Spring naar de content

CT-onderzoek dikke darm

Uw behandelend arts heeft voor u een CT-onderzoek van de dikke darm aangevraagd.
Een CT-colonografie is een nieuwe beeldvormende techniek. Met behulp van een CT-scan kan in een adempauze van tien seconden de gehele dikke darm gescand worden en hiervan een driedimensionaal beeld worden gemaakt. Op deze manier is het dus tegenwoordig mogelijk om van buitenaf in de darm te kijken en poliepen te vinden, zonder dat daar een slang (endoscoop) voor nodig is. 

De informatie in deze folder is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat het onderzoek is beschreven zoals dit meestal verloopt. Het kan zijn dat de radioloog een andere methode kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Ook risico's en bijwerkingen zijn in algemene zin beschreven. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een radiologisch laborant. Een eventuele begeleider kan niet aanwezig zijn in de onderzoeksruimte tijdens het uitvoeren van het onderzoek. Alleen in bijzondere situaties is dit eventueel mogelijk. Helpen met omkleden is vanzelfsprekend altijd toegestaan.

Wat is een CT–onderzoek?

CT staat voor Computer Tomografie. Bij een CT–onderzoek wordt er met behulp van röntgenstralen en contrastvloeistof, doorsnede foto's gemaakt. Deze foto's geven informatie over de vorm, structuur en ligging van de inwendige organen of weefsels in het te onderzoeken lichaamsgebied. Om een goede afbeelding van de buik te krijgen zijn verschillende contrastmiddelen nodig. Een contrastmiddel moet thuis al ingenomen worden in verband met de inwerktijd. Het CT–apparaat maakt geluid en ziet eruit als een grote kast met een ronde opening.

Bent u zwanger?

Als u zwanger bent of u denkt zwanger te zijn, neem dan eerst telefonisch contact op met de afdeling radiologie.

Zijn er risico's en complicaties?

De hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto's is zo gering dat de kans op schadelijke effecten heel klein is, ook als u meerdere onderzoeken heeft ondergaan.
Het contrastmiddel dat in uw arm gespoten wordt kan in een zeer zeldzaam geval een allergische reactie geven.

Contrastmiddel

Algemeen

  • Voor een betere beoordeling van de beelden, die gemaakt worden tijdens het onderzoek, is het soms nodig om een contrastmiddel via een infuus in uw bloedbaan te spuiten. We bedoelen hierbij niet het drinken van deze vloeistof.
  • Moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilige middelen, waarbij slechts zelden bijwerkingen worden gezien.
  • Wanneer bij eerder onderzoek is gebleken dat u overgevoelig bent voor jodiumhoudend contrastvloeistof, moet u dit doorgeven aan uw behandelend arts en de laborant die u ophaalt voor het onderzoek. 
  • Bij zwangerschap of het geven van borstvoeding geeft het toedienen van het contrastmiddel geen problemen.
  • Het contrastmiddel dat u krijgt tijdens dit onderzoek heeft invloed op eventuele bloeduitslagen. Wanneer u nog bloed moet laten prikken kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 24 uur na het onderzoek. Lukt dit niet, vertel dan bij het laboratorium dat u een onderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.
  • De contrastvloeistof, die u tijdens het onderzoek krijgt toegediend via het infuus, heeft mogelijk ook invloed op uitslagen van urineonderzoek. Wanneer u urine bij het laboratorium moet inleveren, kunt u dit het beste doen vóór het onderzoek of 3x 24 uur ná het onderzoek. Lukt dit niet, vertel dan bij het laboratorium dat u een onderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.
  • Soms kan de geringe hoeveelheid vrij jodium in de contrastvloeistof een versnelde werking van de schildklier uitlokken. Dit is vooral het geval als uw schildklier al te snel werkt of als u hiervoor behandeld wordt. Het is niet aangetoond dat er geneesmiddelen zijn die dit kunnen voorkómen. Meldt u zich bij tekenen van versnelde schildklierwerking (zoals vermoeidheid, gewichtsverlies, niet verdragen van warmte, transpireren, nerveusheid, hartkloppingen) bij uw internist of huisarts.

Medicijnen

De volgende medicijnen mag u op de dag vóór en de dag van het onderzoek niet innemen:

  • NSAID’s (tegen pijn en om ontstekingen te remmen. voorbeelden: Diclofenac, Ibuprofen, Naproxen en Etoricoxib )

Bij vragen hierover verwijzen we u door naar de aanvrager van het onderzoek.

Risicogroep

Het contrastmiddel kan bij bepaalde patiëntengroepen een verhoogd risico geven op een allergische reactie of nierschade. Als u in de risicogroep valt, kan het nodig zijn dat extra maatregelen getroffen worden ter voorbereiding op het onderzoek. Hierover wordt u apart geïnformeerd door de aanvrager van het onderzoek en via de folder: 'allergische reactie bij contrastonderzoeken voorkomen' en/of ‘Contrastmiddel en extra voorzorgsmaatregelen’.

