Spring naar de content

Totale knieprothese

Welkom

Welkom in Bernhoven. Binnenkort ondergaat u een operatie waarbij u een nieuwe knie krijgt. In Bernhoven doen wij alles om voor u deskundige en veilige zorg te bieden in een omgeving waarin wij u gastvrij ontvangen. Bernhoven ligt uniek, grenzend aan natuurgebied de Maashorst in Uden. Wij geloven dat deze inspirerende omgeving bijdraagt aan uw welzijn. In onze zorg werken wij samen met huisartsen en andere zorgpartners om de zorg voor u altijd beter te maken.
Meer over Bernhoven: http://www.bernhoven.nl/OverBernhoven

Belangrijke telefoonnummers

  • Polikliniek orthopedie 0413 - 40 19 71
  • Afdeling fysiotherapie 0413 - 40 19 35
  • Opname planning 0413 - 40 19 17
  • Verpleegafdeling orthopedie 0413 - 40 32 04
  • Spoedeisende hulp 0413 - 40 10 00

Checklijst

  • Krukken, of een rollator als u die al gebruikt. (deze kunt u lenen bij de thuiszorgwinkel)
  • Actueel medicatieoverzicht van de apotheek, mag niet ouder zijn dan één week!
  • Eigen medicatie meenemen in de originele doosjes.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, graag uw eigen doseringslijst meenemen van de trombosedienst.
  • Telefoonnummers van de contactpersonen.
  • Sokken, liefst die ruim zitten, om drukplekken op de hakken te voorkomen.
  • Soepel zittende kleding, na de operatie kan het zijn dat het been wat gezwollen is, dus een ruim zittende broek is dan gemakkelijk.
  • Gemakkelijk zittende stevige schoenen, liefst oudere schoenen die wat ruimer zijn, na de operatie zijn de voeten nog iets gezwollen. Denk aan sportschoenen, schoenen met een klittenband, of elastische veters.

App: Bernhoven ’Orthopedie’

Op onze website www.bernhoven.nl/patienten/specialismen-afdelingen/specialismen/orthopedie/heup-knie-behandelcentrum/ informeren wij u over het programma Rapid Recovery en de app Bernhoven Orthopedie. In deze app vindt u alle informatie, aangevuld met filmpjes en animaties over de totale heupprothese. Via de app ontvangt u herinneringen met betrekking tot uw behandeling en de ingreep. De app is beschikbaar voor tablet en smartphone in iOS en Android. Uw orthopedisch chirurg informeert u er graag over.

Rapid recovery

Bernhoven gebruikt voor de revalidatie van uw knieprothese een snel herstel programma dat 'Rapid Recovery' heet. Het doel is om zo snel mogelijk na de operatie te werken aan uw herstel, waardoor een betere functie met minder complicaties bereikt kan worden. 'Rapid Recovery' is bewezen werkzaam en veilig, en streeft naar betere zorg waar u als patiënt door goede informatievoorziening actief bij betrokken wordt.

Snel en veilig herstel

Het programma is gericht op snelle en veilige mobilisatie, die direct na de operatie op de verkoeverkamer al start met het bewegen van uw benen. U kan en mag het geopereerde been meteen op de dag van de operatie al belasten.

Goede pijnstilling

Tijdens de operatie zorgt de anesthesioloog voor goede pijnstilling en wordt er door de orthopedisch chirurg een grote hoeveelheid lokale verdoving ingespoten rondom het operatiegebied. Hierdoor heeft u weinig tot geen pijn direct na de operatie.

Intensieve begeleiding door fysiotherapie

Op de afdeling gaat u binnen vier uur na de operatie met behulp van de fysiotherapeut uit bed en loopt u al een paar pasjes op uw kamer. Vervolgens wordt dit verder uitgebreid en mag u onder begeleiding lopen op de gang.

1. Informatie knie-arthrosis

1.1 Algemene informatie

De knie is een rol glijgewricht. Op het boven en onderbeen zit een laag kraakbeen dat ervoor zorgt, dat alles soepel en makkelijk beweegt. De voornaamste reden voor een totale knieprothese is slijtage.

