Spring naar de content

Suprapubisch katheter

Inleiding

In overleg met uw arts krijgt u een suprapubische blaaskatheter. Suprapubisch betekent het plaatsen van een katheter (slangetje) via de onderbuik in de blaas. Het plaatsen van de katheter gebeurt meestal poliklinisch en wordt uitgevoerd door de uroloog. In deze folder leest u hoe deze ingreep in Bernhoven verloopt.

Waarom een blaaskatheter

Een suprapubische blaaskatheter is een slangetje dat via de buikwand in uw urineblaas zit. Dit slangetje kan, afhankelijk van de indicatie, enkele weken, dagen of maanden in uw blaas blijven zitten. Door deze katheter is het mogelijk om de urine in de blaas, eruit te laten lopen en op te vangen. Tevens kan inzicht verkregen worden of het zelf plassen nog mogelijk is en er kan vastgesteld worden hoeveel urine er in de blaas achter blijft nadat u spontaan geplast heeft.
De meest voorkomende reden om over te gaan tot het plaatsen van een dergelijke katheter is het onvermogen om de urine op natuurlijke wijze volledig te lozen (retentie) of ongewild urineverlies (incontinentie).

Voorbereiding

  • U hoeft voor de ingreep niet nuchter te zijn.
  • Wanneer u bloedverdunnende middelen gebruikt (sintrom, marcoumar, acetosal), zal deze medicatie in overleg met uw behandelend arts enige dagen tevoren gestaakt zijn.
  • Het is verstandig om vooraf te regelen dat er iemand voor uw vervoer naar huis zorgt.

Behandeling

Melden

U meldt zich op de afgesproken tijd op de afdeling dagbehandeling.

Behandeling

Op de behandelkamer wordt soms eerst uw blaas met water gevuld. Dit gebeurt via een slangetje (katheter) dat door de plasbuis in uw blaas is gebracht.

De ingreep vindt plaats onder steriele omstandigheden. Voor de ingreep wordt daarom de buikwand, tussen navel en schaambeen, geschoren en wordt de huid gedesinfecteerd. Hierna worden de huid en diepere lagen verdoofd door middel van een injectie met verdovende vloeistof. Met behulp van een echografie-apparaat kan eventueel de blaas in beeld gebracht worden zodat de blaas onder de juiste hoek aangeprikt kan worden. Vervolgens maakt de arts een klein sneetje in de buik waardoor met behulp van een inbrengnaald de katheter in de blaas gebracht wordt. De katheter blijft goed zitten in de blaas omdat er aan het uiteinde een ballon zit. Ook wordt de katheter vaak nog vastgehecht aan de huid. Deze hechting wordt na een week verwijderd. Door de katheter kan de urine de blaas verlaten en opgevangen worden in een katheterzak of er wordt een kraantje bevestigd op de katheter zodat u zelf regelmatig de blaas kan laten leeglopen. De insteek-opening wordt afgedekt met een steriel gaas en vastgezet met een pleister.

Duur

De ingreep duurt ongeveer 15-30 minuten. Indien u op  afdeling dagverleging wordt opgenomen zult u enkele uren in het ziekenhuis verblijven.

Na de behandeling

Complicaties

Na het plaatsen van een suprapubische katheter kunnen onderstaande complicaties voorkomen:

  • Bloedverlies uit de blaas ten gevolge van de punctie. Soms is het noodzakelijk de blaas dan goed te spoelen.
  • Zeer zeldzaam komt het voor dat een bloedvat of darmlis beschadigd wordt. U wordt in dat geval opgenomen.

Verzorging van de katheter

  • De insteekopening van de katheter is afgedekt met een steriel gaasje.
    Dit splitgaasje moet u verschonen als dit nat of vuil wordt. U kunt de insteekopening van de katheter schoonmaken met kraanwater.
  • De arts spreekt met u af hoe vaak u de blaas moet legen, meestal is dit elke vier uur.
  • Douchen en baden met de katheter is geen bezwaar.
  • Om blaasproblemen te voorkomen moet u veel drinken. Het advies is om ongeveer twee liter urine per 24 uur te produceren. Dit betekent dat u dagelijks ongeveer 8-10 bekers/glazen met vocht moet drinken.

Verwisselen van de katheter

Elke 6 à 8 weken moet uw katheter vernieuwd worden. Dit verwisselen van de katheter vindt plaats in het ziekenhuis of eventueel in het verpleegtehuis door de huisarts of door de wijkverpleegkundige thuis.

Spoelen van de blaas

Bij gebruik van een suprapubische katheter kan er in de blaas neerslag (slijm of gruis) ten gevolge van een afgestoten blaaswandslijmvlies en soms ook steengruis ontstaan. Het is in dit verband belangrijk dat u aan de uroloog meldt als de urine vaak troebel of bloederig is. De uroloog bekijkt of een eventuele blaasspoeling nodig is.

Problemen met de katheter

Onderstaande problemen kunnen voorkomen bij mensen die een suprapubische katheter hebben. Als u langer een katheter heeft is de kans op deze problemen vanzelfsprekend groter.

  • De katheter kan gaan lekken.
  • Sommige patiënten met een katheter blijven of worden incontinent door urineverlies naast de katheter. Dit kan verschillende oorzaken hebben, meestal ligt de oorzaak in een eenvoudige knik of afsnoeren van de afvoerende slang naar de katheterzak. Bij een blaassamentrekking wordt dan urine langs de katheter naar buiten geperst.
  • Er kunnen blaaskrampen optreden. Dit is soms het gevolg van bijvoorbeeld een infectie, meestal is de reden irritatie van de blaas door de katheter. Medicijnen kunnen deze krampen soms verhelpen.
  • De katheter kan verstopt raken. Als de katheter niet meer functioneert moet de katheter in eerste instantie gespoeld worden. Als dat niet helpt moet de katheter verwisseld worden.
  • De katheter kan uitvallen. Als de katheter is uitgevallen moet er zo snel mogelijk een nieuwe katheter ingebracht worden. Immers het gaatje in de buikwand waar de katheter doorheen gaat sluit uit zichzelf zeer snel.
  • De katheter kan een infectie veroorzaken. Deze infectie hoeft niet altijd met antibiotica behandeld te worden. Bij klachten van welke aard dan ook is het altijd goed om contact op te nemen met de polikliniek Urologie of uw huisarts.

Problemen

Het is verstandig contact op te nemen met de polikliniek Urologie of Spoedeisende hulp als de volgende situatie zich voordoet:

  • de suprapubische katheter is eruit gevallen;
  • de suprapubische katheter is verstopt, er komt niets meer uit;
  • als de urine er bloederig uitziet;
  • bij koorts;
  • bij pijn;
  • als er lekkage optreedt.

Polikliniek Urologie:

  • Telefoonnummer: 0413-401968
  • Route 150

Spoedeisende Hulp:

Telefoonnummer: 0413-401000


Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie.

Polikliniek Urologie:

Telefoonnummer: 0413-401968

Route 150