Spring naar de content

Instructies voor opname in verband met een operatie

Datum operatie: U krijgt schriftelijk of telefonisch bericht van Opnameplanning over de operatiedatum en de afdeling (met routenummer) waar u komt te liggen.

Melden

U meldt zich op de betreffende verpleegafdeling. Hiervoor neemt u de hoofdingang van het ziekenhuis en volgt vervolgens de routebordjes naar de verpleegafdeling.

1. Eten en drinken

⃝ U mag gewoon eten en drinken.

Geen aparte instructie als u de dag vóór de operatie wordt opgenomen.

⃝ U moet nuchter zijn als u op de dag van de operatie wordt opgenomen.

'Nuchter' betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terecht komt. Dit kan tot ernstige complicaties leiden. U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt.

Als u niet nuchter bent, wordt de operatie uitgesteld.

Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels:

Tot 6 uur voor uw OPNAME:

  • U mag gewoon eten en drinken

Vanaf 6 uur voor uw OPNAME:

  • U mag niets meer eten
  • U mag nog wel 2 glazen drinken: water, ranja, thee of koffie (evt. met zoetje of suiker)
  • U mag niet meer drinken: melk (producten), sappen, koolzuurhoudende dranken of alcohol

Vanaf 2 uur voor uw OPNAME:

  • U mag niets meer eten en drinken, ook geen kauwgom of snoepjes
  • Een slokje water om uw medicijnen in te nemen (of bij het tandenpoetsen) mag nog wel

Richtlijnen voor patiënten met diabetes.

1. Eten en drinken

⃝ U mag gewoon eten en drinken.

Geen aparte instructie, als u de dag vóór de operatie wordt opgenomen.

U moet nuchter zijn als u op de dag van de operatie wordt opgenomen.

'Nuchter' betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terecht komt. Dit kan tot ernstige complicaties leiden. U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt.

Als u niet nuchter bent, wordt de operatie uitgesteld.

Als u zich vóór 12 uur moet melden op de afdeling:

U mag vanaf 24.00 uur 's nachts niets meer eten en geen melk (producten), sappen, koolzuurhoudende dranken of alcohol drinken. U mag tot 2 uur voor uw opname nog wel 2 glazen water, koffie of thee zonder melk en/of suiker drinken.  

Als u zich na 12 uur moet melden op de afdeling:

U mag deze ochtend tot 7.00 uur een licht ontbijt (beschuit met boter en zoet beleg) en een kop thee. Daarna mag u niets meer eten en geen melk (producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol drinken. U mag tot 2 uur voor uw opname nog wel 2 glazen water, koffie of thee zonder melk en/of suiker drinken. 

A. Patiënten die behandeld worden met een subcutane insuline pomp:

Patiënten stellen hun pomp in op 75% van normaal vanaf de tijd dat ze nuchter moeten zijn. Bij operaties langer dan 2 uur, zetten patienten de pomp uit bij opname en krijgen ze een gluc 5% infuus 2 ltr/ 24u met in elke zak 8 IE novorapid.                                                                                                                                                                                                                                    Bij 1e voeding herstarten eigen pomp en stoppen van evt infuus.

B. Patiënten die behandeld worden met insuline injecties:

Langwerkende insuline: insulatard, glargine [Lantus, Abasaglar, Toujeo, Suliqua], detemir [Levemir], degludec [Tresiba, Xultophy], isofaan [Humuline NPH, Insulatard, Insuman Basal]

Kortwerkende insuline: insuline gewoon [Actrapid, Humuline regular, Insuman Implantable, Insuman INfusat, Insuman Rapid], glulisine [Apidra], aspart [Fiasp, Novorapid], lispro [Humalog]

Insulinemix: aspart/aspart protamine [Novomix], degludec/aspart [Ryzodeg], lispro/lispro protamine [Humalog mix], insuline gewoon/isofaan [Actraphane, Humuline, Insuman Comb, Mixtard]

Operatie in de ochtend 

  • De dag vóór de operatie: 
    Avonddosering langwerkende insuline met 25% verlagen, dosering kortwerkende insuline en insulinemix niet aanpassen.     
      
  • De dag van de operatie:
    Nuchter, dus ook geen insuline spuiten.