Slijtage (dat wordt ook 'artrose' genoemd) in het kniegewricht is een kwaal die veel voorkomt, vooral als mensen ouder worden. Het kraakbeen is niet glad meer, maar ruw geworden. Op sommige plekken kan zelfs al het kraakbeen verdwenen zijn. 

Ortho-slijtage kraakbeen knie

1.2 Klachten

Als het kraakbeen slechter wordt, dan bewegen de botdelen niet meer soepel over elkaar. Dit kan pijn, stijfheid en kraken veroorzaken. De pijn zit aan de binnen- of buitenzijde van de knie en de pijn kan doortrekken naar het bovenbeen of onderbeen. .

1.3 Onderzoek

Om zeker te weten dat er slijtage van de knie is, moet de orthopedisch chirurg eerst uw knie onderzoeken en een röntgenfoto maken. Soms wordt een injectie met een pijnstiller in het kniegewricht geplaatst. Deze injectie kan de pijn (voor een poosje) minder maken.

Ortho-knie zonder slijtage

Foto van een knie zonder slijtage

Ortho-knie met slijtage
 
Foto van een knie met slijtage. De spleet tussen de gewrichten is bijna helemaal verdwenen

1.4 Behandeling

In het begin is opereren vaak niet meteen nodig. Er zijn meerdere manieren om met succes de pijn minder te krijgen. Hierbij kan je denken aan Fysiotherapie, pijnstilling of afvallen.  Helaas is het niet mogelijk om de schade die er is te herstellen.

Fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan u helpen de spieren bij de knie steviger te maken. Zij hebben hier speciale programma’s voor. Door training komt er minder druk op het gewricht, waardoor de pijn minder wordt. Het is heel belangrijk om te blijven bewegen. De fysiotherapeut kan u tips geven om beter te bewegen, Het duurt wel enkele weken en het kost enige inspanning voordat u effect zult bemerken.

Verlies van gewicht

Als u afvalt, komt er ook minder gewicht op het kniegewricht. Hierdoor wordt de pijn minder. Een paar kilogram kan al verschil maken. Afvallen heeft ook een direct effect op uw gezondheid waardoor u zich beter voelt.

Hulpmiddelen

Met een rollator, een kruk of een stok kunt u zorgen dat er minder druk op uw knie komt. Hierdoor kunnen de klachten verminderd worden, waardoor een operatie misschien nog helemaal niet nodig is. Ook andere schoenen of zolen kunnen een positief effect hebben.

Pijnstillers

Eerst wordt paracetamol aangeraden. Als dat niet genoeg werkt, kan er een ander middel worden gegeven. Bijvoorbeeld naproxen of ibuprofen (in overleg met de arts want niet iedereen mag deze medicijnen gebruiken). Vooral als u ’s nachts wakker wordt van de pijn, zijn dit goede middelen. Mocht u een lange wandeling gaan maken of een actieve vakantie voor de boeg hebben is het ook mogelijk om tijdelijk pijnstillers te gebruiken. Dit natuurlijk wel in overleg met uw huisarts en eventueel samen met een maagbeschermer.

Injecties in het kniegewricht

Er kan een injectie in het kniegewricht worden gegeven. Daarvoor wordt een middel gebruikt dat de pijn minder maakt (corticosteroïd). Na ongeveer één week zult u pijnvermindering ervaren. De injectie kan enkele weken tot maanden effect hebben.

Als het onderdrukken van de pijn en de fysiotherapie niet meer helpen, kan de orthopeed u aanraden om een prothese van de knie te laten plaatsen. Andere opties daarvoor zijn: 

1.5 Totale knie en Halve knie prothese

Bij het plaatsen van een ‘nieuwe knie’ kan de knie volledig vervangen worden of alleen de binnenkant van de knie. 

Ortho-halve of hele knieprothese
 


Is er sprake van slijtage van alleen de binnenkant van de knie, dan kan er gekozen worden voor een halve knieprothese, zodat hetgeen nog wel goed is in de knie niet vervangen hoeft te worden. In Bernhoven wordt hiervoor een techniek gebruikt (Signature) waarbij de knie op maat geplaatst wordt voor de beste resultaten. Door vooraf een scan te maken van de knie wordt de optimale plaats en grote van de prothese bepaald.
Vaak is de slijtage al dusdanig dat ook de buitenzijde vervangen moet worden van de knie, waardoor we kiezen voor een hele knie prothese. De knie wordt bijna altijd vast gezet met botcement om een zo stevig mogelijk fixatie te krijgen met bot en prothese.

