Spring naar de content

Implantatenpaspoort

Inhoudsopgave

1. Informatie rondom een implantaat

2. Voorbereiding

3. Plaatsen van het implantaat

4. Nazorg

5. Plaatsen van de healingabutments

6. Tandprotheticus

7. Mondhygiëniste

8. Vragen

9. Informatie voor tandprotheticus of tandarts

10. Belangrijke adressen en telefoonnummers 

1. Informatie rondom een implantaat

Dit boekje informeert u over de gang van zaken rond het plaatsen van een implantaat. Neem dit boekje mee bij ieder bezoek aan de polikliniek mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie.

Wat is een implantaat?

Een implantaat kunt u het beste vergelijken met een kunstwortel. Een implantaat vervangt een afwezige tandwortel en wordt als een schroef in de kaak gebracht. Een implantaat wordt gemaakt van lichaamsvriendelijk materiaal. Het implantaat biedt houvast voor een kroon, brug of overkappingsprothese.

Wanneer worden implantaten toegepast?

Bij het ontbreken van één tand of kies

Een tand wordt vervangen door een implantaat. Een tandprotheticus of uw tandarts plaatst op het implantaat een kroon van metaal of keramiek.

Bij het ontbreken van enkele tanden of kiezen

De implantaten worden voorzien van een vastzittende brug. Deze brug is niet uitneembaar en dient voor vervanging van één of meerdere ontbrekende tanden en/of kiezen.

Bij het ontbreken van alle tanden en kiezen

Er worden (meestal twee) implantaten geplaatst. De twee implantaten worden met elkaar verbonden door een staafje (steeg) waarop een overkappingsprothese kan worden vastgeklikt. De implantaten dienen als verankering voor de prothese.

2. Hoe bereidt u zich voor?

Algemeen

Binnenkort worden bij u een of meerdere implantaten geplaatst. In dit paspoort vindt u praktische informatie en tips over de gang van zaken voor deze behandeling en de nazorg daarvan.

In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor het gesprek met de mond-, kaak en aangezichtschirurg zijn er bij u twee röntgenfoto’s van uw kaak gemaakt, een van de voorkant en een van de zijkant. Aan de hand van deze röntgenfoto’s kan de mond-, kaak- en aangezichtschirurg bepalen of u in aanmerking komt voor implantaten. Dit hangt af van de volgende factoren:

  • U moet voldoende kaakbot hebben voor de verankering van de implantaten. Op plaatsen waar te weinig kaakbot is, is er een mogelijkheid om nieuw kaakbot te laten ontstaan. Dit bespreekt de mond-, kaak en aangezichtschirurg met u.
  • Uw kaakbot moet gezond zijn.
  • Het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dit niet het geval dan wordt dit eerst behandeld.
  • U moet bereid zijn de aangebrachte voorzieningen goed te onderhouden.

Risicofactor

Roken en bovenmatig alcoholverbruik hebben een zeer nadelige invloed op het succes van de behandeling.

Bekostiging

Als u voor implantaten in aanmerking komt, wordt er een machtigingsaanvraag naar uw ziektekostenverzekeraar gestuurd. Het antwoord van de verzekeraar kan vier tot zes weken duren. U krijgt meestal eerder bericht dan de polikliniek. Zodra u antwoord heeft gekregen van uw ziektekostenverzekeraar, neemt u contact op met polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie: 0413 - 40 19 26, route 150. 

Mocht u de behandeling niet vergoed krijgen, bespreek dit dan altijd met uw mond-, kaak- en aangezichtschirurg en vraag een begroting aan. 

Wanneer één tand wordt vervangen door een implantaat, wordt er geen machtiging opgestuurd. Een solo implantaat wordt in de meeste gevallen niet vergoed. Vraag bij uw ziektekostenverzekering na, met behulp van een begroting die u van de mond-, kaak- en aangezichtschirurg krijgt, wat wel en niet vergoed wordt.

Wat u moet betalen hangt af van de omvang van de behandeling en/of van uw ziektekostenverzekering.