 Operatie in de middag

  • De dag vóór de operatie:
    Avonddosering langwerkende insuline met 25% verlagen, dosering kortwerkende insuline en insulinemix niet aanpassen.
  • De dag van de operatie:
  • Voor 7.00 uur: een licht ontbijt (beschuit met boter en zoet beleg) met de helft van de gebruikelijke hoeveelheid insuline (kortwerkend, insulinemix of langwerkend).

C. Patiënten die behandeld worden met tabletten:

Sulfonylureumderivaten: gliclazide [Gliclazide, Diamicron], glimepiride [Glimepiride, Amaryl], tolbutamide [Tolbutamide], glibenclamide [Glimenclamide]

DPP-4 remmers: sitagliptine [Januvia, Xelevia, Ristaben, Junamet], linagliptine [Trajenta, Jentadueto], saxagliptine [Onglyza, Komboglyze], vildagliptime [Galvus, Eucreas]

⃝  Operatie in de ochtend

  • De dag vóór de operatie:
    Normaal gebruik van tabletten. 
  • De dag van de operatie:
    Ochtenddosering van sulfonylureumderivaten achterwege laten. De metformine en DPP-4 remmers in de gebruikelijke hoeveelheid innemen.

  Operatie in de middag

  • De dag vóór de operatie:
    Normaal gebruik van tabletten. 
  • De dag van de operatie:
    Voor 7.00 uur: licht ontbijt (beschuit met boter en zoet beleg) met 50% van de sulfonylureumderivaten innemen. De metformine en DPP-4 remmers in de gebruikelijke hoeveelheid innemen.

N.B. Als u één of meerdere dagen voor de operatie wordt opgenomen, zal uw voeding en insuline/bloedsuikerverlagende tabletten in overleg met de internist aangepast worden.

2. Medicijnen

A:         _____dagen voor de ingreep stopt u met ___________________

            _____dagen voor de ingreep stopt u met____________________

Indien van toepassing belt of mailt u, zodra de operatiedatum bekend is, de trombosedienst  0413 - 40 30 00 of trombose@bernhoven.nl. De trombosedienst past uw schema aan en zal de stopdagen van de bloedverdunners doorgeven.

B: onderstaande medicijnen mag u niet  innemen op de ochtend van de operatie

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor diabetes medicatie: zie vorige bladzijde voor schema.

C:  alle (overige) thuismedicatie mag u innemen op de ochtend van de ingreep, eventueel met een klein slokje water.

OMZETTING BLOEDVERDUNNERS (alleen als dit met u afgesproken is op de PPO, in een aantal gevallen moeten alle bloedverdunners gestopt worden)

Om uw operatie zo veilig mogelijk te laten verlopen is het belangrijk dat we uw Clopidogrel (Grepid), Ticagrelor (Brilique) of Prasugrel (Efient) omzetten naar een andere bloedverdunner, te weten Acetylsalicylzuur (Ascal). Hieronder staat vermeld wanneer u met welke medicatie moet stoppen en beginnen.

  • 5 dagen voor de operatie stopt u met de Clopidogrel (Grepid), danwel Ticagrelor (Brilique). In geval van Prasugrel (Efient) stopt u 7 dagen.  
  • dan start u met de Acetylsalicylzuur (1x daags 1 tablet van 80mg). Dit gebruikt u door tot 1 dag na de operatie. Het recept krijgt u mee.
  • 2 dagen na de operatie stopt u met de Acetylsalicylzuur (Ascal) en start u weer met uw Clopidogrel (Grepid), Ticagrelor (Brilique) of Prasugrel (Efient).

3. Pijnstilling (bij dagbehandeling)

n.v.t.

Afhankelijk van de operatie die u ondergaat, krijgt u een recept mee met pijnstillers. Wij verzoeken u deze medicijnen op tijd bij uw apotheek op te halen en mee te nemen naar het ziekenhuis bij opname. Daarnaast verzoeken wij u om voldoende paracetamol in huis te hebben.

In onderstaand schema staat vermeld welke medicijnen u kunt innemen na de operatie. Wij adviseren u om deze pijnmedicatie in ieder geval gedurende 48 uur in te nemen en daarna op geleide van de pijn af te bouwen.

  • Paracetamol 1000 mg (2 tabletten van 500 mg), 4 keer per dag (om de 6 uur)

  • Etoricoxib (Arcoxia) 90 mg, 1 keer per dag, vanaf de ochtend na de operatie

  • Oxycodon kortwerkend (Oxynorm) 5 mg zonodig, maximaal 6 keer per dag

  • Pantoprazol of Omeprazol 40 mg, 1 keer per dag (maagbeschermer)

  • ⃝ Oxycodon langwerkend/MGA (Oxycontin) 10 mg. 2 keer per dag (om de 12 uur)

  • Anders namelijk............................................................................