1.6 Resultaten

De resultaten van een Totale Knie Prothese zijn goed, meer dan 90 procent is de pijn van voor de operatie kwijt. Wel geeft 1/3 van alle mensen met een knieprothese aan dat er nog wel klachten zijn. 
Een nieuwe knie gaat ongeveer 10-15 jaar mee. Dit is een gemiddelde. Bij sommige mensen gaat hij langer mee, en bij sommigen minder lang. Dat betekent dat bij een aantal mensen (vooral jongere mensen) de prothese na enkele jaren vervangen moet worden.

Elk jaar worden er in Nederland ongeveer 23.000 prothesen van de knie geplaatst. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 68 jaar. Helaas zijn patiënten minder tevreden met een nieuwe knie dan een nieuwe heup. Ongeveer 7 procent zegt één jaar na de nieuwe knie operatie zéér ontevreden te zijn. Slechts 10 procent is super tevreden en zegt dat de nieuwe knie aanvoelt als de eigen knie. De volgende factoren geven een lagere kans op tevredenheid: jongere leeftijd (hoe jonger, hoe minder tevreden), vrouw zijn (vrouwen zijn minder tevreden dan mannen) en fors overgewicht.

1.7 Problemen tijdens en na de operatie

Bloeding

Bij elke operatie is er een kans op een nabloeding. Soms is het nodig opnieuw een operatie te doen om het bloeden te stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt (zoals ascal, plavix, persantin of sintrom), vertel dit dan aan de orthopedisch chirurg en de anesthesioloog. Soms wordt er besloten om het medicijn tijdelijk te stoppen of een ander medicijn te geven.

Infectie

Na de operatie is er een kans op een wondinfectie. Om dit te voorkomen krijgt u voor, tijdens en na de operatie antibiotica. Een infectie kan in het ergste geval doorgaan tot op de prothese. Als dit gebeurt, moet er opnieuw geopereerd  worden. Dan wordt de knie schoongemaakt. In het ergste geval moet de prothese worden verwijderd. In Bernhoven is het risico van een infectie minder dan 1 procent. Dat is beter dan het landelijke gemiddelde.

Trombose

Omdat u een tijdje minder goed kunt bewegen, kunnen er bloedstolsels in de bloedvaten ontstaan. Om dit te voorkomen krijgt u medicatie (meestal kleine spuitjes) om het bloed te verdunnen. Dit risico is minder dan 1 procent.

Zenuwbeschadiging

Tijdens de operatie kan een zenuw beschadigd worden. Daardoor kan een gedeeltelijke verlamming van het been ontstaan. Meestal is dit een zenuw aan de buitenkant van de knie. Bij beschadiging hiervan kan u een klapvoet krijgen. Dit gaat vanzelf weer over, maar het kan wel enkele maanden duren. Dit risico is minder dan 1 procent.

Stijfheid

Na de operatie kan het zijn dat door aanmaak van litteken weefsel, de knie stijf wordt. Dit kan voorkomen worden door de knie goed en regelmatig te oefenen, mocht het toch optreden kan het soms verholpen worden door intensieve fysiotherapie, maar soms moet na zes weken de knie doorbewogen worden. Onder pijnstilling wordt dan het litteken weefsel losgemaakt, waarbij niet altijd een verbetering van de beweeglijkheid wordt verkregen.

Loslating

Loslaten van de prothese op de langere termijn, dit betekent dat de knieprothese op een of andere manier kan loskomen van het omringende bot. De prothese kan dan eventueel vervangen worden (revisieoperatie), waarbij het resultaat dan meestal minder goed is dan na de eerste knieprothese.