Gesprek voorafgaand aan de behandeling

Zodra uw ziektekostenverzekeraar een eventuele vergoeding heeft goedgekeurd kunt u een afspraak maken voor het plaatsen van de implantaten. Als u een volledige prothese draagt, houdt u er dan rekening mee tijdens het afspreken van de behandeling dat u twee weken na het plaatsen van de implantaten uw prothese niet in kunt. Dat moet zo dat er dan geen druk op het implantaat uitgeoefend wordt waardoor ze beter hechten in het kaakbot.

Ongeveer een week voor de ingreep krijgt u een gesprek met de mond-. kaak en aangezichtschirurg. Tijdens dit gesprek legt de mond-, kaak- en aangezichtschirurg uit hoe de ingreep gaat verlopen. U krijgt de recepten mee die u moet gebruiken voor en na de behandeling. De uitleg van deze recepten vindt u verderop in deze folder.

Heeft u nog vragen?

Heeft u vragen voor de mond-, kaak en aangezichtschirurg stel deze dan gerust tijdens dit gesprek. Op de laatste bladzijde van deze folder is gelegenheid om uw vragen op te schrijven zodat u deze tijdens het gesprek niet vergeet te stellen.

Actueel medicatieoverzicht (AMO); meenemen voor uw eigen veiligheid

Wat is een AMO?
AMO staat voor actueel medicatieoverzicht. Het is dus een overzicht van de medicijnen die u op dat moment gebruikt.

Waarom een AMO?
Als uw arts medicijnen wil voorschrijven, leest de arts in uw AMO welke medicijnen u al gebruikt. Zo voorkomen we dat u medicijnen voorgeschreven krijgt die niet goed combineren met andere medicijnen.

Hoe kom ik aan mijn AMO?
Uw apotheker print voor u een AMO uit. Vertel uw apotheker ook als u medicijnen gebruikt zonder recept zoals pijnstillers, vitamines, anticonceptie pil of St. Janskruid en meld ook allergieën.

Ik heb nieuwe medicijnen gekregen. Hoe kom ik aan een aangepast AMO?
Tijdens uw ziekenhuisopname, polikliniekbezoek of bezoek aan uw huisarts kan uw medicijngebruik zijn veranderd. Let er op dat wijzigingen van medicatie of nieuwe gegevens in uw overzicht worden opgenomen door uw apotheker.

Wanneer neem ik mijn AMO mee?
Zorg dat u het overzicht altijd bij u heeft als u naar de specialist gaat. Dan kan de specialist zien of eventuele nieuwe medicijnen samengaan met medicijnen die u al heeft. Neem het ook mee als u naar de tandarts gaat.

Hoelang is uw AMO geldig?
Het document is maximaal drie maanden geldig maar dient bij iedere wijziging in de medicatie tussentijds opnieuw worden vervangen. Uw apotheek kan het actuele medicatie overzicht verstrekken.

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen bespreek dit altijd met de mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Dit is belangrijk om een nabloeding te voorkomen. In overleg met de mond-, kaak- en aangezichtschirurg wordt aangegeven of u moet stoppen met de bloedverdunners en zo ja wanneer u de bloedverdunners weer mag gebruiken. Gebruikt u bloedverdunners dan krijgt u een alternatief voor pijnstilling.

Uitleg van de recepten

Tijdens het gesprek met de mond-, kaak- en aangezichtschirurg heeft u recepten gekregen die u bij uw eigen apotheek kunt ophalen. Deze recepten bestaan uit:

  • een antibioticum
  • een pijnstiller
  • een mondspoeling

De antibiotica

De avond voor de ingreep begint u met de antibioticum kuur, tenzij anders vermeld.

De pijnstiller

Voor de behandeling mag u een pijnstiller innemen. Dit kunt u het beste doen voordat u naar de polikliniek gaat.

De mondspoeling

De dag na de behandeling gebruikt u de mondspoeling. Een uitgebreide uitleg over de recepten leest u in hoofdstuk 4 Nazorg.

3. Plaatsen van het implantaat

Hier leest u wat u van de behandeling kunt verwachten en wordt in het kort verteld hoe het implantaat geplaatst wordt.

U krijgt een plaatselijke verdoving (hetzelfde als bij de tandarts). Als deze goed is ingewerkt neemt de assistente u mee naar de behandelkamer. Daar mag u plaats nemen in de behandelstoel, deze wordt in ligstand gezet. De assistente legt een steriele doek over u heen, uw mond en neus zijn vrij. U kunt praten tijdens de behandeling, mocht er iets zijn dan kunt u dit dus aangeven.

