Spring naar de content

Correctie stand grote teen

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten dat bij u een operatie wordt verricht, waarbij de stand van uw grote teen wordt gecorrigeerd. De afwijkende stand van de grote teen wordt in de medische taal ook wel `hallux valgus' genoemd. In deze folder leest u hoe de operatie in Bernhoven wordt uitgevoerd.

Hallux valgus

De hallux valgus is een afwijking tussen het eerste middenvoetsbeen en de grote teen. De grote teen groeit naar de buitenkant van de voet, waardoor de gewrichtsknobbel aan de binnenkant van de voet (ter hoogte van het begin van de grote teen) duidelijk zichtbaar en veelal dikker wordt.
Deze afwijkende stand van de grote teen kan worden veroorzaakt door het dragen van te smalle schoenen (met name in combinatie met hoge hakken). Daarnaast komt de hallux valgus met name voor bij vrouwen (in de leeftijd van 50 - 60 jaar en ouder), die ook al klachten hebben van een doorgezakte (platte) voet. Ook kan erfelijkheid een oorzaak zijn. Hierbij komt de afwijkende stand van de grote teen bij meerdere vrouwelijke familieleden voor. In sommige gevallen blijft de oorzaak onbekend.

Klachten

De gewrichtsknobbel kan ontstoken raken waardoor deze rood en pijnlijk wordt. Bovendien worden de andere tenen verdrukt door het vergroeien van de grote teen. Veelal ontstaat er dan ook een `hamerteen' (= teen waarvan de gewrichten gebogen zijn) van de 2e of 3e teen.
De klachten nemen toe wanneer de schoenen te smal zijn. Vaak kan door het aanpassen van de schoenen of het dragen van steunzolen een operatie nog (enige tijd) worden uitgesteld.

Resultaat van de behandeling

De eerste weken na de operatie kunt u op de plaats van de wond meer pijn hebben. Dit is niet verontrustend. Meestal verdwijnen de pijn en de zwelling in de eerste weken na de operatie. Het herstel duurt ongeveer drie tot zes maanden.

Voorbereiding

Opname

Voor deze operatie wordt u twee dagen opgenomen op de verpleegafdeling B2 - West / Short-stay, routenummer 260. Bureau opname planning informeert u over de datum en het tijdstip waarop u wordt opgenomen. Ook wordt met u een afspraak gemaakt voor het spreekuur PPO (Preoperatief Poliklinisch Onderzoek). Op dit spreekuur heeft u een gesprek met een doktersassistente, een verpleegkundige en met de anesthesioloog (= de specialist die voor de verdoving zorgt).

Denk aan uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO)

Het is voor ons belangrijk om te weten welke medicijnen u gebruikt. Daarom verzoeken wij u uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO) mee te nemen naar het ziekenhuis. U moet dit AMO ophalen bij uw eigen apotheek, zodat uw AMO daar nog met u besproken kan worden. Bij ieder bezoek aan het ziekenhuis is een nieuw AMO nodig, ook als u nog maar kort geleden al in het ziekenhuis was. Want ook in korte tijd kan er toch iets in uw medicatie zijn veranderd. Zeker wanneer u met meerdere behandelaars te maken heeft. Het AMO is belangrijk voor uw veiligheid. Bijvoorbeeld om dubbelmedicatie te voorkomen. In sommige gevallen mogen medicijnen niet met elkaar worden gecombineerd. Het is belangrijk dat de arts een actueel overzicht heeft van de medicijnen die u gebruikt. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat uw arts in het ziekenhuis niet naar uw AMO vraagt. Bijvoorbeeld omdat de medicatie niet veranderd. Maar dat weet u niet van tevoren. Daarom is een AMO bij ieder bezoek aan het ziekenhuis belangrijk. Wanneer u uit het ziekenhuis wordt ontslagen krijgt u een nieuw AMO mee, Als het nodig is, krijgt u daar een recept bij. We spreken dan over een AMO-R. Met dit AMO-R gaat u naar uw apotheek.

Voor uw apotheek is het ook belangrijk te weten welke medicatie gewijzigd is, ook wanneer de medicatie gestopt iBelangrijk

Na de operatie kunt u niet zelf naar huis rijden. Zorg er daarom voor dat iemand u komt ophalen na de operatie.

Verhinderd

Wanneer u bent verhinderd voor de operatie, neemt u dan tijdig contact op met bureau opname planning om dit door te geven. Er wordt dan een nieuwe afspraak voor u gemaakt.