1.8 Roken

Roken vergroot de kans op problemen bij het herstel en rondom de operatie. Wie tijdelijk stopt (van minimaal 4 weken voor de operatie tot minstens 4 weken na de operatie), halveert die kans. Meer informatie hierover leest u in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015: https://issuu.com/issuu.comnov/docs/00-jaarmagazine-bladertotaal/0

1.9 Voorkómen van complicaties

Uw orthopedisch chirurg zal zoveel mogelijk doen om het risico op complicaties te verminderen. U krijgt al voor de operatie antibiotica om het risico op infectie te verminderen. U krijgt medicijnen om trombose, longembolie en verkalkingen rond de knie te voorkomen. Het is belangrijk te weten dat bepaalde patiënten meer risico's lopen dan andere.

Er is een verhoogd risico bij:

  • patiënten met  suikerziekte (diabetes mellitus);
  • patiënten die met bepaalde medicijnen (immunosupressiva) behandeld worden;
  • patiënten met een verminderde afweer voor infecties;
  • patiënten die roken;
  • patiënten met een overgewicht;
  • patiënten met een chronische gebitsontsteking.

Het zal duidelijk zijn dat u aan deze laatste drie risicofactoren zelf het meeste kunt doen!

2.  De tijd van het bezoek aan de polikliniek tot aan uw opname

2.1 PPO (route 020)

Vóór de operatie gaat u langs bij de anesthesioloog. Op het Preoperatief Poliklinisch Spreekuur (PPO) wordt u onderzocht en wordt alle informatie die nodig is rondom de operatie verzameld en beoordeeld. Dit duurt ongeveer een uur. Meer informatie vindt u in de folder Anesthesie, agemene informatie

De operatie kan gebeuren onder plaatselijke verdoving (met een ruggenprik) of algehele narcose. Samen met de anesthesioloog bespreekt u wat voor u de beste keuze is.

Actueel medicatieoverzicht (AMO); meenemen voor uw eigen veiligheid

Wat is een AMO?
AMO staat voor actueel medicatieoverzicht. Het is dus een overzicht van de medicijnen die u op dat moment gebruikt.

Waarom een AMO?
Als uw arts medicijnen wil voorschrijven, leest de arts in uw AMO welke medicijnen u al gebruikt. Zo voorkomen we dat u medicijnen voorgeschreven krijgt die niet goed combineren met andere medicijnen.

Hoe kom ik aan mijn AMO?
Uw apotheker print voor u een AMO uit. Vertel uw apotheker ook als u medicijnen gebruikt zonder recept zoals pijnstillers, vitamines, anticonceptie pil of St. Janskruid en meld ook allergieën.

Ik heb nieuwe medicijnen gekregen. Hoe kom ik aan een aangepast AMO?
Tijdens uw ziekenhuisopname, polikliniekbezoek of bezoek aan uw huisarts kan uw medicijngebruik zijn veranderd. Let er op dat wijzigingen van medicatie of nieuwe gegevens in uw overzicht worden opgenomen door uw apotheker.

Wanneer neem ik mijn AMO mee?
Zorg dat u het overzicht altijd bij u heeft als u naar de specialist gaat. Dan kan de specialist zien of eventuele nieuwe medicijnen samengaan met medicijnen die u al heeft. Neem het ook mee als u naar de tandarts gaat.

Hoelang is uw AMO geldig?
Het document is maximaal drie maanden geldig maar dient bij iedere wijziging in de medicatie tussentijds opnieuw worden vervangen. Uw apotheek kan het actuele medicatie overzicht verstrekken.

Regionale anesthesie (plaatselijke verdoving)

Een veelgebruikte techniek bij een knie operatie is de ruggenprik. Hierbij worden de zenuwen geblokkeerd waardoor het onderlichaam gevoelloos wordt en u uw benen tijdelijk niet meer kunt bewegen. Bij een ruggenprik spuit de anesthesioloog door een dunne naald een verdovende vloeistof in uw wervelkanaal. Deze prik doet niet meer pijn dan een gewone injectie. De verdoving werkt na een aantal minuten en duurt ongeveer twee uur. Als u het prettig vindt, is het mogelijk dat u door het infuus een licht slaapmiddel krijgt toegediend zodat u kort slaapt. U maakt de operatie dan niet bewust mee. Tijdens de operatie zal de orthopedisch chirurg ook lokaal verdoving in de knie achterlaten, zodat ook na de operatie de pijnbeleving minimaal is.