Als eerste test de mond-, kaak- en aangezichtschirurg de verdoving terwijl de assistente met behulp van een haakje uw lip opzij houdt. De mond-, kaak- en aangezichtschirurg bepaalt de plaats waar het implantaat komt. Hij maakt een sneetje in het tandvlees om bij het kaakbot te komen en schuift dit als het ware aan de kant. Vervolgens boort hij een gaatje in het kaakbot. In dit gaatje wordt het implantaat geschroefd. Als het implantaat geplaatst is hecht de mond-, kaak- en aangezichtschirurg de wond.

Ook wordt eventueel een healingabutment geplaatst. In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd wat een healingabutment is.

De behandeling duurt ongeveer 20 à 30 minuten, afhankelijk van het aantal implantaten dat geplaatst wordt.

4. Nazorg

Na de behandeling

Gaas op de wond

Soms plaatst de mond-, kaak- en aangezichtschirurg een groot gaas in uw mond. Om druk op de wond uit te oefenen, moet u gedurende twee uur op dit gaas bijten.

Zwelling

Uw wang of lip kan na verloop van tijd flink gaan zwellen. Hiervoor krijgt u een ijscompres, dit houdt u twee uur tegen de wang. Het ijscompres zorgt ervoor dat u minder last krijgt van een eventuele zwelling. Zorg dat u thuis ijs in de vriezer heeft liggen. Het ijscompres van het ziekenhuis wordt binnen een half uur warm. Als alternatief voor een ijscompres kunt u een washandje gevuld met ijsblokjes gebruiken. Ook is het raadzaam om de eerste dagen na de behandeling niet in de zon te gaan zitten bij een temperatuur boven de 25 graden. Wanneer u na de ingreep behoefte heeft om even te gaan liggen, is het verstandig een extra kussen onder uw hoofd te leggen. Dit is om het ontstaan van nabloedingen tegen te gaan. Gebruik de eerste twee tot drie dagen ook een extra kussen bij het slapen gaan. Het hoofd ligt dan hoger dan het hart, dit helpt om de zwelling te voorkomen of te verminderen.

Voeding

Eten zal moeilijk zijn de komende twee weken. Wij adviseren u om zachte kost te eten. Zolang de verdoving niet is uitgewerkt moet u opletten met warm eten en drinken, u kunt zich verbranden of uw lip kapot bijten omdat dit gevoelloos is.

Als u een prothese draagt kunt u deze de komende twee weken niet dragen, om de volgende redenen:

  • betere genezing van de wond
  • er komt geen druk op de implantaten waardoor ze beter hechten in het kaakbot
  • de prothese past niet doordat de implantaten iets uit het kaakbot steken. De prothese wordt twee weken na de ingreep aangepast, waardoor deze beter past.

Nabloeding

De eerste uren na de behandeling kan de wond in uw mond nog bloeden. Dit is niet verontrustend en gaat vanzelf over. Als de wond juist meer gaat bloeden, kunt u het volgende doen:

  • Neem een gaas of schone zakdoek en maak daarmee de wond schoon en droog. Zeker niet gaan spoelen!
  • Neem een tweede gaas en vouw dat in elkaar. Als u geen gaas heeft, kunt u een knoop in een schone zakdoek leggen. Het opgevouwen gaas of knoop legt u op de wond. Vervolgens houdt u de kaken op elkaar en probeert dit een uur vol te houden. Hierdoor oefent u druk op de wond uit. 
  • Ga niet spoelen of spugen!
  • Wanneer de wond hierna toch blijft bloeden, neemt u contact op met de polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. 

Antibioticakuur

Om ontsteking te voorkomen bent u al begonnen met een antibioticakuur. Het is belangrijk om deze kuur helemaal af te maken.

Pijnbestrijding

De pijnstiller, Brufen 600 mg, heeft u voor de behandeling al ingenomen. Zoniet dan kunt u die innemen zodra u thuis komt. U mag maximaal 3 Brufen 600 mg per dag innemen. Heeft u een recept voor paracetamol, dan mag u hiervan eventueel zes tabletten per dag innemen.

