, 1ste training      
ECG      
Ergometrie      
     

 

Wat neemt u mee naar uw controleafspraak?

  • Dit boekje
  • Uw actueel medicatie overzicht (AMO), kunt u ophalen bij uw apotheek
  • Patiëntenpas van Bernhoven
  • Geldig legitimatiebewijs

Controles / metingen

bij bezoek aan polikliniek of huisarts

 

Datum Bloeddruk  Hartfrequentie
Ontslag d.d.      
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

Lipidenwaarden (cholesterol)

 

Datum Waarden LDL (slecht cholesterol)    HDL (goed cholesterol) Triglyceriden
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         

 

 

Datum Gewicht BMI  Buikomvang
       
       
       
       
       
       
       
streefwaarden       

12. Vragen

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

...................................................................................................................................................

13. Waar vindt u meer informatie?

Zie ook www.bernhoven.nl/Cardiologie

www.hartstichting.nl
www.voedingscentrum.nl
www.stivoro.nl (Stoppen met roken)
www.vitalevaten.nl
www.harteraad.nl
www.apotheek.nl
www.drinktest.nl
www.alcoholinfo.nl
www.30minutenbewegen.nl
www.beweegmaatje.nl

Op de afdeling kunt u vragen naar folders van de Nederlandse Hartstichting