Algehele anesthesie (narcose)

Bij een algehele anesthesie wordt het bewustzijn en de pijngewaarwording in het hele lichaam uitgeschakeld. Normaal gesproken wordt u met een prik (infuus) in slaap gebracht. Het inspuiten van het slaapmiddel kan een kortstondig, branderig gevoel in uw arm geven. Vlak voor u in slaap valt, wordt een masker met zuurstof vóór uw gezicht gehouden. Tijdens de operatie krijgt u ook zuurstof toegediend. Dit gebeurt via een buisje dat via de mond rond de keelholte of in de luchtpijp wordt geplaatst.

Voor de afspraken die met u op de PPO gemaakt worden, raadpleegt u het 'blauwe boekje': Instructies in verband met een opname voor operatie

2.2 Thuiszorg

Een medewerker van de afdeling PPO bekijkt samen met u uw thuissituatie en gaat na óf hulp na de ziekenhuisopname gewenst is.

Als u na uw opname thuis komt, heeft u mogelijk hulp nodig. U kunt hulp nodig hebben in de huishouding, maar ook hulp bij de dagelijkse verzorging: het wassen van rug en voeten, het aandoen van uw schoenen en kousen. Wanneer u alleenstaand bent en/of niet op hulp van partner, familie of goede kennissen kunt terugvallen, kan wanneer nodig de thuiszorg worden ingeschakeld. De persoonlijke verzorging wordt dan door het ziekenhuis aangevraagd bij de ontslagcoördinator.

Welke hulp heb ik nodig na de operatie? Wat moet ik vooraf regelen?

  • Zo nodig thuiszorg 2x daags, of familie/partner die gedurende zes weken kan helpen om de voeten/onderbenen te verzorgen.
  • Maaltijdvoorziening (kunt u zelf regelen)
  • Zo nodig een alarm systeem.

(Zie voor meer informatie,  folders: Het aanvragen van nazorg, Zorgaanbieders in de regio en Verwijzingen en voorzieningen nazorg). www.bernhoven.nl )

2.3 Fysiotherapie

Om het herstel na de operatie te bevorderen kan het wenselijk zijn om al te trainen voor de operatie. Als u een goede conditie heeft voor de operatie is er minder kans op een complicatie en zal er een sneller herstel plaatsvinden.

2.4 Wel of niet reanimeren

Wel of niet reanimeren is een moeilijk onderwerp waar u mogelijk nog nooit mee geconfronteerd bent. Toch is het belangrijk dat u voor de operatie hierover nadenkt. Het ziekenhuis wil niemand tegen zijn of haar wil reanimeren. De beslissing tot wel of niet reanimeren hangt samen met de ernst van de aandoening, de toekomstverwachting, de levensvisie en de kans van slagen van een reanimatie.

Ook in uw geval moeten wij weten hoe u over reanimeren denkt. U maakt uw definitieve beslissing bekend tijdens het opnamegesprek.

Er zijn twee mogelijke keuzes:

1. U wilt niet gereanimeerd worden

U laat tijdens het opnamegesprek met de zaalarts weten niet gereanimeerd te willen worden. De behandelend arts zal zich ervan overtuigen dat u de consequenties van dit besluit goed overziet en zal uw wens respecteren.

2. U wilt wel gereanimeerd worden

Wanneer u wel gereanimeerd wilt worden, zal de arts aan uw wens gehoor geven, tenzij de situatie zo ernstig en uitzichtloos is dat de behandelend arts besluit reanimatie achterwege te laten. Een besluit om niet te reanimeren wordt altijd vastgelegd, zowel in het medisch als in het verpleegkundig dossier van de patiënt en wordt met de verantwoordelijke verpleegkundige besproken. De behandelend arts blijft eindverantwoordelijk.

2.5 Verdere adviezen

Als u voor de operatie ergens een ontsteking heeft (roodheid, een warme plek, koorts en/of pijn), dan moet u dat telefonisch melden bij de polikliniek orthopedie.

  • Polikliniek orthopedie: 0413 - 40 19 71

Een ontsteking of infectie kan zich door het lichaam verspreiden en kan dus ook bij de knieprothese uitkomen. Soms moet de operatie uitgesteld worden.