Spoelmiddel

Met de mondspoeling begint u één dag na de behandeling. Dus absoluut niet eerder. Na iedere maaltijd spoelt u uw mond om de wond schoon te houden. Drie keer per dag na de maaltijd, gedurende vier dagen is voldoende.

Controleafspraak en/of prothese aanpassen

De assistente maakt voor u een controleafspraak voor over 2 weken na de ingreep. Tijdens deze controle worden de hechtingen verwijderd. Mocht u een prothese dragen, dan beoordeelt de mond-, kaak- en aangezichtschirurg of u deze weer kunt dragen en past hij de prothese aan.

Is dat voor u van toepassing dan maakt de polikliniekassistente tijdens deze controle een afspraak voor het plaatsen van een healingabutment. Wanneer de datum bekend is wordt u aangeraden om alvast een afspraak te maken bij degene die uw overkappingsprothese, kroon of brug gaat maken. Dit in verband met eventuele wachttijd van de tandprotheticus of tandarts. Dit geldt ook voor de mondhygiëniste, zie hoofdstuk 6 en 7 van deze folder.

5. Plaatsen van de healingabutments

Wat is een healingabutment

Een healingabutment is een nooddopje dat de mond-, kaak- en aangezichtschirurg op het implantaat schroeft. Dit heeft als functie dat het tandvlees om het abutment heen groeit. De tandprotheticus of uw tandarts zal dit healingabutment vervangen door een vast abutment waar de steeg of kroon op wordt bevestigd.

Het plaatsen van een healingabutment gebeurt:

  • tijdens het plaatsen van het implantaat (de mond-, kaak- en aangezichtschirurg bepaalt dit tijdens de behandeling) óf 
  • na twee à drie maanden. Dit is het geval wanneer het kaakbot te zacht is om meteen een dopje te plaatsen. Is dit op u van toepassing dan moet u twee á drie maanden na het plaatsen van het implantaat terugkomen om alsnog een healingabutment te laten plaatsen.

Plaatsen na twee à drie maanden

U krijgt plaatselijke verdoving. De mond-, kaak- en aangezichtschirurg maakt een klein sneetje in het tandvlees op de plaats van het implantaat. Vervolgens schroeft hij het healingabutment op het implantaat.

Nazorg

Zolang de verdoving niet is uitgewerkt moet u opletten met warm eten zodat u zichzelf niet verbrandt of op uw lip bijt. U krijgt een recept voor mondspoeling. Hiermee spoelt u gedurende vier dagen na elke maaltijd.

Als u een prothese draagt is het verstandig deze één week zo weinig mogelijk te dragen. Dit vanwege de druk op het abutment. De prothese zal aangepast moeten worden, deze past niet op het healingabutment. Degene die de nieuwe prothese gaat maken zorgt voor deze aanpassing.

Röntgenfoto

Na het plaatsen van de healingabutments wordt er een röntgenfoto van uw kaak gemaakt. De mond-, kaak- en aangezichtschirurg kan met behulp van deze röntgenfoto beoordelen of het healingabutment goed aansluit op het implantaat.

6. Tandprotheticus of tandarts

Dan is het eindelijk zover dat er begonnen kan worden met de nieuwe overkappingsprothese. Deze wordt gemaakt door de tandprotheticus of uw eigen tandarts.

De eerste afdrukken

Er worden afdrukken van uw boven- en onderkaak gemaakt met confectielepels. Deze afdrukken worden uitgegoten in gips en zo ontstaan er gipsmodellen met de vorm van uw kaak. Op deze gipsmodellen worden individuele lepels gemaakt. In deze individuele lepels komt een hele nauwkeurige pasta, welke de precieze vorm van uw kaak weergeeft.

De tweede afdruk / definitieveafdrukken

De healingabutments, welke de mond-, kaak- en aangezichtschirurg op het implantaat heeft geschroefd, worden vervangen door een vast abutment. Op dit vaste abutment worden tijdens deze handeling afdrukstiften geplaatst. Met deze afdrukstiften wordt de juiste positie van het implantaat in de kaak overgebracht naar het gipsmodel. De individuele lepel valt over de afdrukstiften, wanneer het afdrukmateriaal is uitgehard, wordt de individuele lepel met de afdrukstift uit uw mond gehaald.