Voorbereiding: vezelarm dieet + inname contrastvloeistof (Telebrix Gastro)

Voor het onderzoek is het erg belangrijk dat u zich zo goed mogelijk aan het vezelarme dieet houdt en het contrastmiddel (Telebrix Gastro) volgens schema inneemt. Lees de bijsluiter goed door. Als u denkt dat er een reden is waarom u dit middel niet mag gebruiken, neem dan contact op met de aanvragend arts.

1. Het vezelarme dieet

Het dieet start één dag voor het CT-onderzoek en bestaat uit vezelarme voeding. De vezelarme voeding zorgt ervoor dat het contrastmiddel zich goed verspreidt door de darminhoud .

Na de avondmaaltijd vóór het onderzoek zijn alleen vloeistoffen toegestaan zoals sappen (appelsap, heldere vruchtenmixdranken), limonade van siroop, frisdrank (ook light), water, bouillon, thee en koffie. Dit geldt totdat de CT heeft plaatsgevonden. Als u pas ‘s middags een CT-colonografie heeft kunt u als ontbijt vloeibare etenswaren gebruiken zoals vla, yoghurt en kwark (zonder stukjes).

Algemeen

Het uitgangspunt van het dieet is dat vezels en vezelachtige bestanddelen in voeding beperkt worden.

  • Veel voedingsmiddelen bevatten noten, zaden of grove vezels, kies niet voor deze producten maar neem een naturel variant.
  • Groente en fruit bevatten veel vezels en deze zijn dus maar met mate toegestaan. Fruit in de vorm van vruchtensappen zonder vruchtvlees en groente beperkt tot de toegestane soorten.
  • Zorg ervoor voldoende te drinken (minimaal10 – 12 glazen per dag).

Vezelrijke voedingsbestanddelen die u niet mag eten:

  • Volkoren graanproducten:
    - bruin-, volkoren- en roggebrood
    - tarwe- en maïszemelen
    - muesli
    - volkoren- en meergranenpasta’s
    - havermoutpap
    - zilvervliesrijst
  • Vezelige groenten:
    - asperges, bleekselderij, zuurkool, snijbonen, sperziebonen, prei, doperwten, peulvruchten, taugé, maïs, champignons, tomaten, rauwkost.
  • Bepaalde fruit soorten: 
    - onrijp fruit
    - sinaasappel, grapefruit, mandarijn, ananas, mango, kiwi
    - gedroogde (zuid)vruchten zoals dadels, vijgen, pruimen, krenten, rozijnen, kokos
  • Noten, pinda’s en zaden:
    - alle pindasoorten
    - alle nootsoorten
    - sesamzaad, maanzaad, zonnebloempitten
  • Overigen:
    - scherpe specerijen
    - popcorn

Wat kunt u dan wel eten?

  • Graanproducten
    - wit brood, beschuit, toast (naturel)
    - witte rijst, pasta (bv spaghetti, macaroni)
    - pannenkoeken
    - custardpap, lammetjespap (rijstebloempap)
  • Groenten en fruit
    - aardappelen
    - gaar gekookte groenten, zoals wortelen, bloemkool, lof, andijvie en spinazie
    - vers fruit mits goed rijp, geschild en ontpit zoals appel, banaan, peer
  • Alle soorten vlees, vis en kip
  • Soepen
    - bouillon
    - soepen met stukjes vlees/kip, soepballetjes, vermicelli, macaroni en rijst
  • Beleg
    - kaas
    - vleeswaren
    - alle zoete beleg (behalve pindakaas, marmelade en jam met stukjes fruit)
    - eieren
    - suiker
    - vlees/kip/vis
  • Dranken
    - vruchtensappen zonder vruchtvlees
    - limonades
    - frisdranken
    - thee en koffie
    - mineraal water
    - melk en melkproducten (vla, yoghurt (geen vruchtenyoghurt))
    - alcoholische dranken
  • Tussendoortjes
    - chocolade (zonder nootjes)
    - snoep
    - ijs
    - cake (geen koekjes)
  • Specerijen:
    zout, peper, paprikapoeder, nootmuskaat, kaneel, peterselie, mosterd, ketchup, groene kruidenmixen.

2. Inname contrastvloeistof (Telebrix Gastro)

Bij het maken van de afspraak heeft u drie flesjes van 50 ml. Telebrix Gastro meegekregen. Dit is een jodiumhoudend contrastmiddel.

U begint 1 dag voorafgaand aan het onderzoek met inname van de Telebrix Gastro:

  • Gedurende één dag voorafgaand aan het onderzoek neemt u bij het ontbijt 1 flesje Telebrix Gastro à 50 ml, bij de lunch 1 flesje en bij het avondeten 1 flesje. U mag de inhoud van het flesje ook in een groot glas limonade schenken en vervolgens opdrinken (U hoeft de Telebrix Gastro niet aan te lengen met 950 ml water zoals in de bijsluiter vermeld staat!).
  • Telebrix Gastro veroorzaakt bij veel patiënten diarree.
  • Medicijnen worden tijdens de darmvoorbereiding mogelijk minder goed opgenomen. Het is daarom verstandig rekening te houden met een verminderde werking van het medicijn, bijvoorbeeld in geval van de anticonceptiepil.