3. Uw opname in het ziekenhuis tot en met de operatie

Zie ook: http://www.bernhoven.nl/Opname

3.1 Algemeen

Zorg ervoor dat u zich ’s ochtends gedoucht heeft vanwege de hygiëne.

Verwijder make-up, body-crèmes, sieraden en piercings. 

3.2 Afdeling

Op de dag van de operatie moet u met een nuchtere maag op de afdeling komen. Dat betekent dat u ’s ochtends niets meer mag eten en drinken.

'Nuchter' zijn, betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terecht komt. Dit kan tot ernstige complicaties leiden. U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een plaatselijke verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Op de PPO hoort u tot wanneer u mag eten en drinken en welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken.

Wat er met u is afgesproken staat in het zogenaamde 'blauwe boekje'. Het is belangrijk dat u deze informatie leest.

3.3 Naar de operatiekamer

Voordat u de operatiekamer ingaat, wordt er een infuus geprikt in de voorbereidingsruimte. Heeft u gekozen voor een ruggenprik dan wordt deze in de voorbereidingsruimte geplaatst. 

Ortho-Infuus OK   Ortho-ruggeprik OK

Infuus                                                                Ruggeprik

Er wordt een paar keer naar uw naam en geboortedatum gevraagd. En ook voor welke operatie u komt. Dat is een extra controle om ervoor te zorgen, dat er geen misverstanden zijn.

3.4 Op de operatie kamer

Op de operatie kamer komt u op de operatietafel te liggen op uw rug. Als alles akkoord is gaat  de operatie beginnen. Als u afgesproken heeft om algehele narcose te krijgen of te slapen, dan zal dit nu gebeuren. De operatie duurt meestal één tot anderhalf uur. Hierna wordt u naar de uitslaapkamer gebracht.

4. Na uw operatie

Als de operatie klaar is, komt u op de uitslaapkamer te liggen. Daar houden we u nog even in de gaten om te kijken of de pijn onder controle is en u niet misselijk bent. Vandaar gaat u naar de afdeling. Dan mag u weer eten en drinken.

Binnen ongeveer vier uur na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs en mag u onder begeleiding uit bed en een rondje op de kamer lopen met behulp van een looprekje.

De dag na de operatie wordt het lopen met krukken of rollator op de gang geoefend. Ook krijgt u oefeningen om de beweeglijkheid van het gewricht en de aansturing van de spieren te bevorderen. Er wordt een controlefoto gemaakt en het Hb (hemoglobine: aantal rode bloedcellen) wordt geprikt. Vervolgens wordt het looppatroon geoptimaliseerd en de loopafstand uitgebreid. Traplopen wordt indien nodig, geoefend. Oefeningen voor thuis worden doorgenomen.

Trombose

Na de operatie moet u vijf weken lang fraxiparine spuiten. Dit zijn kant en klare spuitjes die u bij u zelf moet spuiten om trombose te voorkomen. Tijdens u verblijf leren wij u dit.

Physician assistant

Dagelijks komt er een Physician assistent of een orthopedisch chirurg langs, om al uw medische vragen te beantwoorden.  Physician assistent (kortweg PA) is de naam van een relatief nieuw beroep en nieuwe functie in de gezondheidszorg in Nederland.

Een PA beschikt over brede medische kennis en vaardigheden en handelt binnen het specialisme waarin hij/zij tenminste werkzaam is op het niveau van basisarts.

5. Naar huis of revalideren

5.1 Wanneer naar huis

Als u goed met hulpmiddelen kunt opstaan, lopen (zo nodig traplopen) en naar het toilet kunt gaan, dan mag u naar huis. Dat is na een tot twee dagen. Er wordt voor u een controle afspraak gemaakt na acht weken. De PA belt u na ongeveer 1 week op om te vragen hoe het met u gaat. De pleister mag op de ochtend van de belafspraak verwijderd worden.