Om de vaste abutments te beschermen worden hier witte beschermkapjes op geschroefd. Het gebeurt zelden, maar mochten deze beschermkapjes losraken, dan kunt direct contact opnemen met degene die uw prothese maakt. Ook bij twijfel!

De beetregistratie

Op de modellen die gekregen zijn uit de tweede afdruk zijn basisplaten gemaakt. Deze basisplaten zijn voorzien van waswallen, welke de tanden en kiezen moeten voorstellen. Nu moet u een paar instructies opvolgen waardoor de beet geregistreerd kan worden.

De beet is geregistreerd, zoals dat in vakjargon heet, en nu mag u de tanden uitzoeken. U mag iemand meenemen om u hierbij te helpen. Wanneer de tanden zijn uitgezocht, worden voor een laatste controle de twee grote voortanden in de was gezet.

Passen in was

De prothese is nu klaar in de was. In deze fase kan de tandprotheticus of tandarts controleren of de beet goed is door middel van de kiezen op elkaar te zetten bij u in de mond. Nu is het aan u om in de spiegel te kijken of u de prothese mooi vindt staan. Alles kan nog veranderd worden, dus ben kritisch! Ook voor deze behandeling is het raadzaam om iemand mee te nemen. U ziet immers meer met z’n tweeën dan alleen.

Klaar

De witte beschermkapjes, die tijdens de tweede behandeling op de vaste abutments zijn geplaatst, worden nu vervangen door de steeg. Dit is een soort van “bruggetje” die de implantaten met elkaar verbindt waarop u de overkappingsprothese vast kan klikken. U krijgt instructies voor het in uw mond plaatsen en het uit uw mond nemen van de overkappingsprothese.

Eindcontrole mond-, kaak- en aangezichtschirurg

Wanneer de overkappingsprothese, kroon of brug klaar is, maakt u een controle afspraak bij de mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Dit in verband met het behoud van het botniveau rondom het implantaat. Dit kan de mond-, kaak- en aangezichtschirurg controleren met behulp van een röntgenfoto. De mond-, kaak- en aangezichtschirurg houdt u onder controle en u maakt een afspraak voor na één jaar.

7. Mondhygiënist

Voor de verzorging van uw implantaat verwijzen wij u door naar de mondhygiënist. Na het plaatsen van het implantaat is een goede mondhygiëne een vereiste voor behoud van het implantaat. Rondom het implantaat kan zich tandsteen vormen. Dit kan een ontsteking van het tandvlees veroorzaken. In het ergste geval kan dit leiden tot het 'los gaan zitten' en uiteindelijk kan dat resulteren in het verlies van het implantaat. Om dit te voorkomen krijgt u een aangepaste instructie voor de zelfzorg, afhankelijk van de plaats en het soort implantaat.

Tot slot is het belangrijk om het implantaat regelmatig professioneel te laten reinigen door een mondhygiënist. Indien u vragen heeft over de verzorging van het implantaat, kunt u terecht bij uw mondhygiënist.

8. Vragen

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan uw behandelend mond-, kaak- en aangezichtschirurg, assistente of aan de secretaresse. Op de laatste pagina van dit boekje is ruimte om eventuele vragen te noteren zodat u ze niet vergeet bij uw volgende bezoek aan de mond-, kaak- en aangezichtschirurg.

9. Informatie voor tandprotheticus of tandarts

Plaats van implantaat(en):

onderkaak

 bovenkaak

Aantal implantaten

 onderkaak       ___________

 bovenkaak      ___________

Soort implantaat

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________

Soort abutment

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________

Soort tand

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________

Bijzonderheden

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________

 

10. Belangrijke adressen en telefoonnummers

Polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie, Route 150

Nistelrodeseweg 10
5406 PT UDEN
0413-401926

Uitsluitend in spoedgevallen na een kaakchirurgische behandeling buiten kantooruren belt u naar de spoedeisende hulp,telefoonnummer: 0413 - 40 10 00.

Jeroen Bosch ziekenhuis

Henri Dunantstraat 1
5223 GZ 's Hertogenbosch
073-5532330

Heeft u vragen voor de mond-, kaak- en aangezichtschirurg? Noteer ze hier alvast zodat u het niet vergeet bij uw volgende bezoek.