Bij gebruik van Etoricoxib (Arcoxia) schrijven we in sommige gevallen ook een maagbeschermer voor om problemen te voorkomen. Het is dus wel van belang dat u deze maagbeschermers  inneemt ook al heeft u geen maagklachten en heeft het geen invloed op de pijn. Deze tabletten worden helaas niet meer vergoed door de verzekering.

Bij het gebruik van paracetamol mag u geen andere medicatie gebruiken waar paracetamol ook in zit (als panadol plus, paradon, saridon, finimal en zaldiar).

Bij het gebruik van Arcoxia mag u geen medicijnen gebruiken als naproxen, voltaren, ibuprofen en diclofenac.

Oxynorm/Oxycontin zijn sterke pijnstillers. Daarvan kunt u wat licht in het hoofd worden en af en toe misselijk. Om die reden is het niet verstandig om na inname deel te nemen aan het verkeer.

Het afbouwen van de pijnmedicatie is het verstandigst in onderstaande volgorde:

  • oxycontin: 1 keer per dag, danwel stoppen
  • oxynorm: minder vaak innemen, danwel stoppen
  • arcoxia (en eventueel maagbeschermer): stoppen
  • paracetamol: minder vaak innemen en daarna stoppen

3.1. Pijn Telefoon Service (bij dagbehandeling)

Bernhoven wil graag op de hoogte blijven van uw pijnniveau en dit kan door middel van de (mobiele) telefoon. Op deze manier volgen wij de ernst van uw pijn en kunnen wij zo nodig adviezen geven om de pijn beter te behandelen. Veel pijn na een operatie is namelijk niet nodig en kan het herstel na een operatie belemmeren. De anesthesioloog bespreekt met u of u voor de Pijn Telefoon Service in aanmerking komt.

U wordt gebeld op het telefoonnummer dat op uw patiëntenpas staat. Als u op een ander nummer gebeld wilt worden, laat dan het nummer aanpassen bij de patiëntenregistratie van het ziekenhuis.

Hoe werkt de Pijn Telefoon Service?

U wordt gebeld op het nummer dat bekend is bij patiëntenregistratie.

Een 'bandje' vraagt u om eerst een hekje te toetsen, daarna vraagt hij u om met de cijfertoetsen de mate van pijn aan te geven die u voelt. U kunt daarbij kiezen uit een schaal van 0 t/m 10 waarbij 0 geldt voor géén pijn en 10 voor onhoudbare pijn. Als u de score heeft ingetoetst, wordt de verbinding automatisch verbroken.

Als het getal dat u heeft ingevoerd volgens de richtlijn een te hoge score aangeeft, neemt een medewerker van het acute pijnteam (APS) contact met u op. Let bij het invoeren van uw score goed op het juist inschatten van uw pijn. Het cijfer dat u intoetst kan niet worden hersteld.

Als u op het moment dat u gebeld wordt niet zelf in staat bent de telefoon te beantwoorden, regel dan iemand uit uw omgeving die dat namens u doet.

De service werkt op uw mobiele en vaste telefoon. U krijgt tien minuten voordat u gebeld wordt een herinneringsberichtje als u uw mobiele nummer heeft opgegeven. Aan de service zijn geen kosten verbonden.

Als u veel pijn heeft, moet u niet wachten tot u een telefoontje krijgt. Dan moet u bellen met de Spoedeisende Hulp van Bernhoven: telefoonnummer:  0413 - 40 10 00. Mocht het onverhoopt nodig zijn dat u naar de Spoedeisende Hulp van Bernhoven komt, volg bij het ziekenhuis dan de borden 'Spoedpost Bernhoven'.

Door uw medewerking kunnen we de pijnservice verbeteren en beter inspelen op mogelijke problemen. Wij danken u dan ook voor uw medewerking.

4. Laxeren

⃝ Niet nodig

Laxeren

Bij sommige operaties is het belangrijk dat uw darmen zo schoon mogelijk zijn. Als dit bij u noodzakelijk is, moet u thuis al met het laxeren beginnen. De wijze van laxeren hangt af van hoe schoon uw darmen moeten zijn voor de operatie.