5.2 Nazorg

Als er hulp in het huis nodig is, bijvoorbeeld met aankleden of douchen, wordt dat geregeld met de ontslagcoördinator en uw verpleegkundige. Zie de folder Zorgaanbieders in de regio op www.bernhoven.nl/folders 

6. Thuis en dan?

6.1 Fysiotherapie

Na de operatie moet u minimaal zes weken oefenen, thuis en met de fysiotherapeut. In deze periode worden zo mogelijk de  hulpmiddelen afgebouwd. Dit mag niet te snel gebeuren, want een verkeerd (waggelend) looppatroon is moeilijk af te leren. Hoe lang de revalidatie duurt verschilt van persoon tot persoon. Dat is afhankelijk van leeftijd, conditie en eventuele bijkomende problematiek. Goede spierkracht, stabiliteit en coördinatie zijn belangrijk. In principe mag u alle bewegingen maken in de knie zolang dit gemakkelijk gaat. Als u bijvoorbeeld gemakkelijk met uw handen bij de voeten kunt komen kunt u zelf de veters van de schoenen strikken. Dit mag echter niet geforceerd gedaan worden.   

Oefeningen trap op

       

Oefeningen trap af

       

Voor een video van het traplopen: download de gratis app ‘Bernhoven orthopedie’

Oefeningen na de operatie voor thuis

  • Zorg voor voldoende veiligheid tijdens het oefenen
  • Zoek bijvoorbeeld steun bij het aanrecht of een stevige tafel
  • In principe geldt voor elke oefening tien herhalingen en drie maal daags een sessie
  • Merkt u dat dit nog te zwaar of te pijnlijk is, dan vermindert u het aantal herhalingen of u oefent alleen het geopereerde been
  • U mag tijdens het oefenen wel lichte pijn ervaren, maar deze pijn moet na het oefenen binnen vijf minuten weer weg zijn
  • Voer de oefeningen secuur en in een rustig tempo uit, dat heeft meer effect dan snelle bewegingen
   

Knie buigen en strekken in zit

Knie buigen in stand

   

Hakken - tenen

6.2 Adviezen voor thuis

  • Gebruik in de douche een douche stoel voor uw veiligheid.
  • Elastische veters voor uw schoenen, waardoor u makkelijker de schoenen aankrijgt.
  • Om kousen en schoenen aan te trekken, kunt u gebruik maken van een Helping hand of een lange schoenlepel (foto).

Orho-helping handOrtho-schoenlepel

  • Verwijder thuis losse kleedjes op de vloer, in verband met valgevaar.
  • Een hoge stoel met armleuningen, zodat u kunt steunen met opstaan en zitten.
  • Bij een laag toilet kan een zit verhoger zeer nuttig zijn, net als een steun in de douche.

Ortho-toiletverhoger  Ortho-douchesteun

Toiletverhoger                                               Douchesteun

6.3 Wat te doen bij problemen?

Bij problemen kunt u contact opnemen met de polikliniek orthopedie of buiten kantooruren en in het weekend met de spoedeisende hulp.

Problemen kunnen zijn:

  • De huid rondom de wond is rood, gezwollen en warm, u heeft koorts (meer dan 38,5 gr) en/ of rillingen.
  • Plotselinge heftige pijn en onvermogen tot staan.
  • Er sprake is van een infectie op een andere plek in het lichaam bv keel/ blaas/ longontsteking of een pussende wond. Een dergelijke infectie kan de nieuwe knie aantasten. Direct starten met antibiotica is erg belangrijk.
  • Een nabloeding.

6.4 Wat te doen bij een infectie of een operatie als je een prothese hebt?

Het is niet nodig om antibiotica te geven aan patiënten met een gewrichtsprothese voor een mond of tandheelkundige ingreep ter voorkoming van infecties.

http://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/antibioticaprofylaxe_bij_gewrichtsprothese/antibioticaprofylaxe_bij_gewrichtsprothese.html

Vragen?

  • Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Aarzel dan niet om uw vraag te stellen en neem tijdens kantooruren contact op met de polikliniek orthopedie: 0413 – 40 19 71

Meer informatie

Op de website samenbeterthuis.nl (www.samenbeterthuis.nl/ondersteuning/verplaatsingen-binnenshuis/) vindt u ook nog praktische tips en adviezen over hulpmiddelen, thuiszorg en is een aantal voorlichtingsfilmpjes gepubliceerd over hoe u bepaalde (loop)hulpmiddelen thuis kunt gebruiken.