Telefoonnummer: 0413 - 40 19 17

Dag van de operatie

Voorbereiding

U krijgt op de verpleegafdeling B2 - West / Short-stay operatiekleding aan. Het is niet toegestaan om tijdens de operatie eigen kleding te dragen. Vervolgens wordt u op uw bed naar de voorbereidingskamer gereden. Op de voorbereidingskamer wordt een infuus in uw arm ingebracht. Via dit infuus krijgt u medicijnen en vocht toegediend.

Verdoving

Een operatie waarbij de stand van de grote teen wordt gecorrigeerd, kan worden uitgevoerd onder een algehele verdoving (narcose) of een plaatselijke verdoving (ruggenprik). De operatie vindt bij voorkeur onder plaatselijke verdoving plaats. Dit betekent dat alleen de benen en de voeten gevoelloos worden. De keuze van de verdoving wordt in overleg met u bepaald. Eventuele vragen over de verdoving kunt u op het spreekuur PPO met de anesthesioloog bespreken.

Het verloop van de operatie

Op de verpleegafdeling B2 - West / Short-stay krijgt u operatiekleding aan. Dit is nodig in verband met de steriliteit op de operatiekamer. Vervolgens brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer.
Tijdens de operatie draagt u een strakke band om uw bovenbeen zodat er tijdelijk geen bloed van het been naar de voet stroomt. De orthopedisch chirurg maakt een snee (van ongeveer 6 cm) aan de bovenzijde van de knobbel van de grote teen. Vervolgens wordt het middenvoetsbeentje van de grote teen doorgezaagd. Het middenvoetsbeentje wordt recht gezet en met behulp van een schroefje of ijzeren pennetje vastgezet. De wond wordt meestal met een oplosbare hechting gesloten.

Duur

De operatie duurt ongeveer 30 tot 45 minuten.

Na de operatie

Afhankelijk van de stevigheid van het schroefje en de uitgebreidheid van de operatie,, krijgt u gips of een speciale schoen aangemeten.

Soms is het nodig dat u na de operatie antistollingsmedicijnen moet gebruiken om trombose (= klontering van het bloed) te voorkomen. Dit zijn medicijnen in de vorm van een injectie. Van de verpleegkundige krijgt u (of uw partner/familielid) instructies hoe u de injectie toedient.

Het is mogelijk dat de orthopedisch chirurg met u afspreekt dat u na de operatie van een fysiotherapeut hulp en instructies krijgt bij het lopen.

Complicaties

Echte complicaties komen gelukkig zelden voor. De belangrijkste complicaties die kunnen optreden, zijn een bloeding en soms een wondinfectie.

Naar huis

Wanneer

In principe gaat u de dag na de operatie naar huis. U krijgt een recept voor ontstekingsremmers en pijnstilling mee en een afspraak voor poliklinische controle.

Werkhervatting

Wat de gevolgen van uw aandoening en/of de behandeling voor uw werk zijn, kunt u met uw specialist overleggen. De specialist kan uw bedrijfsarts informeren over de ingreep. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen de specialist en uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts is degene die u begeleidt bij de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Het is goed om de bedrijfsarts al vóór de operatie, of in ieder geval zo snel mogelijk daarna te informeren. Dat maakt het gemakkelijker om tot goede afspraken met uw bedrijfsarts te komen.

Adviezen voor thuis

Voor een optimaal herstel is het belangrijk dat u zich houdt aan onderstaande adviezen:

  • De eerste week na de operatie heeft de geopereerde voet veel rust nodig. De eerste week moet u zo min mogelijk lopen en als u zit, legt u het been hoog. Dit voorkomt pijn en zwelling van de voet.
  • Om de bloeddoorstroming in de voet te stimuleren is het goed om de tenen regelmatig te bewegen.
  • Wanneer u weer mag gaan lopen, is het verstandig dit rustig aan op te bouwen.
  • Nadat het gips of de hechtingen zijn verwijderd, is het raadzaam om wisselbaden te gebruiken. Ook hierdoor wordt de bloeddoorstroming in de voet gestimuleerd.

Problemen thuis

Wanneer eventuele pijn na de operatie niet minder wordt, maar juist toeneemt of u krijgt koorts, neemt u dan contact op met de polikliniek orthopedie. Buiten kantooruren belt u naar de spoedeisende hulp, telefoonnummer: 0413 - 40 10 00.

  • Polikliniek orthopedie: 0413 - 40 19 71

Vragen

Wanneer u na het lezen van de folder nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige van de verpleegafdeling B2 - West / Short-stay.