Middag voor de operatiedag (12.00 uur):

Drink prunacolon. De dosering is één ml. prunacolon per kg. lichaamsgewicht, met een maximum van 75 ml. Daarna twee glazen water drinken. Dit werkt laxerend. Daarna mag u alleen nog licht verteerbare voeding gebruiken.

Middag voor de operatiedag (17.00 uur):

 Microlax gebruiken (zie beschrijving).

Avond voor de operatiedag (20.00 uur):

Clyssie gebruiken (zie beschrijving).

Ochtend van de operatie (één uur voor opname):

Clyssie gebruiken (zie beschrijving).

Gebruiksaanwijzing clyssie / microlax:

Breek het puntje af van de clyssie of verwijder het dopje van de microlax.
Ga op de linkerzij liggen, omdat in deze houding de vloeistof goed doordringt in de darmen.

Breng het uiteinde van de clyssie / microlax voorzichtig in de anus.
Knijp de clyssie / microlax zoveel mogelijk leeg en trek deze weer uit de anus. Houd de clyssie / microlax ingedrukt als u hem terugtrekt. Hiermee voorkomt u dat de vloeistof weer terugvloeit in de clyssie / microlax.

Blijf na het inbrengen liggen tot u aandrang voelt. Na ongeveer 5 – 10 minuten gaat u naar het toilet.

5. Ontharen                                                                                                   

U mag in de week voorafgaand aan de operatie, het te opereren lichaamsdeel NIET ontharen.

Indien het operatietechnisch gezien noodzakelijk is om te ontharen, dan gebeurt dit in het ziekenhuis kort voor de operatie.

6. Temperatuur opnemen

Neem 's ochtends uw lichaamstemperatuur op. Als uw temperatuur boven de 38,5°C is, neem dan contact op met de afdeling waar u opgenomen wordt.

7. Bloedprikken

Nee.

Ja, dit doet u direct na het spreekuur PPO met het laboratoriumformulier. 

Ja, dit doet u op de opnamedag voordat u zich op de verpleegafdeling meldt. U moet hiervoor een half uur eerder op het Laboratorium zijn. Openingstijden  maandag, woensdag, donderdag en vrijdag van 07.30- 17.00 uur en op dinsdag van 17.00- 19.30 uur. Route 010.

Ja, dit doet u één werkdag voor de operatiedag met het laboratoriumformulier. 

Anders, namelijk:

8. Neusspray

Niet nodig. 

Ja, vlak voordat u naar het ziekenhuis gaat voor de opname, gebruikt u in ieder neusgat twee keer een pufje van de neusspray (Xylometazoline 1,0 % mg/ml), deze kunt u zelf kopen bij drogist/apotheek. Het flesje neemt u mee naar het ziekenhuis, want u moet deze spray op de afdeling nogmaals gebruiken.

9. Overige dingen waar u aan moet denken:

Hygiëne

  • In verband met de hygiëne wordt verzocht u 's morgens te douchen en schone, makkelijk zittende kleding aan te doen.

  • Wij verzoeken u om geen bodylotion of andere crème te gebruiken:

  • Verwijder contactlenzen, make-up, nagellak, sieraden en piercing; 

Neem mee: 

  • alle medicijnen (die u gebruikt) in originele verpakking; 
  • eventueel de afstandsbediening van uw neuromodulatie;
  • tromboseschema bij gebruik hiervan; 
  • uw patiëntenpas; 
  • toiletspullen/nachtkleding/makkelijke kleding; 
  • eventueel bakje voor gebitsprothese; 
  • eventuele krukken; 
  • het telefoonnummer van een contactpersoon/de persoon die u op komt halen;; 
  • laat waardevolle spullen of veel geld thuis.

10. Vragen?

Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met de afdeling Pre-operatief Poliklinisch Onderzoek (PPO) op nummer 0413 - 40 13 60.

Heeft u vragen over de datum waarop u wordt geopereerd, neem dan contact op met de afdeling opnameplanning: 0413 - 40 19 17. U kunt deze afdeling op werkdagen tussen 10.30-11.30 uur bellen.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook kijken op de website www.ondernarcose.nl

11. Eventuele opmerkingen/bijzonderheden:

 


 


 


 


 


Op www.bernhoven.nl/folders vindt u het complete overzicht van patiëntenfolders. U kunt ook folders per specialisme weergeven.