SAMENGEVAT: Voorbereidingsschema in het kort:

Hieronder staat het voorbereidingsschema nog eens beknopt weergegeven:

1 dag vóór het onderzoek:               

  • ontbijt met vezelarm dieet + 50 ml Telebrix Gastro
  • lunch met vezelarm dieet + 50 ml Telebrix Gastro
  • avondeten met vezelarm dieet + 50 ml Telebrix Gastro

dag van het onderzoek:  

  • alléén vloeistoffen toegestaan zoals sappen (appelsap, heldere vruchtenmixdranken), limonade van siroop, frisdrank (ook light), water, bouillon, thee en koffie.
    Nb: Als u pas ‘s middags een CT-colonografie heeft kunt u als ontbijt vloeibare etenswaren gebruiken zoals vla, yoghurt en kwark (zonder stukjes).
  • Probeert u de dag van het onderzoek enkele malen naar het toilet te gaan voor ontlasting.

Voor een goede beoordeling van de dikke darm, is het belangrijk dat u zich goed aan het voorbereidingschema houdt zoals hierboven is aangegeven.

-Ten behoeve van dit onderzoek krijgt u een medicijn (Buscopan) ingespoten. Het kan zijn dat u daarna wazig ziet, dit gaat binnen enkele uren weer over. U kunt dan echter niet deelnemen in het verkeer. Zorg daarom voor vervoer naar huis.

Onderzoek

Waar meldt u zich?

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de balie van de afdeling radiologie, routenummer 040.

Let op: Wanneer met u is afgesproken dat u extra vocht moet krijgen via een infuus, meldt u zich dan eerst op de afgesproken tijd op de afdeling die aan u is doorgegeven.

Hoe verloopt het CT – onderzoek?

De laborant komt u halen uit de wachtruimte en vertelt steeds wat er gaat gebeuren.
Meestal krijgt u voor het maken van de foto's contrastvloeistof toegediend middels een infuus in uw arm. Dit contrastmiddel is nodig om de foto's zo duidelijk mogelijk te maken. Hiervan kunt u het even warm krijgen over heel uw lichaam. Binnen een minuut trekt dit weer weg.
Ook krijgt u via dit infuusnaaldje een medicijn toegediend, Buscopan of Glucagon. Dit medicijn zorgt ervoor dat de darmen zich ontspannen zodat ze beter te zien zijn op de CT scan. Als eerste moet u op uw zij gaan liggen. De laborant brengt voorzichtig een kort dun buisje in uw anus. Hier voelt u weinig van. Via dit buisje wordt er lucht (CO2) in uw dikke darm geblazen. Dit kan een krampend, opgeblazen gevoel geven. Dan gaat u op uw rug liggen. De eerste scan wordt in rugligging gemaakt. Vervolgens draait u op uw buik en wordt de tweede scan gemaakt. Op deze manier kan de radioloog de volledige dikke darm goed beoordelen. Na het maken van de tweede opname gaan het buisje en het infuus eruit.

Tijdens het maken van de opnames ligt u op een onderzoektafel. Uw bovenkleding (zoals een hemd of een T-shirt) mag u aanhouden. Een bh mag u niet aanhouden omdat hier ijzer in is verwerkt. De laborant schuift u in de opening van het apparaat. Voor elke opname wordt u telkens een stukje verplaatst totdat het te onderzoeken lichaamsgebied volledig is opgenomen. Tijdens het onderzoek moet u stil blijven liggen. Soms vraagt de laborant u om de adem enkele seconden in te houden. Na iedere opname kunt u dan even ontspannen. U moet wel in dezelfde houding blijven liggen.

Hoe lang duurt het onderzoek?

Het onderzoek duurt ongeveer een 30 tot 45 minuten.

Na het onderzoek

De laborant vertelt wanneer u kunt gaan. U kunt uw dagelijkse bezigheden en uw normale voedingspatroon weer hervatten. U kunt nog enige krampen en dunne ontlasting hebben. Het is verstandig extra ondergoed mee te nemen.Een eventueel ingespoten contrastmiddel verdwijnt uit uw lichaam via de nieren en blaas. Het is belangrijk dat u na het onderzoek ook weer extra drinkt!

Uitslag

De radioloog beoordeelt de foto’s. Hiervan verstuurt de radioloog een verslag naar uw behandelend arts, die de uitslag met u bespreekt.

Heeft u nog vragen?

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie.
Telefoonnummer: 0413 - 40 19 61

Video

Als u wilt zien hoe een CT-onderzoek verloopt, kijk dan eens op onze website naar deze video: http://www.bernhoven.nl/CT-onderzoeken